dinsdag 15 mei 2018

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada VII Temporis Paschalis feria IV De missione Spiritus Sancti in Ecclesia De zending van de H. Geest in de Kerk


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Constitutióne dogmática Lumen géntium Concílii Vaticáni secúndi de Ecclésia
(Nn. 4 et 12)
Tweede lezing

Uit de dogmatische Constitutie ‘Lumen Gentium’ van het 2e Vaticaans Concilie, Over de Kerk.
(Nrs. 4 en 12)

De zending van de H. Geest in de Kerk

Na de voltooiing van het werk, dat de Zoon in opdracht van de Vader op aarde moest verrichten, werd op de Pinksterdag de Heilige Geest gezonden, opdat Hij de Kerk voortdurend zou heiligen en opdat zó de gelovigen door Christus in één Geest toegang zouden hebben tot de Vader. Hij is de Geest van het leven, een waterbron, die opborrelt ten eeuwige leven; Hij is het, door wie de Vader de mensen, gestorven door de zonde, levend maakt, om eens hun sterfelijke lichamen in Christus te doen verrijzen

De Geest woont in de Kerk en in de harten van de gelovigen als in een tempel. Hij bidt in hen en getuigt in hen van het kindschap Gods. De Kerk, die Hij tot de volle waarheid brengt en die Hij één maakt in gemeenschap en bediening, verrijkt en leidt Hij door allerlei hiërarchisch en charismatische gaven en siert Hij met zijn vruchten.

Door de krachten van het Evangelie verjongt Hij de Kerk, hernieuwt haar voortdurend en viert haar tot de volledige vereniging met haar Bruidegom. Want de Geest en de Bruid zeggen tot de Heer Jezus: "Kom!"

Zo staat dan daar de gehele Kerk als "het volk, verenigd vanuit de eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".

De gemeenschap als geheel van de gelovigen, die een zalving van de Heilige Geest hebben ontvangen, kan niet dwalen in het geloof; en zij manifesteert dit bijzondere kenmerk door middel van de bovennatuurlijke geloofsintuïtie van geheel het volk, wanneer dit "vanaf de bisschoppen tot aan de eenvoudigste gelovigen" zijn universele eensgezindheid uitdrukt in zaken van geloof en zeden.

Want door deze geloofszin, gewekt en in stand gehouden door de Geest van de waarheid, blijft het volk Gods onder de leiding van het heilige leerambt, waarvan het in trouwe volgzaamheid het woord aanvaardt, niet als een woord van mensen, maar werkelijk als het woord van God, onwankelbaar trouw aan het geloof, dat eens voor al aan de heiligen werd overgeleverd, dringt met een juist inzicht er dieper in door, en brengt het steeds volmaakter in praktijk.

Bovendien heiligt, leidt en vervolmaakt dezelfde Heilige Geest het volk Gods niet alleen door de sacramenten en de bedieningen; maar, zijn gaven "aan ieder uitdelend, zoals Hij het wil" (1 Kor. 12, 11), schenkt Hij aan de gelovigen van iedere rang ook speciale genaden, waardoor Hij hun de geschiktheid en de bereidheid geeft om allerlei werken of taken op zich te nemen voor de vernieuwing en bredere uitbouw van de Kerk, volgens het woord: "Aan ieder wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen" (1 Kor. 12, 7)

Deze charismata, zowel de meest schitterende als de meer eenvoudige en meer algemene, die volledig zijn afgestemd op de noden van de Kerk en daarin voorzien, moeten met dankbaarheid en als een bemoediging worden aanvaard. Naar buitengewone gaven echter mag men niet zo maar verlangen, en men mag daarvan niet lichtvaardig vruchten van apostolaat verwachten; het oordeel evenwel over de echtheid en het juiste gebruik ervan komt toe aan de leiders van de Kerk, die in het bijzonder de taak hebben, de Geest niet uit te blussen, maar alles te keuren en het goede te behouden




 .