Posts tonen met het label Maria Presentatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maria Presentatie. Alle posts tonen
zaterdag 21 november 2020
vrijdag 20 november 2020
21 november Lectio divina H. Augustinus Zij die met vertrouwen geloofde, heeft door het geloof in haar schoot ontvangen.
Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)
Zij die met vertrouwen geloofde, heeft door het geloof in haar schoot ontvangen.
Mag ik u verzoeken te letten op wat Christus de Heer heeft gezegd, toen Hij zijn hand over zijn leerlingen uitstrekte: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn broeders; want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel’ (Mt. 12, 49-50).
Handelde de maagd Maria soms niet naar de wil van de Vader, zij die vol geloof heeft aanvaard en vol geloof in haar schoot ontving, zij die ertoe uitverkoren werd dat uit haar voor ons onder de mensen het heil zou worden geboren, zij die door Christus geschapen werd, nog vóór Christus in haar geschapen werd? Ja, de heilige Maria handelde geheel en al naar de wil van de Vader. En daarom is het veel belangrijker dat zij leerlinge van Christus was dan dat zij zijn moeder was. Het is veel belangrijker en heiliger om leerlinge van Christus te zijn dan zijn moeder te zijn. Maria was zalig, omdat zij Christus, haar meester, in haar schoot droeg, ook voordat zij Hem ter wereld bracht.
Zie nu of het waar is wat ik zei: terwijl de Heer voorbijging met de menigte die Hem volgde, en Hij zijn goddelijke wonderen verrichtte, zei een vrouw: ‘Gelukkig de schoot die U gedragen heeft’ (Lc. 11, 28). Inderdaad, zalig de schoot die U gedragen heeft! En wat antwoordde de Heer, opdat wij het geluk niet in het lichamelijke zouden zoeken? ‘Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden’ (Lc. 11, 28). Dus daarom is ook Maria zalig, omdat zij naar het woord van God heeft geluisterd en het onderhouden heeft. Zij heeft eerder de waarheid in haar geest bewaard dan het vlees in haar schoot. De waarheid is Christus en het vlees is Christus. Als waarheid is Christus in de geest van Maria, als vlees is Christus in de schoot van Maria. Maar wat in de geest is, is meer dan wat in de schoot wordt gedragen.
Heilig is Maria, zalig is Maria, maar de kerk is beter dan de maagd Maria. En waarom? Omdat Maria een deel van de kerk is, een heilig lidmaat, een voortreffelijk lidmaat, ja een boven allen verheven lidmaat, maar toch een lidmaat van heel dat lichaam. Als zij een lidmaat van heel dat lichaam is, dan is het hele lichaam toch zeker meer dan een lidmaat. De Heer is het hoofd, en de hele Christus is hoofd en lichaam. Wat zal ik nog zeggen? We hebben een goddelijk hoofd, we hebben God als hoofd.
Dus, geliefden, slaat acht op uzelf: gij zijt zowel ledematen van Christus, alsook het lichaam van Christus. Bedenkt hoe gij zijt wat Christus zegt: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn broeders.’ Hoe zult ge moeder van Christus zijn? ‘Al wie luistert en al wie de wil van mijn Vader in de hemel volbrengt, hij is mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder.’
Dat wij bijvoorbeeld broeders en zusters zijn, begrijp ik: want er is één erfenis, en het is de barmhartigheid van Christus die, hoewel Hij de enige Zoon was, toch niet alleen wilde zijn. Daarom wilde Hij dat wij erfgenamen zouden zijn van de Vader, medeërfgenamen van Hem.
Zij die met vertrouwen geloofde, heeft door het geloof in haar schoot ontvangen.
Mag ik u verzoeken te letten op wat Christus de Heer heeft gezegd, toen Hij zijn hand over zijn leerlingen uitstrekte: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn broeders; want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel’ (Mt. 12, 49-50).
Handelde de maagd Maria soms niet naar de wil van de Vader, zij die vol geloof heeft aanvaard en vol geloof in haar schoot ontving, zij die ertoe uitverkoren werd dat uit haar voor ons onder de mensen het heil zou worden geboren, zij die door Christus geschapen werd, nog vóór Christus in haar geschapen werd? Ja, de heilige Maria handelde geheel en al naar de wil van de Vader. En daarom is het veel belangrijker dat zij leerlinge van Christus was dan dat zij zijn moeder was. Het is veel belangrijker en heiliger om leerlinge van Christus te zijn dan zijn moeder te zijn. Maria was zalig, omdat zij Christus, haar meester, in haar schoot droeg, ook voordat zij Hem ter wereld bracht.
Zie nu of het waar is wat ik zei: terwijl de Heer voorbijging met de menigte die Hem volgde, en Hij zijn goddelijke wonderen verrichtte, zei een vrouw: ‘Gelukkig de schoot die U gedragen heeft’ (Lc. 11, 28). Inderdaad, zalig de schoot die U gedragen heeft! En wat antwoordde de Heer, opdat wij het geluk niet in het lichamelijke zouden zoeken? ‘Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden’ (Lc. 11, 28). Dus daarom is ook Maria zalig, omdat zij naar het woord van God heeft geluisterd en het onderhouden heeft. Zij heeft eerder de waarheid in haar geest bewaard dan het vlees in haar schoot. De waarheid is Christus en het vlees is Christus. Als waarheid is Christus in de geest van Maria, als vlees is Christus in de schoot van Maria. Maar wat in de geest is, is meer dan wat in de schoot wordt gedragen.
Heilig is Maria, zalig is Maria, maar de kerk is beter dan de maagd Maria. En waarom? Omdat Maria een deel van de kerk is, een heilig lidmaat, een voortreffelijk lidmaat, ja een boven allen verheven lidmaat, maar toch een lidmaat van heel dat lichaam. Als zij een lidmaat van heel dat lichaam is, dan is het hele lichaam toch zeker meer dan een lidmaat. De Heer is het hoofd, en de hele Christus is hoofd en lichaam. Wat zal ik nog zeggen? We hebben een goddelijk hoofd, we hebben God als hoofd.
Dus, geliefden, slaat acht op uzelf: gij zijt zowel ledematen van Christus, alsook het lichaam van Christus. Bedenkt hoe gij zijt wat Christus zegt: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn broeders.’ Hoe zult ge moeder van Christus zijn? ‘Al wie luistert en al wie de wil van mijn Vader in de hemel volbrengt, hij is mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder.’
Dat wij bijvoorbeeld broeders en zusters zijn, begrijp ik: want er is één erfenis, en het is de barmhartigheid van Christus die, hoewel Hij de enige Zoon was, toch niet alleen wilde zijn. Daarom wilde Hij dat wij erfgenamen zouden zijn van de Vader, medeërfgenamen van Hem.
21 november Opdracht van Maria in de tempel van Jeruzalem Wij hernieuwen onze kloostergeloften
21 november
Gedachtenis
van de Opdracht van Maria in de tempel van Jeruzalem
Wij hernieuwen onze kloostergeloften
De gedachtenis van de Opdracht van
Maria in de tempel, “Maria Presentatie”, gaat volgens het Romeinse
Martyrologium terug tot de viering van de kerkwijding van de basiliek “Sancta
Maria Nova” die men bij de muur van de tempel had gebouwd. Op deze dag werd
tevens die toewijding gevierd waarmee de toekomstige Moeder van God
zichzelf al vanaf haar kinderjaren aan God heeft toegewijd, daartoe bewogen
door de Heilige Geest, die haar vanaf het moment van haar onbevlekte
ontvangenis met zijn genade heeft vervuld.
De meeste kanunnikessenkloosters van de
orde van het Heilig Graf kozen in de 17e eeuw een Mariafeest voor de
jaarlijkse vernieuwing van hun geloften, waarbij de keuze voor het feest van
Maria Presentatie als volledige toewijding van Maria aan God het eerst voor de
hand lag.
Het gaat niet om het aangaan van een
nieuwe verbintenis maar om een bevestiging én hernieuwing van de persoonlijke
toewijding aan God in de gave van hun leven als religieuze en aan de zending in
de Kerk volgens de eigen spiritualiteit.
De jaarlijkse Hernieuwing van de Geloften
is daarmee een sterke aanmoediging om de essentie van het kloosterleven ten
volle en bewust te beleven volgens de Handelingen van de Apostelen (vgl.
2,44-46 en 4,32-35 ): eensgezind volharden in het gebed, getuigen van de
realiteit van de Verrijzenis en apostolisch dienstbetoon.
Paus Pius XII bestemde reeds in 1953 21
november als de Dag “pro orantibus Dei” – voor de biddenden tot God -,
ook bekend als de dag voor complatieven in de slotkloosters. Paus
Johannes–Paulus II heeft deze viering later uitgebreid en de gelovigen
aangemoedigd deze specifieke roeping binnen het Volk van God op alle mogelijke
wijzen te ondersteunen. Deze dag geeft aan 21 november als dag van de
Hernieuwing van de Geloften voor ons, die een “vita mixta” leven – een
kloosterlijke levensvorm waarin beide accenten: contemplatief-actief en
actief-contemplatief tot hun recht komen
- een diepere dimensie.
Van 29 november 2014 tot en met 2
februari 2016 wordt het “Jaar van het godgewijde Leven” gevierd waarbij
dankbaarheid, nieuw elan, hoop en evangelisch engagement leidende principes
zijn.
Is het voor iedereen van fundamenteel
belang het gesprek met God dagelijks gaande te houden, voor de religieuzen,
eens door God zelf persoonlijk aangeraakt, is dat een consequentie vanuit hun
roeping. Zij stellen immers het voortdurende “quærere Deum” – het zoeken naar
God – voorop, met de gezindheid van Jezus Christus die het Gelaat van God
openbaart, wanneer zij hun blik op de onzichtbare Realiteit richten, die eeuwig
is en die de hoop van de menselijke voltooiing volledig in zich draagt.
Voortvloeiend uit deze gesteltenis staan zij open voor de medemens en laten het
Gelaat van Christus zien door hun leven, op het fundament van het Evangelie.
“Op
grond van de absolute voorrang die zij aan Christus geven, zijn de kloosters
geroepen plaatsen te zijn waar de heerlijkheid van God wordt gevierd, waar men
bidt en de verborgen en tegelijk concrete tegenwoordigheid van God in de wereld
bezingt, waar men probeert het nieuwe gebod van de liefde en het elkaar
dienen in praktijk te brengen” (Benedictus XVI, nov. 2008).
Bij de Hernieuwing van onze kloostergeloften
Kanunnikessen van het H. Graf
Preek na het Evangelie in de Conventsmis van 21
november 2017, gedachtenis van Maria Presentatie in de tempel, dag van de
Hernieuwing van de Geloften.
De opdracht van Maria in de tempel
Deze gedachtenis wordt gevierd op de verjaardag van
de kerkwijding van de Mariakerk (543) nabij de tempel in Jeruzalem. De opdracht
van Maria in de tempel, dat zij als jong meisje door haar ouders aan de
tempeldienst zou zijn gewijd, is te vinden in het tweede eeuwse apocriefe
proto-evangelie van Jacobus over ‘de geboorte van Maria.’
In hoeverre dit feit historisch is, daarover was er
al een discussie gaande bij het uitkomen van het Missaal van Pius V. Deze
heilige paus liet het schrappen; paus Sixtus V nam het feest weer op.
Veel belangrijker is wat deze gedachtenis ons te
zeggen heeft. In feite kleurt het feest van de Opdracht in de tempel verder in,
wat ons het Nieuwe Testament over haar verhaalt.
Zo spreekt de engel tot Maria en zegt: “Wees
gegroet Maria.” Je mag dit echter ook vertalen met: “Verheug u”. Zo begint ook
de eerste lezing van deze gedachtenis: “Juich en verheug U.” Vervolgens zegt de
engel: “Gij zijt vol van genade”. In het Grieks mogen wij ook lezen: heel
bijzonder door God reeds begenadigd. En de woorden: “De Heer is met U”, kunnen
wij vandaag met Zacharias als volgt inkleuren: “Dochter Sion, want zie, Ik kom
en Ik zal bij u wonen.” De lezing eindigt met de veelzeggende woorden “Zwijg
stil voor de Heer, al wat leeft. Hij staat op en komt in zijn heilige woning.”
Die eerbied voor Maria als Gods heilige woning mogen wij ook bij Elisabeth
beluisteren. Geïnspireerd door de heilige Geest zegt Elisabeth namelijk op haar
beurt: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?”
In dit alles wordt de volgende werkelijkheid
uitgedrukt: God wilde onder ons komen wonen. Het Woord is Vlees geworden en het
heeft onder ons gewoond. En die genade is begonnen in Maria. God bereidde Maria
vanaf haar ontvangenis in de schoot van moeder Anna voor om zijn heilige woning
te worden.
Het evangelie spreekt ons over de vrije wil en de
reactie op Gods genadevol aanbod: “Mijn Moeder is zij die de wil volbrengt van
mijn Vader die in de hemel is.” Werden de eerste Adam en Eva aangesproken op
hun vrije wil, het gold ook voor de nieuwe Adam en Eva. “Brand en slachtoffers
hebt Gij niet gewild. Die konden U niet behagen. Toen hebt U mij een lichaam
bereid, zoals in de boekrol geschreven staat: ‘Ik ben gekomen Heer om uw wil te
doen’.” En in de hof van Olijven: “Niet mijn wil maar uw wil geschiede.”
En wanneer de engel Gabriël de Blijde Boodschap aan
Maria gebracht heeft, wacht de hemelse bode op haar antwoord: “Zie de
dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw Woord.”
Terug naar de gedachtenis van vandaag. Het Nieuwe
Testament verhaalt ons dus niets van de opdracht van Maria in de tempel. Het
zal echter duidelijk zijn, dat haar verborgen leven op dat van haar Zoon
gelijken moest. En van Jezus wordt gezegd: Toen Jezus vanuit de tempel met zijn
ouders naar huis ging was Hij zijn ouders onderdanig. God tovert niet want Hij
neemt de vrije wil serieus. Het is dus zeker, dat Maria uit vrije wil heeft
meegewerkt aan de bijzondere genade die zij ontvangen had. “Zo bewaarde zij al
de woorden van Jezus in haar hart en overwoog ze bij zichzelf.” En vandaag
geeft het evangelie getuigenis, dat Maria altijd in de buurt van haar Zoon
vertoefde. En wie de wil van God wil volbrengen, al is het misschien niet
letterlijk in de tempel; hij of zij zal toch plaats dienen te maken om het
Woord te overwegen. En Maria is in ieder geval de ‘Ark van het verbond’ en de
‘tempel van de heilige Geest’ bij uitstek; zij leefde van jongs af aan met de
Heer. En was thuis bij Hem en Hij bij haar.
Vandaag hernieuwt u uw geloftes. Ooit hebt U op uw
professiedag ‘ja’ gezegd tegen Gods genade. Die genade werd u geschonken, zoals
eens aan Maria. Uit vrije wil hebt u ingestemd met dit aanbod; “Zie de
dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw Woord.” Hernieuwing van de
geloftes mag dan betekenen, dat u met Maria het Woord van God overweegt. Heel
bijzonder betekent dat uw waakzame aanwezigheid bij Jezus’ graf. Het is
uiteindelijk het lege graf, het begin van Pasen, het begin van de Kerk, de bron
van ons christelijk leven. Moge deze gedachtenis ons allen telkens opnieuw naar
de tempel voeren, naar de plaats waar God wil wonen, in ons hart. Want de
tempel van God is heilig en die tempel zijt gij. Moge de opdracht van Maria geven,
dat wij op haar voorspraak mogen delen in de volheid van de genade.
dinsdag 20 november 2018
21 november Gedachtenis van de Opdracht van Maria in de tempel van Jeruzalem
21 november Gedachtenis van de Opdracht van Maria in de tempel van Jeruzalem
Wij hernieuwen onze kloostergeloften
De gedachtenis van de Opdracht
van Maria in de tempel, “Maria
Presentatie”, gaat volgens het Romeinse Martyrologium terug tot de viering van
de kerkwijding van de basiliek “Sancta Maria Nova” die men bij de muur van de
tempel had gebouwd. Op deze dag werd tevens die toewijding gevierd waarmee de toekomstige Moeder van God
zichzelf al vanaf haar kinderjaren aan God heeft toegewijd, daartoe bewogen
door de Heilige Geest, die haar vanaf het moment van haar onbevlekte
ontvangenis met zijn genade heeft vervuld.
De meeste kanunnikessenkloosters
van het Heilig Graf kozen in de 17e eeuw een Mariafeest voor de jaarlijkse
vernieuwing van hun geloften, waarbij de keuze voor het feest van Maria
Presentatie als volledige toewijding van Maria aan God het eerst voor de hand
lag.
Het gaat niet om het aangaan van
een nieuwe verbintenis maar om een bevestiging én hernieuwing van de persoonlijke toewijding
aan God in de gave van hun leven als religieuze en aan de zending in de Kerk
volgens de eigen spiritualiteit.
De jaarlijkse hernieuwing van de
geloften is daarmee een sterke aanmoediging om de essentie van het
kloosterleven ten volle en bewust te beleven volgens de Handelingen van de
Apostelen (vgl. 2,44-46 en 4,32-35 ): eensgezind volharden in het gebed,
getuigen van de realiteit van de Verrijzenis en apostolisch dienstbetoon.
Paus Pius XII bestemde in 1953 21 november als de Dag “pro
orantibus Dei” – voor de biddenden tot God, ook bekend als de dag voor
complatieven in de slotkloosters. Paus Johannes –Paulus II heeft deze viering
later uitgebreid en de gelovigen aangemoedigd deze specifieke roeping
binnen het Volk van God op alle mogelijke wijzen te ondersteunen. Deze dag geeft
aan 21 november als dag van de Hernieuwing van de Geloften voor ons, die een
“vita mixta” leven -contemplatief-actief en actief-contemplatief - een diepere dimensie.
Van 29 november 2014 tot en met 2
februari 2016 wordt het “Jaar van het godgewijde Leven” gevierd waarbij
dankbaarheid, nieuw elan, hoop en evangelisch engagement leidende principes
zijn.
Is het voor iedereen van
fundamenteel belang het gesprek met God dagelijks gaande te houden, voor de
religieuzen, eens door God zelf persoonlijk aangeraakt, is dat een conquentie
vanuit hun roeping. Zij stellen immers het voortdurende “quærere Deum” – het
zoeken naar God – voorop, met de gezindheid van Jezus Christus die het Gelaat
van God openbaart, wanneer zij hun blik op de onzichtbare Realiteit richten,
die eeuwig is en die de hoop van de menselijke voltooiing volledig in zich
draagt. Voortvloeiend uit deze gesteltenis staan zij open voor de medemens en
laten het Gelaat van Christus zien door hun leven, op het fundament van het
Evangelie.
“Op grond van de absolute
voorrang die zij aan Christus geven, zijn de kloosters geroepen plaatsen te zijn waar
de heerlijkheid van God wordt gevierd, waar men bidt en de verborgen en
tegelijk concrete tegenwoordigheid van God in de wereld bezingt, waar men
probeert het nieuwe gebod van de liefde
en het elkaar dienen in praktijk te brengen” (Benedictus XVI, nov. 2008).
zondag 20 november 2016
21 november Opdracht van Maria in de tempel
Berruguete – Opdracht van de Maagd Maria
Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van
Hippo († 430)
Zij die met vertrouwen geloofde, heeft
door het geloof in haar schoot ontvangen.
Mag ik u
verzoeken te letten op wat Christus de Heer heeft gezegd, toen Hij zijn hand
over zijn leerlingen uitstrekte: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn broeders; want
mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van
mijn Vader in de hemel’ (Mt. 12, 49-50).
Handelde de
maagd Maria soms niet naar de wil van de Vader, zij die vol geloof heeft
aanvaard en vol geloof in haar schoot ontving, zij die ertoe uitverkoren werd
dat uit haar voor ons onder de mensen het heil zou worden geboren, zij die door
Christus geschapen werd, nog vóór Christus in haar geschapen werd? Ja, de
heilige Maria handelde geheel en al naar de wil van de Vader. En daarom is het
veel belangrijker dat zij leerlinge van Christus was dan dat zij zijn moeder
was. Het is veel belangrijker en heiliger om leerlinge van Christus te zijn dan
zijn moeder te zijn. Maria was zalig, omdat zij Christus, haar meester, in haar
schoot droeg, ook voordat zij Hem ter wereld bracht.
Zie nu, of het
waar is wat ik zei: terwijl de Heer voorbijging met de menigte die Hem volgde,
en Hij zijn goddelijke wonderen verrichtte, zei een vrouw: ‘Gelukkig de schoot
die U gedragen heeft’ (Lc. 11, 28). Inderdaad, zalig de schoot die U
gedragen heeft! En wat antwoordde de Heer, opdat wij het geluk niet in het
lichamelijke zouden zoeken? ‘Veeleer gelukkig die naar het woord van God
luisteren en het onderhouden’ (Lc. 11, 28). Dus daarom is ook Maria
zalig, omdat zij naar het woord van God heeft geluisterd en het onderhouden
heeft. Zij heeft eerder de waarheid in haar geest bewaard dan het vlees in haar
schoot. De waarheid is Christus en het vlees is Christus. Als waarheid is
Christus in de geest van Maria, als vlees is Christus in de schoot van Maria.
Maar wat in de geest is, is meer dan wat in de schoot wordt gedragen.
Heilig is
Maria, zalig is Maria, maar de kerk is beter dan de maagd Maria. En waarom?
Omdat Maria een deel van de kerk is, een heilig lidmaat, een voortreffelijk
lidmaat, ja een boven allen verheven lidmaat, maar toch een lidmaat van heel
dat lichaam. Als zij een lidmaat van heel dat lichaam is, dan is het hele
lichaam toch zeker meer dan een lidmaat. De Heer is het hoofd, en de hele
Christus is hoofd en lichaam. Wat zal ik nog zeggen? We hebben een goddelijk
hoofd, we hebben God als hoofd.
Dus, geliefden,
slaat acht op uzelf: gij zijt zowel ledematen van Christus, alsook het lichaam
van Christus. Bedenkt hoe gij zijt wat Christus zegt: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn
broeders.’ Hoe zult ge moeder van Christus zijn? ‘Al wie luistert en al wie de
wil van mijn Vader in de hemel volbrengt, hij is mijn broeder, mijn zuster en
mijn moeder.’
Dat wij
bijvoorbeeld broeders en zusters zijn, begrijp ik: want er is één erfenis, en
het is de barmhartigheid van Christus die, hoewel Hij de enige Zoon was, toch
niet alleen wilde zijn. Daarom wilde Hij dat wij erfgenamen zouden zijn van de
Vader, medeërfgenamen van Hem.
Sermo 25 (7-8: PL, 46,
937-938)
Abonneren op:
Posts (Atom)



.jpg)
