donderdag 11 mei 2017

Preek van onze Pastoor op het Patroonsfeest van de Parochie op 8 mei - niet om te halen maar om te brengen


Hoewel het de laatste tijd wat minder is, vormden de vluchtelingen nog niet zo heel lang geleden een hot item, zeker toen er dagelijks een hele stroom vluchtelingen die de oorlog in Syrië wilden ontvluchten via de Balkan deze kant uit kwam. Dat is allemaal wat wegge-ebt sinds Europese Unie ruim een jaar geleden (19 maart 2016) een deal met Turkije sloot om die vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Eigenlijk hadden we niet zo’n probleem met vluchtelingen die oorlogsgebieden ontvluchtten en bij ons een veilig heenkomen zochten, maar eerder met mogelijke aanslagpleger die aldus grenscontroles omzeilen, en met ‘economische vluchtelingen’ zoals die genoemd worden, mensen die in hun thuisland de armoede ontvluchten om bij ons een beter bestaan op te kunnen bouwen. Inderdaad bleken heel wat van die vluchtelingen een verkeerd beeld te hebben van onze rijkdom: alsof het geld hier op onze rug groeit.

Angst voor vluchtelingen,  d.w.z. angst voor de bedreiging die ze blijkbaar vormen, met name voor onze rust en vrede, voor onze economie en welvaart. Gelukkig speelde dat allemaal nog niet toen missionarissen naar onze streken kwamen om onze voorouders het christendom te brengen. De eersten waren Frankische missionarissen die uit het zuiden kwamen en al in de vierde eeuw in Maastricht hun eerste steunpunt vestigden. Daarna kwamen een nieuwe golf van Iro-Schotse missionarissen die van overzee kwamen en die hier in het Middenlimburgse enkele steunpunten vestigden: in Susteren, in Aldeneik en hier in Berg. Het klooster hier in Berg, De Petrusberg werd de laatste rustplaats van Wiro, Plechelmus en Otger, twee bisschoppen en een diaken, die blijkbaar een missionair team vormden. Het waren niet zozeer de omstandigheden thuis in hun vaderland die hen noopten hun heil elders te zoeken. Integendeel. Het christendom was daar inmiddels tot een dergelijke groei en bloei gekomen dat het niet alleen iets was geworden om trots op te zijn, maar ook iets dat met anderen gedeeld kon en mocht worden. Een missionair elan ontstond, een elan dat velen ingaf huis en haard te verlaten om ook anderen in de hun geestelijke rijkdom te laten delen.
Niet op de vlucht, door de omstandigheden gedwongen, maar uit vrije wil en met de volle instemming van hun hart, uit liefde voor Heer hun hart met een vrede en vreugde, een troost en kracht vervulde dat hun mond ervan overliep. Niet er op uit om te halen, maar om te brengen; niet om te krijgen, maar om te geven, om te delen van de rijkdom van Gods genade die door het geloof hun deel was geworden. Of men toen op hen zat te wachten, daarvan maken hun overgeleverde levensbeschrijvingen geen gewag. Wel dat hun missie niet vruchteloos is gebleven. Of het succesvol was, meteen succesvol, dat is nog wat anders. In ieder geval is het kloostertje van toen tot een klooster geworden, een priorij nog wel, en het kerkje van toen tot een kerk, een basiliek nog wel. En ook al heeft het er niet altijd zo florissant opgestaan als nu, het getuigt nog altijd van de zegenrijke missie van der HH. Wiro, Plechelmus en Otger die hier hun laatste rustplaats hebben gevonden en wier relieken er tot op de dag van vandaag vereerd worden.
Ze kwamen van overzee, niet om iets te halen, om aanspraak te maken op onze rijkdom, maar om iets te brengen, om ons te laten delen in hun rijkdom. Waar bestaat onze rijkdom uit? Is dat de economische rijkdom waarop vele vluchtelingen zich blijkbaar blindstaren? Of is dat de rijkdom van het geloof dat de HH. Wiro, Plechelmus en Otger ons indertijd hebben gebracht? Of is de rijkdom van toen inmiddels tot armoede geworden en mogen we blij zijn met en dankbaar voor mensen die geen bedreiging vormen, maar een aanwinst zijn. Het is juist dankzij het geloof dat de HH. Wiro, Plechemus en Otger ons hebben gebracht dat er van ‘zij’ en ‘wij’ geen sprake meer kan en mag zijn, maar dat wij in en door Christus één zijn (vgl. Kol.3,11), in en door Christus, de Goede Herder die blijkbaar ook nog andere schapen heeft, schapen die niet uit deze schaapstal zijn en die Hij ook moet leiden, opdat we allen - zonder uitzondering -  één kudde zouden worden, één dankzij die éne goede Herder, die bereid was zijn leven voor ons te geven, wie we ook zijn, waar we ook vandaan komen; één dankzij de éne Goede Herder, Christus, onze Heer. Amen.    

Liturgia Horarum H. Gaudentius Het erfdeel van het nieuwe verbond

Uit de verhandelingen van de heilige Gaudentius, bisschop van Brescia († ca. 406)

Het erfdeel van het nieuwe verbond.

Het hemelse offer dat door Christus is ingesteld, is waarlijk de erfgift van zijn nieuwe verbond. In de nacht dat Hij werd overgeleverd om gekruisigd te worden, heeft Hij ons deze gave nagelaten als het onderpand van zijn aanwezigheid bij ons. Het is de spijs voor onze reistocht die ons sterkt en voedt op onze levensweg, totdat wij uit deze wereld heengaan om voorgoed bij Hem te zijn. Daarom heeft de Heer zelf gezegd: ‘Als gij mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u’ (Joh. 6, 53).
De Heer heeft gewild dat zijn weldaden blijvend bij ons zijn. Hij heeft gewild dat de mensen die door zijn kostbaar bloed zijn vrijgekocht, altijd geheiligd worden naar het beeld van zijn eigen lijden. Daarom gaf Hij aan zijn trouwe leerlingen die Hij als eerste priesters over zijn kerk heeft aangesteld, de opdracht die geheimen van eeuwig leven zonder ophouden te vieren. Alle priesters van alle kerken over heel de wereld moeten ze vieren, totdat Christus uit de hemel wederkeert. Zo moeten wij, de priesters en heel het gelovige volk, elke dag het voorbeeld van Christus’ lijden voor ogen hebben. We moeten het in onze handen nemen, het met de mond en het hart ontvangen. Zo zullen we de herinnering aan onze verlossing onuitwisbaar bewaren.
Om brood te bereiden moeten veel graankorrels tot bloem gemalen worden, met water gemengd en door het vuur gebakken. Daarin kunnen we redelijkerwijze een beeld zien van het lichaam van Christus. We weten dat Hij één lichaam is, samengesteld uit de veelheid van heel het menselijk geslacht en door het vuur van de Geest voltooid.
Hij is immers geboren uit de heilige Geest, en omdat Hij op die wijze alle gerechtigheid moest voltooien, daalt Hij af in het water van de doop om het te heiligen. Vervuld van de heilige Geest die in de gedaante van een duif over Hem is neergekomen, gaat Hij dan weg van de Jordaan, naar het getuigenis van de evangelist Lucas: ‘Vervuld van de heilige Geest, ging Jezus weer weg van de Jordaan’ (Lc. 4, 1).
Op gelijke wijze wordt ook de wijn van zijn bloed gewonnen uit vele druiven van de wijngaard, door Hemzelf geplant, en in de wijnpers van zijn kruis getreden, om in de ruime vaten van degenen die hem drinken met gelovig hart, door eigen kracht te rijpen.
Dit is het offer van het heilbrengende pasen. Gij allen die aan de heerschappij van Egypte en Farao, dat is de duivel, ontkomen zijt, ontvangt het samen met ons, met heel het verlangen van een gelovig hart. Dan zal onze Heer Jezus Christus zelf, van wie wij geloven dat Hij aanwezig is in zijn sacramenten, ons diepste innerlijk heiligen, Hij wiens onvergelijkelijke kracht in alle eeuwen blijft bestaan.

Liturgy of the Hours Saint Augustine, bishop The new commandment

From a treatise on John by Saint Augustine, bishop

The new commandment

The Lord Jesus declares that he is giving his disciples a new commandment, that they should love one another: I give you a new commandment: love one another.
  But wasn’t this commandment already part of the ancient law of God, where it is written You shall love your neighbour as yourself? Why, then, is it called a new one by the Lord, when it is really so old? Is it new because he has divested us of our old humanity and clothed us with the new? It is true that love renews those who listen to it (or rather, those who act in obedience to it) but it is that particular love which the Lord distinguished from all carnal affection by adding love one another as I have loved you.
  This is the love that renews us, making us new men, heirs of the New Testament, singers of the new song. It was this love, my beloved brethren, that renewed the patriarchs and prophets of old, and later renewed the blessed apostles. This is the love that is now renewing the nations, and from among the universal race of man, which overspreads the whole world, is making and gathering together a new people, the body of the newly-married spouse of the only-begotten Son of God. Of her the Song of Songs says, Who is she who is coming up, clothed in white? Clothed in white because she has been renewed; and how else can she have been renewed but by the new commandment?
  Because of this, the members of the people of God have a mutual interest in one another; and if one member suffers then all the members suffer with it; and if one member is honoured then all the members rejoice with it. For this they hear and this they observe: I give you a new commandment: love one another: not as people who pretend to love in order to corrupt one another, nor indeed as people love one another genuinely but in a human way. Rather, they love one another as those who belong to God. All of them are children of the Most High and consequently brethren of his only Son. They share with each other the love with which he leads them to the end that will bring them fulfilment and the true satisfaction of their real desires. For when God is all in all, there is no desire that is unfulfilled.
  This love is bestowed on us by him who said, Just as I have loved you, you also must love one another. He loved us so that we should love one another. By loving us he bound us to one another in mutual love, and by this gentle bond united us into the body of which he is the most noble Head.

dinsdag 9 mei 2017

Readings at Mass today "so that whoever believes in me need not stay in the dark any more"


Gospel John 12:44-50

Jesus declared publicly:
‘Whoever believes in me
believes not in me
but in the one who sent me,
and whoever sees me,
sees the one who sent me.
I, the light, have come into the world,
so that whoever believes in me
need not stay in the dark any more.
If anyone hears my words and does not keep them faithfully,
it is not I who shall condemn him,
since I have come not to condemn the world,
but to save the world.
He who rejects me and refuses my words has his judge already:
the word itself that I have spoken will be his judge on the last day.
For what I have spoken does not come from myself;
no, what I was to say,
what I had to speak,
was commanded by the Father who sent me,
and I know that his commands mean eternal life.
And therefore what the Father has told me
is what I speak.’

Liturgia Horarum H. Augustinus Zingen wij voor de Heer het lied van de liefde.

Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Zingen wij voor de Heer het lied van de liefde.

‘Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zijn lofweerklinke te midden der zijnen’ (Ps. 149, 1). Wij worden uitgenodigd om voor de Heer een nieuw lied te zingen. Alleen de nieuwe mens kent dat nieuwe lied. Een lied is een uiting van vreugde maar, goed beschouwd, is het een uiting van liefde. Wie dus van het nieuwe leven weet te houden, weet ook het nieuwe lied te zingen. Vanwege het nieuwe lied worden wij aangespoord om te zoeken wat dan het nieuwe leven is. Alles hoort toch tot dat ene rijk: de nieuwe mens, het nieuwe lied, het Nieuwe Testament. De nieuwe mens zal dus het nieuwe lied zingen en zal behoren tot het Nieuwe Testament.
Er is niemand die niet bemint, maar de vraag is: wat bemint een mens eigenlijk? Wij krijgen dan ook niet de raad om niet lief te hebben, maar wel om goed te kiezen wat wij liefhebben. Doch wat kiezen wij, als wij niet eerst gekozen worden? Luistert maar naar de apostel Johannes: ‘Wij hebben God lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Joh. 4, 10). Gaat eens na vanwaar het komt dat de mens God liefheeft; gij zult geen enkele andere reden vinden dan dat God hem het eerst heeft liefgehad. Degene die wij liefhebben, heeft zich aan ons gegeven; Hij heeft ons het vermogen gegeven Hem lief te hebben. Welk is dan dat vermogen dat ons God doet liefhebben? Luistert naar de duidelijke uitspraak van de apostel Paulus: ‘Gods liefde - zo zegt hij - is uitgestort in ons hart.’ Vanwaar? Is het soms van ons uit? Neen. Vanwaar dan? ‘Door de heilige Geest die ons werd geschonken.’
Laten wij, dank zij zo’n groot onderpand dat ons toevertrouwd is, God liefhebben vanuit God. Luistert echter naar een nog duidelijker uitspraak van Johannes zelf: ‘God is liefde’, zegt hij, ‘en wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem’ (1 Joh. 4, 16). Het is te weinig gezegd: de liefde is uit God. Wie van ons zou durven zeggen wat hier wordt gezegd: ‘God is liefde’? Dit zei iemand die wist wat hij bezat.
God biedt zichzelf aan ons op een heel eenvoudige manier. Hij roept ons toe: heb Mij lief en ge zult Mij bezitten, want ge kunt Mij niet beminnen, als ge Mij niet bezit.
O mijn broeders en zusters, mijn zonen en dochters, kinderen van de kerk, heilige en hemelse telgen, in Christus herboren en stammend uit den hoge, luistert naar mij, ja, door toedoen van mij: ‘Zingt voor de Heer een nieuw lied.’ ‘Ik zing al,’ zegt gij mij. Ja, gij zingt, natuurlijk zingt gij, dat hoor ik. Uw leven echter mag geen wanklank vormen met uw stem.
Zingt met uw stem, zingt met uw hart, zingt met uw mond, zingt met uw gedrag. ‘Zingt voor de Heer een nieuw lied.’ Vraagt gij u af hoe gij Hem moet bezingen die gij liefhebt? Zeker, gij wilt zingen over Hem die gij liefhebt. Gij zoekt naar lofzangen om over Hem te zingen. Gij hebt het gehoord: ‘Zingt voor de Heer een nieuw gezang.’ Zoekt gij nog naar lofzangen? ‘Zijn lof weerklinke te midden der zijnen.’ De lof, gelegen in het zingen, is de zanger zelf.
Wilt gij God lof zingen? Weest dan zelf wat gij zingend onder woorden brengt. Gij zijt Gods lof, als gij goed leeft.

Meimaand-Mariamaand Litanie van Maria

Een litanie (Gr. ἐκτένεια', ektinia) is een gebed in een christelijke eredienst om God (of Maria, of een of meer heiligen) aan te roepen en te smeken om genade, een geschenk of een genezing. Een litanie wordt gebeden tijdens een dienst of een processie en heeft de vorm van een aantal aanroepingen; iemand bidt voor en de gelovigen antwoorden met een bepaalde formule zoals bid voor ons, aanhoor ons, ontferm u over ons, of verhoor ons.
In de vroegste litanieën werd God aangeroepen om bevrijd te worden van de aanval en overheersing door woeste stammen, of om van pest, cholera of andere besmettelijke ziekten gevrijwaard te worden.
Later ontstonden diverse litanieën (van de Heilige Geest, de Heilige Maagd Maria, van alle heiligen, van Sint-Jozef, of van een bepaalde heilige) waarin deze worden aangeroepen, en om hulp en bijstand gesmeekt. In de Mariamaand de litanie van Maria die wij zeer vaak bidden aan het einde bij het bidden van de Rozenkrans. Hierna de versie die Mozart schreef bij de tekst van deze litanie. 

V. Heer, ontferm U over ons.
A. Christus, ontferm U over ons.
V. Heer ontferm U over ons.
V Christus, aanhoor ons.
A. Christus, verhoor ons.
V. God, hemelse Vader,
A. ontferm U over ons.
V. God, Zoon, Verlosser van de wereld,
A. ontferm U over ons.
V. God, heilige Geest,
A. ontferm U over ons.
V. Heilige Drievuldigheid, één God,
A. ontferm U over ons.

Heilige Maria, bid voor ons. (na elke aanroeping)
Heilige Moeder van God,
Heilige Maagd der maagden,
Moeder van Christus,
Moeder van de Kerk,
Moeder van de goddelijke genade,
Allerreinste Moeder,
Zeer kuise Moeder,
Maagdelijke Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder,
Bewonderenswaardige Moeder,
Moeder van goede raad,
Moeder van de Schepper,
Moeder van de Zaligmaker,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertieren Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel van gerechtigheid,
Zetel van wijsheid,
Oorzaak van onze blijdschap,
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
Heerlijk vat van godsvrucht,
Mystieke Roos,
Toren van David
Ivoren Toren,
Gouden Huis,
Ark van het verbond,
Deur van de Hemel,
Morgenster,
Heil van de Zieken,
Toevlucht van de zondaars,
Troosteres van de bedroefden,
Hulp van de christenen,
Koningin van de engelen,
Koningin van de aartsvaders,
Koningin van de profeten,
Koningin van de apostelen,
Koningin van de martelaren,
Koningin van de belijders,
Koningin van de maagden,
Koningin van alle heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen,
Koningin ten hemel opgenomen,
Koningin van de heilige Rozenkrans,
Koningin van de vrede,
Koningin van de gezinnen.
Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
V. Bid voor ons, heilige Moeder van God,
A. opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Slotgebeden
Laat ons bidden:
Heer God, wij bidden U: geef ons, uw dienaren, dat wij ons mogen verheugen in een bestendige gezondheid van ziel en lichaam. Mogen wij door de verheven voorspraak van de heilige Maria, die altijd maagd is gebleven, verlost worden van de tegenwoordige droefheid en de eeuwige vreugde genieten. Door Christus onze Heer. Amen.

maandag 8 mei 2017

Overweging bij ons Patroonsfeest vandaag - oproepend tot het licht der waarheid!

8 mei Hoogfeest van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus
Patronen van de basiliek en parochie van Sint Odilienberg
________________________________________________
De wijsheid van de heiligen wordt met ere vermeld onder de volken en de Kerk verkondigt hun lof; hun namen blijven voortleven door alle tijden” (cf Sir 44,15.14) zo hoorden wij in de intredezang en in de eerste lezing!
Daarmee eren wij vandaag bijzonder de heiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus, heilige mannen die zich eeuwige roem hebben verworven. God heeft hen ons gegeven in de personen van de Angelsaksische geloofsverkondigers Wiro, Plechelmus, bisschoppen, en de diaken Otgerus. In het bisdom Roermond zijn hun namen niet alleen bijzonder verbonden met Sint Odiliënberg, maar ook met de stad en het bisdom Roermond zelf.
Volgens hun Vitae, dat zijn de vrome levensbeschrijvingen van heiligen, hebben zij reeds vroeg  het geloof verkondigd vanaf de Sint Petrusberg aan de Roer die hen als verblijfplaats werd geschonken door een van de Pippiniden, het voorgeslacht van Karel de Grote. De bouw van een klooster, toegewijd aan de H.Petrus,  waarvan sprake is in een oorkonde uit de negende eeuw en een aan de H. Maagd Maria toegewijde kapel op deze berg wordt aan deze missionarissen toegeschreven. Tenminste vanaf de achtste eeuw wordt op deze heilige plaats tot God gebeden – en hoeveel belangen zullen er vanaf dat moment tot op de dag van vandaag bij Onze Lieve Heer zijn aanbevolen!
Uit het patronaatschap van Sint Petrus maar ook uit de bisschopswijding van Wiro en Plechelmus door de paus zelf, blijkt een sterke band met Rome. Ook die band is gebleven tot op de dag van vandaag.
De levensbeschrijving van Wiro verhaalt dat hij zich ijverig toelegde op de studie der letteren, vroomheid en deugdbeoefening. In  liefde tot Christus ontstoken  “werd hij niet gebroken door tegenslag en verhief hij zich ook niet bij voorspoed”. Hij reisde naar Rome, samen met de priester Plechelmus en de diaken Otgerus en daar werd hij door de bisschop van Rome gewijd; teruggekeerd bij de zijnen oefende hij daar een tijdlang zijn herderlijke taak in een heilige levenswandel. Hij reisde naar Gallië om daar de vreugde van het Evangelie te verkondigen waartoe een van de Pepijnen hem een plaats in de bossen aanwees, ver verwijderd van het rumoer der wereld aan de rivier de Roer, de later genoemde Odiliënberg. Dáár toonde hij zich voor allen een spiegel van ware godsvrucht.   Christus alléén in zijn hart, Christus alléén op zijn lippen: en niets anders dan Christus beminnend, offerde hij zich dagelijks voor Hem op het altaar van zijn hart in het H. Misoffer. Levend van het gebed, was hij barmhartig en vergevensgezind, voor zichzelf sober, voor anderen gul en welwillend. Overal  voorbeelden van nederigheid en liefde gevend, was hij een licht voor het volk en bracht hij de Naam Jezus onder de mensen door woord en voorbeeld.  Tenslotte werd de uitgediende soldaat, gebroken door vele inspanningen, door de Heer naar het hemelrijk geroepen op de 8ste mei 710. Zijn eerbiedwaardig lichaam, eervol in de genoemde Mariakapel begraven, werd vanaf dat moment door vele wonderen beroemd.
In 954 werden Wiro, Plechelmus en Otgerus door Balderik van Kleef, bisschop van Utrecht tot de eer der altaren verheven. Dat is een goede 100 jaar nadat bisschop Hungerus van Utrecht met zijn kanunniken op dezelfde Petrusberg een veilig onderkomen vond waarna de Petrusberg ruim vijf eeuwen lang een klein kapittel herbergde: een Utrechtse enclave in het bisdom Luik (vanaf het jaar 1559 bisdom Roermond). Bisschop Balderik van Utrecht bevorderde tot in de verste uithoeken van zijn bisdom de devotie tot Wiro, Plechelmus en Otgerus: Plechelmus in Oldenzaal en Otgerus in Groningen.  Op de liturgische kalenders en in oude litanieën van het bisdom Utrecht vinden we dan ook hun namen terug.
In 1299 verleenden een patriarch, twee aartsbisschoppen en bisschoppen en negen bisschoppen in Rome gezamenlijk onder de gebruikelijke voorwaarden een aflaat van 40 dagen verleenden aan degenen die de kerk van Sint Odiliënberg bezochten op o.a. de feestdag van de drie Bergse heiligen. Een  aflaat van 100 dagen verleenden nog eens 13 kardinalen in 1485 – en toen waren er veel minder kardinalen dan nu! In die tijd zongen de kanunniken van het H.Graf jaarlijks op 15 juli, feestdag van Sint Plechelmus in de Vespers de antifoon ‘Tres viri Deo dediti‘ : over drie godgewijde mannen die na een pelgrimsreis naar Rome op de Odilienberg zich toelegden op hemelse contemplatie,  wier relieken hier te ruste werden gelegd die hier eerbiedig worden vereerd en wier voorspraak in de hemel wij afsmeken.
In 1361 namen de kanunniken van Odilienberg toen zij zich vanwege hun veiligheid binnen de stadsmuren van Roermond moesten terugtrekken een groot deel van de relieken mee en bleven zij deze vereren als toebehorend aan de eerste Apostelen van deze streken.  De feestdag van Sint Wiro werd toen reeds gevierd op 8 mei.
De oude Bergse Heiligen kregen in de liturgische kalender van het Bisdom Roermond ieder hun eigen feestdag, zelfs met octaaf in Sint Odilienberg, en dat is zo gebleven tot het Tweede Vatikaanse Concilie toen hun feestdagen werden samengevoegd op 8 mei.
Een beschrijving van de stadsprocessie van Roermond uit 1666, waarbij de volgorde van de groepen blijkbaar zeer nauw luisterde, verhaalt dat de praalkist van de heiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus door de geestelijkheid van de bisschopskerk werd meegedragen achter de abdis en de zusters van de Munsterkerk en vóór de leden van het kathedrale kapittel, de parochie-geestelijkheid en de bisschop met het H.Sacrament.  Kan men zich een prominenter plaats voorstellen, achter de zusters en voor de geestelijkheid?
Twintig jaar later bij de inwijding van de gerestaureerde kerk  op 12 mei 1686, is onder massale deelname van gelovigen een groot gedeelte van het vijf eeuwen eerder naar Roermond meegenomen gebeente in processie naar Sint Odilienberg teruggebracht. De kerk van Sint Odilienberg wordt bij deze gelegenheid onder het drievoudig patronaat van Wiro, Plechelmus en Otgerus geplaatst.
Het duizendjarig bestaan van de kerkstichting door Wiro en de zijnen werd in 1706 groots gevierd in juli rond de feestdag van Plechelmus. Pelgrims en bedevaarten blijven komen, ook en toenemend eind 19e eeuw naar de grondig gerestaureerde kerk. Op 16 juni 1887 bevestigde paus Leo XIII dat de verering van de drie parochiepatronen legitiem was (mocht daar nog aan getwijfeld worden!)
De vroege evangelisatie van de drie Angelsaksische geloofsverkondigers en hun betekenis voor de regio was ook voor Rome bepalend bij de Verheffing van de kerk tot basilica minor in 1957.
In onze herinnering leven zij voort als trouwe geloofsverkondigers die met onuitputtelijke ijver vele mensen uit de duisternis van het ongeloof tot het licht van de waarheid hebben geroepen. Zo hebben zij als Gods vrienden eeuwige roem verworven. Tot op de dag van vandaag wordt op dezelfde berg gebeden en ook daardoor het geloof verkondigd.
Een gedeelte van het eerbiedwaardig gebeente van de drie Heiligen rust in het reliekschijn hier, onder dit altaar, waar dagelijks de verrezen en levende Christus aanwezig komt in de H. Eucharistie bij het consacreren van brood en wijn. De heiligheid van de drie Heiligen verwijst tenslotte altijd naar de absoluut Heilige: God Zelf. Wij staan ook vandaag in de traditie van deze drie grote heiligen en worden opgeroepen om te bidden en het geloof te verkondigen, zoals zij dat ook hebben gedaan.