zaterdag 20 juni 2026
Lezingen H. Mis 12e zondag door het jaar A Weest niet bevreesd voor hen die het lichaam kunnen doden
Jeremia sprak:
“Ik hoor velen fluisteren:
Daar heb je ‘Ontzetting-overal’.
Breng hem aan.
Ja, we brengen hem aan.
Al mijn vrienden willen niets liever
dan mij ten val brengen.
Ze zeggen:
Misschien laat hij zich misleiden;
dan overmeesteren we hem
en kunnen we ons op hem wreken.
De Heer is bij mij als een machtig strijder.
Mijn achtervolgers vallen neer,
ze zullen niet overwinnen.
Ze worden diep beschaamd,
nooit bereiken ze iets.
Hun schande duurt eeuwig,
ze wordt nooit vergeten!.
“Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt,
die hart en nieren doorgrondt,
laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt.
Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd.
Zingt een lied, een loflied voor de Heer,
want Hij heeft het leven van de arme
uit de macht van de boosdoeners gered.”
Tweede lezing: Rom. 5, 12-15
Broeders en zusters,
Door één mens is de zonde in de wereld gekomen
en met de zonde de dood;
en zo is de dood over alle mensen gekomen,
aangezien allen gezondigd hebben.
Er was immers reeds zonde in de wereld,
vóór de wet er was.
Maar zonde wordt niet aangerekend,
waar geen wet is.
Toch heeft de dood als koning geheerst
in de tijd van Adam tot Mozes,
dus ook over hen,
die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt
aan de overtreding van een gebod.
Adam nu is het beeld van Hem, die komen moest.
Maar de genade van God
laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam.
De fout van één mens bracht allen de dood,
maar God schonk allen rijke vergoeding
door de grote gave van zijn genade:
de ene mens, Jezus Christus.
Evangelie: Mt. 10, 26-33
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:
“Weest niet bang voor de mensen.
Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren,
verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden
maar niet de ziel;
vreest veeleer Hem,
die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
En toch zal buiten de wil van uw Vader
niet één mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs iedere haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd;
gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
zal ook Ik verloochenen
tegenover mijn Vader die in de hemel is.”
Lectio divina Lezingendienst 12e zondag door het jaar - Men moet niet alleen met woorden bidden, maar ook met daden.
Uit de verhandeling van de heilige martelaar Cyprianus, bisschop van Carthago (†258), over het gebed des Heren
Men moet niet alleen met woorden bidden, maar ook met daden.
Vindt u het verwonderlijk, geliefde broeders en zusters, dat het onze vader zo kort is? En dan heeft onze Meester ook nog alles wat wij kunnen bidden, in deze korte maar heilzame zinnen samengebracht! De profeet Jesaja heeft hierover al gesproken toen hij, vervuld van de heilige Geest, over de majesteit en de goedheid van God zei: dit is een volmaakt woord dat in het kort alle gerechtigheid bevat; op de gehele aarde zal God dit korte woord tot vervulling brengen (vgl. Jes. 10, 22b. 23). En inderdaad, toen het woord van God in onze Heer Jezus Christus voor alle mensen is gekomen - voor beide geslachten, alle generaties, geleerden en ongeletterden - heeft Hij al zijn leringen en geboden in weinig woorden samengevat, opdat het geheugen van de geloofsleerlingen niet te zeer zou worden belast en zij zouden kunnen leren wat voor een eenvoudig geloof nodig is.
Op deze wijze heeft hij in het kort uitgesproken wat het geheim van het eeuwig leven is: ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus’ (Joh. 17, 3). En zo heeft Hij ook de eerste en grootste geboden uit de wet en de profeten bijeengebracht: ‘Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer’ (Mc. 12, 29), en: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de wet en de profeten’ (Mt. 22, 37-40); en tenslotte: ‘Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is de wet en de profeten’ (Mt. 7, 12).
God heeft ons niet alleen met zijn woord maar ook met zijn voorbeeld geleerd hoe te bidden. Hij bad zeer dikwijls, zoals er geschreven staat: ‘Hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden’ (Lc. 5, 16), en: ‘Hij ging naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God’ (Lc. 6, 12). Daarmee toonde Hij ons wat ook wij moeten doen.
De Heer bad niet voor zichzelf - wat zou Hij, zondeloze, voor zich moeten vragen? - maar voor onze zonden, zoals Hij tot Petrus heeft gezegd: ‘De satan heeft geëist u te ziften als tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Lc. 22, 31-32). En later heeft Hij voor alle mensen tot de Vader gebeden: ‘Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn’ (Joh. 17, 20-21).
Hoe goed en barmhartig is God! Niet alleen verlost Hij ons door zijn bloed, maar Hij bidt bovendien ook voor ons heil. Ziet toch hoezeer Hij verlangt dat, evenals de Vader en de Zoon één zijn, ook wij in hun eenheid blijven.
dinsdag 22 juni 2021
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Hebdomada XII per annum feria III Tota vita Christum declaremus-Laten wij in heel ons leven Christus voor ogen stellen
maandag 21 juni 2021
Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Hebdomada XII per annum feria II Christianus alter Christus.De christen is een andere Christus
Liturgy of the Hours Monday of week 12 in Ordinary Time St Gregory of Nyssa The Christian is another Christ
Office of Readings Second Reading
A treatise on Christian Perfection by St Gregory of Nyssa
The Christian is another Christ
More than anyone, St Paul understood who Christ is and those requirements needed by the person named after him. Paul spoke of what he himself had accomplished and accurately imitated him in a manner to show the Lord expressed in his own person. By careful imitation Paul became a model so that it is no longer he who is perceived as living and speaking, but Christ who lives in him. Knowing his own blessings, that good man said You seek proof that Christ is speaking in me and, elsewhere, It is no longer I who live but Christ who lives in me.
Paul’s words show us the significance of Christ’s name, when he said that Christ is the power and wisdom of God. But he also called Christ: peace; the inaccessible light where God dwells; our sanctification and redemption; the great high priest; our Passover and our sacrifice of expiation; the brightness of glory; the very image of God’s substance; the creator of the ages; our spiritual food and drink; the rock and the water; the foundation of faith; the chief cornerstone; the image of the great and invisible God; the head of his body, the Church; the first-born of the new creation and the first-fruits of those who have fallen asleep; the first-born from the dead, the first-born among many brothers; the mediator between God and man; the only-begotten Son crowned with honour and glory; the Lord of glory; the beginning of all things; the King of justice, but not only of justice but also the King of peace and the King of all things, the King whose kingdom is boundless.
Paul gave all these names to Christ and many others too: so many that they cannot easily be counted. But they are all related, and if you understand the meaning of each of them on its own and put those meanings together then you will come to understand the full meaning of that one word “Christ” and that will show you – as far as the human soul is able to comprehend it – God’s inexpressible greatness.
The good Lord has granted us the privilege of sharing in this, the greatest, most divine and chief of all names, so that, honoured by the name of Christ, we are called “Christians.” So then we must ensure that in us are seen all the meanings of the name of Christ, so that our title is not false and meaningless but is borne out by our lives.
zaterdag 19 juni 2021
Lezingen H. Mis 12e zondag door het jaar B “Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?”
Eerste lezing: Job 38, 1.8-11
In die tijd begon de Heer, in storm en wind
tot Job te spreken:
“Waar was je
toen de zee haar poorten beukte,
onstuimig los wilde breken uit de moederschoot;
toen Ik haar kleedde in wolken
en hulde in windels van wolkenslierten;
toen Ik haar paal en perk stelde,
de poort vergrendelde en zei:
Tot hier en niet verder,
hier breken uw trotse golven?”
Tweede lezing: 2 Kor. 5, 14-17
Broeders en zusters,
de liefde van Christus laat ons geen rust
sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven voor allen.
Maar dan zijn allen gestorven!
En Hij is voor allen gestorven,
opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven,
maar voor Hem, die ter wille van hen is gestorven en verrezen.
Daarom beoordelen wij voortaan niemand meer
naar de oude maatstaven.
En al hebben wij Christus ooit op zulke wijze beoordeeld,
dan nu toch niet meer.
Zo is dus wie in Christus is een nieuwe schepping:
het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen.
Evangelie: Mc. 4, 35-41
Op een dag, tegen het vallen van de avond,
sprak Jezus tot zijn leerlingen:
“Laten we oversteken.”
Zij stuurden het volk weg
en namen Hem mee, zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem.
Er stak een hevige storm op
en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep.
Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem:
“Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?”
Hij stond op,
richtte zich met dwingend woord tot de wind
en sprak tot het water:
“Zwijg stil!”
De wind ging liggen en het werd volmaakt stil.
Hij sprak tot hen:
“Waarom zijt gij zo bang?
Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”
Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar:
“Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?”







