Posts tonen met het label H. Lucia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Lucia. Alle posts tonen

maandag 13 december 2021

13 december : Twee lichtende heiligen in de Advent HH. Lucia en Odilia van de Elzas

Gedachtenis van de H. Lucia, maagd en martelares. 
Lucia, de lichtende, het licht van Kerstmis tegemoet.

De gedachtenis van de H. Lucia - in het Nederlands betekent haar naam “de lichtende” - past mooi in de symboliek van de Advent: in de duisternis (de dagen zijn nu op zijn kortst) “licht” zij als wijze maagd met brandende lamp de komende Heer Jezus, haar bruidegom, tegemoet. Lucia is het beeld van de Kerk en de ziel, die zich gereedmaken voor de komst van de Heer.

Lucia werd in Syracuse op Sicilië ter dood gebracht omwille van Christus; zij mocht samen met Hem ter bruiloftsmaal binnentreden en bezit nemen van het onvergankelijk licht. 

Gedachtenis van de H. Odilia (van de Elzas - Mont Sainte-Odile)
Ziende door het licht van het geloof

Op dezelfde dag gedenkt men ook de H. Odilia, maagd en eerste abdis van Hohenbourg in de Elzas. Ook zij is een heilige bij wie de Adventssymboliek van licht en duisternis aansluit. Zij werd namelijk blind geboren en bij haar doopsel werd zij op miraculeuze wijze ziende: met het licht van het geloof ontving zij het licht in de ogen en in haar geest.

Odilia werd rond 660 geboren als dochter van hertog Etticho I woonachtig in de Elzas. Volgens de legende was haar vader in het geheel niet blij met zijn dochter. Hij had liever een zoon gehad en bovendien was zij blind. Hij verstootte haar. Haar moeder Bereswind echter vertrouwde haar toe aan een toegewijde dienares, die het kind verzorgde alsof het haar eigen kind was. Bereswind zond haar na een jaar naar het klooster Baume des Dames (Palma) bij Besançon. Hier ontving ze op 12-jarige leeftijd uit handen van bisschop Erhard van Regensburg († ca 700, feest 8 januari) het doopsel. Op miraculeuze wijze kon ze hetzelfde moment weer zien, aldus haar biograaf.

Haar vader zou haar jarenlang dwars blijven zitten. Toen hij stervende was, wilde hij zich echter met zijn vrome dochter verzoenen. Hij schonk haar Hohenburg, waar zij   rond 690 het klooster Hohenburg ('Sainte-Odile') in de Elzas stichtte, en omstreeks 707 ook nog Niedermünster aan de voet van de berg. Het werd juist hier gebouwd om pelgrims de moeizame tocht naar boven te besparen. Zij stelde haar nicht Sint Gundelindis (of Gwendolina) aan als abdis († ca 750, feest 28 maart).

Ca 720 stierf Odilia. Een legende vertelt dat de stervende abdis haar zusters naar de kloosterkerk stuurde voor het Officie. Toen zij terugkwamen, vonden ze haar dood, zonder de laatste sacramenten. De zusters waren daar volkomen van in de war. Door hun gebed werd ze echter weer levend. Verbaasd vroeg Odilia waar zij zich zo druk om maakten. Ze zei dat Sint Lucia bij haar was geweest. Daarna, liet zij een priester komen van wie zij de H. Communie ontving en stierf opnieuw.

Zij werd begraven in Mont Sainte-Odile (dit is de latere benaming voor Hohenburg) en opgevolgd door Sint Eugenia († ca 735, feest 16 september). Door de eeuwen heen is het klooster geplunderd, verwoest en meer dan eens van eigenaar gewisseld. Niettemin rust haar gebeente nog steeds in een stenen sarcofaag in de crypte.

Odilia werd (wordt) aangeroepen bij oog-, oor-, en hoofdkwalen. Paus Pius VII riep haar in 1807 uit tot patrones van de Elzas.

Oud-Duits bedevaartsgebed tot de H. Odilia
Heilige Odilia,
bid voor ons.
Geliefde dochter van de Vader des Lichts,
               bid voor ons.
U hebt geneeskrachtig water uit de rots geslagen,
               smeek voor ons om genezing en dorst naar inzicht en waarheid.
Heilige Odilia,
               geef ons de helderheid van het innerlijke en uiterlijke licht,
U, licht van de liefde Gods,
U, bron van troost,
U, helderheid van de ogen,
U, stralende ster!

H. Odilia van Mont Sainte-Odile en haar verering in Sint-Odiliënberg, Nederland
en in de Orde van het H. Graf


Hier volgt een korte kroniek over de periode 1297 tot 1704
1297
Eerste - tot nu toe bekende - oorkonde met de aanduiding Mons Odiliæ voor de vroegere gangbare plaatsnaam Berg(h), Petrusberg, Sint Pietersberg en tevens voor de nog in de 13e eeuw en later gebruikte naam Odelenberg/Oedelenberg/Udelenberg met hun variaties.
1437, 7 september
In de acte waarin Melchior van Ringelstein, Proost van Denkendorf, de overdracht aan de Heilige Graforde van de berg en de collegiale kerk alhier aanvaardt, is voor het eerst sprake van Mons Sanctae Odiliæ.
15e eeuw, 2e helft
In het Antiphonarium van de hier op de berg wonende Kanunniken van het Heilig Graf staat op folio 286 – tussen het feest van Maria Onbevlekte Ontvangenis (8 december) en dat van de H. Lucia (13 december) – ingevoegd het (feest van) Sancte Odilie Virginis semiduplex.
16e eeuw
In een manuscript van het vrouwenklooster Jeruzalem van de Heilig Graforde te Sint Truiden is op 13 december het feest van Odilia genoteerd. Het handschrift bevat bovendien het levensverhaal van Odilia van de Elzas, dat geregeld in het kapittel werd voorgelezen.
1686
In de berichten over de Kerkwijding in mei 1686, waarbij de relieken van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus plechtig vanuit Roermond naar Sint Odiliënberg worden teruggebracht en deze drie tevens tot Kerkpatronen worden verheven, wordt gemeld dat het altaar mede aan Odilia wordt gewijd. De bisschop van Roermond, Reginaldus Cools o.p., schenkt de kerk tevens een relikwie van de  H. Odilia, maagd en martelares. (H. Odilia van Keulen) Vanaf dit moment wordt de verering van de beide Odilia’s verstrengeld. Tijdens dit Kerkwijdingsfeest wordt een blind meisje genezen.
1704, 24 mei
Paus Clemens XI verleent aan de bezoekers der kerk van Sint-Odiliënberg voor een periode van zeven jaar een volle aflaat op de feestdag van de H. Odilia of op een andere dag van het jaar.

Noot bij afbeelding: 
Glas-in-lood raam basiliek met afbeelding van de H. Odilia Glas-in-lood raam in zijbeuk. Het raam vermeldt SA. ODILIA Gesigneerd door Joep Nicolas, 1954 Antiek glas /lood /grisaille Dit raam verwijst naar de heilige Odilia van de Elzas, abdis, die haar naam gaf aan het dorp. Zij werd blind geboren en bij haar Doopsel werd zij ziende. Afgebeeld met een schaal, waarop twee ogen. Zij wordt aangeroepen tegen oogkwalen. Jaarlijkse feestdag 3e zondag van juli.

zondag 12 december 2021

Santa Lucia

Lectio divina linqua latina Liturgia Horarum Feria IV Hebdomadæ II Adventus Die 13 decembris S. Luciæ, Virginis et Martyris Corporis tui gratiam splendore mentis illuminas, Over de gratie van uw lichaam laat gij het licht van uw geest stralen.


Ad Officium lectionis

Introductio
In persecutione Diocletiani, probabiliter, Syracusis occubuit. Eius cultus ab antiquitate in totam fere Ecclesiam diffusus est, eiusque nomen in Canonem romanum introductum est.
Lucia stierf de marteldood te Syracuse, waarschijnlijk tijdens de vervolging onder Diocletianus. Haar verering verbreidde zich sedert de oudheid over nagenoeg de gehele kerk en haar naam werd in de Romeinse canon opgenomen.
Lectio altera
E Libro sancti Ambrósii epíscopi De Virginitáte
(Cap. 12, 68. 74-75; 13, 77-78: PL 16 [edit. 1845], 281. 283. 285-286)
Tweede lezing
Uit het boek van de heilige Ambrosius, bisschop van Milaan († 397), over de maagdelijkheid
Over de gratie van uw lichaam laat gij het licht van uw geest stralen.
Gij behoort tot het volk, het christenvolk, meer nog: tot de maagden behoort gij, die het licht van uw geest laat stralen over de gratie van uw lichaam (zo gelijkt ge het meest op de kerk). Gij vertoeft ook ’s nachts in uw binnenkamer. Ik zeg u: houd altijd Christus voor de geest, verwacht te allen tijde zijn komst.
Zo heeft Christus u gewild, toen Hij naar u verlangde; zo heeft Christus u gewild, toen zijn keuze uitging naar u. Daarom komt Hij binnen, als uw deur openstaat. Hij kan immers niet teleurstellen: Hij heeft beloofd binnen te gaan. Omhels dan Hem die gij gezocht hebt; nader tot Hem en gij zult worden verlicht. Houd Hem vast, vraag dat Hij niet spoedig weggaat, smeek Hem niet heen te gaan. Want het woord van God gaat snel zijn weg; wie hoogmoedig is, kan het niet vatten en wie onoplettend is, kan het niet vasthouden. Laat uw ziel Hem tegemoet gaan, zodra Hij zich laat horen; volg Hem van nabij, als gij zijn hemelse stem verneemt, want Hij gaat snel voorbij.
En wat zegt zij (de geliefde) tenslotte? ‘Ik zocht naar Hem en ik vond Hem niet. Ik riep en Hij gaf mij geen antwoord’ (Hoogl. 5, 6). Gij hebt inderdaad geroepen, gesmeekt en de deur geopend, maar denk nu niet dat ge Hem mishaagt, omdat Hij zo spoedig is heengegaan. Hij stelt ons immers vaak op de proef. Wat zei Hij uiteindelijk in het evangelie aan de menigten die Hem vroegen niet weg te gaan? ‘Ook aan andere steden moet Ik het woord Gods verkondigen, want daarvoor ben Ik gezonden’ (Lc. 4, 43). Maar ook als het u toeschijnt dat Hij is heengegaan, ga dan naar buiten en zoek Hem weer.
Wie anders dan de heilige kerk behoort u te leren hoe gij Christus moet vasthouden? Ja, zij heeft het u al geleerd, als gij begrijpt wat gij leest: ‘Nauwelijks ben ik hun voorbij of ik vind mijn zielsbeminde terug; ik grijp Hem vast en laat Hem niet los’ (Hoogl. 3, 4).
Waarmee kan men dan Christus vasthouden? Niet met ketenen, waarmee onrecht gestraft wordt, niet met koorden, waarmee men dingen vastmaakt. Maar Hij laat zich binden door liefdesbanden, door de teugels van de geest, en Hij wordt vastgehouden door de verknochtheid van het hart. Als ook gij Christus wilt vasthouden, zoek Hem dan en wees niet bang voor pijn; vaak wordt Christus eerder gevonden te midden van lichamelijk lijden of als ge in handen valt van vervolgers.
‘Nauwelijks zo is gezegd was ik hun voorbij’ (Hoogl. 3, 4). Want na een geringe tussentijd, na een kort ogenblik, als gij aan de handen van de vervolgers ontkomen zijt zonder voor de machten van de wereld te zijn bezweken, zal Christus u tegemoet komen en niet toelaten dat ge nog langer beproefd wordt.
Wie zo Christus zoekt en Hem vindt, kan zeggen: ‘Ik grijp Hem vast en laat Hem niet los voor ik Hem binnengeleid heb in het huis van mijn moeder, in de kamer van haar die mij het leven schonk’ (Hoogl. 3, 4). Wat is het huis van uw moeder en haar kamer anders dan uw eigen innerlijk, het verborgene van uw wezen?
Houd dit huis in stand, reinig het binnenste van dit huis; dan kan het, als het een onberispelijk huis is geworden, op de hoeksteen oprijzen als een geestelijk huis, bestemd voor een heilige priesterschap. Dan kan de heilige Geest erin wonen.
Wie zo Christus zoekt, wie zo Christus smeekt, wordt niet door Hem verlaten, maar veeleer vaak door Hem bezocht. Hij is immers met ons tot aan het einde van de wereld.


13 December St. Lucy

A virgin and martyr of Syracuse in Sicily, whose feast is celebrated by Latins and Greeks alike on 13 December.

According to the traditional story, she was born of rich and noble parents about the year 283. Her father was of Roman origin, but his early death left her dependent upon her mother, whose name, Eutychia, seems to indicate that she came of Greek stock.

Like so many of the early martyrs, Lucy had consecrated her virginity to God, and she hoped to devote all her worldly goods to the service of the poor. Her mother was not so single-minded, but an occasion offered itself when Lucy could carry out her generous resolutions. The fame of the virgin-martyr Agatha, who had been executed fifty-two years before in the Decian persecution, was attracting numerous visitors to her relics at Catania, not fifty miles from Syracuse, and many miracles had been wrought through her intercession. Eutychia was therefore persuaded to make a pilgrimage to Catania, in the hope of being cured of a hæmorrhage, from which she had been suffering for several years. There she was in fact cured, and Lucy, availing herself of the opportunity, persuaded her mother to allow her to distribute a great part of her riches among the poor.

The largess stirred the greed of the unworthy youth to whom Lucy had been unwillingly betrothed, and he denounced her to Paschasius, the Governor of Sicily. It was in the year 303, during the fierce persecution of Diocletian. She was first of all condemned to suffer the shame of prostitution; but in the strength of God she stood immovable, so that they could not drag her away to the place of shame. Bundles of wood were then heaped about her and set on fire, and again God saved her. Finally, she met her death by the sword. But before she died she foretold the punishment of Paschasius and the speedy termination of the persecution, adding that Diocletian would reign no more, and Maximian would meet his end. So, strengthened with the Bread of Life, she won her crown of virginity and martyrdom.

This beautiful story cannot unfortunately be accepted without criticism. The details may be only a repetition of similar accounts of a virgin martyr's life and death. Moreover, the prophecy was not realized, if it required that Maximian should die immediately after the termination of his reign. Paschasius, also, is a strange name for a pagan to bear. However, since there is no other evidence by which the story may be tested, it can only be suggested that the facts peculiar to the saint's story deserve special notice. Among these, the place and time of her death can hardly be questioned; for the rest, the most notable are her connexion with St. Agatha and the miraculous cure of Eutychia, and it is to be hoped that these have not been introduced by the pious compiler of the saint's story or a popular instinct to link together two national saints. The story, such as we have given it, is to be traced back to the Acta, and these probably belong to the fifth century. Though they cannot be regarded as accurate, there can be no doubt of the great veneration that was shown to St. Lucy by the early church. She is one of those few female saints whose names occur in the canon of St. Gregory, and there are special prayers and antiphons for her in his "Sacramentary" and "Antiphonary". She is also commemorated in the ancient Roman Martyrology. St. Aldhelm (d. 709) is the first writer who uses her Acts to give a full account of her life and death. This he does in prose in the "Tractatus de Laudibus Virginitatis" (Tract. xliii, P.L., LXXXIX, 142) and again, in verse, in the poem "De Laudibus Virginum" (P.L., LXXXIX, 266). Following him, the Venerable Bede inserts the story in his Martyrology.

With regard to her relics, Sigebert (1030-1112), a monk of Gembloux, in his "sermo de Sancta Lucia", says that her body lay undisturbed in Sicily for 400 years, before Faroald, Duke of Spoleto, captured the island and transferred the saint's body to Corfinium in Italy. Thence it was removed by the Emperor Otho I, 972, to Metz and deposited in the church of St. Vincent. And it was from this shrine that an arm of the saint was taken to the monastery of Luitburg in the Diocese of Spires--an incident celebrated by Sigebert himself in verse.

The subsequent history of the relics is not clear. On their capture of Constantinople in 1204, the French found some of the relics in that city, and the Doge of Venice secured them for the monastery of St. George at Venice. In the year 1513 the Venetians presented to Louis XII of France the head of the saint, which he deposited in the cathedral church of Bourges. Another account, however, states that the head was brought to Bourges from Rome whither it had been transferred during the time when the relics rested in Corfinium.

Source: newadvent,org

Exclusief voor kinderen! H. Lucia "Ze houdt van God en daarom verdraagt ze alles"


In het zuiden van Limburg worden er op sommige plaatsen Lucia-feesten gevierd. Die feesten hebben allemaal iets met licht te maken. Er wordt bijvoorbeeld een lichtkoningin uitgekozen. Dat heeft te maken met de naam van de heilige Lucia. Die naam betekent namelijk: de lichtende, zij die licht geeft. Wanneer je dan weet dat haar feest valt midden december, dan begrijp je ook al, waarom men dan lichtfeesten viert. Het is in die tijd al vroeg donker en het kan koud en guur zijn. Daarom verlangen de mensen naar het licht. Vandaar de lichtfeesten van de heilige Lucia. Je moet maar eens naar Beek gaan, daar weten ze er alles van. Wie was nu die heilige Lucia?

Lucia leeft rond het jaar 300 op Sicilië, in de plaats Syracuse. Ze is door haar ouders als christelijk meisje opgevoed. Wanneer Lucia groter wordt en zelf kan nadenken, wil ze graag echt geloven in God. Ze houdt van God. De moeder van Lucia wordt op een dag ziek. Daarom gaat Lucia op bedevaart naar het graf van een heilige die jullie al kennen: de heilige Agatha. Bij dat graf gaat Lucia bidden en haar gebed wordt verhoord. De moeder van Lucia wordt weer gezond.

Nu zijn de ouders van Lucia heel rijk. Om ervoor te zorgen dat Lucia een voorname man krijgt, geven ze haar heel veel geld en andere dingen. Die kan ze dan als bruidsschat aan haar man geven. Dat is in die dagen heel gewoon. Maar wat doet Lucia met al die rijkdom? Gaat ze daar een man mee proberen te veroveren? Nee, ze geeft alles wat ze heeft aan de armen. Dan gaan de mensen om haar heen nadenken. Waarom doet Lucia dat? Ze zal toch geen christen zijn? Dat zou heel dom van Lucia zijn. Want je mag van de keizer van Rome geen christen zijn. Het gerucht over het geloof van Lucia doet de ronde en de plaatsvervanger van de keizer hoort er ook van. Hij zal Lucia eens gauw van haar domme gedrag afhelpen. Lucia moet bij hem komen. Heel lief probeert de prefect Lucia van haar geloof af te praten. Maar dan is hij aan het verkeerde adres. Lucia houdt van God en wil God altijd trouw blijven.

De prefect gaat nu dreigen. Ze zal veel pijn moeten lijden, ze zal gemarteld worden. En als dat niet helpt, zal Lucia moeten sterven. Lucia wil niet luisteren. Ze houdt van God. Dan wordt de prefect heel kwaad. “Laat haar maar opsluiten bij allemaal slechte mannen, dan kan ze zien hoeveel ze van haar God houdt,” roept hij woedend. Maar hoe men ook aan Lucia trekt en duwt, ze komt niet van haar plaats. Het lijkt wel alsof haar voeten aan de grond gelijmd zijn. Dat maakt de vervolgers nog veel bozer. Men steekt om haar heen een vuur aan, maar dan kunnen ze hun ogen weer niet geloven. De vlammen raken Lucia niet. Ze staat rustig midden in het vuur, zonder dat de vlammen haar pijn doen.

Nu zijn de omstanders kokend van woede. Ze laten Lucia heel gemene martelingen ondergaan. Lucia houdt vol. Tenslotte laat men haar met het zwaard onthoofden. Op het moment dat ze de eerste zwaardslag krijgt en al half stervend is, voorspelt Lucia dat aan de wrede vervolgingen van de keizer een einde zal komen.

Het lichaam van Lucia wordt in Syracuse begraven, maar later overgebracht naar Constantinopel. Nu is haar lichaam in Venetië. De heilige Lucia wordt vaak afgebeeld met twee ogen op een schaal. Ze is de patrones voor oogziekten net als onze eigen Odilia van de Elzas die een paar eeuwen later leefde. Dat verhaal vertellen we jullie later.

Venetië is nog steeds een beroemde stad. Er is veel water in grachten die noemen ze daar kanalen. Over dat water kun je varen met een gondel, dat doen ze daar ook al eeuwen en nu nog steeds. Een heel bekend lied van de gondeliers gaat over de H. Lucia. In het Italiaans heet dat Santa Lucia, het klinkt zo:

Let vooral op de omgeving, de gondoliera (zo heet dat!) en het lied. Toeristen zijn er in Venetië heel veel maar daar moet je langs kijken. Dan ontdek je dat Venetië de mooiste stad ter wereld is - vindt althans de geheime correspondent van dit klooster die het feest van de H. Lucia niet in de liturgie kan vieren zonder ook aan Venetië te denken.

We vieren het feest van Lucia op 13 december, de dag waarop ze gestorven is. De vroeg gestorven heilige zou nooit hebben gedacht dat wij vandaag de dag in de Rooms Katholieke Kerk overal de dappere Lucia gedenken - die van God hield en daarom alles verdroeg. Denk daar maar eens over  na!

Grote God, de heilige Lucia heeft ons laten zien, dat niemand belangrijker is dan U. Leer ons ook van U het meest te houden, ook als dat soms moeilijk is. Dan zullen we later voor eeuwig gelukkig mogen worden bij U in de hemel, samen met de heilige Lucia en al Uw heiligen. Amen.

NEUMZ Advent Calendar 2020 - December 12 • Santa Lucia of Syracuse