Posts tonen met het label H. Martha. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Martha. Alle posts tonen

vrijdag 29 juli 2022

Martyrologium Romanum - 29 juli H. Martha


MARTYROLOGIUM ROMANUM

29 juli:
De gedachtenis van de heilige Martha, die te Betanië bij Jeruzalem de Heer Jezus in haar huis ontving en die beleed, toen haar broer was gestorven: “Gij zijt de Christus, de Zoon Gods, die in de wereld zijt gekomen”.

De gedenkdag van de heilige Lazarus, de broer van de heilige Martha, over wie de Heer weende, toen hij was gestorven, en die Hij opwekte; tevens de gedenkdag van Maria, diens zuster, die aan de voeten van de Heer zat en luisterde naar zijn woord, terwijl Martha in beslag werd genomen door de drukte van het bedienen.

29 juli H. Martha - Uit de preken van de H. Augustinus, bisschop



Zalig zij, die Christus in hun eigen huis verdienden te ontvangen

De woorden van onze Heer Jezus Christus vermanen ons, dat er één iets is, waarnaar wij moeten streven zolang wij onder de mensen in deze wereld arbeiden. Wij zijn echter op weg als pelgrims, niet als blijvenden. Wij zijn nog onderweg, nog niet in het vaderland; nog met verlangens, nog niet genietend. Toch zijn wij op weg en gaan onverzwakt en zonder tussenpozen voort om eens het einde te kunnen bereiken.

Martha en Maria waren twee zusters, beiden niet alleen naar het vlees, maar ook zusters in het geloof; beiden hingen zij de Heer aan, beiden dienden zij van harte de Heer, die in het vlees tegenwoordig was. Hem nam Martha op zoals men vreemdelingen gewoon was op te nemen. Maar toch de dienares nam haar Heer op, de zieke haar Geneesheer, het schepsel de Schepper. Zij toch, die door de Geest moest worden gevoed, nam Hem op, die in het vlees moest worden gevoed. Want de Heer wilde de gedaante van een dienaar aannemen en, na dit gedaan te hebben, in die gedaante door dienaars gespijzigd worden, en dat als een gunst, niet in de gesteltenis van een dienaar. Want het was ook een gunst, dat Hij zich aanbood om gevoed te worden. Hij bezat ook vlees, waarin Hij honger en dorst kon lijden.

Zo dan werd de Heer ontvangen als een gast, die in het zijne kwam, maar de zijnen aanvaarden Hem niet; aan allen echter, die Hem wel aanvaardden, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden; dienaren aannemend en ze tot broeders makend; gevangenen vrijsprekend en ze tot mede-erfgenaam makend.

Laat niemand van u dan zeggen: ‘O zalig zij, die verdienen Christus in hun eigen huis te ontvangen!’ Wees daarom niet bedroefd, wil niet zuchten, omdat ge in de tijd geboren zijt, dat ge de Heer niet meer in het vlees kunt zien; Hij heeft u die gunst niet ontnomen. Wat gij aan een van mijn geringste broeders hebt gedaan, hebt ge Mij gedaan, zegt Hij.

Maar gij, Martha, vergeef het mij, gezegende in uw bediening, gij zoekt voor die arbeid een loon en rust. Nu zijt ge druk bezig met dienen; ge wilt sterfelijke lichamen voeden, zij het dan van heiligen. Maar als ge in dat vaderland gekomen zijt, zult ge daar dan de vreemdeling vinden, die ge gastvrij hebt ontvangen; de hongerige, die ge brood hebt gegeven; de dorstige, die ge hebt gelaafd; de zieke, die ge hebt bezocht; de twistende, die ge hebt bedaard, en de dode, die ge hebt begraven?

Dat alles zal daar niet zijn; maar wat wél? Wat Maria verkoos. Daar worden wij gevoed en voeden er geen anderen meer. Zo zal datgene daar in volle mate en op volmaakte wijze aanwezig zijn, wat Maria hier verkoos. Zij verzamelde van die rijke tafel, van het woord des Heren de kruimels. Want wilt ge weten, wat daar is? De Heer zelf zegt het aangaande zijn dienaren: Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal hen doen aanliggen en langs hen gaan om hen te bedienen.

(Sermo 103, 1-2. 6: PL 38, 613. 615)

St. Martha - Martha, Martha!

St. Augustine Martha and Mary

The Lord said, ‘I will see you again, and your hearts will rejoice, and no one shall take your joy away’. Mary prefigured that joy when she sat at the Lord’s feet listening to what he said.

She was silent, doing no work, she cleaved to the truth as far as can be in this life, yet it is only a foreshadowing of the joy that will last for ever.

Her sister Martha was occupied with work that has to be done, but which, however good and useful, will pass away when we come to eternal rest. So the Lord said, ‘Mary has chosen the best part which shall not be taken from her’. He did not say that Martha’s part was bad, only that the one which would not be taken away was the better.

For example, the work of looking after the needy will pass away, when there is no more poverty. But it is the transitory good works that will gain us eternal rest. In contemplating God each of us will find all that we desire, for he will be all in all when we see and possess him; that is why his Holy Spirit in our hearts makes us pray: ‘One thing have I asked, this I have longed for: to dwell for ever in the Lord’s house and contemplate his love.’

(On the Trinity I. 10.20)

Story of Saint Martha of Bethany | Children only

Liturgie des Vierges: Communion "Quinque prudentes", zongen we ook vamdaag op de gedachtenis van de H. Martha

woensdag 28 juli 2021

St Augustine Martha and Mary



The Lord said, ‘I will see you again, and your hearts will rejoice, and no one shall take your joy away’. Mary prefigured that joy when she sat at the Lord’s feet listening to what he said.
She was silent, doing no work, she cleaved at the truth as far as can be in this life, yet it is only a foreshadowing of the joy  that will last for ever.

Her sister Martha was occupied with work that has to be done, but which, however good and useful, will pass away when we come to eternal rest. So the Lord said, ‘Mary has chosen the best part which shall not be taken from her’. He did not say that Martha’s part was bad, only that the one which would not be taken away was the better.

For example, the work of looking after the needy will pass away, when there is no more poverty. But it is the transitory good works that will gain us eternal rest. In contemplating God each of us will find all that we desire, for he will be all in all when we see and possess him; that is why his Holy Spirit in our hearts makes us pray: ‘One thing have I asked, this I have longed for: to dwell for ever in the Lord’s house and contemplate his love’.

On the Trinity, VIII. 5