donderdag 19 september 2019

Kerkberg reportage met dank aan de fotograaf






Kloosterkat in buitenverblijf


Verering van een reliek van de H. Januarius in New York met filmpje festival Gennaro 2019

Jaarlijks is er in de wijk Little Italy in New York een festival / processie ter ere  van de H. Januarius. De relieken zijn geplaatst (net als in Oldenzaal bij Plechelmus) in een beeld van de H Januarius.

Immigrants from Naples and the Campania region of Italy were numerous among Mulberry Street residents, and they brought with them to New York their devotion to Saint Januarius—San Gennaro, in modern Italian—a third-century Roman martyr who is the patron saint of Naples and whose feast day is September 19th. The Franciscan friars supplied the church with a relic of San Gennaro’s 1,700-year-old dried blood. vindplaats

Filmpje festival 2919 met reliekschrijn waarbij mensen briefjes ophangen met gebedsintenties:


Saint Januarius — September 19th - another small movie

Saint Januarius, bishop - Fire and wild animals did not kill him! Little movie.

woensdag 18 september 2019

19 September St. Januarius, martyr and bishop

Martyr, Bishop of Beneventum.

St. Januarius is believed to have suffered in the persecution of Diocletian, c. 305. With regard to the history of his life and martyrdom, we know next to nothing. The various collections of "Acts", though numerous (cf. Bibliotheca Hagiographica Latina, n. 4115-4140), are all extremely late and untrustworthy. Bede (c. 733) in his "Martyrologium" has epitomized the so-called "Acta Bononiensia" (see Quentin, Les Martyrologes historiques", 76). To this source we may trace the following entry in the present Roman Martyrology, though the reference to the miracle of the liquefaction is an addition of much later date. "At Pozzuoli in Campania [the memory] of the holy martyrs Januarius, Bishop of Beneventum, Festus his deacon, and Desiderius lector, together with Socius deacon of the church of Misenas, Proculus deacon of Pozzuoli, Eutyches and Acutius, who after chains and imprisonment were beheaded under the Emperor Diocletian. The body of St. Januarius was brought to Naples, and there honourably interred in the church, where his holy blood is kept unto this day in a phial of glass, which being set near his head becomes liquid and bubbles up as though it were fresh."

In the Breviary a longer account is given. There we are told that "Timotheus, President of Campania," was the official who condemned the martyrs, that Januarius was thrown into a fiery furnace, but that the flames would not touch him, and that the saint and his companions were afterwards exposed in the amphitheatre to wild beasts without any effect. Timotheus declaring that this was due to magic, and ordering the martyrs to be beheaded, the persecutor was smitten with blindness, but Januarius cured him, and five thousand persons were converted to Christ before the martyrs were decapitated. Then, as the Breviary lesson continues, "the cities of these coasts strove to obtain their bodies for honourable burial, so as to make sure of having them advocates with God. By God's will, the relics of Januarius were taken to Naples at last, after having been carried from Pozzuoli to Beneventum and from Beneventum to Monte Vergine. When they were brought thence to Naples they were laid in the chief church there and have been there famous on account of many miracles. Among these is remarkable the stopping of eruptions of Mount Vesuvius, whereby both that neighbourhood and places afar off have been like to be destroyed. It is also well known and is the plain fact, seen even unto this day, that when the blood of St. Januarius, kept dried up in a small glass phial, is put in sight of the head of the same martyr, it is wont to melt and bubble in a very strange way, as though it had but freshly been shed."

It is especially this miracle of the liquefaction which has given celebrity to the name of Januarius, and to this we turn our attention. Let it at once be said that the supposition of any trick or deliberate imposture is out of the question, as candid opponents are now willing to admit. For more than four hundred years this liquefaction has taken place at frequent intervals.

Nederlands getijdengebed:
Samen met enige andere christenen onderging Januarius, als bisschop van Beneventum, tijdens de kerkvervolging van Diocletianus de marteldood te Napels, waar hij bijzonder vereerd wordt.

Liturgia Horarum St. Januarius- H. Augustinus Bisschop ben ik voor u, christen ben ik samen met u.

De dood van Sint Januarius in Pozzuoli
Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Bisschop ben ik voor u, christen ben ik samen met u.

Vanaf het moment dat de last van het episcopaat op mijn schouders werd gelegd - een gevaarlijke last waarvan men rekenschap moet afleggen - bekommert mij ook steeds de zorg van mijn ambt. Wat ons afschrikt in deze taak is het volgende: zoeken wij er niet eerder een uitdaging in om onze persoonlijke eer te vergroten dan de zorg voor uw heil?
Bisschop-zijn voor u, schrikt mij af. Christen-zijn met u troost mij. Want bisschop ben ik voor u, christen ben ik samen met u. De eerste titel slaat op een taak die ik op mij nam, de tweede titel kreeg ik door genade. De eerste betekent gevaar, de tweede heil.
Door de stormkracht van het werk als bisschop word ik als het ware in volle zee heen en weer geslingerd. Maar als wij dan op zulk moment terugdenken aan Hem die ons door zijn bloed verlost heeft, dan vinden wij in die rustgevende gedachte een veilige haven. Als wij persoonlijk gebukt gaan onder die bisschoppelijke functie, dan vinden wij toch ook rust in de weldaad van onze gemeenschap met u. Het schenkt mij meer genoegen samen met u vrijgekocht te zijn dan over u aangesteld te zijn. Volgens het voorschrift van de Heer zal ik daarom met nog grotere inzet uw dienaar zijn.
Op die wijze zal ik dankbaar zijn voor de prijs die betaald is om met u mededienaar van de Heer te mogen zijn. Zeker, ik moet mijn Verlosser liefhebben en ik weet wat Hij tot Petrus zei: ‘Petrus, hebt gij Mij lief? Weid mijn schapen’ (Joh. 21, 15). Deze vraag stelde Hij eenmaal, tweemaal, driemaal. Telkens werd Petrus naar zijn liefde gevraagd en telkens werd hem een last opgelegd. De last is nu eenmaal lichter wanneer de liefde sterker is.
‘Hoe kan ik mijn dank betuigen voor al wat de Heer mij gaf?’ (Ps. 116B (115), 12). Als ik beweer dat ik Hem vergoed door zijn kudde te hoeden, dan volbreng ik deze taak, nee, niet ik, maar de genade Gods met mij (vgl. 1 Kor. 15, 10).
Maar hoe kan ik vergoeding schenken als God mij steeds voor is met zijn gaven? En toch zoeken wij die onbaatzuchtig liefhebben en zonder loon de schapen hoeden, een beloning. Hoe kan dat? Hoe rijmt men dit te zamen? ‘Ik bemin onbaatzuchtig door herder te willen zijn en omdat ik herder ben, vraag ik een beloning.’ Dat zou absoluut niet kunnen; op generlei wijze zou men een beloning mogen vragen aan Hem die onbaatzuchtig bemind wordt, tenzij de Beminde zelf onze beloning is. Want als wij Hem vergoeden omdat Hij ons verlost heeft, door zijn schapen te hoeden, hoe zullen wij Hem dan vergoeden voor het feit dat Hij ons tot herder heeft gemaakt? Want als wij slechte herders zijn - wat God verhoede - dan is dat door onze kwaadaardigheid. Maar als wij goede herders zijn - wat Hij ons moge verlenen - dan kunnen wij dat alleen maar zijn door zijn genade.
Daarom, broeders en zusters, ‘vragen wij u vermanend de genade Gods niet vergeefs te ontvangen’ (2 Kor. 6, 1). Maak ons dienstwerk vruchtbaar. ‘Gij zijt Gods akker. Ontvang van buiten hem die plant en hem die besproeit, maar van binnen Hem die wasdom geeft (vgl. 1 Kor. 3, 6-8). Help ons door uw gebed en uw gehoorzaamheid, dat wij vreugde mogen vinden niet zozeer in ons leiderschap dan wel in onze zorg u tot voordeel te zijn.