zaterdag 30 november 2024

Adventmeditatie paus Benedictus XVI: het geheim van de stilte

Maria, de reine Maagd van de Heer. Haar boodschap is de vrouwelijke bereidheid voor de Ontvangenis. Op zondag Rorate wordt het Evangelie gelezen van de Aankondiging aan Maria en van de wonderbare Ontvangenis van het Goddelijk Kind. "De engel Gabriël werd door God naar een stad in Galilea gezonden met name Nazareth tot een Maagd. Zij was verloofd met een man die Jozef heette uit het Huis van David, en de naam van de Maagd was Maria. De engel trad bij haar binnen en sprak: "Wees gegroet,  Gij vol van genade . . .!" Een van de beslissende uren van de wereldgeschiedenis   want hier en op deze plaats is waarachtig in de volste zin van het woord Gods  aanwezigheid onder de mensen begonnen. Hier is het werkelijk "Advent" geworden.

Bedenken wij echter ook: dit beslissende uur van de wereldgeschiedenis was tegelijkertijd een van haar stilste uren. Een vergeten uur, dat in geen enkele krant stond en waarvan geen enkel geïllustreerd blad melding maakte of zou hebben gemaakt wanneer iets dergelijks er toen reeds was. Wat ons hier gezegd wordt is dus allereerst een geheim van de stilte. Het waarachtige grote groeit ongemerkt, en stilte op de juiste tijd is vruchtbaarder dan ononderbroken werken, wat maar al te gemakkelijk tot geestloze leegloop kan worden. Wij allen zijn immers in deze tijd van “veramerikanisering” van het openbare leven bezeten door een merkwaardige onrust, die in elk moment van stilte tijdverlies, in elk moment van rust een nalatigheid bespeurt. Iedere gram tijd wordt gemeten en gewogen, en wij vergeten daardoor het eigenlijke geheim van de tijd, het geheim van de groei en het werk: de stilte.
Ook in de wereld van het religieuze is het [helaas dikwijls] zo dat wij alles verwachten en verhopen van ons werk, dat wij met allerlei oefeningen en activiteiten ons onttrekken aan het eigenlijke geheim van de innerlijke groei voor God.  En toch komt het in de wereld van het religieuze minstens evenveel aan op het ontvangen als op het doen.

Uit: Joseph kardinaal Ratzinger, Dogma und Verkündigung, p. 374 e.v., opgenomen in Mitarbeiter der Wahrheit. Gedanken für jeden Tag (van dezelfde auteur). Pfeiffer, München 1979, p. 376

Creator Alme Siderum (1st Sunday of Advent, Hymn vespers)

zondag 24 november 2024

Conventsmis Priorij Thabor: Preek op de 34e en laatste zondag van de Tijd door het jaar 2018 - Hij zal komen oordelen levenden en doden.


Hoogfeest van Christus,  Koning van het heelal

Het koningschap is voor veel mensen van onze tijd een achterhaald  instituut. Heeft menigeen nog wel wat sympathie voor de romantiek, die soms hangt rond een koninklijke familie; bemoeit de koning zich echter ergens mee, dan zijn de negatieve reacties niet van de lucht. Het koningschap staat dan ook haaks op onze tijd van inspraak en democratie.
Het mag dan niet verwonderen, dat ook de Kerk, vanwege haar bestuurlijke structuur door steeds meer mensen met argusogen wordt bekeken. De Kerk kent namelijk nog altijd een wijze van bestuur, die meer lijkt op de koninkrijken van vroeger dan op de democratieën van tegenwoordig. En tot verbazing van velen past de Kerk haar structuren niet aan de democratiseringstendensen van onze tijd aan. Waarom niet?
Het antwoord is in feite eenvoudig. De Katholieke Kerk ziet zichzelf  in zekere zin als een voorgegeven. Dit wil zeggen: het waren niet zozeer mensen, die haar opbouwden. Nee, zij werd (zoals Johannes het in zijn evangelie getuigt) geboren uit Christus’ doorstoken zijde.
De Kerk is dus niet allereerst een optelsom van gelovige mensen. Nee, de Kerk ziet zich allereerst als het Lichaam van Christus. Christus is het Hoofd van de Kerk, onze Koning. En wij vormen als gedoopte mensen Zijn ledematen.
Dit betekent in het concrete leven, dat wij niet allereerst aan elkaar maar aan Christus als ons Hoofd verantwoording verschuldigd zijn. En ook een meerderheid van gelovigen kan hieraan niets veranderen.
 Velen hebben door hun onwetendheid een vreemde opvatting over Christus Koning en zijn Kerk. Bij koningschap denken zij aan de koningen van vroegere eeuwen die vaak hun macht misbruikten. En de Kerk had in sommige tijden de beschikking over veel wereldlijke macht. Of die macht echter altijd veel van doen had met de koningskracht waarover het feest van vandaag spreekt.. De Kerkgemeenschap wordt dan ook vaak afgerekend op het gebruik, of beter gezegd het misbruik van haar invloed op het wereldtoneel.
‘Hij zal komen om te oordelen levenden en doden’. Dit zinnetje uit de geloofsbelijdenis heeft in onze tijd van inspraak en democratie dan ook onder niet weinig gelovigen een bijsmaak gekregen.
En dat is op zich vreemd. Nog nooit hebben zoveel mensen een advocaat in de arm genomen om juist medemensen veroordeeld te krijgen.  Of het nu gaat om burenruzies of erfenissen, het ouderschap of de media; het gaat er vaak hard aan toe.
Vandaag viert de Kerk de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Het einde van het kerkelijk jaar draagt ook altijd het thema van het einde mee: Hij zal komen oordelen levenden en doden. Het feest van Christus Koningschap met het recht oordeel te vellen. Heeft de democratie werkelijk een eind gemaakt aan het gezag van de een over de ander? Kan een maatschappij leven zonder gezagsstructuren?
De Kerk houdt in ieder geval vast aan de structuur van gezag en het afleggen van verantwoordelijkheid. Maar nu komt het: elk gezag binnen de Kerk berust op het gezag van Jezus Christus. Wie binnen de Kerk dus iets te zeggen heeft, dient zich te spiegelen aan Christus Koning. Elk gezag in de Kerk ontleent  haar waarde dan ook uitsluitend aan zijn koningschap. Hoe oefent Jezus als koning Zijn gezag uit?  Op het eerste gezicht lijkt zijn heerschappij hardvochtig en streng: “Gaat weg van Mij, vervloekten”. Dit verhaal is echter een parabel. En een parabel is allereerst bedoeld als een waarschuwing. Mens, hoe leef jij? Durf jij koninklijk te leven door het Koningschap van Jezus tastbaar te maken in jouw leven?
En hoe wordt het koningschap van Jezus zichtbaar? In dienstbaarheid. “Meen niet, dat Ik gekomen ben om gediend te worden, maar om te dienen en Mijn leven te geven als losprijs voor velen”. Wie durft deze Koning nog ervaren als een bedreiging? Betekent Zijn heerschappij niet veeleer een bevrijding?
Indien wij opkomen voor de zwakken en de kleinen en in deze mensen Christus herkennen als onze Koning, dan zal Zijn oordeel over ons mild zijn. Maken wij echter onszelf tot koning, en dit gaat meestal ten koste van anderen…

Christus Koning, een achterhaald feest of juist de bevrijdende viering van onze diepste menselijke werkelijkheid. De moderne democratieën laten immer voldoende zien, dat zij evenals de koninkrijken van vroeger een goddelijke Koning nodig hebben die de diepste gevoelens van eerbied, medemenselijkheid en verantwoordelijkheid in ons losmaakt. Bovendien reikt zijn bevrijdende macht zover, dat Paulus durft uit te roepen: ik wil roemen op mijn zwakheden, want juist die maken Gods kracht in mij zichtbaar. Wij mogen Gods kracht zichtbaar maken in het navolgen van de dienstbaarheid van Christus Koning. 

Martyrologium Romanum Dominica ultima per annum / Laatste zondag door het jaar:


              
Sollemnitas Domini nostri Iesu Christi, universorum Regis.
Ipsi soli imperium, gloria et maiestas
in infinita sæcula sæculorum.
Hoogfeest van onze Heer Jezus Christus, Koning van het heelal.
Aan Hem alleen komen toe de macht, de heerlijkheid en de majesteit

in de eeuwen der eeuwen.

Aan U, o Koning der Eeuwen, orkest orgel en koor

Christus Vincit, Christus Regnat, Christus Imperat ~ Gregoriaans - Chant

zondag 17 november 2024

Overweging: De Kerk, Gods volk onderweg, houdt stand tegen alle verdrukking in, al tweeduizend jaar (Lumen Gentium).

Rondom ons zien we hoezeer het scheepje van Petrus in woeste stormen is beland. De golven slaan over de boot en van binnenuit komt nu de ergste dreiging. En net als de apostelen toen, roepen wij tot de Heer, die lijkt te slapen,: " Heer ziet U niet dat wij vergaan". En zacht klinkt dan ook weer het antwoord: "Kleingelovigen" !

In het begin …..

God schiep de mens en schonk hem een tuin, een paradijs waarin hij zorgeloos mocht leven. Alléén van die ene boom mochten de vruchten niet gegeten worden. En dat was iets wat de mens  geweldig  intrigeerde. De slang wist die gevoelige snaar bij hem te vinden: Het Kwaad is machtig, en weet geniepig juist dat zwakke punt te vinden. Het lijkt immers zo realistisch wat ze zegt.

De Kerk is ook een tuin. Ze wordt door Jezus vergeleken met een wijngaard. Een wijngaard die het Kwaad onzer zijn controle probeert brengen. Eeuwen en eeuwen lang. We kennen het verhaal van de dienaren die worden gedood, en zelfs de Zoon de Erfgenaam wordt gedood. Ook de grote Paus Benedictus noemt zichzelf "een eenvoudige dienaar in de Wijngaard des Heren". De Heer heeft zijn Kerk aan ons gelovigen toevertrouwd met de belofte van de leiding door de H. Geest. Die wijngaard wordt ook nu weer bedreigd. Het kwaad is heel machtig en heeft zich gevestigd om de Kerk heen en in de Kerk, ook bij hen die een belangrijke opdracht hebben.

Maar de Kerk dat is het volk van God onderweg zo zei ons Lumen Gentium. Wij zijn uitgenodigd op onze plaats en met onze mogelijkheden, niet de moed te laten varen, niet kleingelovig te zijn. Jezus is de Heer van de Kerk. Wij mogen werken en beheren in zijn tuin, onkruid verdelgen, de grond vruchtbaar maken zodat het geloof groeien kan.

Ook in ons binnenste in, in onze ziel heeft God een tuin aangelegd. En als wij in die tuin bezig zijn, bewerken, snoeien om te kunnen groeien, de grond vruchtbaar maken, dan bouwen wij ook de gemeenschap van gelovigen weer op, de Kerk. En als we binnen die tuin bezig blijven horen we door de inspraken van de H. Geest, wat God ons wil laten doen.

Dat kunnen we alleen horen binnen die tuin van onze ziel. Als we buiten die tuin gaan, horen wij de H. Geest slechter. En hoe meer en hoe verder we buiten die tuin zijn des te slechter horen we de H. Geest tot ons spreken. En dan denken we dat we het niet redden, dat we het alleen moeten doen. Net zoals Adam en Eva ontdekten dat ze naakt waren en in paniek raakten. Wij kunnen alleen bijdragen aan de groei van Gods Rijk, aan de bloei van de Kerk naarmate we luisteren naar de H. Geest en onze eigenmachtigheid uit handen geven. We mogen met lege handen voor de Heer staan, zodat Hij ze kan vullen. God is dicht bij me, Hij houdt van me zoals ik ben, zo heeft Hij mij geschapen en gewild. Hij laat me niet in de steek en zorgt voor mij. Als ik de relatie bekoel door te weinig met Hem verbonden te zijn in gebed, maak ik mij zorgen. Dus ik moet zorgen dat ik bid, van hart tot Hart en dan weet ik: God zorgt voor mij. Zorgt voor ons zijn Kerk, het pelgrimerende volk van God op weg door de tijd naar het Vaderhuis.

Ondanks donkere wolken die ons omringen, en de zorgen die wij ons maken, mogen we leven in de vreugde van de verrijzenis. Vreugde geeft energie, hoop en leven!

Het alternatief van vreugde is angst. Angst wordt trauma en blokkeert. Vreugde geeft juist kracht om te gaan met emotionele pijn. Angst is de verlamming door de vijand, het kwaad. De vijand laat ons kijken naar wat niet goed, niet-fijn-is, naar. Maar. 

Zelfs het denken aan vreugde kan kracht geven en helpen en laat ons kijken naar wat wel mooi is.