Posts tonen met het label H. Laurentius Brindisi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Laurentius Brindisi. Alle posts tonen

woensdag 21 juli 2021

21 juli H. Laurentius van Brindisi, priester en kerkleraar

Laurentius werd in 1559 geboren. Hij trad in bij de capucijnen, doceerde er theologie en kreeg vele taken te vervullen. Als befaamd predikant trok hij door Europa en schreef bovendien talrijke werken ter verklaring van de geloofsleer. Hij stierf in 1619 in Lissabon.

Uit een preek van de heilige priester Laurentius van Brindisi († 1619)

Prediking is een apostolische taak.

Om een geestelijk leven te leiden, dat wij met de engelen in de hemel en met de gelukzalige geesten gemeenschappelijk hebben - als zodanig zijn zij immers net als wij naar Gods beeld en gelijkenis geschapen - is vooral het genadebrood van de heilige Geest en Gods liefde noodzakelijk. Genade en liefde zijn echter niets zonder geloof, omdat ‘zonder het geloof het onmogelijk is God te behagen’ (Heb. 11, 6). Evenmin ontstaat het geloof zonder de prediking van Gods woord: ‘Zo ontstaat het geloof door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus’ (Rom. 10, 17). Daarom is de prediking van Gods woord noodzakelijk voor het geestelijk leven, zoals het zaaien voor het onderhoud van het lichamelijk leven.
Vandaar dat Christus zegt: ‘Eens ging een zaaier uit om te zaaien’ (Mt. 13, 3). De zaaier ging uit om de gerechtigheid te verkondigen. Nu eens lezen wij dat deze heraut God zelf was. Dat was het geval toen Hij in de woestijn aan heel het volk met hoorbare stem vanuit de hemel de wet van de gerechtigheid gaf. Dan weer was het een engel van God die op ‘de plaats van de weeklacht’ het volk ervan beschuldigde de goddelijke wet te overtreden. Na de toespraak van de engel gehoord te hebben, hieven de kinderen van Israël met spijt in het hart een luide weeklacht aan. Ook Mozes verkondigde de wet van de Heer aan heel het volk in de velden van Moab, zoals uit het boek Deuteronomium blijkt. Tenslotte kwam Christus, die God en mens is, om het woord van de Heer te prediken en hiertoe zond Hij zijn apostelen uit, zoals Hij tevoren zijn profeten uitgezonden had.
Prediking is dus een apostolische taak, een taak van engelen en christenen, een goddelijke taak. Zo is het woord van God vol van veelvoudige goedheid, omdat het als het ware een schatkamer van alle goeds is. Hieruit komen immers het geloof, de hoop, de liefde. Hieruit komen alle deugden, alle gaven van de heilige Geest, alle zaligsprekingen uit het evangelie, alle goede werken, alle verdiensten in het leven en heel de heerlijkheid van het paradijs. ‘Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd geplant en de kracht bezit uw zielen te redden’ (Jak. 1, 21).
Het woord van God is immers een licht voor het verstand, een kracht voor de wil, opdat de mens God kan leren kennen en beminnen. Voor de innerlijke mens die door de genade van Gods Geest leeft, is het woord van God brood en water: brood, zoeter dan honing en honingraat; water, beter dan wijn en melk. Voor de ziel is het een geestelijke schat aan weldaden. Daarom wordt het ook goud en kostbare edelsteen genoemd. Tegen de onwrikbare hardnekkigheid waarmee ons hart het kwaad aanhangt, is het als een hamer. En tegen het vlees, de wereld en de duivel is het als een zwaard dat elke zonde doodt.

21 juli Op de Gedachtenis van de H. Laurentius van Brindisi [1559-1619]

Maria is het licht van de wereld, de oorzaak van alle troost en blijdschap, net zoals Esther ten opzichte van de Joden, voor wie verscheen “als een nieuwe dageraad, als het voorwerp van hun vreugd, hun eer, hun gejubel! (Esth 8, 16) Voor de Joden toch was het een oorzaak van vreugd bij de grootste, machtigste heerser koningin Esther te hebben, van Joodse oorsprong zoals zij; die haar eigen leven voor het heil van haar volk veil had; voor wie, bij de oppermachtige vorst, niets onbereikbaar bleek, omdat hij haar, om haar bevalligheid, om haar haast goddelijke knapheid, allerinnigst liefhad (Est 2, 17).
Wat een oorzaak van blijdschap  dan voor ons, die bij de Koning der koningen, bij de allerhoogste God, bij de eeuwige Regeerder van het heelal,M aria hebben, ten overstaan van de goddelijke Majesteit heel wat machtiger dan ooit Esther bij Assuerus! Terwijl ook voor haar niets bestaat wat zij bij God niet vermag, draagt ze ons een genegenheid toe, die niet enkel voortspruit uit wat ik volksverbondenheid, verwantschap naar vlees en bloed zou noemen, maar uit echte moederliefde, uit een innige, waarachtige, hartelijke minzaamheid, als die van ouders voor hun dierbaarste kinderen.
Of liep ook Maria voor ons geen gevaar, toen ze naast het kruis van Christus stond en vol, overvol van Abrahams gezindheid, Hem in de geest ter ere van God slachtofferde. Hem liefderijk voor het heil van de wereld wegschonk? “Zij stond naast het kruis”, (Jo 19, 25) als leunend op de kracht van de Geest, door de Geest ondersteund.
O wonderbare, waarachtig heilige liefde van Maria voor ons! Van haar, inderdaad, zoals van God zelf, aan wie ze geestelijk allergelijkst was, mogen we in alle werkelijkheid zeggen: “Zó heeft ze de wereld liefgehad, dat ze haar enige Zoon gegeven heeft  opdat niemand, die in Hem gelooft, vergaat, maar eeuwig leven krijgt” (Joh 3, 16).
Bijgevolg, wat een oorzaak van vreugd en blijdschap, bij de almachtige God zo’n verheven beschermster en voorspreekster te bezitten, voor wie bij God niets onmogelijk is, en die voor ons, met moederlijke liefde, alle goed verlangt en begeert!

(Uit Preek 3 over het Weesgegroet)

21 juli Der heilige Laurentius von Brindisi

Wenn der schleppende Schritt des gichtigen Kapuziners auf den Fliesen des kaiserlichen Schlosses zu Prag oder im spanischen Königspalast zu Madrid erklang, rissen die Wachen die Türen auf, und die Schranzen in den Vorzimmern verbeugten sich bis zum Erdboden; denn der Greis mit den Adleraugen hatte jederzeit Zutritt zu den Majestäten. Seit er mit sechzehn Jahren Heimat und Familie um den Preis einer kahlen Zelle und eines rauen Habits eingetauscht hatte, kannte der junge Cäsar Julius Rossi aus Brindisi nur den einen Gedanken, die Fackel des wahren Glaubens durch die Länder Europas zu tragen. Er liebte das Außergewöhnliche, und das Außergewöhnliche teilte sich seiner ganzen Persönlichkeit mit. Ein Übermaß von Arbeit und Abtötung hatte seine Lungen zerstört; aber das hinderte ihn nicht, der größte Prediger seiner Zeit zu werden. Laurentius war einer der charismatischsten und gelehrtesten Kirchenpersönlichkeiten seiner Zeit, sein Ansehen und sein Einfluss waren groß. Geboren am 22. Juli 1559 in Brindisi in Apulien, trat Laurentius, inzwischen Waise, 16-jährig in Venedig dem Kapuzinerorden bei. 1582 empfing er die Priesterweihe.
Schon während seines Studiums in Pavia bewies er außergewöhnliche Gelehrtheit, er sprach mehrere Sprachen fließend und kannte die Bibel auf Griechisch und Hebräisch auswendig. Als der Papst auf ihn aufmerksam wurde, holte er ihn nach Rom, damit er dort seine berühmten Predigten hielte. Im Kapuzinerorden bekleidete Laurentius viele hohe Ämter; so war er ab 1590 Provinzial der Toskana, ab 1593 von Venedig, von 1602 bis 1605 war er Ordensgeneral. Durch Laurentius kamen die ersten Kapuziner in den deutschsprachigen Raum. Er gründete Klöster in Tirol, Bayern, Böhmen und in Wien. Es heißt, dass er die Visitationen der Abteien in den verschiedenen Ländern zu Fuß absolvierte. Seinem persönlichen Einsatz und Beistand war der Sieg der kaiserlichen Truppen über die Türken bei Stuhlweißenburg (11. Oktober 1601) zu verdanken. Laurentius von Brindisi starb am 22. Juli 1619 in Lissabon während einer Visitationsreise. Sein Leichnam ruht in der Kirche der Franziskanerinnen von Villafranca del Bierzo in Nordspanien. 1783 Seligsprechung, 8. Dezember 1881 Heiligsprechung, 1959 Ernennung zum Kirchenlehrer. Laurentius von Brindisi hinterließ ein reiches Schriftenwerk, das teilweise erst 1925 bis 1956 veröffentlicht wurde. Eines seiner berühmtesten Werke ist die „Lutheranissimi Hypotypesis” in der die Lehre Martin Luthers widerlegt wurde.
Jede Stadt wollte ihn wenigstens einmal gehört haben. Die protestantischen Prädikanten fürchteten ihn wie die Pest, denn er nahm jede Herausforderung zum öffentlichen Meinungsaustausch an und wusste dank seiner überragenden Sprach- und Bibelkenntnisse die Angreifer auf ihrem ureigensten Gebiet so zu schlagen, dass viele ehrlich Suchende zur Kirche zurückkehrten. Schon glaubte Tycho Brahe, der dänische Astronom, bei dem schwachen Kaiser Rudolf gewonnenes Spiel zu haben und die Fahne des Protestantismus auf den Zinnen der Hofburg aufpflanzen zu können, als Laurentius von Brindisi das Ränkespiel zerstörte und den Herrscher auf die Seite derer hinüberzog, die im Aufruhr der Zeit treu zum Glauben standen. Einmal gewonnen, verlangte ihn der Kaiser zum Generalkommissär von ganz Deutschland, und Laurentius begann seine große Missionsreise quer durch Bayern, die Pfalz und Sachsen. Jede Leisetreterei war ihm verhasst; er sah in der Lehre Luthers das Erbübel seines Jahrhunderts und war entschlossen, es zurückzudrängen, wo und wie er nur konnte. Als die Übermacht der protestantischen Union die katholischen Länder zu erwürgen drohte, war er es, der die katholischen Fürsten zur Liga zusammenschweißte und nach Spanien eilte, um den Beitritt Philipps III. zu erwirken.
Wo immer ein geistiger Kampf ausgefochten wurde, stand der dunkeIhäutige Kapuziner, der ebenso geläufig Deutsch wie Spanisch, Italienisch, Böhmisch, Französisch, Griechisch, Lateinisch, Hebräisch und Chaldäisch sprach, auf dem Posten. Aber auch auf dem Schlachtfeld erzwang er den Sieg für die Fahne Christi. In der Türkenschlacht bei Stuhlweißenburg entflammte er die christlichen Regimenter zu solcher Begeisterung, dass die vierfache Übermacht der Feinde in die Flucht geschlagen wurde. Am Mut dieses armen Kapuziners zerschellte die Welle des Islams, die das Abendland zu überrollen drohte. Fast vergisst man neben solchen weltgeschichtlichen Ereignissen, dass Laurentius von Brindisi, der Feldpater des kaiserlichen Heeres, auch in seinem Orden noch Ämter und Pflichten hatte - als Professor, als Guardian, Provinzial, Generaldefinitor und von 1602 bis 1605 als General. Er selbst vergaß jedoch keine seiner Pflichten, führte regelmäßig und sorgfältig die Visitationen der Klöster durch und hütete eifersüchtig das Armutsgebot des Ordensvaters. Um auch den Gehorsam zu üben, unterstelIte er sich der Leitung eines einfachen Laienbruders. Dessen Obsorge konnte freilich nicht verhüten, dass Laurentius ein Opfer seiner übermenschlichen Mühen wurde. Im Jahre 1618 baten ihn die Adelsfamilien Neapels, nach Spanien zu reisen, um die Absetzung des gewalttätigen spanischen Statthalters zu erwirken. Obwohl krank, reiste er ab und führte seinen Auftrag auch glücklich aus. Doch warf ihn bei der Ankunft in Lissabon die Ruhr aufs Krankenlager. Am 22. Juli 1619, an seinem 60. Geburtstag, verstummte der große Mahner des christlichen Europas.
Dr. Johannes Gamperl
OASE des Friedens, Mai 2017

St. Lawrence of Brindisi short movie