zaterdag 5 november 2016

Voor de novembermaand 2 - Het zwaard van Damocles



Denken aan de dood is heilzaam: we schrikken eerder terug voor zonde en kwaad, want we weten dat niemand na de dood nog kan werken, maar alleen nog kan lijden. En na de dood volgt het verschijnen voor Gods Rechterstoel: “Quid sum miser tunc dicturus?  Quem patronum rogaturus, cum vix justus sit securus?“ - Wat zal ik te zeggen wagen, wie als pleitbezorger vragen, waar de goeden zelfs versagen? Zo staat het in de sequentie: “Dies irae, dies illa“. 

Wie aan de dood denkt, wordt door het kwaad afgeschrikt, hij zal gemakkelijker de bekoring overwinnen. Hij zal zich niet met aardse lusten inlaten  en zal zijn geluk niet in vergankelijk plezier zoeken (Thomas a Kempis).
Een Griekse sage verhaalt dat in 400 voor Christus in Syracuse op Sicilië een tiran leefde, Dionysius geheten. Deze tyran richtte luisterrijke maaltijden aan en vierde het ene feest na het andere.
Een vriend, Damocles, vroeg om eens aan een van deze feesten te mogen deelnemen. Dionysius nodigde hem uit en zette hem de beste spijzen en de meest krachtige dranken voor. Toen Damocles echter opkeek zag hij dat boven hem een zwaard hing, slechts bevestigd met één enkele paardehaar, en onmiddellijk verging hem de lust tot eten.
Ook boven ons hoofd  hangt een Damocleszwaard, dat is de dood, de dood die ons ieder ogenblik kan overvallen.  Ik weet dat ik sterven moet, maar ik weet niet hoe, ik weet niet wanneer, ik weet niet waar. Maar dit ene weet ik wel: wanneer ik in doodzonde sterf ben ik voor altijd verloren. Wanneer ik echter in staat van genade sterf, ben ik voor altijd gered.