zondag 2 november 2014
zaterdag 1 november 2014
Programma Allerzielen 2 november
9.30 Hoogmis in de basiliek met Gregoriaanse zang (samen met de zusters)
15.00 Plechtig Lof met herdenking overledenen van het afgelopen jaar, bezoek aan de kerkhoven en zegening van de graven
Plaats: Basiliek Wiro, Plechelmus en Otgerus, Kerkplein, Sint Odilienberg
2 november - Allerzielen
De voorlezing van de gedachtenissen van 2 november in het Romeins Martyrologium begint vandaag vanzelfsprekend met: “Allerzielen, de gedachtenis van alle overleden gelovigen, waarmee onze liefdevolle Moeder de Kerk, na met een passende lofzang al haar kinderen te hebben gevierd die zich reeds in de hemel verheugen, bij God vurig ten beste spreekt voor de zielen van al diegenen die ons met het teken van het geloof zijn voorgegaan en zijn ontslapen in de hoop op de verrijzenis. Daarbij spreekt zij ook ten beste voor alle mensen vanaf het begin van de wereld, van wie het geloof alleen bij de Heer bekend is, opdat zij van de zondesmet worden gereinigd en mogen binnentreden in de gemeenschap van de hemelingen om daar te kunnen genieten van het aanschouwen van de eeuwige zaligheid”.
Dan volgt – op dezelfde dag waarop de liturgie ons richt op de “lijdende Kerk” - een lijst van dertien zaligen en heiligen die als een bont en geurig boeket van ’internationale’ bloemen het feest van gisteren concreet en ontroerend nabij voor de geest oproepen, zoals bij de bron in de plaats Holywell in Wales in Engeland de heilige Winefrida, maagd, die wordt vereerd als een uitmuntende moniale en de heilige Marcianus, kluizenaar in Cirro in het huidige Turkije die in de eenzaamheid leefde in een heel klein huisje en ’s avonds alleen een beetje brood en water tot zich nam, maar belangrijker nog dan het vasten de broederlijke liefde beschouwde; en in Casale in de Italiaanse Romagna de zalige Pius Campidelli die op jonge leeftijd door een agressieve ziekte aangetast, zich op volmaakte wijze voegde naar de goddelijke wil en ook nog de heilige Ambrosius, abt van Saint-Maurice d’Agaune in Zwitserland vanwege zijn bijzondere trouw aan het kloosterleven die daar het gebruik van de eeuwigdurende lofprijzing instelde.
En toch niet paradoxaal want de verheerlijkte Kerk, de Kerk op aarde onderweg en de lijdende Kerk zijn in een wonderlijke communicatie verbonden. Dit is het geloof van de Kerk en de liturgie van Allerheiligen laat ons dat ook zien bijvoorbeeld in de laatste voorbede van de preces (slotgebeden) van de Ie Vespers: “Verleen hen die zijn overleden dat zij met de H. Maagd Maria, met de H. Jozef en met alle heiligen voor altijd mogen wonen [in de hemelse heerlijkheid] en door hun voorspraak ons hetzelfde hemelse gezelschap mogen schenken”. Door hun verdiensten te danken aan het door Christus vergoten Bloed spreken de heiligen voor de strijdende en biddende Kerk op aarde ten beste en zijn zij ook bij de troon van God de liefdevolle bemiddelaars voor onze lijdende broeders en zusters.
Ook uit de laatste voorbede van de preces van afgelopen donderdag spreekt de zorg van de Kerk voor haar lijdende kinderen: “Mogen de overledenen in uw eeuwige vrede rusten en moge hun verbinding met ons door de uitwisseling van geestelijke goederen worden versterkt”.
Een ding vraag ik de Heer en dat is mijn verlangen: te mogen wonen in het huis van de Heer, alle dagen van mijn leven (vgl. Ps 27,4)
Dan volgt – op dezelfde dag waarop de liturgie ons richt op de “lijdende Kerk” - een lijst van dertien zaligen en heiligen die als een bont en geurig boeket van ’internationale’ bloemen het feest van gisteren concreet en ontroerend nabij voor de geest oproepen, zoals bij de bron in de plaats Holywell in Wales in Engeland de heilige Winefrida, maagd, die wordt vereerd als een uitmuntende moniale en de heilige Marcianus, kluizenaar in Cirro in het huidige Turkije die in de eenzaamheid leefde in een heel klein huisje en ’s avonds alleen een beetje brood en water tot zich nam, maar belangrijker nog dan het vasten de broederlijke liefde beschouwde; en in Casale in de Italiaanse Romagna de zalige Pius Campidelli die op jonge leeftijd door een agressieve ziekte aangetast, zich op volmaakte wijze voegde naar de goddelijke wil en ook nog de heilige Ambrosius, abt van Saint-Maurice d’Agaune in Zwitserland vanwege zijn bijzondere trouw aan het kloosterleven die daar het gebruik van de eeuwigdurende lofprijzing instelde.
En toch niet paradoxaal want de verheerlijkte Kerk, de Kerk op aarde onderweg en de lijdende Kerk zijn in een wonderlijke communicatie verbonden. Dit is het geloof van de Kerk en de liturgie van Allerheiligen laat ons dat ook zien bijvoorbeeld in de laatste voorbede van de preces (slotgebeden) van de Ie Vespers: “Verleen hen die zijn overleden dat zij met de H. Maagd Maria, met de H. Jozef en met alle heiligen voor altijd mogen wonen [in de hemelse heerlijkheid] en door hun voorspraak ons hetzelfde hemelse gezelschap mogen schenken”. Door hun verdiensten te danken aan het door Christus vergoten Bloed spreken de heiligen voor de strijdende en biddende Kerk op aarde ten beste en zijn zij ook bij de troon van God de liefdevolle bemiddelaars voor onze lijdende broeders en zusters.
Ook uit de laatste voorbede van de preces van afgelopen donderdag spreekt de zorg van de Kerk voor haar lijdende kinderen: “Mogen de overledenen in uw eeuwige vrede rusten en moge hun verbinding met ons door de uitwisseling van geestelijke goederen worden versterkt”.
Een ding vraag ik de Heer en dat is mijn verlangen: te mogen wonen in het huis van de Heer, alle dagen van mijn leven (vgl. Ps 27,4)
woensdag 29 oktober 2014
In Lumine Tuo-reeks 1 - Door de allerdiepste vernedering van het Kruis komen tot volkomen, herstelde harmonie
![]() |
In de "In Lumine Tuo"-reeks zullen we teksten opnemen, geschreven door onze zusters. De volgende tekst schreef onze vorige priorin Moeder M. Matthea Raeymakers C.R.S.S. (1914-2013) in de jubileumbundel In Lumine Tuo (1989) in het hoofdstuk "Ons christelijk patrimonium":
Wat is de meest wezenlijke band van onze samenleving? Het gezamenlijk dragen en doorgeven van de christelijke traditie, van het "patrimonium" dat tot ons komt van Christus, via de eerste gemeenschap in Jerusalem, de geloofsverkondigers, ook hier ter plaatse en ten slotte de georganiseerde Kerk in christelijk Europa.
Christus is in onze mensengeschiedenis ingetreden om de gebrokenheid, door de zonde ontstaan, te herstellen. Hij, de Heer, kwam ons leren dat God liefde is, onverstoorbaar in Zichzelf en toch ononderbroken gevende liefde; gevend aan elke mens die Zijn liefde wil ontvangen. Ieder mens is daardoor een blijvende waarde. Jezus heeft, in zijn afscheidsrede - als het ware bij testament - aan zijn leerlingen gevraagd, dezelfde dienende liefde waarmede Hij, de Godmens, ons benaderde, ook onder elkaar te beoefenen (Het verhaal van de voetwassing, Joh. 13, 3 -15). Zo zouden zijn volgelingen de Kerk, het beeld zijn van Gods liefde. Het is geen sentimentele liefde waar Christus over spreekt, ook geen egoïstische levenshouding die geen liefde kan zijn, maar het klinkt heel eenvoudig: "Wie Mij bemint, onderhoudt de geboden." (Joh. 14,15). Zelf heeft Hij ons dat voorgeleefd "Gehoorzaam geworden tot de dood van het Kruis; daarom heeft God Hem een naam gegeven die is boven alle namen" (uit de Liturgie van het Paastriduum). Dat is het Paasmysterie: Door de allerdiepste vernedering van het Kruis komen tot de volkomen herstelde harmonie, die Jezus beleeft in Verrijzenis en Hemelvaart.
De Apostelen moesten aan de wereld deze dubbele boodschap brengen:
1. God is liefde.
Van de mensen wordt gevraagd de liefde tot God en tot elkaar te beleven;
Van de mensen wordt gevraagd de liefde tot God en tot elkaar te beleven;
2. Dit is na de zonde weer mogelijk geworden door het Paasmysterie van de Heer.
dinsdag 28 oktober 2014
vrijdag 24 oktober 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)





