Posts tonen met het label H. Petrus Chanel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Petrus Chanel. Alle posts tonen

maandag 27 april 2020

Saint of the Week: St. Peter Chanel short movie

28 APRIL 1841 – Saint Pierre Chanel Het geloof krijgt een plek op het eiland, ook als ik mijn leven moet verliezen. Want het is niet het werk van een mens, maar van God.


Peter Chanel - Wikipedia

Pierre Chanel werd geboren op 12 juli 1803 in Cuet. Hij was de zoon van een boer en werd als kind al vroeg ingeschakeld op de boerderij. Pierre leek voorbestemd voor een bestaan als schaapherder, maar hij was bijzonder intelligent en serieus. Dat viel Abbé Trompier, de pastoor van de plattelandsparochie in de buurt van Lyon ook op. Hij stimuleerde dat Pierre naar het seminarie ging. Pierre was een goede leerling en werd in 1827 tot priester gewijd. De jongeman werd niet gespaard. Hij werd benoemd in Crozet, een parochie in de buurt van Genéve die helemaal in verval geraakt was.

De nieuwe pastoor schonk veel aandacht aan de armen en zieken in zijn parochie. Chanel slaagde erin de parochie binnen drie jaar nieuw leven in te blazen. Er waren zelfs tekenen van een opwekking. In 1831 sloot Chanel zich aan bij de Sociëteit van Maria, die nog maar net was opgericht door Jean Colin. Dat was een bijzondere beweging, die zich wilde spiegelen aan de Vroege Kerk. God zou op een verborgen manier grote dingen doen: Ignoti et quasi occulti in hoc mundo. Leken en priesters, mannen en vrouwen konden meedoen. Dat was tenminste de bedoeling…, maar daar stak Rome vanwege de organisatorische complexiteit een stokje voor.

Kannibalisme
Chanel verlangde ernaar alles achter zich te laten en uitgezonden te worden naar de verste uithoeken van de wereld, maar zijn geduld werd op de proef gesteld. Hij kreeg de opdracht les te geven aan het seminarie van Belley. In 1836 vertrok hij dan toch met een handjevol medebroeders onder leiding van bisschop Pompallier naar de eilanden in de Stille Zuidzee. Hij werd met een collega gedropt op een van de Fiji-eilanden: Futuna. Daar was de situatie explosief. Het kwaad werd door de lokale bevolking verheerlijkt. Een bloedige stammenstrijd en het kannibalisme hadden ervoor gezorgd dat er nog maar een paarduizend mensen op het eiland woonden.

Koning Niuliki
Het zat Chanel niet mee. Hij had de grootst mogelijke moeite om de inheemse taal te leren. Er was nauwelijks belangstelling voor het Evangelie. Geweld, intriges en wraak verstoorden zijn werk, maar Chanel opende zijn hart voor de mensen en ontfermde zich over de zieken. Er werden mensen genezen. Daarmee won hij het vertrouwen van de bevolking. Toch bleef het aantal bekeerlingen beperkt, vanwege de dreigementen van de tegenstanders. Chanel probeerde vrede en verzoening te brengen, maar dat werd hem uiteindelijk fataal. Koning Niuliki zag met lede ogen aan hoe Chanel steeds meer invloed kreeg onder de jongeren op ‘zijn’ eiland. Toen zijn eigen zoon zich bekeerde tot het christelijk geloof en door Chanel werd gedoopt, was de maat vol.

Was het de koning zelf die Chanel doodde of het gebeurde het in opdracht van het getergde stamhoofd? Dat is niet zeker. Chanel werd op brute wijze vermoord. Hij verdedigde zich niet. Een jaar na zijn dood lieten de bewoners van het eiland zich massaal dopen. Pierre Chanel overleed op 28 april 1841.

Met dank aan vindplaats

28 april H. Petrus Chanel, priester en martelaar

Pierre Chanel

Pierre Chanel werd in 1803 in het Franse dorp Cuet geboren. Na zijn priesterwijding was hij enige tijd als kapelaan en pastoor werkzaam. Later trad hij in bij de maristen en vertrok hij als missionaris naar Oceanië. Daar ondervond hij zeer vele belemmeringen bij zijn werk, maar toch slaagde hij erin een aantal inboorlingen tot het geloof te bekeren. Dit wekte de haat op van de anderen, die hem tenslotte vermoordden. Hij stierf de marteldood op het eiland Futuna in 1841.
Uit een lofrede op de heilige priester Petrus Chanel († 1841)

Het bloed van martelaren is zaad voor nieuwe christenen.

Toen Petrus Chanel het religieuze leven in de priestercongregatie van de maristen aanvaard had, werd hij op eigen verzoek naar de missie in Oceanië gezonden. Hij landde op het eiland Futuna in de Stille Zuidzee, waar de naam van Christus nog niet verkondigd was.
Over zijn leven als missionaris vertelt de lekebroeder die altijd bij hem was: ‘Hij deed zijn werk, bruingebrand door de zon en dikwijls uitgeput door de honger. Bezweet en vermoeid kwam hij thuis, maar alijd in dezelfde stemming, opgewekt en blij, alsof hij een pleziertocht gemaakt had. En dat gebeurde niet één keer, maar bijna iedere dag.
Het was zijn gewoonte aan de bewoners van Futuna niets te weigeren, ook niet aan de mensen die hem vervolgden. Altijd had hij voor hen een excuus en al waren ze ruw en lastig, nooit wees hij ze af. Onvoorstelbaar lief was hij voor iedereen en zonder uitzondering in elke situatie.’
Geen wonder dus dat hij van de bevolking de naam kreeg ‘de man met het beste hart’. En op een keer zei hij tegen een medebroeder: ‘In zo’n moeilijk missiegebied moeten wij heiligen zijn.’
Geleidelijk verkondigde hij Christus en het evangelie, maar hij oogstte hiermee weinig succes. Toch ging hij onwrikbaar en vastberaden verder met zijn sociaal en godsdienstig missiewerk. Hij vertrouwde daarbij op het voorbeeld en op de woorden van Christus: ‘De één zaait, de ander maait’ (Joh. 4, 37), en hij smeekte de moeder Gods, voor wie hij een grote verering had, voortdurend om hulp.
Zijn verkondiging van de christelijke godsdienst betekende de ondergang voor de verering van boze geesten. Maar daaraan waren de stamhoofden van Futuna gehecht om er het volk mee onder hun macht te houden. Zij hebben daarom Petrus op gruwelijke wijze vermoord, want zij hoopten dat door zijn dood het zaad van het geloof dat hij had uitgeworpen zou worden vernietigd.
Op de dag vóór zijn marteldood had Petrus nog gezegd: ‘Het doet er niet toe als ik sterf. De godsdienst van Christus is op dit eiland al zo diep geworteld, dat het door mijn dood niet kan verdwijnen.’
Het bloed van de martelaar is op de eerste plaats de bewoners van Futuna ten goede gekomen. Want in weinige jaren hebben allen er het geloof in Christus aangenomen, maar ook voor de andere eilandbewoners van Oceanië was het een zegen. Overal vindt men er nu bloeiende christelijke kerken, die de heilige Petrus Chanel als hun eerste martelaar aanroepen