dinsdag 5 mei 2020
Communio - Cantate Domino - Abbaye Notre-Dame de Fidélité - met prachtig commentaar op tekst en muziek met mooie natuuropname van vogels die ook hun lofzang zingen!
Cantate Domino alleluia
Cantate Domino, benedicite nomen ejus
bene nuntiate de die in diem salutare ejus
alleluia, alleluia.
Sing unto the Lord, alleluia:
sing unto the Lord, and bless His Name;
show forth His salvation from day to day.
Alleluia, alleluia.
This communion is a song of jubilation expressing the continuous joy of Easter. It comes from Psalm 95. It is a cry of overflowing, ineffable joy. Sing to the Lord, (Cantate Domino… Cantate Domino). The melody strongly marks the urgency of the announcement of salvation (bene nuntiate salutare ejus). The first two sentences are mostly melismatic, especially on “Domino", without many jumps. The climactic central section instead, on "bene nuntiate”, "announce the good news/Gospel,” jumps out from the placid introduction, ringing loudly and lingering on the phrase that constitutes the fundamental mission of Christianity.
Deze communio zingen wij deze dagen ook!
maandag 4 mei 2020
zaterdag 2 mei 2020
Lezingen H. Mis 4e zondag van Pasen, jaar A Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered;
Eerste lezing (Hand. 2,14a.36-41)
Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren
en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten:
“Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan,
dat God die Jezus die gij gekruisigd hebt,
tot Heer en Christus heeft gemaakt.”
Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen
en zeiden tot Petrus en de overige apostelen:
“Wat moeten wij doen, mannen, broeders?”
Petrus gaf hun ten antwoord:
“Bekeert u
en ieder van u late zich dopen
in Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.
Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.
Want die belofte geldt u,
uw kinderen en alle mensen, waar dan ook,
zovelen de Heer onze God zal roepen.”
Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af,
en hij vermaande hen:
“Redt u uit dit ontaarde geslacht.”
Die zijn woorden aannamen, lieten zich dopen,
zodat op die dag
ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.
Tweede lezing (1 Petr. 2,20b-25)
Dierbaren,
geduldig verdragen wat gij te lijden hebt
om uw goede daden,
dat is het wat God behaagt.
Het is ook uw roeping,
want Christus heeft voor u geleden
en u een voorbeeld nagelaten;
gij moet in zijn voetstappen treden.
Hij heeft geen zonden gedaan
en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
Als Hij gescholden werd,
schold Hij niet terug.
Als men Hem leed aandeed,
uitte Hij geen dreigementen.
Hij liet zijn zaak over
aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In zijn eigen lichaam
heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen,
opdat wij aan de zonden zouden afsterven
en gaan leven voor gerechtigheid.
Door zijn striemen zijt gij genezen.
Want gij waart verdwaald als schapen,
maar nu zijt gij bekeerd
tot de herder en behoeder van uw zielen.
Evangelie (Joh. 10,1-10)
In die tijd zei Jezus:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wie niet door de deur,
maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat,
hij is een dief en een rover.
Maar wie door de deur binnengaat,
is de herder van de schapen.
Hem doet de deurwachter open.
De schapen luisteren naar zijn stem;
hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.
En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit,
terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen zij niet volgen;
integendeel, zij zullen van hem wegvluchten,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen.”
Deze gelijkenis vertelde Jezus hun,
maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen:
“Voorwaar, voorwaar Ik zeg u:
Ik ben de deur van de schapen.
Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers,
maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
Ik ben de deur.
Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered;
hij zal in- en uitgaan en weide vinden.
De dief komt alleen maar om te stelen,
te slachten en te vernietigen.
Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten,
en wel in overvloed.”
Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren
en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten:
“Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan,
dat God die Jezus die gij gekruisigd hebt,
tot Heer en Christus heeft gemaakt.”
Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen
en zeiden tot Petrus en de overige apostelen:
“Wat moeten wij doen, mannen, broeders?”
Petrus gaf hun ten antwoord:
“Bekeert u
en ieder van u late zich dopen
in Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.
Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.
Want die belofte geldt u,
uw kinderen en alle mensen, waar dan ook,
zovelen de Heer onze God zal roepen.”
Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af,
en hij vermaande hen:
“Redt u uit dit ontaarde geslacht.”
Die zijn woorden aannamen, lieten zich dopen,
zodat op die dag
ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.
Tweede lezing (1 Petr. 2,20b-25)
Dierbaren,
geduldig verdragen wat gij te lijden hebt
om uw goede daden,
dat is het wat God behaagt.
Het is ook uw roeping,
want Christus heeft voor u geleden
en u een voorbeeld nagelaten;
gij moet in zijn voetstappen treden.
Hij heeft geen zonden gedaan
en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
Als Hij gescholden werd,
schold Hij niet terug.
Als men Hem leed aandeed,
uitte Hij geen dreigementen.
Hij liet zijn zaak over
aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In zijn eigen lichaam
heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen,
opdat wij aan de zonden zouden afsterven
en gaan leven voor gerechtigheid.
Door zijn striemen zijt gij genezen.
Want gij waart verdwaald als schapen,
maar nu zijt gij bekeerd
tot de herder en behoeder van uw zielen.
Evangelie (Joh. 10,1-10)
In die tijd zei Jezus:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
wie niet door de deur,
maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat,
hij is een dief en een rover.
Maar wie door de deur binnengaat,
is de herder van de schapen.
Hem doet de deurwachter open.
De schapen luisteren naar zijn stem;
hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.
En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit,
terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen zij niet volgen;
integendeel, zij zullen van hem wegvluchten,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen.”
Deze gelijkenis vertelde Jezus hun,
maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen:
“Voorwaar, voorwaar Ik zeg u:
Ik ben de deur van de schapen.
Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers,
maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
Ik ben de deur.
Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered;
hij zal in- en uitgaan en weide vinden.
De dief komt alleen maar om te stelen,
te slachten en te vernietigen.
Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten,
en wel in overvloed.”
Lezingenofficie 4e zondag van Pasen Liturgia Horarum Christus, de goede Herder
Lezingen van het Lezingenofficie
Augustinus leest Paulus, fresco van Benozzo Gozzoli
(1420-1497)
Eerste lezing
Uit het boek van de openbaring 12,1-18
Het
teken van de Vrouw
Er
verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon,
met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. Ze
was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. Er
verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven
koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. Met zijn staart sleepte hij
een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak
ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te
verslinden zodra ze bevallen was.
Maar toen
ze het kind gebaard had – een zoon, die
alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk
weggevoerd naar God en zijn troon. De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God
had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen
lang voor haar gezorgd zou worden.
Toen brak
er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de
draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen;
sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op
de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd
en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde
gegooid. Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen:
‘Nu zijn
de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en
de heerschappij van zijn Messias. Want de aanklager van onze broeders en
zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. Zij
hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen.
Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard. Daarom:
juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel
is naar jullie afgedaald! Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te
verliezen heeft.’
Toen
de draak zag dat hij op de aarde gegooid was, achtervolgde hij de vrouw die een
zoon gebaard had. Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar om
naar haar plaats in de woestijn te vliegen, waar gedurende een tijd en twee
tijden en een halve tijd voor haar gezorgd zou worden, buiten het bereik van de
slang. Toen spuwde de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan
om haar daarin mee te sleuren. Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde
sperde haar mond open en dronk de rivier op die de draak had uitgespuwd. De
draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van
haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het
getuigenis van Jezus blijven. Hij ging op het strand bij de zee staan.
Tweede lezing
Uit de homilieën op de
Evangeliën van de H. Gregorius de Grote, paus.
(Hom. 14, 3-6: PL 76, 1129-1130)
Christus, de goede Herder
Ik
ben de goede Herder. En ik
ken mijn schapen, dit is: Ik bemin hen,
en de mijnen kennen Mij. Alsof Hij openlijk zegt: Zij, die liefhebben, laten
zich door de liefde leiden. Want wie de waarheid niet bemint, kent nog niets.
Nu gij, mijn zeer geliefde
broeders, gehoord hebt over het gevaar, dat ons herders dreigt, overweegt dan
ook in de woorden des Heren en gevaar voor uzelf. Gaat eens na, of gij bij zijn
schapen behoort, of gij Hem kent, of gij kennis hebt van het licht der
waarheid. Gij hebt kennis niet door het geloof, maar door de liefde. Gij hebt
kennis niet door de gelovigheid maar door het doen. Want die dit zegt, Johannes
de Evangelist, getuigt ook: Wie zegt te
kennen, maar diens geboden niet onderhoudt, is een leugenaar.
Vandaar dat de Heer hier ook
terstond aan toevoegt: Zoals de Vader Mij
kent en Ik de Vader ken, en, Ik geef mijn leven voor mijn schapen. Alsof
Hij openlijk zei: Hierin ligt het bewijs, dat Ik de Vader ken en door de Vader
gekend word, dat Ik mijn leven geef voor mijn schapen; dit is: door de liefde,
waarmee Ik voor mijn schapen stierf, toon Ik hoezeer Ik de Vader bemind.
Over die schapen zegt Hij
dan ook verder: Mijn schapen luisteren
naar mijn stem, en Ik ken hen en zij volgen Mij, en Ik geef hun het eeuwig
leven. Even ervoor zegt Hij hen: Als
iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en
weiden vinden. Hij zal ingaan tot
het geloof, en uitgaan van het geloof naar het zien, van de gelovigheid naar de
beschouwing, en hij zal weiden vinden in een eeuwige verkwikking.
Zijn schapen zullen dus
weiden vinden, omdat ieder, die Hem met een eenvoudig hart volgt, met voedsel
van een eeuwige frisheid wordt gevoed. En wat zijn de weiden voor die schapen
anders dan de inwendige vreugden van een altijd groen paradijs? Want de weiden
van de uitverkorenen zijn: het aanwezige gelaat van God, dat zonder ophouden aanschouwd
wordt en daardoor de geest zonder einde met levensspijs wordt verzadigd.
Laten wij daarom, zeer
geliefde broeders, die weiden zoeken, waar wij ons in het feestelijk gezelschap
van zulke burgers mogen verheugen. Dat blijde feest zelf nodigt ons uit. Laten
wij ons gemoed opwekken, broeders, laat ons geloof verlevendigd worden in
hetgeen wij geloven, laten onze verlangens naar de verhevene ontbranden, en zo
is beminnen reeds op weg zijn.
Laat geen enkele tegenslag
ons afhouden van de vreugde van dat inwendige feest, want als iemand verlangt
naar die voorgenomen plaats te gaan, zal geen enkele moeilijkheid van de weg
ook, zijn verlangen veranderen. Laat geen verlokkende voorspoed ons verleiden,
want dwaas is de reiziger, die, als hij op zijn weg lieflijke velden ziet,
vergeet naar zijn voorgenomen doel te gaan.
vrijdag 1 mei 2020
Voor de bewoners van Kessel Mien Dorp, Kessels volkslied - Ode ...
zie link voor lied en dit artikel voor toelichting op deze dorpscoronatragedie met dertig begrafenissen in twee weken
Roepingenzondag: Je komt als geroepen!
Je komt als geroepen! Onder dat motto viert de kerk dit weekeinde Roepingenzondag. Over de hele wereld wordt gebeden voor mensen die zich geroepen mogen voelen voor een taak in de kerk als priester, diaken of religieus. In alle parochies en kloosters zijn posters, gebedskaartjes en gebedenboekjes verspreid om te bidden voor roepingen. Deze zijn ook hieronder te downloaden.
Hoewel het door de coronamaatregelen niet mogelijk is om naar de kerk te gaan, is iedereen natuurlijk van harte uitgenodigd om thuis of waar dan ook zelf te bidden voor roepingen. Zondagmiddag wordt om 17.00 uur in de abdijkerk van Rolduc een roepingenvespers gehouden met bisschop Harrie Smeets en de studenten van de priesteropleiding. Deze vesperviering is live via internet te volgen.
De vesperviering in Rolduc is een alternatief voor de gebedsmiddag die zondag in de Sint-Christoffelkathedraal in Roermond gehouden zou worden, maar die vanwege de coronamaatregelen niet door kan gaan. Dat hoeft echter niemand ervan te weerhouden om voor roepingen te bidden. Later dit jaar staan er nog enkele andere activiteiten gepland die hopelijk wel door kunnen gaan.
Roepingenzondag kan ook voor iedereen aanleiding om eens na te denken over zijn of haar eigen roeping. Wie wel eens nagedacht heeft over de vraag of een leven in dienst van de Kerk, kan gerust eens contact opnemen voor een nader gesprek. Kom maar eens praten, je komt als geroepen!
Wie eens met een van onze zusters wil praten, bellen of langskomen, is altijd welkom via inlichtingen@priorijthabor.nl of 0465 53 20 74
- Download gebedenboekje
- Download gebedsprentje
- Download boodschap van paus Franciscus voor Roepingenzondag
- Meer weten over een theologische opleiding
Abonneren op:
Posts (Atom)











