woensdag 7 mei 2025

8 mei 2025 Hoogfeest HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus, Kerkpatronen

Ook vandaag worden de vlaggen op de kerkberg gehesen!

De basiliek is open van 14.00 u tot na de Vespers. Rondleiding op verzoek mogelijk.

Zoals elk jaar vieren we op donderdag 8 mei het Patroonsfeest van de Bergse heiligen met om 9.30 u een gezongen Hoogmis, opgedragen door onze oud vicaris-generaal Mgr. R. Maessen in concelebratie met pastoor L’Ortye.

Verering van de relieken en Wirolied.

Sinds kort verheugt de basiliek zich in een nieuw reliquiarium, een reliekenkistje met partikels van het gebeente van de kerkpatronen dat het Catharijne Convent Utrecht als langdurig bruikleen aan de basiliek ter beschikking heeft gesteld. Dit kistje is afkomstig uit de inmiddels opgeheven Benedictijner abdij uit Oosterhout.

Op 8 mei wordt het kistje in de kerk tentoongesteld.

17.30 u Gezongen Vespers van het feest met verering van de relieken.

Aansluitend ontvangst in de Priorij met koffie en vlaai.

19.00 u Voordracht door mevrouw Dr. Evelyne Verheggen, kunsthistorica en erfgoeddeskundige, over ‘Flowerpower in de Contrareformatie (katholieke herleving). Bloemen en planten in de katholieke verbeelding van deugdzaamheid’. Een analyse hoe en waarom katholieken na de Reformatie bloemen en planten als symbool voor deugden en goede werken inzetten als wapen in de religieuze, ideologische strijd met de protestanten.




maandag 5 mei 2025

Basiliek geopend periode mei-september 2025- nu met expositie op oksaal aanpalend aan zuidertoren

 


Vanaf zondag 4 mei is de basiliek elke zondag weer geopend voor bezoek en bezichtiging van 13.15 u tot 17.00 u, van mei t/m september.

Vanaf zaterdag 3 mei is de basiliek weer open op zaterdag en woensdag van 13.15 u tot 15.00 u, van mei t/m oktober.

Tijdens deze openstelling is de fotogalerij van “80 Jaar bevrijding van ons dorp” te bezichtigen op het oksaal dat bereikbaar is via de zuidertoren.





zondag 4 mei 2025

Becoming a Disciple of Jesus - Bishop Barron's Sunday Sermon Third Sunday of Easter

Muziek voor de Vespers in de Basiliek zondag 4 mei 2025 - Programma

 


1. Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Kerksonate in F [KV 224]

2. Anonymus (Tours, Stadsbibliotheek, manuscript nr. 172)

Magnificat du Premier Ton (±1720)

Gregoriaans-alternatim volgens de koortraditie van Trente

Orgel en zang wisselen elkaar daarbij gelijkwaardig af

Fond d’orgue [Introduction]

-Magnificat anima mea Dominum

Basse de Trompette

-Quia respexit

Récit [Les Bourdons]

-Et misericordia eius

Récit [Les Cornets]

-Deposuit potentes

Basse de Trompette

-Suscepit Israel

Duo [avec Cromorne]

-Gloria Patri et Filio

Dialogue

3. Mozaïek van het Magnificat

1. Gregoriaans (← 800)

Magnificat anima mea Dominum

2. Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Et exsultavit spiritus meus [uit: BWV 243]

3. Jean Adam Guilain (1680-1730)

Quia respexit humilitatem ancillae suae

‘Trio des Flûtes’ uit: Pièces d’Orgue pour le Magnificat

4. Pierre du Mage (±1676-1751)

Quia fecit mihi magna qui potens est

‘Tierce en taille’ uit: Livre d’Orgue

5. Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Et misericordia a progenie in progenies [uit: BWV 243]

6. Louis-Nicolas Clérambault (1676-1749)

Fecit potentiam

Dialogue sur les grands jeux’, uit: Livre d’Orgue

7. Jean-François Dandrieu (1684?-1740)

Deposuit potentes de sede

‘Duo du Magnificat’ uit: Premier Livre de Pièces d’Orgue

8. Antonio Vivaldi (1678-1741)

Esurientes implevit bonis [uit: RV 610]

9. Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Suscepit Israel / Er denket seine Gerechtigkeit [uit: BWV 10]

10. Anonymus (±1540)

Sicut locutes est ad patres nostros

uit: Monumenta Musica Neerlandica, VIII – 3

Illustre Lieve Vrouwe Broederschap 's-Hertogenbosch

Codex 73, Tomus III, Septimi toni Magnificat instrumentaliter

4. Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Kerksonate in D [KV 144]

Overweging "Goede woorden komen van God"



Toen het evangelie werd geschreven, was Petrus al lang overleden.

Dit evangelie moet dus ook voor ons van betekenis zijn. Laten we hier eens naar zoeken. 

Petrus gaat vissen, net alsof Jezus niet meer leeft ; herkennen sommigen zich daar ook niet in ? In hun doen en laten, maar ook bij hun zorgen en verdriet, houden mensen er vaak geen rekening mee, dat de liefdevolle God er ook nog is, Hij die ons juist nabij wil zijn.

Gebeurt het niet vaak dat wij ons aftobben en dat alles misgelopen is ?

En dan zegt iemand ons iets, een bemoedigend woord of een advies. Of er komt een gedachte in ons op, die bijna belachelijk lijkt. En toch gaan we erop in en ineens wordt alles anders, al is het maar dat we de moed hebben om verder te gaan. En net zoals Petrus hebben wij niet in de gaten, wie daar eigenlijk achter staat.

Goede woorden, goede invallen, die komen van God, want de mens kan iets van God ervaarbaar maken.

De liefdevolle God kan ook in de stilte tot ons spreken. Als wij onze dagelijkse beslommeringen even vergeten, en wij de tijd nemen om ons rustig te bezinnen, om oog en oor voor God te hebben, dan kunnen we een meer optimistische kijk op het leven krijgen. We kunnen het leven beter aan, we hebben meer vertrouwen. We weten dat we grond onder onze voeten hebben.

Ons bezinnen en bidden, doen we dat ook niet in de Eucharistie, in de Mis?  Merken ook wij dat het ons goed doet om naar de kerk te gaan ?

Dat we ons geborgen weten in dat grote Mysterie van licht en liefde, in God ?  Er kan een kracht van uitgaan, die ons rust geeft.

Voorwaarde daarvoor is echter dat we de invloed en werking van God in ons toelaten. Maar het is wel de moeite waard want Christus is gekomen opdat wij het leven in zijn volheid zouden bezitten.


Iubilate Deo omnis terra - Introitus 3rd sunday Easter - chant




Lezingen H. Mis 3e zondag van Pasen, jaar C "Weid mijn schapen"

Eerste lezing (Hand. 5, 27b-32.40b-41)
Uit de Handelingen der Apostelen.
In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus’ Naam.

Tweede lezing (Apok. 5, 11-14)
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes.
Ik, Johannes zag toe en hoorde de stem van talloze engelen rondom de troon en de stem van levende wezens en van de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen; en zij riepen luid: “Waardig is het Lam dat geslacht werd te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.” En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: “Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!” En de vier levende wezens zeiden. “Amen.” En de oudsten vielen in aanbidding neer.

Evangelie (Joh. 21, 1-19)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen bij het meer van Tiberias. De verschijning verliep als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn leerlingen. Simon Petrus zei tot hen: “Ik ga vissen.” Zij antwoordden: “Dan gaan wij mee.” Zij gingen dus op weg en klommen in de boot, maar ze vingen die nacht niets. Toen het reeds morgen begon te worden stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus sprak hen aan: “Vrienden, hebben jullie soms wat vis?” “Neen,” zeiden ze. Toen beval Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen.” Nadat ze dit gedaan hadden, waren ze niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen. Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus: “Het is de Heer!” Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was trok hij zijn bovenkleed aan – want hij droeg slechts een onderkleed – en sprong in het meer. De andere leerlingen kwamen met de boot, want zij waren niet ver van de kust, slechts ongeveer tweehonderd el, en sleepten het net met de vissen achter zich aan. Toen zij aan land waren gestapt, zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood. Jezus sprak tot hen: “Haalt wat van de vis die gij juist ontvangen hebt.” Simon Petrus ging weer aan boord en sleepte het net aan land. Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei hun: “Komt ontbijten.” Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen Hem vragen: “wie zijt Gij?” Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis. Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was opgestaan. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: “Simon, Zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?” Hij antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus zei hem:” “Weid mijn lammeren.” Nog een tweede maal zei Hij tot hem: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief?” En deze antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus hernam: “Hoed mijn schapen.” Voor de derde maal vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt gij Mij lief? en hij zeide Hem: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin.” Daarop zei Jezus hem: “Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart deed ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor Hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: “Volg Mij.”