vrijdag 12 december 2014

"Moge de liturgische muziek, met het gregoriaans voorop, de eredienst in onze Kerk steeds opnieuw verrijken tot verheerlijking van God en tot heiliging van de gelovigen"

Voordracht van Mgr. Dr. J.H.J. van den Hende over liturgische koormuziek in de liturgie van de Kerk: 

"Gewijde muziek is integraal onderdeel van de liturgie is en moet dienstbaar  zijn aan het eigenlijke doel van de liturgie, namelijk de eer van God en de heiliging en opbouw van de gelovigen.

Paus Pius X spreekt in zijn motu proprio van de actieve deelname  (partezipazione attiva) van de gelovigen aan de (hoog)heilige geheimen en aan het openbare en (hoog)heilige gebed van de Kerk. Die uitdrukking komt niet letterlijk terug in de constitutie over de liturgie Sacrosanctum Concilium van het Tweede Vaticaans Concilie. Deze spreekt wel over de deelname aan de liturgie als participatio actuosa (art. 14), wat in Nederlandse vertalingen wordt vertaald met actieve deelname.

“Het gaat niet zozeer om een actieve deelname aan de liturgie in de zin van gewoon actief meedoen. Het gaat om een actieve deelname van de gelovigen op een andere, een diepere manier. Het gaat om een volledige, bewuste en actieve deelname aan de liturgie van de Kerk.”

Het eigene van de liturgische muziek is vóór alles dat het bestemd is om in de Kerk dienstbaar te zijn aan de viering van de liturgie. Daarom is het nodig [1] dat de gewijde muziek ten volle samenhangt met de teksten in de liturgie (zoals de heilige Schrift en de gebeden), de constitutie Sacrosanctum Concilium (art. 112) onderstreept dat de gewijde muziek gebonden is aan de woorden van de liturgie; [2] dat de gewijde muziek op adequate wijze correspondeert met de riten en handelingen in de liturgie, en [3] dat de gewijde muziek de onderscheiden momenten in de liturgie en het karakter van de verschillende tijden in het kerkelijk jaar op een goede manier weet te vertolken. Dit alles met het oog op het tweeledige theologische doel van de liturgische muziek, i.e., ‘de verheerlijking van God en de heiliging van de gelovigen’ (SC 112).

Wanneer koorleden inzicht hebben in de inhoud en betekenis van de liturgie en ook zelf groeien in hun verbondenheid met Christus de levende Heer, stellen zij niet alleen hun stem maar ook hun (groeiende) geloof op persoonlijke wijze ter beschikking aan de geloofsgemeenschap die liturgie viert.

|"Gesterkt en toegerust mogen wij ons door de Heer laten zenden met de opdracht het evangelie te verkondigen in woord en daad, zodanig dat ook ons leven van alledag uiteindelijk een lofzang wordt voor de Heer in de concrete dienst aan onze naaste.” Met een verwijzing naar de woorden van paus Benedictus XVI uit de encycliek Deus Caritas Est (2006): “Eredienst zelf, eucharistische gemeenschap, omvat de werkelijkheid van zowel bemind worden als ook anderen op hun beurt liefhebben. Eucharistie die zich niet vertaalt in concrete beoefening van de liefde is ten diepste onvolledig” (art. 14). “Moge de liturgische muziek, met het gregoriaans voorop, de eredienst in onze Kerk steeds opnieuw verrijken tot verheerlijking van God en tot heiliging van de gelovigen” (Sacrosanctum Concilium, art. 112)".

Zie website Bisdom Rotterdam

Adventsmeditatie van paus Benedictus XVI: "de blijde, zalige en genade brengende Kersttijd"

Tegenover de toenemende vervlakking en de verminkte voorstellingen van de Advent en de Kersttijd, is vanuit het geloof binnen de Kerk zelf een levendig verlangen naar de werkelijke Advent ontwaakt: het ongenoegen over stemming en sfeer, over gevoelens, al zijn ze nog zo mooi, is te bespeuren; wij verlangen opnieuw naar die kern, naar die vaste en sterke voeding van de Geest, wiens laatste glimp ons in het vrome en verheffende gevoel van de "zalige, blijde kersttijd" is overgebleven.

Advent vieren betekent, de verborgen aanwezigheid van God in ons tot leven wekken.
Dat gebeurt wanneer wij de weg van de ommekeer, van herbezinning gaan, in het loskomen van het zichtbare naar het onzichtbare. Wanneer wij deze weg gaan worden onze ogen geopend voor het wonder van de genade en leren wij inzien dat er geen helderder vreugde voor de mens en de wereld bestaat dan de genade die in Christus is verschenen.

De wereld is geen uitzichtloze bedrijvigheid van beslommeringen en leed, maar alle noden van de wereld zijn geborgen in een liefdevol erbarmen, zijn gevangen en overtroffen door de vergevende en reddende genade van onze God.

Die op deze wijze Advent viert, zal met recht kunnen spreken over de blijde, zalige en genade brengende Kersttijd. En hij zal weten hoeveel méér waarheid deze term bevat, dan zij voor wie Kerstmis slechts een romantisch gevoel of alleen maar een soort vereenvoudigde carnavalsviering is, geloven of kunnen vermoeden.

Uit: Joseph kardinaal Ratzinger, Dogma und Verkündigung, p. 369, 377 e.v., opgenomen in Mitarbeiter der Wahrheit. Gedanken für jeden Tag (van dezelfde auteur). Pfeiffer, München 1979, p. 370. 

dinsdag 9 december 2014

Onze basiliek wordt gerestaureerd!

In januari 2015 begint de restauratie van onze basiliek. Provincie en gemeente Roerdalen hebben aanzienlijke subsidies ter beschikking gesteld. De Basiliek van de H.H. Wiro, Plechelmus en Otgerus te Sint Odiliënberg (bisdom Roermond) is een voormalige abdijkerk in romaanse stijl die in 1957 tot basiliek (basilica minor) werd verheven.

Voorgeschiedenis
In de 8e eeuw werd op een heuvel, de Sint-Petrusberg, aan de voet waarvan later het dorp Sint Odiliënberg ontstond, een abdij gesticht door drie Angelsaksische priesters, Plechelmus, Wiro en Otgerus. Van de oorspronkelijke abdijkerk zijn bovengronds geen resten bewaard gebleven. Wel is bekend dat het een eenbeukig gebouw betrof, met een westwerk en een smaller koor. In de 11e en 12e eeuw werd deze kerk geheel vervangen.

(Gouwenaar-Wikipedia)
Basiliek van Wiro, Plechelmus en Otgerus in Sint Odilienberg

Huidige kerk
De huidige kerk is slechts gedeeltelijk nog origineel. Na eeuwen te zijn verwaarloosd werd het gebouw tussen 1880 en 1883 gerestaureerd door de Venlose architect Johannes Kaiser. Mede op basis van nog aanwezige delen werden ontbrekende delen gereconstrueerd. De zijbeuken, de zuidelijke transeptarm met toren, de voorgevel en de beide zijkoren aan het transept werden geheel herbouwd. Bovendien werden nog bestaande oude delen vernieuwd. Toen Duitse troepen begin 1945 de koortorens opbliezen, waarbij ook grote delen van koor en transept werden verwoest, resteerde een ruïne. Na de oorlog werd de kerk volgens de plannen van Kaiser  herbouwd door Alphons Boosten, maar met een sterk versoberd interieur. In 1950 werden nieuwe vensters aangebracht, ontworpen door Joep Nicolas.
(Norbert Schnitzler-Wikipedia)
Mariakapel

Naast de basiliek staat de O.L. Vrouwekapel, een eenbeukig gebouw dat in de 11e eeuw werd gesticht als parochiekerk en als zodanig tot 1680 dienst deed. Hoewel ook dit gebouw vele wijzigingen heeft ondergaan, wordt het thans van grotere historische waarde geacht dan de basiliek.

O Come, O Come Emmanuel

maandag 8 december 2014

8 december: hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd Maria


"Het hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd Maria, die waarlijk vol van genade is en de gezegende onder de vrouwen", aldus het Romeinse Martyrologium. "In het vooruitzicht op de geboorte en de heilzame dood van Gods Zoon bleef zij op het ogenblik zelf van haar ontvangenis door een bijzonder voorrecht van God gevrijwaard van iedere smet van de erfzonde, zoals het door paus Pius IX op deze dag plechtig werd gedefinieerd als een vaststaand dogma op grond van de overgeleverde oudere leer.

Vanaf de eerste tijden van het christendom heeft de Kerk deze waarheid aangevoeld en weldra begon men dit unieke voorrecht te vieren, eerst in het Oosten, later ook in het Westen. Op 8 december 1854 als dogma van het katholiek geloof plechtig afgekondigd, werd deze uitspraak als het ware door Maria zelf bekrachtigd, toen zij vier jaar later te Lourdes op de vraag van Bernadette, wie zij was, antwoordde: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis".

Bisdom Roermond:
Eeuwenlang reeds gevierd had deze leer zijn voor- en tegenstanders. Tot de verdedigers van dit voorrecht van Maria wordt ook de beroemde Roermondenaar, Dionysius de Kartuizer (Rijkel, circa 1402-1403 - Roermond, 12 maart 1471), gerekend (Opera omnia VI, Comm. in ps.118, art. 29, aleph). Uitgaande van de stelling, die ook later de H. Alfonsus de Liguori zou onderschrijven:"Door geen der meest bevoorrechte schepselen wordt Maria overtroffen; zelfs is zij onuitsprekelijk meer bevoorrecht dan alle bevoorrechte heiligen, zodat alle waardigheden en genaden, aan hen geschonken, haar in hogere mate zijn toebedeeld".

In het persoonlijk leven van Joannes Augustinus Paredis [1795-1886], eerste bisschop van het 2e bisdom Roermond [dat wil zeggen na herstel van de hiërarchie 1853-heden], heeft de Mariaverering steeds een grote plaats ingenomen. Omdat de verering van Maria van oudsher een vanzelfsprekendheid was, sloot de dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis van de allerheiligste Maagd in 1854 goed aan bij het streven van bisschop Paredis de geloofsinhoud ingebed in talrijke tradities op aansprekende wijze over te dragen. In het jaar, waarin zijn vicariaat tot bisdom verheven werd, wijdde hij Limburg onder deze titel toe aan de Moeder des Heren. Hij bleef dit geloofsgeheim benadrukken en vroeg zijn geestelijken met grote plechtigheid de herdenking ervan te vieren (vgl. J.M. Gijsen, "Joannes Augustinus Paredis 1795-1886, bisschop van Roermond en het Limburg van zijn tijd'').

Kerken in het bisdom Roermond onder het patronaat van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen vindt men o.a. in:
Amstenrade, bouwperiode 1852-1856 (Carl Weber); Venlo, 1911 (Pierre Cuypers); Rijckholt, gebouwd 1882 als dominicaner kloosterkerk en voor buurtbewoners,2009 aan de eredienst onttrokken; Terwinselen, 1921 (Hubert van Groenendael) en te Pey-Echt, in 1859. (Pierre Cuypers). Op 10 december 1861 werd deze kerk ingezegend mgr. Paredis.

Het feest van 8 december is tevens de dies natalis van het diocesane priesterseminarie Rolduc. Vandaag wordt het achtste lustrum gevierd.

Orde van het H. Graf:
In de Orde van het H.Graf stond Maria in hoge eer. In de 12e eeuw werden zeker vijf Mariafeesten gevierd. In een 15e eeuws Antiphonale in gebruik in de priorij in Sint Odiliënberg bij het Getijdengebed staat op folio 286 het feest "In Conceptione B.M.Virginis" vermeld te vieren als "totum duplex", met een octaaf.

De communiteit van Priorij Thabor wijdt zich tweemaal per jaar, namelijk op het Hoogfeest van Maria Boodschap (25 maart) en op het Hoogfeest van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen (8 december) toe aan de H. Maagd Maria.

De diepe, eeuwenoude devotie tot de H. Maagd in de Orde werd nog versterkt werd door de Verhandelingen van de H. Grignion de Montfort over de devotie tot Onze-Lieve-Vrouw. Aan het begin van de 20e eeuw werd deze toewijding of opdracht in de Priorij in Turnhout ingevoerd en tot op de dag van vandaag wordt deze opdracht door ons in ere gehouden.