maandag 14 oktober 2024
zondag 13 oktober 2024
Overweging 2 bij 28e zondag door het jaar B - God geeft wat geen mens of geld de mens geven kan.
Duidelijk wordt dat de mens die het geld dient niet God kan dienen. Geld vult de beurs, maar geld vervult niet het diepste verlangen van de mens. De drang naar steeds meer geld verlamt alle andere krachten in het leven van de mens. Het blikveld wordt dan zo klein dat er geen plaats meer is voor de nood van de naaste, geen plaats meer is voor God. Eigenlijk kennen wij allemaal het gevaar van de rijkdom. Maar meestal ontdekken wij dat gevaar wel bij anderen maar niet bij ons zelf. Toch is in het leven de grootte van de rijkdom niet maatgevend, maar wel de innerlijke binding. Die in zijn leven voor het geld gaat, vereenzelvigt zich uiteindelijk het leven met alles wat gekocht en verkocht kan worden. Het is daarom goed dat-wij allen naar de vermaning van Jezus in het evangelie van vandaag luisteren. Geloven betekent de laatste levenswaarden van God verwachten en daarbij zoveel innerlijke vrede ervaren dat de lok van geld geen invloed meer heeft op ons leven. De rijkdommen van het hart zijn een van gave van God aan mij als mens.
Wie gelooft vertrouwt zich helemaal toe aan God zodat hij zich geen zorgen maakt voor morgen en zodat ik vrij kan staan tegenover geld en bezit. Voor de mensen schijnt dit onmogelijk te zijn, maar voor God niet! Bij Hem is alles mogelijk! Vandaag roept het evangelie ons allemaal op om innerlijk vrij door het geven te gaan en alles te verwachten van God die de mens geeft wat hij fundamenteel nodig heeft en wat geen mens of geld de mens geven kan.
Overweging 1 bij 28e zondag door het jaar B - Vaste grond onder de voeten.
Mensen worden niet graag geconfronteerd met armoede. De schrijnende t.v.-beelden kunnen pijn doen, maar het comfort en de materiële genoegens hebben het leven van velen getekend. Ze kunnen niet meer zien waar het in het leven op aankomt. Meer dan ooit wordt het spreekwoord bevestigd : ´het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen !´
Inderdaad, de groei naar een volwaardige persoonlijkheid vraagt dat we niet al te veel waarde hechten aan bezit, dat we proberen om ons niet vast te klampen aan het materiële.
Door de overontwikkeling van onze luxe- en consumptiemaatschappij verlangen mensen altijd naar méér. Ze worden het slachtoffer van de wegwerpmaatschappij. Hun diepste verlangens blijven daardoor onbevredigd en kunnen zelfs verstikt worden. Zo wordt voor mensen, wat ze hebben belangrijker dan wat ze zijn. Ze hebben er geen oog voor dat zij hun bezittingen verworven hebben, dankzij en met de hulp van, veel anderen. En dan........ ja, je gaat er op achteruit.
Wanneer bezittingen ons in hun greep krijgen, dan is er geen plaats meer voor een echte ontmoeting met mensen, dan zal Gods stem diep in ons hart vrij vlug niet meer zijn waar te nemen, dan kunnen we niet meer aan de liefdevolle God denken.
Als we sober leven en ons niet vastklampen aan bezittingen, dan kunnen we ontdekken dat het leven ons méér te bieden heeft : zaken die ons echt goed doen. En dan kunnen we zelfs zien dat er in ons leven een dragende grond is, dat we vaste grond onder onze voeten hebben, dat er een toekomst voor ons is die blijft.
In een wereld waarin onthechting, om eens een ouderwets woord te gebruiken, en soberheid dikwijls bestempeld worden als iets van vroeger, zijn wij uitgenodigd om het sprekend bewijs te leveren dat de woorden van het evangelie nog altijd actueel zijn.
Lezingen H. Mis 28e zondag door het jaar B Want voor God is alles mogelijk
Uit het boek Wijsheid.
Ik bad en inzicht werd mij geschonken,
ik smeekte en de geest der wijsheid kwam over mij.
Ik verkoos haar boven scepters en tronen,
en in vergelijking met haar
beschouwde ik rijkdom als niets;
zelfs de kostbaarste steen stelde ik met haar niet gelijk,
want alle goud is vergeleken met haar slechts stof,
en zilver niet meer dan slijk.
Ik hield van haar meer dan van gezondheid en schoonheid,
en ik stelde haar boven het licht.
Want de glans die zij uitstraalt verbleekt nooit.
Met haar vielen mij alle goederen ten deel
en dank zij haar verwierf ik rijkdommen zonder tal.
Tweede lezing (Hebr. 4, 12-13)
Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters,
het woord van God is levend en krachtig.
Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard
en het dringt tot het raakpunt van ziel en geest,
van gewrichten en merg.
Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens.
Geen schepsel is voor Hem verborgen,
alles ligt open en bloot voor zijn ogen.
Aan Hem hebben wij rekenschap af te leggen.
Evangelie (Mc. 10, 17-30)
Toen Jezus zich weer op weg begaf,
kwam er iemand aanlopen,
die zich voor Hem op de knieën wierp en vroeg: “Goede Meester,
wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Jezus antwoordde:
“Waarom noemt ge Mij goed?
Niemand is goed dan God alleen.
Ge kent de geboden:
Gij zult niet doden,
gij zult geen echtbreuk plegen,
gij zult niet stelen,
gij zult niet vals getuigen,
gij zult niemand te kort doen,
eer uw vader en uw moeder.”
Hij gaf Hem ten antwoord:
“Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.”
Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak:
“Eén ding ontbreekt u;
ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen,
daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel,
en kom dan terug om Mij te volgen.”
Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen,
omdat hij vele goederen bezat.
Toen liet Jezus zijn blik gaan over zijn leerlingen en zei tot hen:
“Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben
het Koninkrijk Gods binnen te gaan!”
De leerlingen stonden verbaasd over wat Jezus zei.
Daarom herhaalde Hij:
“Kinderen,
wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
Voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
Toen waren ze nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar:
“Wie kan dan nog gered worden?”
Jezus keek hen aan en zei:
“Dit ligt niet in de macht der mensen, maar wel in die van God:
want voor God is alles mogelijk.”
Daarop nam Petrus het woord en zei:
“Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.”
Jezus antwoordde:
“Voorwaar, Ik zeg u:
“Er is niemand die huis, broers, zusters,
moeder, vader, kinderen of akkers
om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven,
of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud
aan huizen, broers, moeders, kinderen en akkers,
zij het ook gepaard met vervolgingen,
en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.”
