maandag 14 april 2025
Holy Week with cardinal Newman Mental Sufferings of Our Lord in His Passion
“As the solemn days proceed, we shall be especially called on, my brethren, to consider His sufferings in the body, His seizure, His forced journeyings to and fro, His blows and wounds, His scourging, the crown of thorns, the nails, the Cross. They are all summed up in the Crucifix itself, as it meets our eyes; they are represented all at once on His sacred flesh, as it hangs up before us—and meditation is made easy by the spectacle. It is otherwise with the sufferings of His soul; they cannot be painted for us, nor can they even be duly investigated: they are beyond both sense and thought; and yet they anticipated His bodily sufferings. The agony, a pain of the soul, not of the body, was the first act of His tremendous sacrifice; “My soul is sorrowful even unto death,” He said; nay; if He suffered in the body, it really was in the soul, for the body did but convey the infliction on to that which was the true recipient and seat of the suffering.
Now apply this to the sufferings of our Lord;—do you recollect their offering Him wine mingled with myrrh, when He was on the point of being crucified? He would not drink of it; why? because such a portion would have stupefied His mind, and He was bent on bearing the pain in all its bitterness. You see from this, my brethren, the character of His sufferings; He would have fain escaped them, had that been His Father’s will; “If it be possible,” He said, “let this chalice pass from Me;” but since it was not possible, He says calmly and decidedly to the Apostle, who would have rescued Him from suffering, “The chalice which My Father hath given Me, shall I not drink it?” If He was to suffer, He gave Himself to suffering; He did not come to suffer as little as He could; He did not turn away His face from the suffering; He confronted it, or, as I may say, He breasted it, that every particular portion of it might make its due impression on Him. And as men are superior to brute animals, and are affected by pain more than they, by reason of the mind within them, which gives a substance to pain, such as it cannot have in the instance of brutes; so, in like manner, our Lord felt pain of the body, with an advertence and a consciousness, and therefore with a keenness and intensity, and with a unity of perception, which none of us can possibly fathom or compass, because His soul was so absolutely in His power, so simply free from the influence of distractions, so fully directed upon the pain, so utterly surrendered, so simply subjected to the suffering. And thus He may truly be said to have suffered the whole of His passion in every moment of it.”
(From discourse 16: Mental Sufferings of Our Lord in His Passion)
We thank the Birmingham Oratory with many good memories of a visit long ago!
zondag 13 april 2025
Preek van onze Pastoor Palmzondag 2022 “Mocht ook Gij op deze dag inzien wat U tot vrede strekt”.
Jezus‘ leerlingen zijn vandaag in jubelstemming. Nadat
Jezus de nodige aanwijzingen ter voorbereiding van zijn intocht in Jeruzalem
heeft gegeven, hult hijzelfzelf min of meer in stilzwijgen. Gezeten op een
ezelsveulen rijdt Hij zwijgend door de scharen van volgelingen die Hem
toejubelen. Hij zelf heeft blijkbaar geen reden om te jubelen. Zijn grote
zwijgen begint. Als wij het evangelie wat verder lezen dan op Palmzondag gebruikelijk,
horen we ook wat de reden daartoe is: Het huilen staat hem namelijk nader dan
het lachen. Jezus weent over de stad. “Mocht ook Gij op deze dag inzien wat U
tot vrede strekt” (Luc.19,42). Telkens weer laten mensen kansen liggen, maken
ze geen gebruik van de tijd die ze hebben om te doen wat gedaan moet worden.
Iedereen van ons ken daar wel de nodige voorbeelden van. In het bijzonder
gebeurt dat wanneer we het bezoek aan deze of gene voor ons uitschuiven om dan
in de krant te lezen dat hij of zij gestorven is. Had ik toch, was ik toch …
Iedere keer weer opnieuw dienen we af te wegen wat werkelijk belangrijk is en
prioriteit verdient. Om dat te kunnen beoordelen dienen we in onszelf te keren
en een gewetensonderzoek te doen. Er is immers zoveel dat onze aandacht vragen.
We kunnen niet alles doen, maar hoeven ook niet alles te doen. Als we het
belangrijkste maar doen. Wat dat is, kunnen we eigenlijk alleen maar zelf
beantwoorden, maar het vraagt wel dat we er serieus over nadenken en daar ook
de nodige tijd voor nemen.
Gloria, laus et honor tibi sit!
De hymne Gloria, laus et honor tibi sit, werd geschreven door Theodulfus van Orléans.
Theodulfus (* 750/760, +18 december 821) was schrijver, dichter en bisschop van Orléans (798-818) tijdens de regering van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome.
Hij werd bisschop van Orleans onder Karel de Grote. Toen Karel de Grote stierf en Lodewijk de Vrome koning werd van het Heilige Roomse Rijk, werd gedurende de machtsstrijd die volgde op de verheffing van Lodewijk, Theodulf uit zijn bisdom verjaagd en onder huisarrest geplaatst in een klooster in Angers. Tijdens zijn verbanning schreef Theodulf de hymne Gloria, Laus voor Palmzondag. Er wordt verhaald dat Lodewijk Theodulf op Palmzondag bezocht en bij het horen zingen van de hymne Gloria laus, zo ontroerd was dat hij de onmiddellijke vrijlating van Theodulf beval en tevens dat deze hymne voortaan altijd op Palmzondag gezongen moest worden.
De hymne had oorspronkelijk negenendertig verzen. De hymne is gebaseerd op Ps 24, 7-10, Ps 118, 25- 26, Matt 21, 1-17en Lc 24, 37-38.
Het Romeinse Missaal gebruikt de eerste zes verzen met herhaling van het refrein voor de palmprocessie op palmzondag om de intocht van Jezus in Jeruzalem te gedenken.
Tot het Tweede Vaticaans Concilie vond de palmprocessie vaak op volgende wijze plaats. Het eerste couplet, Gloria, laus et honor tibi sit Rex Christe, Redemptor, Cui puerile decus prompsit hosanna pium, werd gezongen door de zangers binnen het kerkgebouw (de deur was gesloten) en werd herhaald door het processiekoor buiten het kerkgebouw. De zangers zongen vervolgens het tweede couplet, het koor buiten antwoordde met het refrein van het eerste couplet, en zo volgden de resterende coupletten tot de subdiaken met de voet van het kruis op de kerkdeur stootte, waarna de deur werd geopend, de hymne werd beëindigd en de processie de kerk binnen trok.
Kort commentaar op het Collectagebed van Palmzondag Hem navolgen in woord en daad
qui humano generi, ad imitandum humilitatis exemplum,
Salvatorem nostrum carnem sumere, et crucem subire fecisti,
concede propitius,
ut et patientiæ ipsius habere documenta et
resurrectionis consortia mereamur.
om aan de mensen een voorbeeld te geven van
nederigheid hebt Gij gewild dat onze Verlosser mens werd zoals wij en de dood
onderging aan het kruis.
Geef dat wij ter harte nemen wat zijn lijden ons te
zeggen heeft en deel hebben aan zijn verrijzenis.
Dit collectegebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum (Vat. Reg. lat. 316 f. 329), 1e helft achtste eeuw.
Opvalt in de tekst is dat er twee woorden zijn gebruikt die hetzelfde lijken te betekenen maar die elkaar toch niet helemaal dekken. Exemplum is een voorbeeld ter navolging uit het verleden met een grote gezaghebbend kracht – een woord afkomstig uit de klassieke Romeinse retorica. Zo zag Cicero zag keizer Augustus als exemplum. Een “exemplum” kan een bepaalde persoon zijn of een bepaald handelen[1]. Het begrip exemplum wordt echter verder op in de oratie nog meer uitgebreid met “documenta”. Documentum is dus een model voor navolging, een rolmodel zoals exemplum maar heeft soms ook de betekenis van “een proeve”, dat is een concrete demonstratie dat hetgeen wordt beweerd waar is: een evidentie, een bewijsstuk. We zien er ook het werkwoord docere/ docui, een documentum leert ons iets.
De
oratie schetst ons het fundamentele en gezaghebbend patroon van de christelijke
ervaring: zelf-ontlediging in de Menswording en in de Passie die voert tot de
Verrijzenis. Christus is de proeve
bij uitstek waarnaar wij ons eigen leven moeten vormen en modelleren. Het leven
van Christus is niet alleen een historisch gegeven, maar voor ons een “rolmodel” dat effectief de kracht heeft om ons te (her)modelleren. Christus
transformeert, herschept ons, gedoopten, die zijn geschapen naar Zijn beeld en
gelijkenis, naar zijn volmaakt exemplum en documenta. Vandaag vragen wij
speciaal dat Gods ons helpt Hem na te volgen, in woord en daad.
[1]
Proefschrift David C. Urban University of Pennsylvania 2011

