donderdag 30 juli 2015

John Henry Newman [1801-1890] A Prayer of Surrender

My Lord and Saviour, in your arms I am safe; keep me and I have nothing to fear; give me up and I have nothing to hope for. I pray you not to make me rich, I pray you not to make me very poor; but I leave it all to you, because you know and I do not. If you bring pain or sorrow on me, give me grace to bear it well. If you give me health and strength and success in this world, keep me ever on my guard lest these great gifts carry me away from you. Give me ever to aim at setting forth your glory; to live to and for you; to set a good example to all around me; give me to die just at that time and in that way which is most for your glory, and best for my salvation.

woensdag 29 juli 2015

Woorden van de Pastoor van Ars, de heilige Jean-Marie Vianney (1786-1859)


Over de trots

Zoals de spijzen met zout, mengen we alles met trots.
We zien graag als onze goede werken bekend worden. Het verheugt ons als men onze deugden opmerkt. Bemerkt men onze gebreken, dan stemt dat ons treurig. De heiligen waren anders. Het bedroefde hen als hun deugden bekend werden, en zij waren blij gestemd als men hun onvolmaaktheid waarnam.

Verstand en wijsheid

Verstand en wijsheid doen ons inzien wat God het liefste heeft en wat voor ons zielenheil het meest van nut is. We moeten altijd het volmaakte kiezen.

Heiligheid

Het hart van de heiligen staat vast als een rots te midden van de branding van de zee.
Het kenmerk van de uitverkorenen is de liefde, het kenmerk van de verdoemden de haat.
Geen enkele verdoemde zal een andere verdoemde liefhebben…
De heiligen beminnen iedereen en hun vijanden in het bijzonder.

We kunnen heiligen worden – is het niet door onschuld, dan toch minstens door boete en eerherstel.

maandag 27 juli 2015

John Henry Newman [1801-1890] An Offertory Prayer

My God, I know well, you could have saved us at your word, without yourself suffering; but you did choose  to purchase us at the price of your Blood. I look on you, the Victim lifted up on Calvary, and I know that  your death was an expiation for the sins of the whole world.

My Lord, I offer you myself in turn as a sacrifice of thanksgiving. You have died for me, and I in turn make myself over to you. My wish is to be separated from everything of this world; to cleanse myself simply from sin. Enable me to catty out what I profess.

zaterdag 25 juli 2015

Overweging bij de zeventiende zondag door het jaar (B-cyclus) - Jezus ging met zijn leerlingen een berg op

Overweging bij de zeventiende zondag door het jaar (B-cyclus)                                                     

2 Koningen 4,42-49
Efeziërs 4, 1-6
Johannes 6,1-15

We bevinden ons liturgisch gezien in het zogenoemde B-jaar, dat wil zeggen het jaar waarin we van zondag tot zondag gedeelten lezen uit het evangelie van Marcus. Maar zijn evangelie is zoveel korter dan dat van Matteüs en Lucas, dat het niet alle zondagen met een eigen tekst kan vullen. Dat is dus de reden waarom onze Moeder de Kerk vanaf vandaag en de zondagen in augustus aanvult met lezingen uit het zesde hoofdstuk van Johannes.

Vorige week hebben we gehoord hoe de leerlingen bij Jezus terugkeerden van hun drukke rondreis. In opdracht en in navolging van Jezus hadden ze de blijde boodschap verkondigd en genezing onder de mensen gebracht. Ze hadden nauwelijks de tijd gehad om een hapje te eten, zo druk was het geweest. “Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten” merkt Marcus op (6,31). Jezus had hun een korte vakantie voorgesteld: “Ga mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten” (Marcus 6,31). Wat een wijsheid en zorgzaamheid van Jezus! Een mens kan opgebrand raken en onder de drukke werkzaamheden bezwijken. De boog kan  niet altijd gespannen blijven. We verliezen dan onze veerkracht en zijn tot niets meer in staat zoals een slap elastiek waar de rek uit is. Om weer op adem te komen stelt Jezus hun een boottocht voor over het Meer van Galilea. Ja, Jezus houdt wel van een dagje uit. U moet zich dat meer ongeveer zo groot voor stellen als het huidige Markermeer, zo een 20 kilometer lang en ongeveer 12 kilometer breed. Het wordt in de bijbel ook het Meer van Genesaret of het Meer van Tiberias genoemd zoals bij ons het IJsselmeer eertijds Zuiderzee heette. Of ze gezeild hebben of misschien ook bij te weinig wind hebben moeten roeien, we weten het niet. In ieder geval moet het een ontspannende boottocht zijn geweest, een oversteek van west naar oost, vergelijkbaar met een overvaart van Monnikendam, Hoorn of Enkhuizen richting Lelystad. Maar aan de overkant gekomen is het met de rust en het alleen zijn al snel gedaan. Want het volk heeft Jezus niet zo maar willen laten gaan, Hij is hun idool door zijn mooie woorden en wonderdaden. Daarom zijn ze om het Meer heengelopen, wij zouden zeggen over de dijk van Enkhuizen naar Lelystad gegaan.

En dan vertelt Johannes ons opmerkelijke details. In de eerste plaats dat het kort voor het Pesachfeest was. De vermelding van het Joodse paasfeest is in het Johannesevangelie van wezenlijk belang. In hoofdstuk 2 na de bruiloft in Kana trekt Jezus naar Jeruzalem om er Pesach te vieren (2,13 en 23); en in hoofdstuk 11 wanneer de mensen zich afvragen of Jezus nog wel naar Jeruzalem gaat, komt Jezus zes dagen voor het Pesachfeest via Betanië toch naar de Vredesstad om er zijn intocht en uittocht te houden (11,55; 12,1 en 13,1). Pesach het feest van brood en beker, van het lam dat geslacht wordt, van het bloed dat reinigt, van de bittere kruiden, van bevrijding uit de verdrukking en benauwenis naar het nieuwe land van God, naar de ruimte waar het dank zij Gods Geest vrij leven en ademhalen is.

Het tweede detail dat Johannes ons mededeelt is dat Jezus de berg opgaat. Wanneer we over een berg horen, moeten wij als hoorders van de Heilige Schrift meteen de oren spitsen. Was het niet op de berg Ararat dat de ark van Noach zijn veilige haven vond (Genesis 8,4); op de berg Moria bond aartsvader Abraham zijn zoon Isaak op het hout vast (22,2 en 14); op de berg Horeb ontmoette Mozes de ene en heilige God en ontving hij van Hem de wetstafelen met de geboden, als  handvest van een durend verbond (Exodus 24,12). Op de berg Sion richt God de HEER voor alle volken een feestmaal aan (Jesaja 25,6). Op de berg liet Satan aan Jezus alle koninkrijken der aarde zien (Matteüs 4,8), op de berg sprak Jezus zijn Bergrede uit als programma van het Koninkrijk van God (5,1 en 8,1), op de berg overschaduwde hem de heerlijkheid van God, met Mozes en Elia als de twee getuigen van God (17,1). Wanneer we hier lezen dat Jezus met zijn leerlingen op de berg plaats neemt, dan is dat altijd het zitten van iemand met gezag, met bevoegdheid om te onderrichten en te oordelen.

En het derde detail dat opvalt luidt: Jezus ziet om zich heen en aanschouwt de mensen die op hem toekomen. Wat ook de motieven zijn van de mensen die tot Jezus gaan, wat hen ook mag bewegen om bij Hem hun heil te zoeken, Jezus gaat ze niet uit de weg. Misschien had Hij nog wat langer van zijn vrije dag willen genieten – als ik dat zo zeggen mag – maar desondanks heeft Hij tijd en aandacht voor ze. Het staat er heel uitgebreid: Hij laat zijn ogen op hen rusten en ziet hen aan. Wanneer Jezus iemand aankijkt, dan is het altijd met liefde en mededogen. Wanneer Hij de schoonmoeder van Petrus ziek op bed ziet liggen, geneest Hij  haar. Heel liefdevol ziet hij de rijke jongeman aan die hem wil volgen. Wanneer Jezus Martha en Maria ziet wenen om hun gestorven broer, laat Hij zelf zijn tranen de vrije loop. En wanneer Petrus Hem verloochend heeft, ziet Jezus hem aan en barst hij van spijt in tranen uit. Ja, wanneer Jezus ons aankijkt, ziet Hij ons aan met blikken van liefde en vergeving.

Dan wendt Jezus zich tot Filippus, en wellicht zou je verwachten dat Hij hem de opdracht zou geven om de mensen weg te sturen. Aan de overzijde van het Meer is het immers een onbevolkt gebied met weinig mogelijkheden tot onderdak en proviand. Maar in plaats daarvan is er slechts één vraag die Jezus bezig houdt: waarvandaan kunnen we al die mensen te eten geven? Het is misschien niet zonder reden dat Jezus die vraag juist aan Filippus stelt, een Joodse man uit Betsaïda met een Griekse naam, de Griekse taal machtig en als intellectueel kritisch van aard. Die kan alleen maar aan geld als oplossing denken, en moet nuchter vaststellen dat zelfs een fors geldbedrag niet voldoende is om al die monden te voeden. Het zal een flinke aanslag worden op de gezamenlijke kas die door Judas wordt beheerd. Dan komt Andreas, de eerst geroepene (Johannes 1, 40), aanzetten met een jongen die over vijf gerstebroden en twee vissen beschikt, maar het zijn maar druppels op een gloeiende plaat. Het is een illustratie van onze dagelijkse machteloosheid, van de ontoereikendheid van onze menselijke middelen. Maar juist dat weinige is goud in de handen van Jezus. Wat volgt, is een grootse eucharistieviering in de open lucht. Jezus die de broden neemt, Jezus die de dankzegging uitspreekt, – eucharistèsas in het Grieks –  Jezus die ze laat uitdelen. Van enige reactie is noch bij de leerlingen sprake noch bij de vijfduizend koppige menigte. De evangelist laat ons hierover in het ongewisse. Hij is niet geïnteresseerd in menselijke gevoelens van bewondering en adoratie. Wat hij van belang vindt is: wordt er gedaan wat er gedaan moet worden. Zoals de leerlingen op Jezus’ bevel de mensen in het gras hebben laten aanliggen, zo voeren ze ook zijn opdracht uit om de brokken te verzamelen en niets verloren te laten gaan. In het land waar Jezus vandaan komt en dat Hij hier en nu present stelt, wordt brood uitgedeeld en als in een feestmaaltijd weggegeven. Het is er in overvloed aanwezig en gaat niet verloren. Zoals de som van de twee vissen en de vijf gerstebroden het symbolische getal zeven van de volheid is, zo is twaalf de aanduiding van de eschatologische gemeenschap van de weer verenigde twaalf stammen, van het vernieuwde Israël.  

Hierna komt het volk op een negatieve manier in beeld. In het begin zijn de mensen uit sensatiezucht Jezus achternagelopen, in de hoop op een wonderteken! Maar het teken van het gebroken en uitgedeelde brood verstaan ze niet. Ze zijn er blind en doof voor. Hun misvatting blijkt nu overduidelijk: ze noemen Jezus een profeet en willen Hem tot koning maken. Ze willen Jezus meetronen, Hem inpalmen, Hem voor hun aardse karretje spannen, maar Jezus staat dat niet toe, Hij trekt zich terug, alleen op de berg. Wat een prachtig thema: in het begin van het verhaal zit Jezus met de leerlingen op de berg omringd door een grote menigte; aan het slot is Jezus op de berg geheel alleen. Mensen die het uitdelen van het brood zien als de daad van een koningspretendent met zucht naar de macht, miskennen de oorsprong van het handelen van Jezus: het geheim van het waarvandaan, van de bron waar het voedsel vandaan komt, het geheim van de Gever van het ware voedsel. Op de berg is Hij alleen, alleen met God, zijn hemelse Vader, de Vader van wie Hij is uitgegaan.
Ik wil eindigen met de tekst uit gezang 354:
Zijn heilig Lichaam, in de dood gegeven,
is het brood waardoor wij leven.
Geen groter gave kon Hij ons schenken,
laat ons daarom Hem gedenken. Amen.

Dr. Alphons Jaakke, pr.

vrijdag 24 juli 2015

Uit Thomas a Kempis - Navolging van Christus

EERSTE HOOFDSTUK. 
Over de navolging van Christus en de verachting van de ijdelheden der wereld.

1. WIE MIJ VOLGT‚ ZAL IN DE DUISTERNIS NIET WANDELEN‚ zegt de Heer. Dit zijn de woorden van Christus‚ waarmede hij ons opwekt zijn leven en wandel na te volgen‚ voor zoveel wij waarlijk verlicht en van alle blindheid der ziel willen genezen worden. Daarom moet het onze voornaamste bezigheid zijn‚ het leven van Jezus Christus te bepeinzen.

De leer van Christus overtreft al wat ooit door de heiligen geleerd is‚ en wie zijn’ Geest bezat‚ zou er het verborgen manna in vinden. Men ziet wel dat velen‚ die het Woord dagelijks horen‚ er nochtans weinig smaak in vinden; maar dat komt dat zij den Geest van Christus niet hebben. Wie de woorden van Christus goed wil verstaan en smaken‚ moet in zijn gehele leven zoeken hem gelijkvormig te worden.

2. Wat baat het u‚ of gij met hoge wijsheid over de Drieëenheid kunt redekavelen‚ terwijl gij intussen de nederigheid mist‚ zonder welke men aan de Drieëenheid niet behagen kan? Waarlijk‚ het zijn niet de geleerde woorden‚ die den heiligen of rechtvaardigen man maken: een deugdzaam leven is het‚ dat ons Gode welbehagelijk maakt. Het is beter wezenlijk berouw te gevoelen‚ dan er de juiste beschrijving van te kunnen geven. Al kent gij den gehele Bijbel en al de lessen der wijsgeren van buiten‚ wat zou het alles u baten zonder de liefde en genade van God? IJdelheid der ijdelheden‚ het is alles ijdelheid‚ dit alleen uitgezonderd: God te vrezen en zijne geboden te onderhouden. De hoogste wijsheid is‚ met verachting der wereld‚ naar het koninkrijk der hemelen te streven.
Zo is het dan ijdelheid‚ vergankelijke schatten te zoeken‚ en daarop zijne hope te stellen; ijdelheid ook‚ naar ere-ambten en een hoge stand in de wereld te staan. IJdelheid‚ de begeerlijkheden des vlezes te dienen en te haken naar hetgeen hiernamaals zwaar zal worden’. gestraft. IJdelheid‚ naar een lang leven te wensen‚ zonder naar een deugdzaam leven te vragen. IJdelheid‚ alleen om het tegenwoordige leven te denken‚ zonder voor het toekomende te zorgen. IJdelheid‚ zijn hart te hechten aan hetgeen ras voorbijgaat‚ en zich niet liever zelf derwaarts te. spoeden‚ waar de vreugde eeuwig blijft.

Denk dikwijls aan deze spreuk: het oog wordt niet verzadigd van zien‚ en het oor wordt niet vervuld van horen; zoek dus uw hart van de zienlijke dingen af ’te trekken‚ om het over te brengen op hetgeen onzienlijk is: want zij‚ die zich aan hunne zinnelijkheid overgeven‚ bevlekken hun geweten en verliezen de genade Gods.

Volledige versie on line in doc en pdf, zie deze link

Cardinal Newman on the great power of the Rosary

"It seems so simple and easy, but you know God chooses the small things of the world to humble the great (I Cor. 1,27-28).

Of course it was first of all for the poor and simple, but not for them only, for everyone who has practised the devotion knows that there is in it a soothing sweetness that there is in nothing else. It is difficult to know God by your own power, because He is incomprehensible. He is invisible to begin with, and therefore incomprehensible. We can in some way know Him, for even among the heathens there were some who had learned many truths about Him; but even they found it hard to conform their lives to their knowledge of Him. And so in His mercy He has given us a revelation of Himself by coming amongst us, to be one of ourselves, with all the relations and qualities of humanity, to gain us over. He came down from Heaven and dwelt amongst us, and died for us. All these things are in the Creed, which contains the chief things that He has revealed to us about Himself.

Now the great power of the Rosary lies in this, that it makes the Creed into a prayer; of course, the Creed is in some sense a prayer and a great act of homage to God; but the Rosary gives us the great truths of His life and death to meditate upon, and brings them nearer to our hearts. And so we contemplate all the great mysteries of His life and His birth in the manger; and so too the mysteries of His suffering and His glorified life. But even Christians, with all their knowledge of God, have usually more awe than love of Him, and the special virtue of the Rosary lies in the special way in which it looks at these mysteries; for with all our thoughts of Him are mingled thoughts of His Mother, and in the relations between Mother and Son we have set before us the Holy Family, the home in which God lived. Now the family is, even humanly considered, a sacred thing; how much more the family bound together by supernatural ties, and, above all, that in which God dwelt with His Blessed Mother".

Vindplaats: EWTN.com


H. Augustinus "Christus is voor allen gestorven"

Tweede lezing van vandaag uit Liturgia Horarum / Getijdengebed
 Uit de ‘Belijdenissen’, van de H. Augustinus, bisschop
 Christus is voor allen gestorven

De ware Middelaar, - die Gij in uw verborgen barmhartigheid aan de mensen getoond hebt, en die Gij gezonden hebt om op zijn voorbeeld ook zelf de ootmoed te leren, - díe Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Jezus Christus, verscheen tussen de sterfelijke zondaars en de onsterfelijke Gerechtige. Sterfelijk met de mensen, maar gerechtig met God, opdat Hij, daar het loon voor de gerechtigheid nu eenmaal het leven en de vrede is, door zijn met zijn Godheid verbonden gerechtigheid de dood zou teniet doen van de gerechtvaardigde zondaars, die Hij met hen gemeen wilde hebben. In welke mate hebt Gij ons bemind, goede Vader, die uw Enige Zoon niet hebt gespaard, maar Hem heeft overgeleverd voor ons goddelozen! Hoe hebt Gij ons bemind, voor ons heeft Hij zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met U, en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis; Hij die alleen vrij is onder de doden, en die de macht heeft zijn leven te geven en macht om het terug te nemen; voor ons ten opzichte van U overwinnaar en slachtoffer, en daarom overwinnaar, omdat Hij slachtoffer is; voor ons ten opzichte van U Priester en Offerande, en daarom priester, omdat Hij offerande is. Hij maakte ons van knechten tot uw kinderen, doordat Hij, Uw Zoon, onze knecht werd.

Terecht is mijn vaste hoop op Hem gericht, dat Gij al mijn kwalen zult genezen, door Hem, die aan uw Rechterhand is gezeten en voor ons ten beste spreekt; anders zou ik wanhopig zijn. Want veel in aantal en groot zijn mijn kwalen, veel in aantal en groot; maar krachtiger is uw geneesmiddel. Wij zouden gemeend kunnen hebben, dat uw Woord veraf stond van enige band met de mens, en wij zouden wel moeten vertwijfelen, als dat Woord niet vlees was geworden en onder ons had gewoond. Ontsteld door mijn zonden en door de last van mijn ellende had ik in mijn hart overwogen en bedacht om naar de eenzaamheid te vluchten. Maar Gij hebt mij tegengehouden en mij gesterkt met de woorden: Daarom is Christus voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die ter wille van hen is gestorven.

Zie Heer, ik werp mijn zorg op U, om te kunnen leven en de wonderen van uw wet te aanschouwen. Gij kent mijn onervarenheid en zwakheid; onderricht mij en genees mij. Hij is uw Eniggeborene, in Wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen aanwezig zijn, en die mij heeft vrijgekocht met zijn Bloed. Laten geen hoogmoedigen mij kwellen, want ik overdenk mijn losprijs, eet en drink ervan en deel ervan uit, en in mijn armoede verlang ik erdoor verzadigd te worden te midden van hen, die eten en verzadigd worden; en zij, die de Heer zoeken zullen Hem loven.


(Lib. 10, 43, 68-70: CCL 27, 192-193)