zondag 16 oktober 2016

In Pace


Bij het overlijden van een kind
dat in zijn 8e levensjaar,
slechts enkele maanden na zijn Eerste H. Communie,
de stem van de Heer hoorde en zonder dralen uit dit aardse leven
is heengegaan naar het hemel gastmaal.

Blij en opgewekt leidde hij zijn jonge leven, ondanks zijn jeugd
zocht hij welbewust en overtuigd naar God, en hij was als te goed voor deze aarde.
Het was met hem als met de sterren, waarvan de profeet spreekt:
“De sterren flonkerden op hun post en straalden van vreugde:
Zij werden geroepen en zeiden: Hier zijn wij: en zij lichtten vol vreugde voor Hem,”
die hen geschapen heeft, in de hemelse glorie.

Zo wijst hij ons de weg naar God, de weg van het kindschap.
Moge zijn opgang naar de hemel ons de weg naar God bereiden:
mogen wij met de Engelen en de kinderen trouw bevonden worden
om de Overwinnaar van de dood te kunnen toezingen:
Lof en eer zij U voor eeuwig.


Herfstige middagzon rond de Priorij Thabor








zaterdag 15 oktober 2016

Grijze oktoberdag priorij Thabor


Liturgia Horarum Teresia van Avila De grote liefde van Christus

Uit de geschriften van de heilige Teresia van Jezus († 1582)
Herinneren wij ons de grote liefde van Christus.
In aanwezigheid van Jezus Christus, zo’n goede vriend, zo’n goede kapitein, kun je alles dragen. Hij komt ons te hulp, geeft ons kracht, laat nooit iemand in de steek. Hij is een echte en goede vriend. Ik zie het duidelijk en sinds die tijd mocht ik het altijd ervaren: God vindt er genoegen in zijn grote genadegaven aan ons te laten toekomen door de handen van de allerheiligste mensheid van zijn Zoon, in wie zijn goddelijke Majesteit - volgens zijn eigen woorden - welbehagen heeft (vgl. Mt. 3, 17).
Heel dikwijls mocht ik het ondervinden en het van de Heer horen. Ik zeg dat ik het duidelijk heb gezien: door die poort moeten we binnentreden, wanneer we willen dat de allerhoogste Majesteit ons de grote geheimen openbaart.
U hoeft dus geen andere weg te zoeken, ook al bent u tot de hoogste beschouwing gekomen. Op deze weg gaat u volkomen veilig. Onze Heer is de bron van alle goeds. Hij zal ons onderrichten. Zijn leven is het beste voorbeeld; richt u dus naar dat leven.
Wat willen we nog meer dan zo’n goede vriend aan onze zijde? Nooit verlaat Hij ons in lijden en zorgen. Iets dat onze wereldse vrienden wel doen. Gelukkig wie Hem echt liefheeft en altijd bij zich houdt. Zien we naar de heilige apostel Paulus. Zou je niet zeggen dat hij de naam Jezus altijd op zijn lippen had, want die staat in zijn hart gegrift? Sinds ik daar aandacht voor kreeg, heb ik enkele heiligen, grote contemplatieven, van zeer nabij beschouwd. Zij volgen geen andere weg. De heilige Franciscus toont het door de wondtekenen van Christus; de heilige Antonius van Padua door het Kind; de heilige Bernardus vond zijn vreugde in Jezus’ mensheid; zo ook Catharina van Siena en zoveel anderen. Deze weg moeten wij vrij bewandelen en ons geheel overgeven in de handen van God. Wanneer Gods majesteit ons wil verheffen tot de rang van hoveling en ons zijn geheim toevertrouwen, nemen we het dan van harte aan.
Herinneren we ons, telkens wanneer we aan Christus denken, de grote liefde waarmee God ons begunstigd heeft en hoe groot Hij zich toonde door ons dit onderpand van zijn liefde te geven. Liefde wekt immers liefde. We moeten trachten dit altijd voor ogen te hebben, ook al staan we nog aan een pril begin en zijn we nog te armzalig om de liefde in ons op te wekken. Wordt ze dan op een zekere dag door de genade van de Heer in ons hart geprent, dan zal alles ons licht vallen en zullen wij in een korte tijd en met weinig inspanning veel bereiken.

donderdag 13 oktober 2016

Concilio vitam alere 3 Het geestelijk leven voeden met teksten van het 2e Vaticaanse Concilie


Concilio vitam alere 3
Het geestelijk leven voeden met teksten van het 2e Vaticaanse Concilie

 De peccato
Peccatum minuit ipsum hominem,
a plenitudine eum repellens
In iustitia a Deo constitutus, homo tamen, suadente Maligno, inde ab exordio historiae, libertate sua abusus est, seipsum contra Deum erigens et finem suum extra Deum attingere cupiens. Cum cognovissent Deum, non sicut Deum glorificaverunt, sed obscuratum est insipiens cor eorum et servierunt creaturae potius quam Creatori (cf  Rom 1, 21-25). Quod Revelatione divina nobis innotescit, cum ipsa experientia concordat. Nam homo, cor suum inspiciens, etiam ad malum inclinatum se comperit et in multiplicibus malis demersum, quae a bono suo Creatore provenire non possunt. Deum tamquam principium suum saepe agnoscere renuens, etiam debitum ordinem ad finem suum ultimum, simul ac totam suam sive erga seipsum sive erga alios homines et omnes res creatas ordinationem disrupit.
Ideo in seipso divisus est homo. Quapropter tota vita hominum, sive singularis sive collectiva, ut luctationem et quidem dramaticam se exhibet inter bonum et malum, inter lucem et tenebras. Immo incapacem se invenit homo per seipsum mali impugnationes efficaciter debellandi, ita ut unusquisque se quasi catenis vinctum sentiat. At ipse Dominus venit ut hominem liberaret et confortaret, eum interius renovans ac principem huius mundi (cf. Io 12,31) foras eiiciens qui eum in servitute peccati retinebat (Ibid. 12, 31).
Peccatum autem minuit ipsum hominem, a plenitudine consequenda eum repellens.
In lumine huius Revelationis simul sublimis vocatio et profunda miseria, quas homines experiuntur, rationem suam ultimam inveniunt.
(Gaudium et spes, 13)

Over de zonde
Hoewel door God geplaatst in een staat van gerechtigheid, heeft de mens, verleid door de Boze reeds in het eerste begin van de geschiedenis zijn vrijheid misbruikt door op te staan tegen God en door zijn doel te willen bereiken buiten God. Ofschoon zij God kenden, hebben zij God niet de Hem toekomende eer gebracht. Maar hun geest, die het inzicht verwierp, werd geheel verduisterd, en zij hebben het schepsel gediend in plaats van de Schepper  (Cf  Rom 1, 21-25).Wat wij uit de goddelijke openbaring weten, stemt overeen met de ervaring. Want bij een ernstige reflectie op zich zelf ontdekt de mens ook, dat hij geneigd is tot het kwade en onder de druk ligt van allerlei ellende, die niet van zijn goede Schepper afkomstig kan zijn. Door zijn veelvuldig weigeren, God als zijn oorsprong te erkennen, heeft de mens ook de juiste orde verbroken met betrekking tot zijn laatste doel en daarmee ook heel de harmonie zowel met betrekking tot zich zelf als tot de andere mensen en al het geschapene.
Zo is de mens in zich zelf verdeeld. Daarom vertoont heel het menselijk leven, zowel individueel als collectief, het beeld van een strijd, een dramatische strijd tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis. De mens ervaart zelfs zijn machteloosheid om de aanvallen van het kwaad uit zich zelf afdoend te overwinnen, zodat iedereen zich als het ware geketend voelt. Maar de Heer zelf is gekomen om de mens te bevrijden en hem te versterken door hem innerlijk te vernieuwen en door de ‘vorst van deze wereld’ (vgl. Jo 12, 31) , die hem in de slavernij van de zonde gevangen hield (Ibid. 12, 31), buiten te werpen. De zonde nu heft het mens-zijn ontluisterd door de mens er van af te houden de volheid te bereiken.
In het licht van de openbaring vinden tegelijk de hoge roeping én de diepe ellende die de mensen ervaren hun uiteindelijke verklaring.

woensdag 12 oktober 2016

Concilio vitam alere 2 Het geestelijk leven voeden met teksten van het 2e Vaticaanse Concilie


De mysterio mortis
Mors vincitur cum homo
in salute, culpa sua perditam
a Salvatore restituitur
Coram morte aenigma condicionis humanae maximum evadit. Non tantum cruciatur homo dolore et corporis dissolutione progrediente, sed etiam, immo magis, perpetuae extinctionis timore. Recte autem instinctu cordis sui iudicat, cum totalem ruinam et definitivum exitum suae personae abhorret et respuit. Semen aeternitatis quod in se gerit, ad solam materiam cum irreductibile sit, contra mortem insurgit. Omnia technicae artis molimina, licet perutilia, anxietatem hominis sedare non valent: prorogata enim biologica longaevitas illi ulterioris vitae desiderio satisfacere nequit, quod cordi eius ineluctabiliter inest.
Dum coram morte omnis imaginatio deficit, Ecclesia tamen, Revelatione divina edocta, hominem ad beatum finem, ultra terrestris miseriae limites, a Deo creatum esse affirmat. Mors insuper corporalis, a qua homo si non peccasset subtractus fuisset, (Cf. Sap 1, 13; 2, 23-24; Rom 5, 21; 6, 23; Iac 1, 15)  fides christiana docet fore ut vincatur, cum homo in salutem, culpa sua perditam, ab omnipotente et miserante Salvatore restituetur. Deus enim hominem vocavit et vocat ut Ei in perpetua incorruptibilis vitae divinae communione tota sua natura adhaereat. Quam victoriam Christus, hominem a morte per mortem suam liberando, ad vitam resurgens adeptus est (Cf. 1 Cor 15, 56-57). Cuicumque igitur recogitanti homini, fides, cum solidis argumentis oblata, in eius anxietate de sorte futura responsum offert; simulque facultatem praebet cum dilectis fratribus iam morte praereptis in Christo communicandi, spem conferens eos veram vitam apud Deum adeptos esse.

De dood wordt overwonnen,
wanneer de mens in het heil dat hij door zijn schuld had verloren,
door de Verlosser wordt hersteld.
Nergens wordt het mysterie van het menselijk bestaan zo groot als in het licht van de dood. Niet alleen wordt de mens gefolterd door pijn en door de voortgaande afbraak van het lichaam, maar ook, ja zelfs nog meer door de angst voor een eeuwige vernietiging. Maar door een innerlijk instinct oordeelt hij juist, wanneer hij het idee een totale ondergang en een definitief einde van zijn persoon met afschuw verwerpt. De kiem van de eeuwigheid, die hij tot zich draagt, en die immers niet te herleiden is tot louter stof, verzet zich tegen de dood. De reusachtige inspanningen van de techniek, hoe nuttig ook, zijn niet in staat, de angst van de mens tot rust te brengen. Want de verlenging van zijn biologische leeftijd kan aan dit onuitroeibaar verlangen van zijn hart naar een verder leven niet voldoen.
Terwijl tegenover de dood alle verbeelding te kort schiet, verkondigt de Kerk toch, krachtens de goddelijke openbaring, dat de mens door God is geschapen voor een gelukkig einddoel, over de grenzen van de aardse ellende heen. Bovendien zal de lichamelijke dood, waarvoor de mens gevrijwaard was gebleven, als hij niet gezondigd had (Vgl. Wijsh 1, 13;  2, 23-24; vgl. Rom 5,21; vgl. Rom 6,23; vgl. Jac 1,15) zou zijn ontkomen, volgens de leer van het christelijke geloof overwonnen worden, daar de mens door de almachtige en barmhartige Verlosser hersteld zal worden in het heil, dat hij door zijn schuld verloren had. Want God heeft de mens geroepen en roept hem om met heel zijn natuur Hem toe te behoren door voor eeuwig deel te hebben aan het onvergankelijk goddelijk leven. Deze overwinning heeft Christus door zijn verrijzenis tot het leven verworven, nadat Hij door zijn eigen dood de mens verlost had van de dood (Vgl. 1 Kor 15, 56-57).
Vanwege de degelijke gronden, die het geloof ieder denkend mens voorhoudt, geeft het hem dus antwoord op zijn angstige vragen omtrent zijn toekomstig lot. Tevens biedt het hem de mogelijkheid om door Christus in gemeenschap te treden met zijn dierbare afgestorvenen en vervult het hem met de hoop, dat zij het ware leven bij God hebben verkregen.