donderdag 17 augustus 2017

Homilie op het Thaborfeest 2017


Vandaag wordt de cyclus van de zondagen door het jaar een keer onderbroken en wordt er voorrang verleend aan het feest van de gedaanteverandering van de Heer op de berg Tabor. Deze berg ligt als een reuzenmolshoop in de vlakte van Jizreël in Noord Israel. Vanuit deze vlakte is Jezus met drie van zijn leerlingen, Petrus, Johannes en Jacobus de berg bestegen en boven op deze berg is Hij plotseling voor hen van gedaante veranderd. Hij toonde er zijn herkomst als de Zoon van de hemelse Vader. Een stem klinkt uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld; luistert naar Hem.” Jezus toonde er van goddelijke huize te zijn.

Deze herkomst is niet onbelangrijk, want daardoor is elk menselijk gebaar van Jezus tevens ook een goddelijk gebaar en elk menselijk woord is tevens ook een goddelijk woord. Jezus brengt hemel op aarde en verbindt de aarde met de hemel.

Omdat Jezus Gods Zoon is, spreekt Jezus ook met een bijzonder gezag. Zo is Zijn uitleg van de 10 geboden niet zomaar zijn persoonlijke mening, maar zijn uitleg is de uitleg van God. Zo wijst hij ons de weg van God. Hij leert ons hoe God ons leven tot een mooi leven wil maken door te voorkomen dat we toegeven aan egoïsme, hebzucht en macht. Hij wil zo het beste in ons ten leven te wekken, dat er in ons leeft: geloof, eerbied voor Gods naam en dat we Hem een plaats geven in ons leven; dat wij onze ouders eren, dat we de naastenliefde beoefenen en vrede sluiten met onze vijanden. Zo had Jezus het hen in de Bergrede voorgehouden en deze boodschap had hun harten geraakt, want ze voelden aan, dat Jezus sprak met een bijzonder gezag, het gezag van God.

Maar de farizeeën en schriftgeleerden hadden zich juist daarom aan Hem gestoord. In hun ogen was Jezus een kwakzalver, een beunhaas. Hij had niet gestudeerd aan een farizeeënschool en daarom was Hij onbekwaam. Maar Jezus als de Zoon van God geeft ons de ware uitleg van Gods bedoelingen met ons. Hij liet zich niet verleiden zich te beperken tot controle op de 365 geboden en verboden, waarin het Joodse geloof verzand was. Jezus ging het om geloof en liefde. Het gaat Hem om de ware aanbidding van God vanuit het hart, doordat we aan God hulde, eer en dank brengen. Hij nodigt ons uit samen met Hem als de Zoon Gods, de hemelse Vader te aanbidden en samen met Hem te zeggen: “Onze Vader.” Het gaat Hem om de naastenliefde en dat we elkaar telkens weer vergeven.

Jezus toont daar op de berg Tabor niet alleen zijn herkomst, maar ook zijn toekomst. Wij mogen niet vergeten, hoe Jezus zijn apostelen vlak van te voren verteld had over het lijden, dat hem te Jeruzalem zal wachten, maar dat Hij daarna verheerlijkt zal worden. Daarom noemen wij Jezus ook ‘de Heer’.

Dat betekent, dat Hij na de dood op Goede Vrijdag op Paasdag in de eeuwige heerlijkheid zal terugkeren.

Dat gebeuren betreft niet Jezus alleen, maar dat is de verlossing van ons allemaal. Onze toekomst is daarmee ook gegarandeerd in Gods liefde.

Deze heerlijkheid zal er eens zijn voor ieder die in Hem gelooft. “Wie in mij gelooft, heeft eeuwig leven,” zegt Jezus meermaals.

Het moet voor de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus een overweldigende ervaring zijn geweest. Ze zijn vanuit het dal de berg op gekomen. Het was het dal van de teleurstelling, van de ontnuchtering. Het bestijgen van de berg is de heroriëntering. Terwijl zij hoopten, dat Jezus eens de nieuwe koning zou worden die een nieuw rijk zou gaan stichten na de vreemde overheersing door de Romeinen, heeft Jezus deze toekomstverwachting wreed de bodem ingeslagen en hen uitgelegd, dat Hij zo geen koning wil worden. Zijn koningschap zal niet van deze wereld zijn. Geen koningschap van macht, van paarden en soldaten, maar een dienend koningschap. Hij zal een koning zijn die zelf zijn leven zal geven en niet zijn soldaten de dood in zal jagen. Soldaten heeft Jezus trouwens niet en wil Hij ook niet. Hij zal als koning ervoor kiezen om op de rug van een ezel plaats te nemen. Hij zal geen ruiter zijn, die te paard in triomftocht op zijn mensen neerziet. Voor Petrus en zijn vrienden was een wereld in duigen gevallen. Waren ze daarom de timmermanszoon uit Nazareth gevolgd? Hadden ze daarom hun vissersberoep aan het meer van Galilea opgegeven?

Vanuit dat diepe dal had Jezus hen naar de top van de Tabor gebracht en zich aan hen getoond in zijn heerlijkheid om hun de ogen te openen en ook onze ogen te laten zien wie Hij is. Jezus wilde hen verhelderen, dat het koningschap zoals de apostelen zich dat voorstelden met zijn veldtochten en oorlogen alleen maar weer leed en verdriet brengt. Aan dat koningschap wil Jezus geen deel hebben. Het nieuwe koningschap van Jezus wil het koninkrijk Gods bewerken. In dat koninkrijk zal de liefde overwinnen. Deze liefde van God heeft Jezus niet alleen gepreekt, maar ook waar gemaakt door zichzelf te geven aan het kruis en daardoor ook de laatste macht van deze wereld, de dood, overwonnen.

Jezus nam zijn apostelen mee de berg op. Maar wij allen zijn uitgenodigd om eveneens het dal van teleurstellingen te verlaten, waartoe de verkeerde verwachtingen die wij nastreven, aanleiding geven. Maar de nieuwe weg, die Jezus wijst, is de weg van de zich opofferende liefde, die tot het ware leven leidt. Om ons te bemoedigen niet te twijfelen, kondigt de Heer zijn verheerlijking aan, daar op de berg. Amen.