zondag 17 januari 2021

Wat kunnen de zusters van de Priorij Thabor in deze tijd van pandemie voor U betekenen? Het antwoord op een rijtje gezet! Update 070120


Als U het moeilijk hebt, omdat U zich alleen voelt en bang bent, en wel eens zou willen bellen met een zuster om wat te praten of te bidden, kunt U Uw telefoonnummer melden via contact@kerkberg.nl. Wij bellen U dan als regel tussen 19u en 20u.

Iedere dag is in de Basiliek de H. Mis tot heil van de wereld en iedereen die daar leeft. Met de H. Mis wordt de aanwezigheid van Christus in de wereld tegenwoordig gesteld. Dat is geen kleinigheid maar levensnoodzakelijk, ook al zijn in onze tijd daarvan maar weinigen doordrongen. U kunt ook  bij ons misintenties opgeven via inlichtingen@priorijthabor.nl

Wij bidden verder bijna onophoudelijk namens U en voor U en Uw dierbaren,
- dat de coronapandemie spoedig tot een einde komt,
- dat onze dierbaren en ook wijzelf voor besmetting gespaard blijven,
- dat de zieken die eraan lijden, genezen,
- dat de zielen van degenen die aan de ziekte bezwijken eeuwig mogen rusten,
- dat hun nabestaanden troost en kracht wordt gegeven om verder te gaan,
- dat degenen die de zieken helpen gezegend worden en zelf voor de ziekte gespaard mogen blijven.
- dat iedereen die andere nadelige gevolgen van de pandemie ondervindt, die mag doorstaan.
In 1633 beloofden de bewoners van Oberammergau iedere tien jaar een Passiespel over het Lijden en de Dood van Jesus te zullen opvoeren als de pestepidemie tot stilstand kwam. In de maand maart waren in het dorp 20 mensen overleden. Na deze belofte daalde langzaam het aantal sterfgevallen 1 per maand in juli 1633, het normale peil. De bevolking hield zich aan haar belofte en voerde in 1634 voor het eerst de Passiespelen op -die nu wegens de coronacrisis een jaar zijn uitgesteld. net als onze Passiespelen in Tegelen.
Wij bidden op voorspraak van alle heiligen maar met name die heiligen die een bijzondere band hebben met de Kerkberg in Sint Odilienberg waar al minstens 13 eeuwen wordt gebeden:Wiro, Plechelmus en Otgerus,  H. Maria Magdalena, Odilia van de Elzas en  Odilia van Keulen. Ook ons wordt regelmatig gevraagd te bidden uit dankbaarheid omdat gebeden zijn verhoord. Helpt bidden, wij denken van wel en velen met ons.

Heel veel mensen van over de hele wereld dus ook vanuit het dorp geven gebedsintenties aan ons. Wij hebben inmiddels na 50 updates honderden gebedsintenties die wij meenemen in ons gebed. Hebt U ook een intentie waarvoor U gebed vraagt, meldt dat dan via contact@kerkberg.nl. Wij gaan er direct voor bidden.

Als U graag een kaars wil opsteken in de Basiliek, willen dat graag namens U doen. Hoe werkt het?
We hebben twee modellen beide met coronacrisiskorting:
Kaars 1 drie branddagen EURO 1,50 per stuk
Kaars 2 negen branddagen (noveenkaars) EURO 2,50 per stuk
Hoe kunt U betalen?
envelop in brievenbus klooster adres Aan de Berg 3, Sint Odilienberg (hiervoor niet aanbellen s.v.p.)
per bank: NL41 INGB 0004 1591 27 ten name van H.D.L.M Schruer (zr. Johanna) met vermelding aantal en type kaarsen- U kunt ook een intentie vermelden die we meenemen in ons degelijks gebed waaraan ook deelnemers van de Gebedsgroep buiten het klooster meebidden. Zie ook deze uitvoerige informatie

Ook kunt U een beroep doen op het Juridisch spreekuur Priorij Thabor, velen gingen U in deze voor, zie ook deze uitvoeriger informatie Contact via schruer@schruer.nl

Vanaf de Kerkberg wordt minimaal vanaf de zevende eeuw voor en namens U gebeden en wij helpen waar we kunnen. Daar gaan wij mee door, als het God belieft, en daar mag U op rekenen!

Goed geregeld - opsteken noveenkaarsen regelen met perodieke incasso! Misschien ook een idee voor U. Vermeld de intentie in de betaling of per mail.




Hoe werkt het?

We hebben twee modellen beide met coronacrisiskorting:
Kaars 1 drie branddagen EURO 1,50 per stuk
Kaars 2 negen branddagen (noveenkaars) EURO 2,50 per stuk

Hoe kunt U betalen?
envelop in brievenbus klooster adres Aan de Berg 3, Sint Odilienberg (hiervoor niet aanbellen s.v.p.)
bank: NL41 INGB 0004 1591 27 ten name van H.D.L.M Schruer (zr. Johanna) met vermelding aantal en type kaarsen- U kunt ook een intentie vermelden die we meenemen in ons degelijks gebed waaraan ook deelnemers van de Gebedsgroep buiten het klooster meebidden.

Dagelijks bekijken we de betalingen en steken we de kaarsen voor U op.

Lezingen H. Mis 2e zondag door het jaar B

Eerste lezing (1 Sam. 3, 3b-10.19)
Uit het boek Samuël.
De lamp van God was nog niet gedoofd
en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer,
waar de ark van God stond.
Toen riep de Heer:
“Samuël!”
Samuël antwoordde:
“Hier ben ik.”
Hij liep haastig naar Eli en zei:
“Hier ben ik.
U hebt mij toch geroepen?”
Maar Eli antwoordde:
“Ik heb niet geroepen;
ga maar weer slapen.”
Toen riep de Heer opnieuw:
“Samuël!”
Samuël stond op, ging naar Eli en zei:
“Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?”
Eli antwoordde:
“Ik heb niet geroepen, mijn jongen;
ga maar weer slapen.”
Samuël kende de Heer nog niet:
een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.
En weer riep de Heer Samuël; nu voor de derde maal.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei:
“Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?”
Toen begreep Eli, dat het de Heer was die de jongen riep.
En hij zei tot Samuël:
“Ga slapen en mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen:
Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”
Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.
Toen kwam de Heer bij hem staan en riep
evenals de vorige malen:
“Samuël, Samuël!”
En Samuël antwoordde:
“Spreek, uw dienaar luistert!”
Samuël groeide op;
de Heer was met hem en liet niet een van zijn woorden onvervuld.

Tweede lezing (1 Kor. 6, 13c-15a.17-20)
Uit de eerst brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters,
het lichaam is er niet voor de ontucht, maar voor de Heer,
en de Heer voor het lichaam.
God heeft niet alleen de Heer opgewekt uit de dood,
Hij zal ook ons doen opstaan door zijn kracht.
Gij weet toch, dat uw lichamen ledematen zijn van Christus?
Maar wie zich met de Heer verenigt,
is met Hem één geest.
Elke zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om,
maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.
Gij weet het:
uw lichaam is een tempel van de heilige Geest,
die in u woont, die gij van God hebt ontvangen.
Gij zijt niet van uzelf.
Gij zijt gekocht en de prijs is betaald.
Eert dan God met uw lichaam.

Evangelie (Joh. 1, 35-42)
In die tijd stond Johannes daar,
met twee van zijn leerlingen.
Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: “Zie het Lam Gods.”
De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen
en gingen Jezus achterna.
Jezus keerde zich om
en toen Hij zag, dat zij Hem volgden, vroeg Hij hun: “Wat verlangt gij?”
Ze zeiden tot Hem:
“Rabbi
- vertaald betekent dit: Meester -
waar houdt Gij U op?”
Hij zei hun:
“Gaat mee om het te zien.”
Daarop gingen zij mee
en zagen waar Hij zich ophield.
Die dag bleven zij bij Hem.
Het was ongeveer het tiende uur.
Andreas, de broer van Simon Petrus, was één van die twee,
die het gezegde van Johannes hadden gehoord
en Jezus achterna waren gegaan.
De eerste, die hij ontmoette, was zijn broer Simon
tot wie hij zei:
“Wij hebben de Messias
- dat vertaald betekend: de Gezalfde -
gevonden”
en hij bracht hem bij Jezus.
Jezus zag hem aan en zeide:
“Gij zijt Simon, de zoon van Johannes;
gij zult Kefas genoemd worden,
dat betekent: Rots.”

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Dominica Hebdomadæ II per annum Ad Officium lectionis In concordia unitatis. In de eendracht van de eenheid.



Lectio altera
Ex Epístola sancti Ignátii Antiochéni epíscopi et mártyris ad Ephésios
(Nn. 2, 2 — 5, 2: Funk 1, 175-177)
In concordia unitatis
Decet vos ómnibus modis glorificáre Iesum Christum, qui glorificávit vos, ut in obœdiéntia una perfécti, subiécti epíscopo et presbytério, per ómnia sanctificáti sitis.
Non præcípio vobis, quasi sim áliquis. Etiámsi enim vinctus sum propter nomen Christi, nondum tamen perféctus sum in Iesu Christo. Nunc enim incípio discípulus esse et álloquor vos ut condiscípulos meos. Nam oportébat me a vobis confirmári fide, admonitióne, patiéntia, æquanimitáte. At cum cáritas non sinat me tacére de vobis, proptérea antevérti vos admonére, ut uniámini in senténtia Dei. Etenim Iesus Christus, inseparábilis nostra vita, senténtia Patris est, ut et epíscopi, per tractus terræ constitúti, in senténtia Iesu Christi sunt.
Unde decet vos in epíscopi senténtiam concúrrere, quod et fácitis. Nam memorábile vestrum presbytérium, dignum Deo, ita coaptátum est epíscopo ut chordæ cítharæ. Propter hoc in consénsu vestro et concórdi caritáte Iesus Christus cánitur. Sed et vos sínguli chorus estóte, ut cónsoni per concórdiam, melos Dei recipiéntes in unitáte, cantétis voce una per Iesum Christum Patri, quo et vos áudiat et agnóscat ex iis, quæ bene operámini, membra esse vos Fílii ipsíus. Utile ítaque est in immaculáta unitáte vos esse, ut et semper participétis Deo.
Si enim ego brevi témporis spátio talem consuetúdinem contráxi cum epíscopo vestro, quæ non humána, sed spiritális est, quanto vos beatióres iúdico, qui ita estis coniúncti ei sícuti Ecclésia Iesu Christo et sicut Iesus Christus Patri, ut ómnia per unitátem conséntiant? Nemo erret: nisi quis intra altáre sit, privátur pane Dei. Si enim uníus atque alteríus precátio tantam vim habet, quanto magis illa, quæ epíscopi est et totíus Ecclésiæ?
Tweede lezing
Uit de Brief aan de Ephesiërs, van de H. Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar
In de eendracht van de eenheid
Het is passend, dat gij op alle manieren Jezus Christus verheerlijkt, die u heeft verheerlijkt, opdat gij, in gehoorzaamheid verenigd en onderworpen aan de bisschop en het priester-college, in alles moogt zijn geheiligd.
Ik beveel u niet alsof ik iets beteken. Want al ben ik geboeid om de Naam van Christus, daarom ben ik nog niet volmaakt in Jezus Christus. Want nu begin ik pas zijn leerling te zijn en spreek ik u toe als mijn medeleerlingen. Want het paste mij eigenlijk meer door u gesterkt te worden in geloof, vermaning, geduld en gelijkmoedigheid. Maar omdat de liefde mij niet toelaat over u te zwijgen, heb ik het beter geacht u te vermanen, om u te verenigen met Gods wil. Want ook Jezus Christus, die onafscheidelijk ons leven is, is de uiting van de Wil van de Vader, zoals ook de bisschoppen, die overal ter aarde zijn aangesteld, in de Wil van Jezus Christus zijn.
Daarom past het u naar de wil van de bisschop te handelen, wat gij ook doet. Want uw geprezen priester-college, waardig voor God, is zo met de bisschop verbonden als de snaren met de cither. Daarom wordt door uw eensgezindheid en uw harmonische liefde Jezus Christus bezongen. Maar weest ook gij ieder afzonderlijk een koor, om samenklinkend door uw eensgezindheid, het timbre over te nemen van God, en als met één stem te zingen voor de Vader door Jezus Christus, waardoor de Vader zowel u moge horen, als uit het goede, dat ge verricht, moge erkennen, dat gij ledematen zijt van zijn Zoon zelf. Daarom is het nuttig, dat gij blijft leven in een onverbroken eenheid om ook steeds deel te hebben aan God.
Want als ik in zo’n korte tijd al zo’n band bezat met uw bisschop, wat geen menselijke maar een geestelijke band was, hoeveel te meer prijs ik u gelukkig, die zo met hem verbonden zijt als de Kerk is met Jezus Christus en Jezus Christus met de Vader, zodat alles in eenheid samen stemt? Laat niemand zichzelf misleiden: als iemand niet binnen de offerplaats is ontvangt hij niet het Brood van God. Want als het gebed van één of twéé personen al zo’n kracht bezit, hoeveel te meer dan dat gebed van de bisschop en van heel de Kerk?

Lezingenofficie 2e zondag door het jaar 2e zondag door het jaar Liturgia Horarum In de eendracht van de eenheid.

Lezingen van het Lezingenofficie




Augustinus leest Paulus, fresco van Benozzo Gozzoli (1420-1497)

Eerste lezing

Uit het boek Deuteronomium 1,1.6-18

Laatste woorden van Mozes in Moab

Dit is de toespraak die Mozes tot heel Israël heeft gehouden in de dorre vlakte aan de overkant van de Jordaan, ter hoogte van Suf, tussen Paran aan de ene kant en Tofel, Laban, Chaserot en Di-Zahab aan de andere. De Heer, onze God, heeft bij de Horeb tegen ons gezegd: ‘Jullie zijn nu lang genoeg bij deze berg gebleven. Breek het kamp op en trek naar het bergland van de Amorieten en naar het gebied van de naburige volken: de Jordaanvallei, het bergland, het heuvelland, de Negev en de kuststrook – de gebieden van de Kanaänieten – en de Libanon tot aan de grote rivier de Eufraat. Heel dat gebied schenk ik jullie. Trek het binnen en neem het in bezit, want dat is het land dat de Heer jullie voorouders Abraham, Isaak en Jakob en hun nageslacht onder ede heeft beloofd.’
Daarna heb ik tegen u gezegd: ‘Ik alleen kan de verantwoordelijkheid voor u niet dragen. De Heer, uw God, heeft u zo in aantal doen toenemen dat u nu zo talrijk bent als de sterren aan de hemel, en moge hij, de God van uw voorouders, u nog duizendmaal zo talrijk maken en u zegenen zoals hij heeft beloofd. Maar hoe zou ik alleen de last van uw problemen en geschillen kunnen dragen? Wijs daarom in elke stam bekwame, verstandige en ervaren mannen aan, dan zal ik hen als leiders over u aanstellen.’ Toen antwoordde u: ‘Uw voorstel is goed, dat zullen we doen.’ Daarop koos ik de hoofden van uw stammen uit, bekwame, ervaren mannen, en gaf hun de leiding over groepen van duizend man, van honderd, van vijftig en van tien; anderen stelde ik voor uw stammen als schrijver aan. De rechters gaf ik toen deze instructie: ‘Hoor beide partijen en doe rechtvaardig uitspraak, zowel tussen twee volksgenoten als wanneer er een vreemdeling bij betrokken is. Oordeel zonder aanzien des persoons, hoor de arme evengoed als de rijke. Laat u door niemand bang maken, want u spreekt recht namens God. Wanneer iets u te moeilijk is, leg het dan aan mij voor en ik zal me erover buigen.’ En zo heb ik u destijds vele aanwijzingen gegeven.

Tweede lezing

Uit de Brief aan de Ephesiërs, van de H. Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar
(Nn. 2, 2 — 5, 2: Funk 1, 175-177)

In de eendracht van de eenheid

Het is passend, dat gij op alle manieren Jezus Christus verheerlijkt, die u heeft verheerlijkt, opdat gij, in gehoorzaamheid verenigd en onderworpen aan de bisschop en het priester-college, in alles moogt zijn geheiligd.
Ik beveel u niet alsof ik iets beteken. Want al ben ik geboeid om de Naam van Christus, daarom ben ik nog niet volmaakt in Jezus Christus. Want nu begin ik pas zijn leerling te zijn en spreek ik u toe als mijn medeleerlingen. Want het paste mij eigenlijk meer door u gesterkt te worden in geloof, vermaning, geduld en gelijkmoedigheid. Maar omdat de liefde mij niet toelaat over u te zwijgen, heb ik het beter geacht u te vermanen, om u te verenigen met Gods wil. Want ook Jezus Christus, die onafscheidelijk ons leven is, is de uiting van de Wil van de Vader, zoals ook de bisschoppen, die overal ter aarde zijn aangesteld, in de Wil van Jezus Christus zijn.
Daarom past het u naar de wil van de bisschop te handelen, wat gij ook doet. Want uw geprezen priester-college, waardig voor God, is zo met de bisschop verbonden als de snaren met de cither. Daarom wordt door uw eensgezindheid en uw harmonische liefde Jezus Christus bezongen. Maar weest ook gij ieder afzonderlijk een koor, om samenklinkend door uw eensgezindheid, het timbre over te nemen van God, en als met één stem te zingen voor de Vader door Jezus Christus, waardoor de Vader zowel u moge horen, als uit het goede, dat ge verricht, moge erkennen, dat gij ledematen zijt van zijn Zoon zelf. Daarom is het nuttig, dat gij blijft leven in een onverbroken eenheid om ook steeds deel te hebben aan God.
Want als ik in zo’n korte tijd al zo’n band bezat met uw bisschop, wat geen menselijke maar een geestelijke band was, hoeveel te meer prijs ik u gelukkig, die zo met hem verbonden zijt als de Kerk is met Jezus Christus en Jezus Christus met de Vader, zodat alles in eenheid samen stemt? Laat niemand zichzelf misleiden: als iemand niet binnen de offerplaats is ontvangt hij niet het Brood van God. Want als het gebed van één of twéé personen al zo’n kracht bezit, hoeveel te meer dan dat gebed van de bisschop en van heel de Kerk?


Collectegebed Tweede zondag door het jaar "Hemel en aarde worden door U geleid"


Omnipotens sempiterne Deus, 
qui cælestia simul et terrena moderaris,
supplicationes populi tui clementer exaudi, 
et pacem tuam nostris concede temporibus

Almachtige eeuwige God,
hemel en aarde worden door U geleid;
verhoor welwillend het gebed van uw volk
en geef ons uw vrede in deze tijd.

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n  e n  i n h o u d

In het præconciliaire Romeinse Missaal is deze oratie als collecte opgenomen in het misformulier van de 2e zondag na Driekoningen en heeft na de liturgiehervorming van Vaticanum II in het Proprium de Tempore nagenoeg dezelfde liturgische plaats behouden. Naast de vermelding in het Sacramentarium Hadrianum dat teruggaat op het Gregorianum komt deze collecte in diverse liturgische tradities voor. (1)

Het gebed wendt zich tot de "Almachtige en eeuwige God, die hemel en aarde bestuurt". De term "almachtig" is de oorspronkelijke vertaling van de Griekse term Pantokrator (Albeheerser), "die het universum in zijn hand draagt" en zo uitsluitend een voor God gereserveerde aanspreektitel is. (Zie commentaar bij het collectegebed van de eerste zondag van de Advent)

De oratie richt zich tot God de Vader, zoals alle oraties van de misformulieren in het missaal en in het brevier, uitgezonderd de oratie van 24 december (2) en de oratie van Sacramentsdag. (3)

(Een derde uitzondering, maar dan van een andere categorie, vormt het slotgebed van de Completen van woensdag : Dómine Iesu Christe, qui iugum suáve...)

Omdat God de Pantokrator is en als zodanig over hemel en aarde heerst, kan Hij ook de vrede bewerken en de elkaar bestrijdende machten van de wereld tot rust brengen. Dat is hetgeen het volk van Gods goedheid in dit gebed wil afsmeken.

De begrippen cæléstia et terréna, hier gebruikt als object van Gods bestuur, verwijzen allereerst naar de schepping zelf: "In het begin schiep God hemel en aarde" (Gen 1,1). In deze eerste woorden van de Schrift worden drie zaken gesteld: de eeuwige God heeft alles wat buiten Hem bestaat een begin gegeven. Hij alleen is de Schepper (het werkwoord "scheppen" - bara in het Hebreeuws - heeft als onderwerp altijd God). Het geheel van wat bestaat (uitgedrukt in de formulering hemel en aarde (of zoals hier cæléstia et terréna) is van Hem afhankelijk die er het zijn aan geeft (vgl. CKK nr. 290).
Het bijwoord "simul" dat het werkwoord "moderaris" nader kwalificeert en versterkt, en daarmee de almacht van God sterker tot uitdrukking brengt, is in de Nederlandse vertaling achterwege gelaten.

Zoals eerder gezegd is de collecte een bede om vrede, maar heeft met de hoofdthema's van de H. Mis van de 2e zondag na Driekoningen en de 2e zondag door het jaar (de huldiging en de aanbidding van de op aarde verschenen God in de Introitus Omnis terra met de Jubilatepsalm (Psalm 65, een Paaslied) geen enkel verband.

Historisch gezien is deze oratie mogelijk afkomstig uit de onrustige tijden van de volksverhuizing. Deze bede heeft echter vandaag de dag waarin de vluchtelingenstromen  over de wereld trekken nog niets aan betekenis ingeboet(4).

(1) Zie nr. 3909 in Moeller, Clément en Coppieters >t Wallant, CORPUS ORATIONUM, Brepols Turnhout 1995, Tomus VI, p. 93.
(2) Festína, quæsumus, ne tardáveris, Dómine Iesu... (Haast U, bidden wij, talm niet, Heer Jezus...)
(3) Deus, qui nobis sub sacraménto mirábili passiónis tui memóriam reliquisti ... 
God [Heer Jezus Christus] die ons in dit wonderbaar sacrament de gedachtenis hebt nagelaten van uw lijden en sterven...
(4) Het begrip volksverhuizing is moeilijk exact te definiëren. Vanaf de prehistorie hebben grote groepen mensen herhaaldelijk hun woonplaatsen verlaten om elders nieuwe te zoeken. Na 500 v. Chr. kwam de grootste bedreiging uit de Euraziatische steppen: Skythische, Turkse, Mongoolse en andere nomaden waren te allen tijde gereed de vruchtbare, rijke landbouwgebieden te plunderen, zeker als hun eigen weidegronden tekort schoten. Zo=n aanval bracht vele andere gevestigde volkeren in beweging en kon soms tientallen jaren lang de landbouwrijken destabiliseren.
Meer speciaal bedoelt men met de volksverhuizing de Grote Volksverhuizing aan het einde van de oude geschiedenis. Deze werd in beweging gezet door de Hunnen, die in 375 in de Zuid-Russische Laagvlakte verschenen, in de daarop volgende jaren verder trokken naar Hongarije en ook aanvallen deden op Gallië en Italië. Dit bracht de meeste Germaanse stammen in beweging, die reeds lange tijd voordien ervaren hadden dat de grenzen van het Romeinse Rijk niet meer ondoordringbaar waren. Goten, Vandalen, Sueven, Bourgondiërs, Angelen, Saksen en andere stammen vestigden kort na 400 zelfstandige koninkrijken binnen dit rijk.
In de 6e eeuw volgde een tweede fase, samenhangend met de komst van de Avaren ca. 550, die o.a. resulteerde in de verovering van Italië door de Longobarden (568). Als laatste fase zou men de invallen van de Noormannen 800-1000 kunnen aanmerken.

Reeks Oratio super munera - Tweede zondag door het jaar Geef dat wij waardig deelnemen aan dit mysterie, want dan wordt de verlossing voor ons werkelijkheid.

Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven”
Tweede zondag per annum / door het jaar

Christus ontvangt brood en wijn voor de H. Eucharistie
Geef dat wij waardig deelnemen aan dit mysterie, want dan wordt de verlossing voor ons werkelijkheid

I n l e i d i n g
Aan het Gebed over de gaven van deze zondag hebben de concilievaders in de Constitutie over de Heilige Liturgie van het 2e Vaticaanse Concilie , Sacronsanctum Concilium, hun eerste belangwekkende uitspraak over de grote betekenis van de liturgie, vooral van de H. Mis, ontleend: “Door de liturgie wordt immers ‘het werk van onze verlossing voltrokken’ “ (Zie Aanhangsel nr. 2). Het is op zichzelf  niet opmerkelijk dat de oratie de H. Eucharistie noemt: “zo dikwijls de gedachtenisviering van dit Offer wordt gehouden”: vanaf het Gebed over de offergaven zijn immers alle teksten afgestemd op de eucharistische viering.“ Het Gebed over de gaven vormt de voorbereiding op de liturgische handeling die voltrokken gaat worden, de voorbereiding van personen en zaken voor het eucharistische Gebed en het gebed vraagt om de juiste gesteltenis om het Offer waardig op te dragen.
De “voltrekking van het werk van onze verlossing” is een exacte begripsbepaling van de Heilige Mis: gedachtenisviering van dit Offer, dat betekent het Offer van Christus aan het kruis. Het Offer op het kruis was het werk van onze verlossing (onze vrijkoop): “scientes non corruptilibus auro, vel argento redempti estis […] sed pretioso sanguine quasi agni immaculati Christi” (cf  1 Pe 1, 18) – Gij weet dat gij niet met vergankelijk goud of zilver zijt vrijgekocht, maar door het kostbaar Bloed van Christus, het Lam zonder vlek of gebrek. In de  Paasjubelzang, het Exsultet, roept de liturgie de gelovigen op om met hart en ziel en met luide stem de lof te zingen van de onzichtbare God, de almachtige Vader en van zijn eengeboren Zoon Jezus Christus, die voor ons de schuld van Adam aan de eeuwige Vader heeft betaald, en de schuldbrief van de oude zonde heeft uitgewist met het Bloed van zijn Hart. Dit werk van verlossing wordt telkens voltrokken, wanneer wij de gedachtenisviering houden.
Dat is de motivatie van het gebed. God moge ons geven dat wij het mysterie van deze gedachtenisviering waardig vieren. Het komt dus enerzijds aan op een inwendige gelovige gezindheid maar waardigheid verlangt ook de waardige voltrekking van de heilige handeling met haar bijbehorende gebeden.
 T e k s t
Missale Romanum – 1970
Concede nobis, quæsumus, Domine, hæc digne frequentare mysteria,
quia, quoties huius hostiæ commemoratio celebratur,
opus nostræ redemptionis exercetur.
Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979
Heer, wij bidden U, dat wij altijd op waardige wijze deelnemen aan dit mysterie,
want telkens als wij de gedachtenis van dit offer vieren,
wordt de verlossing voor ons werkelijkheid.
Werkvertaling
Verleen ons, smeken wij [U], Heer, op waardige wijze deze mysteries te vieren,
omdat, zo dikwijls als de gedachtenis van dit Offer wordt gevierd,
het dienstwerk van onze verlossing wordt voltrokken.

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n
In de editie 1962 van het Romeinse Missaal van vóór Vaticanum II was de oratio super munera / super oblata van deze zondag als secreta opgenomen in het misformulier van de 9e zondag na Pinksteren (MR 120). De oratie gaat terug tot het Sacramentarium Gelasianum Vetus, 1196 (Vat. Reg. Lat. 316) eerste helft van de achtste eeuw en heeft een overeenkomstige brontekst in het Sacramentarium Leonianum, 931 (Kapittelbibliotheek Verona LXXXV), tweede helft van de zesde eeuw.
S t r u c t u u r a n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1.Concede nobis, quæsumus, Domine, hæc digne frequentare mysteria,
2.quia, quoties huius hostiæ commemoratio celebratur,
opus nostræ redemptionis exercetur.
De oratio bestaat uit één enkele zin, gevormd door de hoofdzin (openingszin) regel 1, die tegelijkertijd de bede omvat, gevolgd door een causale (redengevende) bijzin beginnend met het voegwoord quia /omdat, waarin opgenomen de bijwoordelijke bijzin beginnend met quoties.
Ad 1
Concede, verleen, schenk, geef, - eerste onderdeel van het gezegde aan de spits van de oratie in de imperativusvorm, even verderop verzacht door het verbum quæsumus, vragen wij, een vorm van een onvolledig verbum die dikwijls in de oraties van de H.Mis en het getijdengebed wordt aangetroffen.
Tot het gezegde behoort ook de infinitivusvorm frequentare aan het einde van deze regel zodat de vertaling luidt: verleen .... te vieren.
Nobis, [aan] ons bijwoordelijke bepaling in de dativus, hier dativus commodi (van voordeel).
Domine, [o] Heer, anaklese in de vocativusvorm van het substantivum Dominus.
Hæc mysteria, deze mysteries / sacramenten, - object van het gezegd in twee congruerende accusativusvormen in het onzijdig meervoud. De accusativusvormen zijn uiteen geplaatst en vormen derhalve een hyperbaton.
Digne, op waardige wijze, bijwoordelijke bepaling bij het verbum frequentare. Adverbium van dignus.
Ad 2
Redengevende bijzin die het argument voor de bede in r. 1 vormt. De tussenzin ingeleid door het bijwoord quoties, zo dikwijls als/telkens als, kan benoemd worden als een bijwoordelijke bijzin van de frase quia […] opus nostræ redemptionis exercetur.
Van de causale bijzin is opus nostræ redemptionis het subject, gevormd door de nominativusvorm opus vergezeld van twee congruerende genitivusvormen nostræ redemptionis (genitivus obiectivus).
Exercetur,  gezegde, 3e pers. enkelvoud præsentis passivi van het verbum exercere van de 2e coniugatie met de stamtijden cui, citum en met de betekenis: oefenen, uitoefenen. Het gezegde staat in de indicativusmodus vanwege het voegwoord quia alsmede ter uitdrukking van een feitelijke werkelijkheid.
In de bijwoordelijke bijzin, ingeleid door quoties is celebratur het gezegde in de 3e pers. enkelvoud præsentis passivi van het verbum celebrare met huius hostiæ commemoratio als subject, op te splitsen in de nominativusvorm commemoratio gevolgd door twee congruerende genitivusvormen huius hostiæ die het substantivum commemoratio nader bepalen (genitivus explicativus). De genitivusvormen huius hostiæ vormen een alliteratie. Bovendien is er sprake van een mooie kruisstelling (chiasme):
huius hostiæ (genit.) commemoratio (nomin.) en opus (nomin.) nostræredemptionis (genit.).
De verba celebratur en exercetur hebben een klank- en tevens eindrijm terwijl de voegwoorden quia, quoties een fraaie alliteratie vormen.
Stilistisch wordt de oratio super munera van deze zondag gekenmerkt door alliteratie, een hyperbaton, een chiasme en klank-, respectievelijk eindrijm.
V o c a b u l a r i u m
Frequentare, 1. dikwijls bezoeken 2. talrijk samenkomen 3. bijwonen, vieren. Frequentare is een  equivalent van celebrare en heeft ook betekenissen als dikwijls celebreren/vieren, of eenvoudig celebreren, of ook deelnemen aan een celebratie: cf frequentare mysteria (Gelasianum I, 25, 170), dikwijls de mysteries / sacramenten vieren. Zie voor meer informatie A. Blaise, Le Vocabulaire Latin des principaux thèmes liturgiques. Ouvrage revu par Dom Antoine Dumas O.S.B.. Brepols, Turnhout 1966, paragr. 4
Mysteria – onz. meervoud van mysterium, -i met betekenissen als mysterie, mysterieuze zaak, mystiek teken / symbool, mystieke betekenis (bv van een feest), geheim goddelijk raadsbesluit, mysteries van het geloof (wanneer het Credo wordt uitgelegd aan catechumenen) enz. (Dumas, p. 74).
Mysteria is een van de sleutelbegrippen die regelmatig voorkomen in de oraties van de zondagen door het jaar. Mysteria, dat kan worden gelezen als synoniem met sacramentum eucharisticum,  komt in tien Super munera van de zondagen per annum voor (II, VII, IX, XIII,XIX, XXII, XXIII, XXVII, XXIX, XXXII). In de context van de Super munera verwijst dit begrip de meeste keren naar het Eucharistisch Gebed, en dus naar de sacramentele viering van het Paasmysterie. Het meest frequent komt het in de meervoudsvorm voor waarmee het de sacramentele riten beoogt.
Hostia , æ, in klassiek Latijn: offerdier, slachtoffer; verder offer, offerande, gave, hostie, H.Hostie. Dit substantivum komt vijfmaal voor (II, XVI, XVIII, XXI, XXVIII). Volgens Dom Dumas in Notitiæ 6, 198 (Commentaren op publicaties en studies, uitgegeven door de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Sacramenten) heeft het in de oraties nooit de betekenis van slachtoffer, offerdier. Het betekent veeleer de gaven die worden aangeboden of de H. Eucharistie zelf, waarbij de context van het offer toch niet geheel wordt losgelaten.
Quæsumus, wij bidden /smeken - een van de vormen van een onvolledig verbum, waardoor de imperativus waarmee God wordt aangesproken maar waartoe de bidder in werkelijkheid geen recht heeft, wordt gemilderd. De vorm quæsumus vervult soms ook een functie om het smeekkarakter van de oratie te benadrukken  of om bij te dragen tot een betere ritmische loop van de oratie.
C o m m e n t a a r
Het besef van collectieve onwaardigheid en de voortdurende behoefte aan goddelijke hulp bij het opdragen van het eucharistisch Offer, een thema dat in de oratie van deze zondag prevaleert, is ook het subject van het “Orate fratres” (Bidt, broeders en zusters, dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God, de almachtige Vader). Deze gebedsoproep die aan het Gebed over de gaven voorafgaat, kan gezien worden als het persoonlijk gebed van de celebrant om aanvaarding van zijn offergave die God wordt aangeboden samen met die van de gemeenschap. Het Gebed over de gaven omvat immers diverse aspecten:  de bede [van de celebrant] om een waardig opdragen, de bede [van de gelovigen] om hun geestelijke en materiële gaven met de Eucharistische gaven waardig te verbinden en de bede [van allen] om de H. Eucharistie waardig te vieren. De oratie super munera leert mij aldus het Heilig Misoffer beter te begrijpen en hoog te schatten. Zo is deze oratie een dogmatisch gebed.  Telkens wanneer de gedachtenis en de actualisering van het Kruisoffer van Christus in de H.Mis zich voltrekt, voltrekt zich ook het dienstwerk van onze verlossing: een kostbare gedachte die ons het Misoffer verklaart als een viering van Heilige Geheimen.
In de tweede lezing van het Misformulier van deze zondag (1 Kor 1, 1-3) spreekt de apostel Paulus de gelovigen van de Kerk van Korinte aan als “geheiligden in Christus Jezus, bestemd tot een heilig leven”.
God werkt door mensen. De heiligheid van zijn heiligen is het oordeel van de wereld. Daarom moeten de kinderen van God zich als eersten onder de voortdurende wet van de liefde stellen. Hun zaligheid is “Zijn Wil te doen, dat is hun vreugde, Zijn wet is in hun hart gegrift” (Antwoordpsalm 40,9). In de viering van de H. Eucharistie zoeken zij de nabijheid van de Heer en daarmee het oordeel van Zijn kant. Zij, die Christus in Zijn offergezindheid willen volgen, weten dat daar het werk van hun verlossing en de reiniging van zonden opnieuw worden voltrokken. Met de Kerk bidden wij in het Gebed na de Communie dat wij door het ontvangen van het Lichaam en Bloed van de Heer  Zijn liefde mogen ontvangen die ons één van hart doet zijn. Zo blijven wij onder de wet van de liefde en in Zijn tegenwoordigheid die ons heiligt.
A a n h a n g s e l
Constitutie over de Heilige Liturgie “Sacrosanctum Concilium” van het 2e Vaticaanse Concilie, nr. 2
‘Want de liturgie, waardoor, vooral in het goddelijk offer van Eucharistie, "het werk van onze verlossing wordt voltrokken” (1), draagt er ten zeerste toe bij, dat de gelovigen het mysterie van Christus in hun leven tot uitdrukking brengen en aan anderen openbaren, gelijk ook de echte aard van de ware Kerk, die dit als eigen kenmerk heeft, dat zij menselijk is en goddelijk tevens, zichtbaar en met onzichtbare werkelijkheden toegerust, bruisend van activiteit en zich wijdend aan de beschouwing. In de wereld aanwezig en toch op pelgrimstocht: en dit alles zó, dat het menselijke in haar op het goddelijke is gericht en daaraan onder geordend, het zichtbare op het onzichtbare, de actie op de contemplatie en het tegenwoordige op de toekomstige woonplaats, die wij zoeken. (2) Vgl. Hebr. 13, 14
Vandaar dat de liturgie, die de leden van de Kerk dagelijks opbouwt tot een heilige tempel in de Heer, tot een woonstede van God in de Geest (3)Vgl. Ef. 2, 21-22
, tot aan de gehele omvang van de volheid van de Christus (4)Vgl. Ef. 4, 13
, tevens op wonderbare wijze kun krachten versterkt om Christus te kunnen prediken, en zo de Kerk aan de buitenstaanders laat zien als een voor de volken opgeheven banier (5), waaronder de verstrooide kinderen van God samengebracht moeten worden (6), totdat het zal zijn één kudde en één herder’. (7)

(1)    Secreta van de 9de zondag na Pinksteren
(2)   Vgl. Hebr 13, 14 ”want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de stad van de toekomst.”
(3)   Vgl. Ef. 2, 21-22 “die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. ...”
(4)   Vgl. Ef. 4, 13 “totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus.”
(5)   Vgl. Jes. 11, 12 “Hij geeft een signaal aan de volken, Israëls verdreven brengt Hij bijeen en het verstrooide Juda verzamelt Hij van de vier uithoeken der aarde.”
(6)   Vgl. Joh.11, 52
(7)   Vgl. Joh. 10, 16 “Ik heb nog andere schapen, die niet uit deze schaapsstal zijn. Ook die moet ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal worden: een kudde, een herder.”

Geraadpleegde auteurs: A. Blaise, A. Dumas osb, G. A. Nursey,  J. Pascher +.