maandag 6 november 2017
Liturgia Horarum 1e Vespers Sint Willibrord - Laat U niet van de wijs brengen
KORTE SCHRIFTLEZING
Heb. 13, 7-9a
Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigd hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest, neemt een voorbeeld aan hun geloof. Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Laat u niet van de wijs brengen door allerlei vreemde theorieën.
Heb. 13, 7-9a
Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigd hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest, neemt een voorbeeld aan hun geloof. Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Laat u niet van de wijs brengen door allerlei vreemde theorieën.
7 november H. Willibrordus
7 november Martyrologium Romanum
Nederlandse
kerkprovincie:
Het hoogfeest van de heilige
Willibrordus, bisschop en verkondiger van het geloof in onze streken, die door
de heilige paus Sergius I werd gewijd tot aartsbisschop van de Friezen en die
het evangelie verkondigde in het toenmalige land van de Friezen en in
Denemarken. Ook stichtte hij bisschopszetels en kloosters, totdat hij onder de
last van het werk en de jaren in de Heer ontsliep in het klooster dat hij zelf
had gesticht. Heden is de dag van zijn bijzetting te Echternach, destijds in
Austrasië, nu in Luxemburg.
zondag 5 november 2017
Hymne lauden Ætérne rerum cónditor, Chant Gregoriaans
Ætérne rerum cónditor,
noctem diémque qui regis,
et témporum das témpora
ut álleves fastídium,
Præco diéi iam sonat,
noctis profúndæ pérvigil,
noctúrna lux viántibus
a nocte noctem ségregans.
Hoc excitátus lúcifer
solvit polum calígine;
hoc omnis errónum chorus
vias nocéndi déserit.
Hoc nauta vires cólligit
pontíque mitéscunt freta;
hoc, ipse Petra Ecclésiæ,
canénte, culpam díluit.
Iesu, labántes réspice
et nos vidéndo córrige;
si réspicis, lapsus cadunt
fletúque culpa sólvitur.
Tu, lux, refúlge sénsibus
mentísque somnum díscute;
te nostra vox primum sonet
et vota solvámus tibi.
Sit, Christe, rex piíssime,
tibi Patríque glória
cum Spíritu Paráclito,
in sempitérna sæcula. Amen.
zaterdag 4 november 2017
Lezingen H. Mis 31e zondag door het jaar A
Eerste lezing (Mal. 1,14b-2, 2b.8-10)
Uit de Profeet Maleachi.
Ik ben een grote koning - zegt de Heer van de hemelse machten -
en mijn Naam wordt gevreesd onder de volken.
Daarom geldt voor u, priesters, dit besluit:
Wanneer gij niet luistert
en wanneer gij u niet bekommert om de glorie van mijn Naam
- zo spreekt de Heer van de hemelse machten -
dan laat Ik een vloek over u komen,
dan vervloek Ik de zegeningen, die u gegeven zijn.
Gij zijt van de weg afgeweken
en hebt door uw lering velen laten struikelen;
gij hebt het verbond met Levi teniet gedaan,
- zo spreekt de Heer van de hemelse machten -.
Daarom zal Ik zorgen dat gij bij het hele volk verguisd en versmaad wordt,
omdat gij mijn wegen niet hebt bewandeld
en in uw lering de mensen naar de ogen hebt gezien.
Hebben wij niet allen één Vader?
Heeft niet één God ons geschapen?
Waarom bedriegen wij elkaar dan
en schenden wij daarmee het verbond,
dat met onze vaderen is gesloten?
Tweede lezing (1 Tess. 2,7b-9.13)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica.
Broeders en zusters,
wij zijn zachtzinnig met u omgegaan
als een moeder, die haar kinderen voedt en koestert.
We waren u zo innig genegen,
dat wij u graag met het evangelie van God
ons eigen leven hadden geschonken;
zo lief waart gij ons geworden.
Gij herinnert u toch, broeders en zusters,
onze moeite en inspanning.
Terwijl wij u het evangelie van God verkondigden,
hebben wij dag en nacht gewerkt
om maar niemand van u tot last te zijn.
En daarom danken wij God zonder ophouden,
dat gij het goddelijk woord der prediking
van ons hebt ontvangen en aanvaard,
niet als een woord van mensen,
maar als wat het inderdaad is:
het woord van God;
en het blijft werkzaam in u die gelooft.
Evangelie (Mt. 23,1-12)
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen:
“Op de leerstoel van Mozes
hebben de schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen.
Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen,
maar handelt niet naar hun werken;
want zelf handelen zij niet naar hun woorden.
Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten
en leggen die de mensen op de schouders,
maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken.
Alles wat zij doen,
doen zij om bij de mensen op te vallen;
zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden
en de voornaamste zetels in de synagogen,
ze laten zich graag groeten op de markt
en willen door de mensen ‘rabbi’ genoemd worden.
Maar gij moet u geen rabbi laten noemen.
Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders.
En noemt niemand van u op aarde ‘Vader’;
gij hebt maar één Vader, de hemelse.
En laat u ook geen ‘leraar’ noemen;
gij hebt maar één leraar, de Christus.
Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn.
Al wie zichzelf verheft, zal vernederd
en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.”
Uit de Profeet Maleachi.
Ik ben een grote koning - zegt de Heer van de hemelse machten -
en mijn Naam wordt gevreesd onder de volken.
Daarom geldt voor u, priesters, dit besluit:
Wanneer gij niet luistert
en wanneer gij u niet bekommert om de glorie van mijn Naam
- zo spreekt de Heer van de hemelse machten -
dan laat Ik een vloek over u komen,
dan vervloek Ik de zegeningen, die u gegeven zijn.
Gij zijt van de weg afgeweken
en hebt door uw lering velen laten struikelen;
gij hebt het verbond met Levi teniet gedaan,
- zo spreekt de Heer van de hemelse machten -.
Daarom zal Ik zorgen dat gij bij het hele volk verguisd en versmaad wordt,
omdat gij mijn wegen niet hebt bewandeld
en in uw lering de mensen naar de ogen hebt gezien.
Hebben wij niet allen één Vader?
Heeft niet één God ons geschapen?
Waarom bedriegen wij elkaar dan
en schenden wij daarmee het verbond,
dat met onze vaderen is gesloten?
Tweede lezing (1 Tess. 2,7b-9.13)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica.
Broeders en zusters,
wij zijn zachtzinnig met u omgegaan
als een moeder, die haar kinderen voedt en koestert.
We waren u zo innig genegen,
dat wij u graag met het evangelie van God
ons eigen leven hadden geschonken;
zo lief waart gij ons geworden.
Gij herinnert u toch, broeders en zusters,
onze moeite en inspanning.
Terwijl wij u het evangelie van God verkondigden,
hebben wij dag en nacht gewerkt
om maar niemand van u tot last te zijn.
En daarom danken wij God zonder ophouden,
dat gij het goddelijk woord der prediking
van ons hebt ontvangen en aanvaard,
niet als een woord van mensen,
maar als wat het inderdaad is:
het woord van God;
en het blijft werkzaam in u die gelooft.
Evangelie (Mt. 23,1-12)
In die tijd sprak Jezus tot het volk en tot zijn leerlingen:
“Op de leerstoel van Mozes
hebben de schriftgeleerden en de Farizeeën plaats genomen.
Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen,
maar handelt niet naar hun werken;
want zelf handelen zij niet naar hun woorden.
Zij maken bundels van zware, haast ondraaglijke lasten
en leggen die de mensen op de schouders,
maar zelf zullen ze er geen vinger naar uitsteken.
Alles wat zij doen,
doen zij om bij de mensen op te vallen;
zij maken immers hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
ze zijn belust op de ereplaats bij de maaltijden
en de voornaamste zetels in de synagogen,
ze laten zich graag groeten op de markt
en willen door de mensen ‘rabbi’ genoemd worden.
Maar gij moet u geen rabbi laten noemen.
Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders.
En noemt niemand van u op aarde ‘Vader’;
gij hebt maar één Vader, de hemelse.
En laat u ook geen ‘leraar’ noemen;
gij hebt maar één leraar, de Christus.
Wie de grootste onder u is, moet uw dienaar zijn.
Al wie zichzelf verheft, zal vernederd
en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.”
vrijdag 3 november 2017
3 november H. Martinus de Porres, kloosterling
Martinus de Porres was de zoon van een Spaanse vader en van een negerin. Hij werd in 1579 geboren te Lima (Peru), waar hij later intrad in het klooster van de dominicanen. Als lekebroeder vervulde hij de taak van ziekenverpleger, daarbij gebruik makend van zijn verworven kennis van geneesmiddelen, waarvan hij de vele armen rijkelijk liet profiteren. Hij leidde een streng leven en was uiterst bescheiden. Zijn liefde ging bijzonder uit naar de heilige eucharistie. Hij stierf in 1639.
Uit de homilie van paus Johannes XXIII († 1963) bij de heiligverklaring van Martinus de Porres
Martinus van de liefde.
Martinus heeft door zijn manier van leven duidelijk gemaakt dat wij op de weg die Jezus Christus ons gewezen heeft, tot heil en heiligheid kunnen komen. En wij bereiken dat als we allereerst God beminnen met heel ons hart, met heel onze ziel en heel ons verstand. Dit is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf (vgl. Mt. 22, 37-39).
Toen het aan Martinus duidelijk was geworden dat Jezus Christus ‘heeft geleden voor ons’ en ‘in zijn lichaam onze zonden op het kruishout heeft gedragen’ (1 Petr. 2, 21; 24), heeft hij met een bijzondere genegenheid de lijdende Christus nagevolgd. Telkens wanneer Martinus bij de meest bittere kwellingen van Christus stilstond, kon hij zich niet weerhouden zijn tranen de vrije loop te laten. Tevens beminde hij uiterst hartelijk het allerheiligste Sacrament van de eucharistie. Hij trok zich vaak in de kerk terug en aanbad urenlang het allerheiligste Sacrament. Zo vaak als mogelijk was, verlangde hij ermee gevoed te worden.
Verder liet Martinus zich leiden door een volmaakte gehoorzaamheid aan de aanbevelingen van zijn goddelijke Meester. Hij bekommerde zich om zijn broeders met een uiterste genegenheid die voortkwam uit een zuiver geloof en een nederige instelling. Martinus hield van de mensen, omdat hij hen met overtuiging als de kinderen van God en als zijn eigen broeders beschouwde. Ja, hij beminde de mensen zelfs méér dan zichzelf. Dat kwam doordat hij, nederig als hij was, hen allen rechtvaardiger en beter achtte dan zichzelf.
Hij verontschuldigde immers andermans gebreken. Hij vergaf hun zelfs het meest schrijnende onrecht, omdat hij ervan overtuigd was dat hijzelf vanwege begane zonden veel zwaardere straffen verdiende. Martinus zette zich met alle ijver ervoor in om schuldigen tot beterschap te brengen. Zieken stond hij welwillend terzijde. De minder bedeelden voorzag hij van voedsel, kleding en geneesmiddelen. Met alle mogelijke hulp en zorg droeg Martinus boeren en negers of kleurlingen in het algemeen - dat soort mensen werd in die tijd veracht als slaven - een warm hart toe. Niet ten onrechte werd hij dan ook door iedereen ‘Martinus van de liefde’ genoemd.
Deze heilige wist door zijn vriendelijk woord en voorbeeldige levenswandel anderen tot het geloof te brengen. Ook nu nog is hij daarom op wondere wijze in staat om onze belangstelling te wekken voor het hemelse. Spijtig genoeg hebben niet allen, zoals het zou moeten, enig begrip van deze hogere waarden. Niet alle mensen houden ze in ere. Er zijn zelfs velen die bezwijken voor de verlokkingen van het kwaad. Zij hebben maar weinig waardering voor de hogere waarden of ze hebben er een hekel aan. Soms verwaarlozen zij die helemaal. Moge het voorbeeld van Martinus op heilzame wijze zeer velen leren, hoe weldadig en zalig het is om in de voetsporen van Jezus Christus te treden en aan zijn goddelijke geboden te gehoorzamen.
Uit de homilie van paus Johannes XXIII († 1963) bij de heiligverklaring van Martinus de Porres
Martinus van de liefde.
Martinus heeft door zijn manier van leven duidelijk gemaakt dat wij op de weg die Jezus Christus ons gewezen heeft, tot heil en heiligheid kunnen komen. En wij bereiken dat als we allereerst God beminnen met heel ons hart, met heel onze ziel en heel ons verstand. Dit is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf (vgl. Mt. 22, 37-39).
Toen het aan Martinus duidelijk was geworden dat Jezus Christus ‘heeft geleden voor ons’ en ‘in zijn lichaam onze zonden op het kruishout heeft gedragen’ (1 Petr. 2, 21; 24), heeft hij met een bijzondere genegenheid de lijdende Christus nagevolgd. Telkens wanneer Martinus bij de meest bittere kwellingen van Christus stilstond, kon hij zich niet weerhouden zijn tranen de vrije loop te laten. Tevens beminde hij uiterst hartelijk het allerheiligste Sacrament van de eucharistie. Hij trok zich vaak in de kerk terug en aanbad urenlang het allerheiligste Sacrament. Zo vaak als mogelijk was, verlangde hij ermee gevoed te worden.
Verder liet Martinus zich leiden door een volmaakte gehoorzaamheid aan de aanbevelingen van zijn goddelijke Meester. Hij bekommerde zich om zijn broeders met een uiterste genegenheid die voortkwam uit een zuiver geloof en een nederige instelling. Martinus hield van de mensen, omdat hij hen met overtuiging als de kinderen van God en als zijn eigen broeders beschouwde. Ja, hij beminde de mensen zelfs méér dan zichzelf. Dat kwam doordat hij, nederig als hij was, hen allen rechtvaardiger en beter achtte dan zichzelf.
Hij verontschuldigde immers andermans gebreken. Hij vergaf hun zelfs het meest schrijnende onrecht, omdat hij ervan overtuigd was dat hijzelf vanwege begane zonden veel zwaardere straffen verdiende. Martinus zette zich met alle ijver ervoor in om schuldigen tot beterschap te brengen. Zieken stond hij welwillend terzijde. De minder bedeelden voorzag hij van voedsel, kleding en geneesmiddelen. Met alle mogelijke hulp en zorg droeg Martinus boeren en negers of kleurlingen in het algemeen - dat soort mensen werd in die tijd veracht als slaven - een warm hart toe. Niet ten onrechte werd hij dan ook door iedereen ‘Martinus van de liefde’ genoemd.
Deze heilige wist door zijn vriendelijk woord en voorbeeldige levenswandel anderen tot het geloof te brengen. Ook nu nog is hij daarom op wondere wijze in staat om onze belangstelling te wekken voor het hemelse. Spijtig genoeg hebben niet allen, zoals het zou moeten, enig begrip van deze hogere waarden. Niet alle mensen houden ze in ere. Er zijn zelfs velen die bezwijken voor de verlokkingen van het kwaad. Zij hebben maar weinig waardering voor de hogere waarden of ze hebben er een hekel aan. Soms verwaarlozen zij die helemaal. Moge het voorbeeld van Martinus op heilzame wijze zeer velen leren, hoe weldadig en zalig het is om in de voetsporen van Jezus Christus te treden en aan zijn goddelijke geboden te gehoorzamen.
donderdag 2 november 2017
Abonneren op:
Posts (Atom)




