zaterdag 5 november 2016

Voor de novembermaand 1 - Memento mori



November heet in het kader van de in het 19e eeuwse Frankrijk zeer populaire en wijdverbreide en hoogstaande spiritualiteit van "Mois de…" (Maand van ... ) : le Mois des Morts, Maand van de (gedachtenis van de) overledenen.

Bij hun stichting zijn alle kloosters en geestelijke gemeenschappen bezield met hoge en vurige geestelijke idealen. Met grote ijver en met even zo grote strengheid streven zij naar de volmaaktheid en volgen Christus consequent om met Hem, door Hem en in Hem de eeuwige zaligheid, de aanschouwing van de Drieëne God, te verwerven.

Toen de Orde van de Trappisten werd opgericht begroetten de kloosterlingen van deze Orde wanneer zij elkaar ontmoetten in claustrum of tuin elkaar met de woorden ‘Memento mori’ - Denk er aan dat je eens moet sterven. Deze begroeting is een vermaning niet alleen voor de leden van deze orde maar ook voor alle mensen; Denk er aan dat je eens moet sterven. Denken aan de dood is heilzaam, want daardoor schrikken we niet alleen eerder voor het kwaad terug maar worden we ook tot het goede aangezet, tot het doen van het goede.

maandag 31 oktober 2016

Introitus Allerheiligen - Gaudeamus omnes in Domino

Martyrologium Romanum 1 november

Allerheiligen, het hoogfeest van alle heiligen die met Christus in de heerlijkheid zijn. De heilige Kerk die nog op aarde pelgrimeert, eert op dit hoogfeest in één feestvreugde hun gedachtenis en ook de hemel, waaraan zij deel hebben, juicht het uit. Zo wordt de Kerk door hun voorbeeld aangespoord, verheugt zij zich over hun bescherming en zal zij hun overwinningskroon ontvangen, wanneer zij de goddelijke majesteit zal aanschouwen tot in de eeuwen der eeuwen.

zaterdag 29 oktober 2016

Met Gods Genade


Onze rechtvaardiging komt voort uit Gods genade. De genade is een gunst, een belangeloze hulp die God ons biedt om zijn oproep te beantwoorden: kinderen van God te worden, aangenomen zonen,
deelhebbers aan de goddelijke natuur en aan het eeuwig leven.

De genade is een deelname aan het leven van God en leidt ons binnen in de innigheid van het trinitair leven: door het Doopsel heeft de Christen deel aan de genade van Christus, hoofd van zijn lichaam. Als "aangenomen zoon" kan hij God voortaan "Vader" noemen in de eenheid met de enige Zoon. Hij ontvangt het leven van de Geest die hem de liefde ingeeft en de Kerk opbouwt.

 
Deze roeping tot het eeuwig leven is bovennatuurlijk. Ze hangt helemaal af van het vrij geschonken initiatief van God, want alleen Hij kan zich openbaren en zichzelf schenken. De roeping tot het eeuwig leven gaat de vermogens van het verstand en de krachten van de wil van een mens te boven evenals die van elk schepsel.

De genade van Christus is de vrije gave die God ons van zijn eigen leven geeft. Door de heilige Geest stort Hij deze gave in onze ziel uit om haar van de zonde te genezen en haar te heiligen: dat is de heiligmakende of vergoddelijkende genade, ontvangen in het Doopsel. Ze is in ons de bron voor de verdere heiliging:
Zo is dus wie in Christus is, een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen. En dit alles komt van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend (2 Kor. 5, 17-18).
...
 Omdat de genade van bovennatuurlijke aard is, valt ze buiten onze ervaring en kan ze slechts gekend worden door het geloof. Wij mogen dus niet steunen op onze gevoelens of onze handelingen om daaruit af te leiden dat we gerechtvaardigd en gered zijn.

Het woord van de Heer luidt evenwel: "Aan hun vruchten zal men ze kennen" (Mt. 7, 20). Daarom biedt de overweging van Gods weldaden in ons leven en in het leven van de heiligen ons de waarborg dat Gods genade in ons werkzaam is en ons zo oproept tot een steeds groter geloof en tot een houding van vertrouwvolle armoede. Een zeer mooi beeld van deze houding is te vinden in het antwoord dat de heilige Jeanne d'Arc gaf op een strikvraag van haar kerkelijke rechters: "Op de vraag of ze soms weet of ze in Gods genade is, antwoordt zij: 'Als ik er niet in ben, moge God mij erin brengen; als ik er wel in ben, moge Hij mij erin bewaren'."

zie en met dank rkdocumenten

donderdag 27 oktober 2016

Avondgebed



Als een boek ligt heel mijn wezen,
voor Uw aanschijn open, Heer.
Wil mijn grote schuld niet lezen
op Uw goedheid hoop ik, Heer.

Wil dat droef deel van mijn leven,
waar, op weinig zwarte blaân,
al mijn schuld staat uitgeschreven
voor vandaag maar overslaan.

‘k Heb niet over U te klagen,
klaagt ook Gij niet over mij;
‘k Heb alleen U iets te vragen
vraag ook Gij dan iets aan mij.

Op Uw goedheid mag ik hopen,
als een boek met nieuw begin
ligt mijn leven voor U open:
schrijf er, Heer, Uw leven in.
Jacques Schreurs, priester-dichter [1893-1966]



Jacobus Hubertus Schreurs is vooral bekend geworden vanwege zijn boek "Kroniek eener Parochie" waarop de beroemde televisieserie uit de jaren zeventig "Dagboek van een herdershond" is gebaseerd.

Foto: De priester Jacques Schreurs tussen religieuzen van de Goddelijke Voorzienigheid; op de achtergrond Huize Aerwinkel onder Posterholt, gemeente Roerdalen, in 1854 gebouwd door architect Pierre Cuypers.