donderdag 5 augustus 2021

Benedictus XVI Transfiguratie van Jezus: Licht uit Licht


Bij de evangeliepericopen over de Gedaanteverandering van Jezus
Mt 17, 1-9
Mk 6, 2-9
Luc 9, 28-36

De tekst van het verslag van de Gedaanteverandering van Jezus [zegt], dat Jezus Petrus, Jacobus en Johannes terzijde nam en hen boven op een hoge berg bracht, alleen zij (vgl. Marcusevangelie 9,2)…”en Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd”, zegt Marcus vervolgens heel eenvoudig en voegt dan, een beetje onbeholpen, ten overstaan van dit grote mysterie bijna stamelend er aan toe: “zijn kleed werd glanzend en zó wit als geen bleker ter wereld maken kan” (9,3).

Lucas had in zijn bericht vooraf reeds het doel van deze beklimming gegeven: “Hij besteeg de berg om er te bidden” (Luc 9,28) en verklaart dan van daar uit de gebeurtenis waarvan de leerlingen getuigen werden: “Terwijl Hij in gebed was veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit” (9,29).

De Verheerlijking is een gebeurtenis die met het gebed in relatie staat; hier wordt zichtbaar wat in het gesprek van Jezus met zijn Vader gebeurt: God doordringt Jezus’ Wezen op de meest innige wijze zodat Hij zuiver licht wordt. In zijn één- en gelijk-zijn met de Vader is Jezus zelf Licht uit Licht. Wat Hij in zijn diepste innerlijk wezen is, dat wordt in dit ogenblik ook zintuiglijk waarneembaar: Jezus’ Zijn in het Licht van God, zijn eigen Licht-zijn als Zoon.
Benedictus XVI, Jezus van Nazareth, hfdst. 9: Belijdenis van Petrus en Verheerlijking.


6 augustus Het Feest van de Transfiguratie van de Heer


6 augustus
Het Feest van de Transfiguratie van de Heer


Dit feest laat ons zien dat de glorie van God in de persoon van Christus rust.
Van oudsher vierde men dit feest reeds in het Oosten, totdat 
paus Callixtus het uitbreidde over de hele Kerk ter herdenking van de
overwinning op de Islam, wel bericht Rome bereikte op 6 augustus.

Overweging voor het Thaborfeest : THABORLICHT


Het feest van Jezus’ Gedaanteverandering op de berg Thabor werd reeds in de vijfde eeuw door de oosterse christenen gevierd onder de titel ‘Metamorphosis’ (Grieks voor ‘Transfiguratio’).
In de elfde eeuw zette het zich ook in het Westen door en in 1457 schreef paus Callixtus III het voor als een liturgisch feest op 6 augustus voor de universele Kerk. Dat is de dag van de kerkwijding van de basiliek van de Verheerlijking op de berg Thabor (Israel).
Het feest van de Gedaanteverandering van Jezus werd ingevoerd uit dankbaarheid voor de historische overwinning van de christenen onder leiding van de Hongaarse veldheer Joannes Hunyadi op 22 juli 1456 op de Turken in de slag van Belgrado.
Regelmatig  is reeds gesproken over het grote mysterie van de Gedaanteverandering van Jezus (Luc 9, 28-36; Mt 17, 1-9; Mk 9, 2-9). Daarom vandaag enkele gedachten.

1. “Aan uitverkoren getuigen, [de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus] heeft de Zoon van God zijn heerlijkheid laten zien en zijn gestalte, gelijk aan de onze, doen stralen” (cf Prefatie van het feest).

Bijbelse begrippen als ‘verheerlijking’ en ‘heerlijkheid’ zijn wellicht voor buitenkerkelijken moeilijk te plaatsen. Bij het laatste begrip wordt hoogstens gedacht aan een streling van de zintuigen. In het Evangelie staan deze begrippen echter voor ‘verheffing in luister’ en ‘glorieuze uitstraling’.
De Gedaanteverandering van Jezus tijdens zijn gebed - zijn gelaat stralender dan de zon, zijn verblindend witte kleren, de lichtende  wolk, het gesprek met Mozes en Elias, de stem uit de hemel - is de wezenlijke uitdrukking van de goddelijke heerlijkheid in Zijn lichaam. God zelf openbaart Zijn Majesteit in Christus’ Persoon en zending. De apostel Johannes die Jezus’ Gedaanteverandering niet in zijn evangelie opneemt, zegt echter in de Proloog hierop: “En het Woord is Vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid”  (Jo 1,14).
Wat wij hieruit leren is dat God heeft gewild dat Jezus’ heerlijkheid een voorbeeld en gelijkenis voor ons zou zijn. Want indien het Hoofd heerlijk is, zo zullen de ledematen het ook zijn. Hoe broos en gebroken wij mensen ook mogen schijnen, toch zullen wij in het toekomende leven wonderlijk heerlijk zijn: “De rechtvaardigen zullen schitteren als de zon, in het koninkrijk van hun Vader” (Mt 13, 43). “Wanneer Christus verschijnt, die uw leven is, zult ook gij ook met Hem verschijnen in  heerlijkheid" (Kol 3, 4). “Maar wij weten, dat wanneer Hij zich openbaart, wij aan Hem gelijk zullen zijn,  omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is"  (1Jo 3, 2).
Al deze plaatsen tonen ons dat wij zullen delen in de heerlijkheid van de Zoon van God.

Om verheerlijkt te worden moeten wij onszelf willen veranderen! “Stemt uw gedrag niet af op deze wereld; wordt andere mensen, geleid door een nieuw inzicht” (Rom 12, 2), zegt de Apostel Paulus. De verandering moet in hart en ziel beginnen en vandaar in het lichaam worden overgebracht. Hoop en geloof daarom zó, alsof alles van God afhangt, maar leef en werk zó, alsof alles van uzelf afhangt. De hulpmiddelen hebben we: het Woord van God en de H. Eucharistie. De glans van de genade baant de weg voor de glans van de heerlijkheid. Streven naar gelijkvormigheid met Christus betekent ook omwille van zijn Naam smaad en afwijzing willen dragen (cf Hand 5, 41). Zoek dus de juiste maat in menselijke heerlijkheid, om ontvankelijker te zijn voor de hemelse heerlijkheid.

2. “Twee mannen waren met Hem in gesprek ; het waren Mozes en Elias, die in heerlijkheid verschenen en spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken” (Lc 9, 30-31).

Hier leren we de noodzakelijkheid en de waarde van Jezus’ Dood waardoor het Joodse ongeloof wordt tegengesproken en de christelijke hoop bevestigd.
De dood van Christus en zijn verrijzenis tot onze verlossing vormen het centrale punt van ons christelijk geloof, kernachtig geformuleerd in het Credo, zoals voorzegd en voorafgebeeld door de Wet en de Profeten. Dit is het fundament van onze troost en vrede. “Waarlijk het waren onze ziekten die Hij op zich nam, en onze smarten die Hij heeft gedragen; wij echter beschouwden Hem als een geslagene door God gekastijd en vernederd. Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid; om onze zonden gebroken; Hij werd gestraft, ons bracht het vrede, en dank zij zijn striemen is er voor ons genezing” (Jes 53, 4-5).
Christus kwam en stierf om ons van onze gebroken menselijke natuur te verlossen, opdat wij God met blijdschap zouden dienen. Hij is de enige Middelaar die deze schuld kon vereffenen. De H. Paulus trekt de consequentie: “Wij hebben daarom de plicht de gevoeligheid van de zwakken te ontzien, zonder rekening te houden met onszelf. Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting van de naaste. Ook Christus heeft geen rekening gehouden met zichzelf “ (cf Rom 15, 1-3.

3. “Wij bidden U: laat ons gehoor schenken aan de stem van uw beminde Zoon, om met Hem uw erfenis te mogen bezitten” (Uit het Collectegebed 6 augustus).

Naar Hem in wie de Vader geheel zijn welbehagen heeft, door wiens woorden Hij (de Vader) wordt geopenbaard, door wiens nederigheid Hij verheerlijkt wordt, moeten wij zonder aarzelen luisteren, daar Hij onze Middellaar, de Waarheid en het Leven (Phil 2, 6), Gods kracht en wijsheid is (1 Kor 1, 24). Luistert naar Hem die de deur naar de hemel heeft geopend en voor u door Zijn kruisdood een ladder heeft opgericht om op te klimmen naar Zijn rijk (cf Leo Magnus, Sermo  LI de Transfig. Domini).
Vele christenen beweren dat zij zich aan Jezus Christus onderwerpen, maar weinigen doen het werkelijk. Gaan wij oprecht naar Hem om vergiffenis en leven?
Waarderen we het woord van het Evangelie en onderhouden we het met eerbied?
Luisteren wij zó naar Zijn stem dat wij God en Christus en het toekomstige leven verkiezen boven alle zinnelijke genoegens en ijdel vermaak?

Wij zijn als de leerlingen, wakend en slapend, getuigen van Jezus in gebed. Een biddende Jezus  die zijn kruisdood met geloof en overgave tegemoet treedt, terwijl de Vader reeds de mantel van zijn goddelijk licht om Hem heenslaat, als teken van wat komen zal op de morgen van Pasen. Dit licht is voor de leerlingen en voor ons, die met Jezus de berg moeten afdalen en steeds opnieuw moeten leren naar Hem te luisteren, een baken op de weg die voor ons ligt. Het is het teken, dat al wie luistert naar Zijn stem en de weg gaat van deze beminde Zoon en zijn eigen leven durft aanvaarden en uit handen geven, deel zal krijgen aan de heerlijkheid die ligt over het gelaat van Christus (2 Kor 4, 6). Zo moge de H. Geest het ons geven. (cf Th.K.osb, “Met U: in zelftucht, trouw en moed”)

woensdag 4 augustus 2021

5 augustus Kerkwijding van Maria de Meerdere

5 augustus
Kerkwijding van Maria de Meerdere

Martyrologium Romanum

De kerkwijding van de basiliek van de Heilige Maria die te Rome op de Esquilijn is gebouwd en die door paus Sixtus III [432-440] werd aangeboden aan het volk van God ter herinnering aan het Concilie van Efese [431], waar de Maagd Maria werd uitgeroepen tot Moeder van God.

Bij de afbeelding:
Icoon van de Moeder Gods die onder de titel Salus Populi Romani in de Santa Maria Maggiore te Rome, de oudste in het Westen aan Maria toegewijde kerk, wordt vereerd. De titel gaat terug tot de heidense Romeinse oudheid en werd sinds het Edict van Milaan (313) op grond waarvan de christenen vrijheid van godsdienst werd verleend, als aanroeping van de Moeder Gods (“Heil van de mensen”) gebezigd.

Geschiedenis en legende

In het midden van de vierde eeuw voegde paus Liberius in Rome een absis toe aan een ruime zaal Sicinium geheten en wijdde deze voor de eredienst. Om die reden noemt men dit gebouw soms nog de basilica Liberiana. Sixtus III restaureerde haar bijna geheel, en wijdde haar vervolgens omstreeks het jaar 435 toe aan de H. Maagd; in 431 had het concilie van Efese haar goddelijk moederschap tot dogma verklaard en de naam Theotokos, Moeder van God, bekrachtigd. Bij die gelegenheid ontving en behield de basiliek haar naam van St. Maria-de-Meerdere.

Een fraaie legende uit de Middeleeuwen verhaalt dat de H.Maagd in een droom verscheen aan Liberius, met het verzoek haar op de Esquilijnse heuvel een basiliek te bouwen en wel op de plaats die men de volgende dag met sneeuw bedekt zou zien. En inderdaad, hoewel het midden in de hondsdagen was, was het wonder geschied en gaf een laag sneeuw de plaats aan waar de door O.L.Vrouw gewenste basiliek moest verrijzen. Daarom heeft men deze kerk ook de O.L.Vrouw-Ter-Sneeuw genoemd. De legende staat niet los van het gebruik op deze dag in de basiliek een regen van witte bloemen uit te strooien. Lag dit zinnebeeldig gebruik, waardoor de maagdelijke zuiverheid van Maria werd uitgedrukt, ten oorsprong aan de legende ofwel is die welriekende handeling uit de legende voortgekomen? (1)
 
Het is niet bekend, maar zeker is dat de St. Maria-de Meerdere terecht haar naam verdient: zij is de Mariabasiliek bij uitstek. En al “heeft de ontstoffelijke zuiverheid van de O.L.Vrouw van Chartres of Amiens meer dan eens een kreet van blijdschap en lof ontlokt aan het gemoed der pelgrims, de harmonie van de O.L.Vrouw van Rome nodigt allen uit tot een rustig vertrouwen in de eindeloze goedheid van de Moeder”. (2)

(1) N.Maurice-Denis et R.Boulet: Romée, 1948, blz. 351

(2) Ibid.

Guided Tour in Basilica di Santa Maria Maggiore

5 augustus Kerkwijding van de basiliek van Maria de Meerdere


Na het concilie van Efese (431), waarop de moeder van Jezus onder de naam van ‘Moeder van God’ werd geëerd, liet paus Sixtus III (432-440) te Rome op de Esquilijnse heuvel een basiliek bouwen ter ere van de heilige Moeder Gods. Deze kerk, die later ‘Maria de Meerdere’ werd genoemd, is de oudste Maria-kerk van het Westen.

Uit de preek van de heilige Cyrillus, bisschop van Alexandrië († 444), gehouden op het concilie van Efeze

Lofrede op Maria, de Moeder van God.

Ik zie dat hier van alle kanten een schare heilige mannen vol vreugde en met genoegen bijeengekomen is, geroepen door de heilige Moeder van God, altijd maagd. De aanwezigheid van de heilige vaders hier heeft mijn droefenis immers doen verkeren in vreugde. Nu is voor ons in vervulling gegaan wat door de dichter David zo lieflijk verwoord werd in de psalm: ‘Hoe schoon en hoe weldadig is eendracht onder broeders’ (Ps. 133 (132), 1).
Wees gegroet Gij, heilige, geheimnisvolle Drieëenheid, die ons allen hier bijeengeroepen hebt in de kerk, toegewijd aan de Moeder Gods.
Wees gegroet, Maria, gij die de Moeder van God zijt, eerbiedwaardig kleinood van de hele wereld, onblusbare toorts, krans van maagdelijkheid, scepter van de juiste leer, onverwoestbare tempel, woonplaats van Hem die door geen ruimte wordt begrensd. Moeder en maagd, door u wordt in het heilig evangelie Hij die komt in de naam des Heren, gezegend genoemd (vgl. Mt. 21, 9).
Wees gegroet, gij die in uw maagdelijke schoot Hem hebt omvat die hemel en aarde niet kunnen omvatten. Door u wordt de Drieëenheid verheerlijkt en aanbeden. Door u wordt het kostbaar kruis over de hele wereld vereerd. Door u juicht de hemel van vreugde. Door u verheugen zich de engelen en de aartsengelen. Door u worden duivels op de vlucht gedreven. Door u is de verleider, de duivel, uit de hemel gevallen. Door u worden de gevallen schepselen weer in de hemel opgenomen. Door u is heel de schepping die in afgodendienst verstrikt was, weer tot de kennis van de waarheid gekomen. Door u ontvangen zij die geloven, het water van het doopsel en de olie van de vreugde. Door u zijn over de gehele wereld kerken gegrondvest. Door u worden volkeren tot bekering gebracht.
Wat moet ik nog meer zeggen? Door u is het licht van de eniggeboren Zoon van God opgegaan over hen die in het duister en de schaduw van de dood gezeten zijn (vgl. Lc. 1, 79). Door u hebben de profeten de toekomst aangekondigd. Door u hebben de apostelen het heil aan de volkeren verkondigd. Door u worden de doden ten leven gewekt. Door u regeren koningen in de naam van de heilige Drieëenheid.
Wie van de mensen is bij machte Maria die alle lof waardig is, naar behoren te verheerlijken? Moeder en maagd is zij. Een wonder dat mij verbijstert. Maar wie heeft er ooit gehoord dat een bouwmeester gehinderd wordt in de tempel te wonen die hijzelf gebouwd heeft? Wie zou men ervan kunnen beschuldigen dat hij zijn dienares als zijn moeder beschouwt?
Zie, alles verheugt zich. Moge het nu zo zijn dat wij de Eenheid eerbiedigen en aanbidden en de ondeelbare Drieëenheid vrezen en vereren. Laten wij Maria, altijd maagd, Gods heilige tempel, bezingen, samen met haar Zoon, de onbevlekte bruidegom. Hem immers is de eer in de eeuwen der eeuwen. Amen.



Zo hoog kwam op 17 juli het water 2021 - en alle planten die daar stonden overleefden het niet.