zondag 10 mei 2020

Marialiederen - U, Rozenkrans bemin ik

Liturgy of the Hours Office of Readings Saint Gregory of Nyssa, bishop The firstborn of the new creation

Second Reading

From a sermon by Saint Gregory of Nyssa, bishop

The firstborn of the new creation

The reign of life has begun, the tyranny of death is ended. A new birth has taken place, a new life has come, a new order of existence has appeared, our very nature has been transformed! This birth is not brought about by human generation, by the will of man, or by the desire of the flesh, but by God.
  If you wonder how, I will explain in clear language. Faith is the womb that conceives this new life, baptism the rebirth by which it is brought forth into the light of day. The Church is its nurse; her teachings are its milk, the bread from heaven is its food. It is brought to maturity by the practice of virtue; it is wedded to wisdom; it gives birth to hope. Its home is the kingdom; its rich inheritance the joys of paradise; its end, not death, but the blessed and everlasting life prepared for those who are worthy.
  This is the day the Lord has made – a day far different from those made when the world was first created and which are measured by the passage of time. This is the beginning of a new creation. On this day, as the prophet says, God makes a new heaven and a new earth. What is this new heaven? you may ask. It is the firmament of our faith in Christ. What is the new earth? A good heart, a heart like the earth, which drinks up the rain that falls on it and yields a rich harvest.
  In this new creation, purity of life is the sun, the virtues are the stars, transparent goodness is the air, and the depths of the riches of wisdom and knowledge, the sea. Sound doctrine, the divine teachings are the grass and plants that feed God’s flock, the people whom he shepherds; the keeping of the commandments is the fruit borne by the trees.
  On this day is created the true man, the man made in the image and likeness of God. For this day the Lord has made is the beginning of this new world. Of this day the prophet says that it is not like other days, nor is this night like other nights. But still we have not spoken of the greatest gift it has brought us. This day destroyed the pangs of death and brought to birth the firstborn of the dead.
  I ascend to my Father and to your Father, to my God and to your God. O what wonderful good news! He who for our sake became like us in order to make us his brothers, now presents to his true Father his own humanity in order to draw all his kindred up after him.

Lezingen H. Mis 5e zondag van Pasen, jaar A “Laat uw hart niet verontrust worden"

Eerste lezing (Hand. 6,1-7)
Toen in die dagen het aantal leerlingen steeds toenam,
begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren,
omdat bij de dagelijkse ondersteuning
hun weduwen achtergesteld werden.
De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden:
“Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen
door de zorg voor de ondersteuning.
Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden,
van goede faam, vol geest en wijsheid.
Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden,
terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebed
en de bediening van het woord.”
Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering
en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige Geest,
Filippus, Próchorus,
Nikánor, Timon, Parmenas
en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.
Dezen werden aan de apostelen voorgedragen,
die na gebed hun de handen oplegden.
Het woord Gods breidde zich uit
en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk;
ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.

Tweede lezing (1 Petr. 2,4-9)
Dierbaren,
treedt toe tot de Heer, de levende steen,
door de mensen verworpen,
maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God.
Laat ook uzelf als levende stenen voegen
in de bouw van de geestelijke tempel.
Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op,
die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.
Daarom staat er in de Schrift:
“Ik leg in Sion een steen,
een uitverkoren, kostbare hoeksteen.
En wie op Hem vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld.”
Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft.
Maar voor de ongelovigen geldt:
“De steen die de bouwers hebben afgekeurd,
die is de hoeksteen geworden,”
maar ook “een steen waaraan zij zich stoten,
een rots waarover zij struikelen.”
Zij stoten zich, omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen;
en daartoe waren zij ook bestemd.
Maar gij zijt een uitverkoren geslacht,
een koninklijke priesterschap, een heilige natie,
Gods eigen volk,
bestemd om de roemruchte daden te verkondigen
van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen
tot zijn wonderbaar licht.

Evangelie (Joh. 14,1-12)
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Laat uw hart niet verontrust worden.
Gij gelooft in God,
gelooft ook in Mij.
In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.
Ware dit niet zo, dan zou Ik het u hebben gezegd,
want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.
En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid,
kom Ik terug om u op te nemen bij Mij,
opdat ook gij zult zijn waar Ik ben.
Gij weet waar Ik heenga
en ook de weg daarheen is u bekend.”
Tomas zei tot Hem:
“Heer, wij weten niet waar Gij heengaat:
hoe moeten wij dan de weg kennen?”
Jezus antwoordde hem:
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Als gij Mij zoudt kennen,
zoudt gij ook mijn Vader kennen.
Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.”
Hierop zei Filippus:
“Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.”
En Jezus weer:
“Ik ben al zo lang bij u
en gij kent Mij nog niet, Filippus?
Wie Mij ziet, ziet de Vader.
Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader?
Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf,
maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht.
Gelooft Mij:
Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.
Of gelooft het anders omwille van de werken.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie in Mij gelooft,
zal ook zelf de werken doen die Ik doe.
Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

zaterdag 9 mei 2020

Lezingenofficie 5e zondag van Pasen Liturgia Horarum Christus is de dag


Lezingen van het Lezingenofficie

Augustinus leest Paulus, fresco van Benozzo Gozzoli (1420-1497)

Eerste lezing

Uit het Boek van de Openbaring van de H. Johannes, apostel
18,21 – 19, 10

De voorzegde bruiloft van het Lam

Toen tilde een sterke engel een steen zo groot als een molensteen op en smeet die in zee met de woorden: ‘Zo zal ook Babylon, die grote stad, worden weggeslingerd; ze zal voorgoed verdwijnen. De klank van lier en zang, bazuin en fluit zal in jou voorgoed verstommen, de bedrijvigheid van ieder ambacht zal in jou voorgoed stilvallen. Het geluid van de molen zal nooit meer in je klinken, het licht van de lamp nooit meer in je schijnen. Het feestgedruis rond bruid en bruidegom zal in jou nooit meer te horen zijn. Eens waren je handelaars de groten der aarde, alle volken bezweken voor je verleidende toverij. Maar ook vloeide in deze stad het bloed van profeten en heiligen, van al degenen die op aarde werden geslacht.’

Hierna hoorde ik in de hemel een geweldige stem als van een grote menigte zeggen: ‘Halleluja! De redding, de eer en de macht zijn van onze God, want zijn vonnis is betrouwbaar en rechtvaardig. Hij heeft immers de grote hoer, die door haar ontucht de wereld in het verderf heeft gestort, veroordeeld en het bloed van zijn dienaren op haar gewroken.’ Opnieuw zeiden ze: ‘Halleluja! Haar rook stijgt op tot in eeuwigheid.’ De vierentwintig oudsten en de vier wezens wierpen zich neer voor God, die op de troon zit, en aanbaden hem met de woorden: ‘Amen! Halleluja!’ Vanaf de troon klonk een stem, die zei: ‘Loof onze God! Laat al zijn dienaren die ontzag voor hem hebben, jong en oud, hem loven!’

Toen hoorde ik iets als een stem van een grote menigte, van geweldige watermassa’s en van krachtige donderslagen zeggen: ‘Halleluja! De Heer, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap op zich genomen. Laten we blij zijn en jubelen, laten we hem de eer geven! Want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend linnen.’ Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen. Toen zei hij tegen mij: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het Lam zijn uitgenodigd.” En hij vervolgde: ‘Wat God hier zegt, is betrouwbaar.’ Ik wierp me aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar zoals jij en zoals je broeders en zusters die van Jezus getuigen. Je moet God aanbidden.’ Want getuigen van Jezus is profeteren.

Tweede lezing

Uit de preken van de H. Maximus van Turijn, bisschop.
(Sermo 53, 1-2. 4: CCL 23, 214-216)

Christus is de dag

Door de verrijzenis van Christus wordt de onderwereld geopend, door de nieuw gedoopten in de Kerk wordt de aarde vernieuwd en door de H. Geest wordt de hemel ontsloten. Want de geopende onderwereld geeft haar doden terug, de hernieuwde aarde brengt verrijzenden voort en de ontsloten hemel neemt die opstijgenden op.

Tenslotte stijgt de goede moordenaar op naar het paradijs, de lichamen der heiligen komen in de Heilige Stad, doden worden weer levend en door een zekere werking bij de verrijzenis van Christus verheffen alle elementen zich tot een hogere orde.

De onderwereld geeft wat ze heeft aan de bovenwereld terug; de aarde zendt degenen, die ze begraven heeft, naar de hemel; de hemel geleidt hen, die hij ontvangt, tot voor de Heer. Door een en dezelfde werking verheft het lijden van de Verlosser hen vanuit de diepten, doet hen opstaan van het aardse en plaatst hen in de hoogten.

Want de verrijzenis van Christus is voor de overledenen het leven, voor de zondaars de vergiffenis, voor de heiligen de glorie. Elk schepsel wordt tot het feest van de Verrijzenis van Christus door de heilige profeet uitgenodigd. Want hij zegt, dat men op deze dag, die de Heer gemaakt heeft, moet jubelen en zich verheugen.

Het licht van Christus is een dan zonder nacht, een dag zonder einde. Maar dat die dag Christus zelf is, zegt de Apostel: De nacht is voorbij, de dag breekt aan. Hij zegt: De nacht is voorbij ze volgt niet, opdat ge zoudt begrijpen, dat bij het verschijnen van Christus’ licht en duisternissen van de duivel worden verdreven en de donkerte van de zonde niet meer volgt: dat de vroegere duisternissen door een blijvende glans zijn verdreven en de misdaad niet meer kan binnensluipen.

De Zoon zelf toch is de dag, aan Wie de Vader als de dag de verborgenheden van zijn Godheid schenkt. Ik zeg, de dag is Hijzelf, die door Salomon zegt: Ik deed het blijvende licht aan de hemel opgaan.

Zoals er dus geen sprake van is, dat in de hemel op de dag een nacht zal volgen, zo zullen op Christus’ gerechtigheid geen duisternissen volgen van zonden. Want altijd schittert de dag in de hemel, geeft daar licht en glans, en kan niet door enige duisternis omsloten worden. Zo ook schittert altijd het licht van Christus, straalt en glanst, en kan niet omhuld worden door een duisternis van boosheid. Vandaar dat de Evangelist Johannes zegt: En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis nam het niet aan.
Daarom, broeders, moeten wij allen juichen op deze heilige dag. Niemand mag zich aan de algemene vreugde onttrekken door het bewustzijn van zijn zonden. Niemand worde door de last van zijn misdaden teruggehouden van het openbaar gebed! Want hoewel iemand zondaar is, moet hij op deze dag niet wanhopen aan de vergiffenis, haar aanduiding is immers niet gering. Want als de goede moordenaar het paradijs verdiende, waarom zou dan de christen geen vergiffenis verdienen?


Marialiederen - Magnificat - Andriessen

Exclusief - Lof met aanbidding achter gesloten deuren in Basiliek op Patroonsfeest WPO 2020 met veel dank aan fotograaf