zondag 6 april 2025
Lezingen H. Mis 5e zondag van de veertigdagentijd, jaar C “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.”
Eerste lezing (Jes. 43, 16-21)
Uit de Profeet Jesaja.
Zo spreekt de Heer,
die door de zee een weg legt,
een baan door de onstuimige golven;
en die wagen en paard daarover laat gaan,
leger en strijdmacht, gesloten aaneen,
maar dan gaan ze rusten, staan niet meer op,
uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit.
Denk niet meer aan het verleden
en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is:
Ik onderneem iets nieuws,
het begin is er al: ziet ge het niet?
Een weg leg Ik door de steppe,
rivieren laat Ik stromen door de woestijn.
De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben,
de jakhalzen en de struisvogels;
want door de steppe laat Ik beken stromen,
rivieren door de woestijn,
zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven:
en dit volk dat Ik mij gevormd heb
zal mijn lof verkondigen!
Tweede lezing (Fil. 3, 8-14)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi.
Broeders en zusters,
Ik beschouw alles als verlies,
want mijn Heer Jezus Christus kennen
gaat alles te boven.
Om Christus heb ik alles prijsgegeven
en houd ik alles voor afval
als het er om gaat Hem te winnen
en één te zijn met Hem.
Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet;
mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus,
ze is een gave van God en steunt op het geloof.
Ik wil Christus kennen,
ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden
en de gemeenschap met zijn lijden,
ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven
om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden.
Niet dat ik het al bereikt heb.
Ik ben nog niet volmaakt.
Maar ik streef er vurig naar het te grijpen,
gegrepen als ik ben door Christus Jezus.
Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn.
Alleen dit:
ik vergeet wat achter me ligt
ik reik naar wat voor me ligt
ik storm af op het doel:
de prijs van Gods heerlijke roeping.
.
Evangelie (Joh. 8, 1-11)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
Toen brachten de schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw
die op overspel was betrapt.
Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:
“Meester,
deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef.
Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen
zulke vrouwen te stenigen.
Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?”
Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
Toen zij bij Hem aanhielden met vragen
richtte Hij zich op en zei tot hen:
“Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerste een steen op haar werpen.”
Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
Toen zij dit hoorden
dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst,
tot dat Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan.
Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar:
“Vrouw, waar zijn ze gebleven?
Heeft niemand u veroordeeld?”
Zij antwoordde:
” Niemand, Heer.”
Toen zei Jezus tot haar:
“Ook Ik veroordeel u niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.
Uit de Profeet Jesaja.
Zo spreekt de Heer,
die door de zee een weg legt,
een baan door de onstuimige golven;
en die wagen en paard daarover laat gaan,
leger en strijdmacht, gesloten aaneen,
maar dan gaan ze rusten, staan niet meer op,
uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit.
Denk niet meer aan het verleden
en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is:
Ik onderneem iets nieuws,
het begin is er al: ziet ge het niet?
Een weg leg Ik door de steppe,
rivieren laat Ik stromen door de woestijn.
De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben,
de jakhalzen en de struisvogels;
want door de steppe laat Ik beken stromen,
rivieren door de woestijn,
zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven:
en dit volk dat Ik mij gevormd heb
zal mijn lof verkondigen!
Tweede lezing (Fil. 3, 8-14)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi.
Broeders en zusters,
Ik beschouw alles als verlies,
want mijn Heer Jezus Christus kennen
gaat alles te boven.
Om Christus heb ik alles prijsgegeven
en houd ik alles voor afval
als het er om gaat Hem te winnen
en één te zijn met Hem.
Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet;
mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus,
ze is een gave van God en steunt op het geloof.
Ik wil Christus kennen,
ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden
en de gemeenschap met zijn lijden,
ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven
om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden.
Niet dat ik het al bereikt heb.
Ik ben nog niet volmaakt.
Maar ik streef er vurig naar het te grijpen,
gegrepen als ik ben door Christus Jezus.
Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn.
Alleen dit:
ik vergeet wat achter me ligt
ik reik naar wat voor me ligt
ik storm af op het doel:
de prijs van Gods heerlijke roeping.
.
Evangelie (Joh. 8, 1-11)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens
In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
Toen brachten de schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw
die op overspel was betrapt.
Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:
“Meester,
deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef.
Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen
zulke vrouwen te stenigen.
Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?”
Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
Toen zij bij Hem aanhielden met vragen
richtte Hij zich op en zei tot hen:
“Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerste een steen op haar werpen.”
Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
Toen zij dit hoorden
dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst,
tot dat Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan.
Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar:
“Vrouw, waar zijn ze gebleven?
Heeft niemand u veroordeeld?”
Zij antwoordde:
” Niemand, Heer.”
Toen zei Jezus tot haar:
“Ook Ik veroordeel u niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.
zaterdag 5 april 2025
Aanstaande zondag 6 april 2025- Concertante muziek in de Basiliek voorafgaand aan de Vespers
Programma:
1. Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Kerksonate in Es [KV 67]
2. Welkom en inleiding
3. Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736) Stabat Mater
4. Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Kerksonate in F [KV 224]
zie op deze website ook ook Stabat Mater reeks
Voor tekst en diverse Nederlandse vertalingen, zie Stabat Mater info
zondag 30 maart 2025
Overweging God is anders - 4QC
Vooral in het verleden zagen zeer veel mensen God nooit zonder angst. In hun verbeelding ziet God somber neer op de aarde en zoekt met scherpe blik naar fouten. Hij controleert en haalt je zakken leeg als een douanier of Hij steekt zijn hand omhoog als een agent: ‘Meneer, u bent in overtreding!’ In hum ogen is God nooit tevreden. Ook als Hij van je houdt, ziet Hij je toch maar staan in je kleinheid , in je alsmaar overtreden van de wet. Zo’n kijk op God stoot af want van zo’n God mag niks. Dan is de God van het evangelie, die Jezus een vader noemde, heel anders. Hij is een God van leven en liefde en al het andere mag je vergeten, toorn, afstand, wraak, … Stel u God voor als een vader die door zijn zoon in de steek is gelaten en geen moment denkt aan wraak maar aan terugzien; die dagelijks met de hand boven de ogen de weg afzoekt en in de verte tuurt. En áls hij dan in de verte zijn kind ziet aankomen hem tegemoet snelt, kust en omhelst en een feest geeft. Waar is hier de zonde? Het verwijt? Waar vraagt de vader om verantwoording? De jongen nam wel het initiatief en ging terug naar zijn vader in het besef dat hij de plank had misgeslagen. Zijn vader heeft hem omhelsd. Afgelopen! Vergeven en vergeten. Het is jammer dat sommige christenen soms zo somber kijken. Ze kijken blijkbaar niet dat gevoel van innerlijke vrijheid dat hun geloof toch kan geven. Misschien beelden zij zich in dat God hun geen echte levensvreugde gunt. Dit, terwijl de Bijbel zegt: ‘Leef in vrijheid’. Natuurlijk spoort de Bijbel niet aan tot ongebondenheid: leef maar raak, doe maar aan, laat je maar gaan bij alles waarheen je gedreven wordt door bepaalde krachten. Maar het leven kan wél van een nieuwe, van een andere vrijheid worden doortrokken. Je bent je ervan bewust dat je door God gedragen wordt, dat je bij Hem geborgen bent. God schenkt ons een nieuw leven, stort Zijn kracht in ons uit. Tenslotte neemt Hij ons van het sterfbed mee naar een ander en gelukkiger leven. Dit leidt tot vertrouwen. Heeft Hij niet gezegd: ‘Wie gelooft in Mij, wie vertrouwt op Mij, die heeft eeuwig leven?’ Wanneer je iets wilt zeggen, heb je niet altijd woorden nodig. Je kunt de deur hard achter je dichtsmijten, op je voorhoofd tikken…. Iedereen begrijpt het. In het levensverhaal van Jezus spelen tekens een belangrijke rol. Mensen drukken hun geloof uit in een teken. Een zieke vrouw raakt de kleren van Jezus aan. Een andere kust de voeten van Jezus. Jezus begrijpt die tekens en zegt: ‘Uw geloof heeft u gered, ga in vrede.’ Jezus zelf gebruikte zelf ook tekens. Hij omhelsde kinderen om hen te zegenen. Hij legde zieken de handen op. In de tekens van brood en wijn geeft God zichzelf. Na de dood van Jezus begonnen tekenen een belangrijke plaats in te nemen in de gemeenschap van zijn volgelingen. Degenen die in God geloofden, maakten dit kenbaar door zich te laten dopen. Hun geloof maakten zij zichtbaar door tekens. Dit doen christenen nog steeds: denk maar eens aan de mis en aan de ziekenzalving. Waar deze tekens gesteld worden, is God aanwezig met zijn hulp, zijn goedheid, vrede en liefde.
Abonneren op:
Posts (Atom)


