donderdag 10 oktober 2024

10 oktober Bisdom Roermond: Gedachtenis (en feest in Maastricht) van O.L.Vrouw Sterre der Zee


Ad. Welters, pr. [1888-1970]:
 
Legende van O.L.Vrouw, Sterre der Zee

De “Sterre der Zee” is wel de schoonste, de grootste, de meest vermaarde onder de Limburgse Lieve Vrouwtjes.
Wat een rijkdom van de lieflijkste legenden omlijsten als een bloemenkrans haar aantrekkelijk beeld. Nu eens straalt haar glorie uit over een hele eeuw, vol van gunsten en gaven, dan weer verdonkert haar Sterre  achter wolken van vervolging en ongeloof, zodat men zich afvraagt: “Waar is de Sterre?”
Aan alle oude Maastrichtse kerken haast, heeft zij haar bezoek gebracht, en menig klooster onderhoudt trouw haar familierelaties met Haar.
Grote mannen en vrouwen, die een zegen werden voor de stad, hebben bij het beeld der “Sterre der Zee”hun roeping tot grote daden vernomen.
Door haar machtige voorspraak werden zieken gezond en zelfs dode kinderen leven, en lange,lange processies trekken van heinde en verre over de oude wegen naar haar heiligdom.
Nee! Een mirakelboek van de “Sterre der Zee” is door al die eeuwen niet bewaard, noch geschreven, maar is stad en streek niet één levend boek vol gebedsverhoringen en wonderbare feiten! Iedere straat vormt een hoofdstuk, ieder Maastrichts huis kan een hele bladzijde volschrijven van verhoorde gebeden; en op menig stille kamer , kon de arme mensenziel jubelen van overwinning van een strijd tussen de verschoten Dwaalster en deze opgaande Morgenster. Zoals Maastricht in haar naam Maria’s naam bewaart, zo bewaart Maria in haar Hart deze stad in deugd en heiligheid.
O Maria, “Sterre der Zee”, verlicht de stad Maastricht!...
Des avonds als de winkels en kantoren gesloten en de kleinen ter ruste zijn, komen ze geschoven langs de zware torenmuren der Basiliek en bidden trouw de rozenkrans in het schemerlicht der kaarsen. Moeder Maria slaapt nooit, ook ’s nachts waakt en luistert zij, als op de stille ziekenkamer de arme zieke kermt en kreunt, of worstelt met de dood. Hier wandelt ze in haar sterrenmantel door de besneeuwde straten van de O.L.Vrouwekerk terug naar de Minderbroederskerk en moeder Anna volgt. Straks zal zij het luide verkondigen , dan Maria zelf de oude bidweg wee=r heeft aangegeven en als getuige zal zij tonen het spoor der gouden schoenen door de straten en de poedersneeuw op de mantelzoom.
En van geslacht op geslacht zullen ze weer trekken, de Maastrichtenaren , als moeder Anna, door donkere uren en moeilijke tijden die eeuwenoude bidweg achter Maria, met de rozenkrans in de hand, met de Ave’s op de lippen, totdat wij eens samen het slotlied zingen veilig en warm voor Moeders troon hierboven: “En danken U eeuwig, o Sterre der Zee!”

Uit het boekje Legende van de Sterre der Zee willen wij hier slechts één legende aanhalen, namelijk van “De zingende muur”.
In één der oude straatjes van Oud-Maastricht woonde eens een timmerman. Hij was arm en moest dagelijks een hard stuk brood verdienen voor zichzelf, voor vrouw en kinderen.                                                                                                                                                                                                              
 Maar nooit had hij geklaagd over zijn lot, hij vertrouwde op God, en bad maar altijd door, zelfs onder het hameren en kloppen, tot Maria, de “Sterre der Zee”. Wanneer zomers de vensters van zijn werkplaats open stonden, dan zong hij oude Marialiederen, die hij vroeger als koraal geleerd had, en de mensen in de buurt kwamen aan de vensters luisteren, zó mooi als hij zong.
Zoals iedere Maastrichtenaar was ook hij een kind van Maria en een groot vereerder van de “Sterre der Zee”.
Maar onze timmerman was de laatste jaren erg stil geworden, het was alsof er een ziekte knaagde in zijn binnenste. Het was niet de armoede, die hem neersloeg, en werk had hij genoeg, maar het moest iets anders zijn.
Soms zat hij stil bij het open vuur en bleef dan maar altijd staren naar die lange vlammen, als tongen zó rood. De vurige vonken konden dan als vinnige bijen op zijn klere springen, hij sloeg ze niet eens weg.
Hij zat maar altijd te prakkezeren… soms sprong hij plotseling als uit een slaap wakkeer en langzaam ging hij door de achterdeur weer naar zijn werk. Nu ja, men moest toch ook eten. Dan keek zijn vrouw hem meewarig na en zij begreep niets van het vreemde gedrag van haar man. Eens op een avond, toen zij uit zuinigheid de koperen lamp hadden uitgeblazen en ze samen in het donker de rozenkrans gebeden hadden, kwam haar man los. “Vrouw!” zo riep hij uit! “Waar is toch de Sterre der Zee? Al jaren lang heeft dat geduurd. De kerken gesloten, de paters verjaagd, de klokken hangen stom in de torens en niemand roept ons meer naar de kerk. Vreemden zijn hier de baas,  en wij het eigen volk moeten maar toezien. En het ergst van al, waar is de Sterre der Zee? Geen mens weet er iets van!” Zo klaagde de arme man zijn opgekropt leed om het dierbare beeld, dat in deze bange tijden zo goed verborgen was, dat niemand het meer wist te vinden.
“Och!”zei de vrouw “laten we maar bidden en vertrouwen”.
“Onze Lieve Vrouwke zal ons wel niet verlaten, al verbergt zij ook haar ster achter de wolken. Maar ik heb een plan! Laten we eens acht dagen de bidweg doen, misschien dat dat wel helpt!”En de volgende avond rond acht uur, toen het werk gedaan was en de kinderen naar bed gebracht waren, trokken door de sombere straten van de oude stad twee donkere gestalten met de rozenkrans in de hand. Zo gingen zij acht dagen lang, en sommige avonden had het z;ó hard geregend dat de timmerman en zijn vrouw doornat thuis kwamen. Maar wat gebeurde de achtste dag? Toen de timmerman ’s avonds aan de schaafbank stond, hoorde hij plotseling een gezang zó schoon en fijn of duizend muggen door de werkplaats zweefden. Stil legt hij zijn hamer neer en blijft luisteren met open mond. Op zijn kousen sluipt hij naar het venster om toch maar niets te missen van die wondere muziek. Hij kijkt naar buiten of het misschien zijn kinderen zijn, die zingen, maar nee,  zij spelen beneden op het blauwe plaatsje. Dan roept hij zijn vrouw stil met de vinger op de mond en met verwonderd gelaat staan ze daar tegenover elkaar te luisteren, vanwaar die muziek toch komen kan. Alle kamers, ja, zolder en kelder worden doorzocht, maar niets is te zien.
Op de werkplaats komen ze weer terug en de timmerman legt zijn oor tegen de muur, of misschien de buurlui muziek maken, maar nee!
Het lijkt of telkens de zang duidelijker wordt,  wanneer hij lang op een bepaalde plek bij de muur komt… en plots herinnert de timmerman zich zijn bidweg en zijn bidden. Het kan niet anders zijn: zijn gebed is verhoord! O. L. Vrouw is nabij en vol blij verwachten vertelt hij het voorgevoel aan zijn vrouw. Dan grijpt hij beitel en hamer en met geweld slaat de sterke man in de witte kalkmuur, dat de stukken springen door het werkhuis.
O. L. Vrouw is nabij!  Zo denkt hij en luider wordt de zang naarmate hij de rode brikken aan stukken slaat. En in heilige ijver werpt hij beitel en hamer opzij en rukt met zijn grove werkhanden de zware brikken uit de muur, zodat er een gat ontstaat zo groot als een mensenhoofd.
Maar vol schrik trekt hij plotseling terug, want vlak voor hem schittert de glanzende kroon van O. L. Vrouw “Sterre der Zee”. En het lijkt hem of de hele muur doorstraald wordt van een helder licht. Daar staat gemetseld in de muur, het wonderbaar, en niemand, hij zelf het minst, vermoedde, dat het zo nabij was. Op het kloppen en breken zijn de kinderen ook één voor één binnengeslopen en allen staren verwonderd naar het stralende beeld, dat méér en méér zichtbaar wordt.
Allen knielen neer en danken God en zijn lieve Moeder, voor de eer hun huis bewezen, en weldra is de hele buurt getuige van de grote vondst.
Vol eerbied wordt nog dezelfde dag het beeld weer naar de kerk gebracht en drukker dan ooit werd in die dagen de bidweg begaan ter ere van Maria.
Dit is de legende van de zingende muur.

Illustratie: Jeanne Hebbelynck [1891-1959].

Marialiederen - O Reinste der Scheps'len (OLV Sterre der Zee)


woensdag 9 oktober 2024

Oktobermaand - Mariamaand - rozenkransmaand


Oktober is in de RK-Kerk de maand van de Rozenkrans. Dit gebruik stamt uit de 19e eeuw en werd vooral bevorderd door paus Leo XIII. Het is een uitbreiding van het liturgische feest van Maria Koningin van de Rozenkrans op 7 oktober.

Jaar van de Rozenkrans
Johannes Paulus II (1978-2005) probeerde de rozenkrans weer terug te brengen in het leven van iedere katholiek. In het zicht van zijn 25-jarig pontificaat stelde hij een speciaal 'Jaar van de Rozenkrans' in: van 16 oktober 2002 tot en met 16 oktober 2003. Kardinaal Karol Woityla werd namelijk op 16 oktober 1978 tot paus gekozen

Rozenhoedje bidden in huisgezin
Vóór het Tweede Vaticaans Concilie was het heel normaal dat de rozenkrans, of eenderde deel daarvan ('rozenhoedje'), in katholieke huisgezinnen werd gebeden. Na de sociaal-culturele wendingen van de jaren zestig raakte deze praktijk bij velen in onbruik.
Toch wordt in veel parochies in oktober ook vandaag de dag nog steeds gezamenlijke de rozenkrans gebeden. Ook worden afbeeldingen van de Heilige Maagd extra gehuldigd.

Wij  bidden in ons klooster tenminste dagelijks gezamenlijk de rozenkrans. U kunt Uw gebedsintenties opgeven via inlichtingen@priorijthabor.nl.


Een miljoen kinderen bidden de rozenkrans 18 oktober

 


Bidden voor vrede en eenheid verandert je hart. Niet alleen van jezelf, maar ook van mensen om je heen. De heilige Pater Pio van Pietrelcina (1889-1968) beloofde eens: “Wanneer een miljoen kinderen de rozenkrans bidden, zal de wereld veranderen”. Daarom wordt op 18 oktober a.s. over de hele wereld door een miljoen kinderen de rozenkrans voor eenheid en vrede gebeden. In ons land nodigt ‘Kerk in Nood’ ons die dag uit online samen te komen voor gebed. 

Voor meer info: https://kerkinnood.nl/agenda/een-miljoen-kinderen-bidden/ 

Gebed tot Sint Jozef, van Paus Leo XIII in oktober dagelijks te bidden bij de Rozenkrans


Heilige Jozef,

Liefderijke behoeder en voedstervader

van het goddelijke kind,

wees gegroet.

Bescherm de Heilige Eucharistie,

in alle tabernakels van de wereld,

tegen de handen van de vijanden.

Heilige Jozef,

behoed en zegen onze gezinnen!

Heilige Jozef,

Heilige werkman,

zegen ons werk in de dienst van God!

Geef, dat wij een rein leven leiden!

Onder Uw bescherming,

Heilige Jozef,

schenk ons steeds geborgenheid.

Heilige Jozef,

U was de voedstervader,

van onze Heer Jezus Christus,

de waarachtige

Bruidegom,

van de Maagd Maria:

bid voor ons.

Amen.

dinsdag 8 oktober 2024

GETUIGEN VAN DE VERRIJZENIS = Vandaag bijzondere dank voor de eerste geloften van onze zusters op de Berg in 1480


Vandaag lees ik u een beschouwing voor van M. Matthea + die ze hield op 2 oktober 1964, 60 jaar geleden. Omdat deze de kern van ons leven raakt, heeft deze niets aan actualiteit ingeboet.

Eén van de wezensbestanddelen van het beleven van het apostolisch leven is het getuigen van de Verrijzenis van Jezus. Toen Matthias gekozen werd, was het ”om te getuigen van de Verrijzenis” (Hand 1, 22). In zijn eerste preek zegt Petrus “Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn  wij allen getuigen” (Hand 2, 32).

Dat “getuigen van de Verrijzenis” moet voor ons werkelijk iets bezielends zijn dat ons leven voortdurend draagt. Morgen, 8 oktober, zullen we de Verrijzenis-mis zingen, als dank voor de eerste geloften van onze zusters, hier in de kerk, als dank voor de instandhouding van de Orde, ook in de toekomst, als dank voor onze eigen roeping.

We zullen de gezangen van de H. Mis meezingen met de koster. Alleen het Haec dies zingen we alleen. Laten we dan heel de bezieling van ons hart en onze geest in de zang leggen, zodat de aanwezigen, hoe weinig misschien ook, aanvoelen dat het écht is, dat er écht iets omgaat in ons gemoed als we zeggen te geloven in de Verrijzenis.

Die bezieling zullen we er slechts in kunnen leggen als ze uit de volheid van ons dagelijks bestaan openbloeit. Dit wil zeggen, als we altijd in alle omstandigheden geloven dat uit onze inspanning, ook uit onze mislukking een positieve waarde voor de Kerk, voor het Rijk van God kan groeien.

Toen Christus gestorven en begraven was, leek het of alles uit en gedaan was. Denken we aan de leerlingen van Emmaűs: “En wij leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn, die Israël ging verlossen. Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn” (Lc 24, 21).

Wanneer we de huidige crisistoestand van de Kerk ervaren – denk aan de enorme en openbare ergernis van priesters en kloosterlingen die niet volharden – als we ook in de eigen Orde weten hoe zwaar het is, hoe onontwarbaar het  schijnt, dan moeten we geloven dat God de omstandigheden leidt naar Zijn doel. Geen enkel probleem is groter dan dat van de dood. Als dát overwonnen is, is alles in orde.

Wanneer de problemen in het licht van de Verrijzenis bekeken worden, is het leven aanvaardbaar voor iedereen, zelfs voor de armsten die sterven van honger, want ze weten dat hierna eeuwige vreugde hun deel zal zijn. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat niet met álle middelen moet gestreefd worden naar verbetering van die toestanden, dat is weer iets anders.

Wanneer wij, in de kleine details van ons kleine leven geloven in de Verrijzenis, dan wil dit zeggen dat er nog zeer weinig de moeite waard zijn om bij te blijven stilstaan.

Het kleine, dat ons leven van ons vraagt, wat kan het zijn: een nervositeit in het verdragen van elkanders gebreken, niet te vermijden in de samenleving -; de eentonigheid van ons leven misschien; misschien een bekommernis om het voortbestaan van ons klooster… als we die dingen zetten in het licht van de Verrijzenis, is het haast niet meer de moeite er aan te denken. Immers, indien de Liefde van God zo groot is en Zijn macht zo wonderbaar, dat Christus opstond uit de dood, dan zal Hij ook al het andere in het leven mogelijk maken. Het is niet denkbaar dat het ánders zou zijn.

En zo komen we ertoe blije mensen te zijn. Onze blijdschap moet steeds in ons stralen en na elke kleine onweerswolk, die bijna onvermijdelijk overdrijft – dat is een stukje erfzonde – na iedere wolk moet de vreugde terug tevoorschijn komen, rustig en onverwoestbaar. 

Zo beleven we dan ook ons apostolisch leven zoals het in de Handelingen is uitgedrukt: “Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of andere huis, genoten samen hun voedsel in eenvoud van hart” (Hand 2, 46).

En zo zullen we dan, één van hart en één van ziel, de geheimvolle eenheid in Christus beleven, dit is dat wij zó eendrachtig leven dat wij slechts één mens vormen, dat wij werkelijk slechts één hart en één ziel hebben, vele lichamen maar niet vele zielen, vele lichamen maar niet vele harten (H. Augustinus over Psalm 132, 6). Het verheven oerbeeld van elke christelijke en kloosterlijke gemeenschap ziet Augustinus in de ondoorgrondelijke eenheid en gemeenschap van de Drieëne God volgens het woord van Jezus in zijn hogepriesterlijke gebed: “Dat allen één zijn, zoals ook Wij één zijn” (Jo 17, 22). Moge het de christelijke zusterlijke liefde zijn die ons zal brengen tot deelname aan deze onbegrijpelijke gemeenschap. Immers, zo luidt Augustinus’ motivering, “tot deze eenheid worden wij slechts geleid wanneer wij – de velen – één enkel hart bezitten” (Preek 103, 3-40). 

8 OKTOBER VANDAAG BRENGEN WIJ HULDE AAN JAN VAN ABROEK (1440-1510), ONZE STICHTER


De nu nog bestaande priorijen van Kanunnikessen van het
Heilig Graf -Zaragoza uitgezonderd - "erkennen Jan van
Abroek áls hun stichter en geestelijke vader. Hij, die
heel zijn leven ootmoedig en zeer heilig werkte voor de
uitbreiding van de kloosters der Orde, aan zijn volgelin-
gen een voorbeeld van verduldigheid en ootmoed nalatend,
overleed in de Priorij van Hoogcruts op de octaafdag van
Pasen, in het jaar 1510." (Z.M.Hereswitha, Jan v.Abroek en
zijn 450e. verjaardag, blz. 15)

Tijdens de opgravingen in de Basiliek, na de verwoesting
in 1945, vond men in de crypte 2 priestergraven. Hoogst
waarschijnlijk was één hiervan het graf van Jan van Ahroek.
Daarom werd een been van de voorarm aan het klooster in
bewaring gegeven. (het bevindt zich in het schrijn in het slot van ons klooster en wordt bij bijzondere gelegenheden soms geëxposeerd)

Wie meer wil weten over Jan van Abroek, zie deze link

Ter nagedachtenis en als dankzegging bidden we vanaf Paas- maandag tot en met het Feest van het Heilig Graf (maandag 2e week van Pasen) het JUBILEUMGEBED:

ALMACHTIGE, EEUWIGE GOD
God van liefde en barmhartigheid,
we danken U voor al UW weldaden.
We loven en danken U in het bijzonder
voor de Menswording van Uw Eniggeboren
Zoon, onze Heer Jezus Christus.
We loven en danken U voor Zijn leven,
Zijn liefde, Zijn lijden en dood,
en voor Zijn glorievolle Verrijzenis.
We loven en danken U voor het geluk,
ons leven te mogen wijden aan dank
en jubel om Uw wonderwerken.
We loven en danken U voor al onze
Broeders en zusters, die ons voorgingen,
en voor allen, die vanaf deze Heilige Berg
inspiratie ontvingen.
We loven en danken U voor alle wonderen
die Uw liefde nog wil "bewerken
voor de voltooiing van Uw Rijk
Door Christus onze Heer. Amen.