zaterdag 26 september 2020

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Dominica XXVI per annum S Polycarpus Gratia estis salvati. Laten wij ons bekleden met de wapens der gerechtigheid.

  
  Lectio altera
Incipit Epístola sancti Polycárpi epíscopi et mártyris ad Philippénses
(Inscriptio; nn. 1, 1 — 2, 3: Funk 1, 267-269)

Tweede lezing
Uit de Brief aan de Filippenzen van de H. Polycarpus, bisschop en martelaar
(Inscriptio; nn. 1, 1 — 2, 3: Funk 1, 267-269)
Laten wij ons bekleden met de wapens der gerechtigheid

Polycarpus en met hem de priesters, aan de Kerk van God, die als vreemdelinge leeft in Philippi; barmhartigheid en vrede mogen bij u toenemen door de almachtige God en Jezus Christus, onze Verlosser.

Ik ben ten zeerste verblijd om u, in onze Heer Jezus Christus, omdat gij de toonbeelden van de waarachtige liefde hebt ontvangen en zoals het ook behoort, hen hebt begeleid, die geboeid zijn met de banden, die heiligen betamen en de diademen zijn van degenen, die waarlijk door God en onze Heer zijn uitverkoren. Ik verblijd mij er tevens over, dat de hechte wortel van uw geloof, die vanouds was aangekondigd, tot op heden stand houdt en vrucht voortbrengt in onze Heer Jezus Christus, die het op zich nam voor onze zonden de dood in te gaan, die God ten leven heeft opgewekt na de smartelijke banden van de onderwereld te hebben ontbanden: in Wie gij gelooft, hoewel gij Hem niet aanschouwt en dat met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, waarin velen verlangen binnen te gaan, wetend, dat Gij door de genade zijt gered, niet door uw werken, maar door de Wil van God door Jezus Christus.

Omgordt daarom uw lendenen, dient God in vreze en in waarheid, verwijdert u van ijdel gepraat en de dwalingen der menigte, in Hem gelovend, die onze Heer Jezus Christus uit de doden heeft opgewekt en Hem de glorie gaf en het zitten aan zijn rechterhand. Aan Wie al het hemelse en aardse is onderworpen, die door alle geesten wordt gediend, die als rechter zal komen over levende en doden, wiens bloed God hen zal opeisen, die niet in Hem geloofden.

Hij toch, die Hem heeft opgewekt uit de doden, zal ook ons opwekken, als wij zijn wil hebben volbracht, naar zijn geboden hebben gewandeld en bemind hebben wat Hij zelf beminde, ons onthoudend van alle ongerechtigheid, van bedrog, gierigheid, kwaadspreken en lastertaal; geen kwaad met kwaad vergeldend, geen schelden beantwoorden met terugschelden, noch strijd met strijd, nog vervloeking met vervloeking; gedachtig hetgeen de Heer ons leerde: Oordeelt niet, om niet geoordeeld te worden; spreek vrij, en gij zult vrijgesproken worden; weest barmhartig en gij zult barmhartigheid verwerven; de maat, die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken. en Zalig de armen en die vervolging lijden, want hunner behoort het rijk van God.

Documentaire Klooster Hoogcruts - Orde van het H. Graf

vrijdag 25 september 2020

26 september - Sint Augustinus van Hippo en de gedachtenis van de heilige martelaren Cosmas en Damianus


Door de zo roemrijke dagen van de heilige martelaren waardoor de Kerk overal bloeit, overtuigen wij ons met eigen ogen hoe waar het is wat wij hebben gezongen, namelijk dat “” kostbaar in de ogen van God de dood van zijn heiligen is”; wanneer deze al in onze ogen kostbaar is, hoe zeer dan toch zeker in de ogen van Hem, voor wiens Naam deze is ondergaan.

Maar de losprijs van die dood van zijn heiligen is de Dood van Eén. Hoe vele malen kocht één Stervende [Christus] de dood vrij, aangezien als Hij niet zou sterven, de graankorrel niet vermenigvuldigd zou worden? Gij hebt zijn woorden gehoord toen ij zijn Lijden naderde, dat is, toen Hij onze verlossing naderde: “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen;  maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”.

Aan het kruis immers realiseerde hij een grootse ruil: daar werd het geldzakje van ons losgeld losgemaakt; toen zijn zijde werd geopend met de lans van degene die Hem doorstak vloeide er de losprijs voor heel de wereld uit. Vrijgekocht zijn de gelovigen en martelaren; maar het geloof van de martelaren is bewezen: het bloed getuigt ervan. Wat voor hen kostbaar is, hebben zij teruggegeven, en zij hebben vervuld wat de heilige Johannes zegt: “Zoals Christus voor ons zijn leven heeft gegeven, zo moeten ook wij ons leven geven voor onze broeders”.

En elders wordt gezegd: “Aan een rijke maaltijd zijt gij uitgenodigd, beschouw aandachtig welke spijzen u worden voorgezet, want zulke spijzen moet ook gij bereiden”. De maaltijd is rijk, waar de spijs van de tafel de Heer zelf is. Niemand voedt zijn tafelgenoten met zichzelf. Dit doet Christus de Heer wel: Hij is de Gastheer, Hij de Spijs, Hij de Drank. De martelaren hebben dus geweten wat zij hebben gegeten en gedronken, opdat zij zodanige spijs zouden teruggeven.

Maar vanwaar zouden zij zulke gaven teruggeven, als Hij, die het eerste aanbood, niet datgene gaf, waarvan zij teruggaven? Wat zal ik de Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft? De kelk van het heil zal ik nemen.

Wat is dit voor een kelk? De bittere en heilzame kelk van het lijden; de kelk welke de zieke zou vrezen aan te raken als de geneesheer er niet eerst zelf uit zou drinken. Dát is deze kelk: wij leren deze kelk kennen uit de mond van Christus wanneer Hij zegt: “Vader, als het mogelijk is, laat deze kelk aan Mij voorbijgaan”.

Over deze zelfde kelk hebben de martelaren gezegd: “De kelk van het heil zal ik nemen en de Naam van de Heer aanroepen”.  Gij vreest dus niet dat ge dan tekort schiet? Waarom? Omdat ik de Naam van de Heer zal aanroepen. Hoe zouden de martelaren kunnen hebben overwinnen, als hij niet in de martelaren zou hebben overwonnen, die gezegd heeft: “Hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen”. Hij die regeert in de hemel bestuurde de geest en de tong van zijn martelaren en door middel van hen overwon Híj de duivel op aarde, en in de hemel kroonde Hij de martelaren.

O gelukzaligen, die deze kelk zó hebben gedronken! De pijnen hebben zij tot het einde toe verdragen en de eerbewijzen ontvangen.

Sint Augustinus van Hippo
Preek 329, op de geboortedag van de martelaren (1-2: PL 38, 1454-1455)

26 september - Cosmas en Damianus

Pedro Berruguete. Santos Cosme y Damián (15e eeuw). Olieverf op hout. Collegiale kerk van Covarrubias (Aartsbisdom Burgos).
Martyrologium Romanum
De heiligen Cosmas  en Damianus, martelaren, over wie verhaald wordt dat zij zonder enige vergoeding te vragen de geneeskunst uitoefenden  te Cyrrhum in het gebied van de Eufraat. Door hun gratis verzorging werden talrijke mensen genezen.
Hun namen staan vermeld in de Romeinse Canon.

26 september Heilige Cosmas en Damianus, martelaren

Cosmas en Damianus (Grieks: Κοσμάς και Δαμιανός) waren volgens de christelijke overlevering tweelingbroers, geboren in de tweede helft van de 2e eeuw in Syrië. Van hun leven is niets met zekerheid bekend. Zij zouden allebei geneesheren zijn geweest, die kosteloos hun geneeskundige diensten aanboden (daarom staan zij in de oosterse kerk bekend als de Agioi Anárgyroi, d.i. Heilige Geldlozen) en dankzij hun levenswijze velen tot het christendom bekeerden.
Tijdens de christenvervolging onder keizer Diocletianus behoorden zij tot de eerste slachtoffers. Zij werden door de stadhouder Lycias gearresteerd en ondervraagd. Nadat zij over hun christelijke geloof hadden getuigd, werden zij in 303 onthoofd.
Boven hun graf in Cyrrhus is een kerk gebouwd. Van daaruit heeft hun verering zich naar Rome en van daaruit over de hele wereld verbreid. Reeds in de 5e eeuw werden zij veel vereerd. Paus Felix III (paus van 526 tot 530) verbouwde de tempel van Romulus bij het Forum Romanum tot een aan hen gewijde kerk. Het was deze kerk die de Nederlandse kardinaal Johannes Willebrands in 1975 toegewezen kreeg als titelkerk.
Het christendom ziet Cosmas en Damianus als de patroonheiligen van artsen, apothekers en andere beroepen uit de medische sector. Zij worden daarom vaak afgebeeld met een attribuut dat daar iets mee te maken heeft.

Oratie:
Heer, laat ons uw grootheid prijzen bij de gedachtenis van de heilige martelaren Cosmas en Damianus. Want Gij geeft de heiligen eeuwige heerlijkheid en voorziet op wonderbare wijze in onze noden.

Saints Cosmas and Damian (Sept 26) - little movie

Exclusief voor kinderen - 26 september HH. Cosmas en Damianus Samen geboren, en ook samen naar God gegaan

Deze twee heiligen zijn een tweeling. Leuk hè,   en daar zijn ze voor altijd samen. Hoe is dat zo gekomen?

De mensen die in de buurt van Cosmas en Damianus wonen, merken dat deze twee mannen allerlei ziekten kunnen genezen. Ze maken zelfs mensen beter, die eigenlijk niet meer beter kunnen worden. En wat ook belangrijk is: deze mannen vragen voor hun genezingen geen geld. Je kunt je voorstellen dat deze twee mannen daardoor beroemd worden. In heel het Oosten kent men hen. Ze komen zelf uit het land Syrië. Zoek dat maar eens met vader of moeder op in je atlas.

Zijn Cosmas en Damianus echte dokters? In een oude tekst staat te lezen: “Zij genazen zelfs ongeneeslijke ziekten, niet zozeer door hun medische kennis als wel door Christus’ kracht”. Deze tekst kan betekenen, dat de twee mannen helemaal geen dokter zijn geweest, maar dat ze in Jezus hebben geloofd, dat ze de zieke mensen door hun gebed hebben genezen. Maakt dat trouwens veel verschil? Ik denk dat een goede dokter heel goed weet, dat hij alleen maar goed voor de mensen kan zijn, omdat God hem daarvoor de kracht geeft, en hem ook helpt. Een goede dokter zal, als hij gelooft in God, zelf ook heel goed weten, dat hij alles van God heeft gekregen. Een goede dokter zal daarom, als hij gelooft, ook voor zijn zieke mensen bidden.

Maar gaan we terug naar onze twee heilige broers, Cosmas en Damianus. De twee dokters die geen geld vragen, worden beroemd.

Nu is er weer eens een keizer in Rome, die zichzelf wijsmaakt, dat hij God is. En dus moeten de mensen weer aan de keizer offers brengen. Syrië hoort op dat moment ook bij het Romeinse rijk. Dus moeten ook de mensen uit Syrië aan de keizer offers brengen. De zetbaas van de keizer in Syrië heet Lysias. Deze meneer Lysias, die zichzelf heel voornaam en belangrijk vindt, hoort over de genezingen van Cosmas en Damianus. Maar dan hoort hij ook, dat deze twee mannen zich openlijk christen noemen. Daar zal Lysias eens gauw een einde aan maken. Hij laat de twee broers bij zich komen en denkt hun wel te kunnen ompraten. Kijk, als je een bisschop voor je krijgt, dan is dat natuurlijk niet zo gemakkelijk. Maar deze twee mannen zijn gewone leken. Die zullen wel niet zo van het geloof leven. Die zullen we wel even ompraten. Maar daar heeft Lysias zich lelijk in vergist. Cosmas en Damianus denken er niet over, Jezus te verraden en aan de keizer te offeren.

Lysias wordt dan kwaad. Hij gaat dreigen met allemaal verschrikkelijke straffen. Het lijkt wel alsof hij aan de broers een leuk voorstel doet, zo kalm blijven ze daarbij staan. Lysias wordt nu razend. Hij geeft bevel de twee heiligen aan handen en voeten te binden. Dan moeten de beulen heel bijzondere martelingen bedenken. Alles gebeurt zoals Lysias het heeft opgedragen. Maar Cosmas en Damianus geven zich niet over. Het lijkt wel, alsof ze nergens iets van voelen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Ze houden zoveel van Jezus dat ze het daarom kunnen uithouden.

Lysias weet nu niet meer wat hij moet doen. Hij laat de heiligen stevig binden en dan op een diepe plek in de zee gooien. Wonderbaarlijk worden ze gered. Dan laat Lysias hen op de brandstapel brengen. Maar het vuur raakt hen niet. Lysias barst bijna van woede. Hij laat de twee martelaren nog eens heel erg pijnigen. Dan laat hij hen onthoofden.

Zo zijn de twee broers, die samen geboren zijn, ook samen naar God gegaan.

We vieren hun feest op 26 september. De heilige Cosmas en Damianus zijn de patronen van de zieken en van de apothekers.

Heilige Cosmas en Damianus, u hebt uit liefde voor Jezus veel moeten lijden. Nu bent u gelukkig in de hemel. Bidt voor ons, dat wij ook zoveel van Jezus houden dat wij later ook in de hemel kunnen komen. Amen.