Posts tonen met het label kort commentaar collectagebed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kort commentaar collectagebed. Alle posts tonen

zondag 13 april 2025

Kort commentaar op het Collectagebed van Palmzondag Hem navolgen in woord en daad

 


Omnipotens sempiterne Deus,

qui humano generi, ad imitandum humilitatis exemplum, Salvatorem nostrum carnem sumere, et crucem subire fecisti,

concede propitius,

ut et patientiæ ipsius habere documenta et resurrectionis consortia mereamur.

 Almachtige eeuwige God,

om aan de mensen een voorbeeld te geven van nederigheid hebt Gij gewild dat onze Verlosser mens werd zoals wij en de dood onderging aan het kruis.

Geef dat wij ter harte nemen wat zijn lijden ons te zeggen heeft en deel hebben aan zijn verrijzenis.

Dit collectegebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum (Vat. Reg. lat. 316 f. 329), 1e helft achtste eeuw.

Opvalt in de tekst is dat er twee woorden zijn gebruikt die hetzelfde lijken te betekenen maar die elkaar toch niet helemaal dekken. Exemplum is een voorbeeld ter navolging uit het verleden met een grote gezaghebbend kracht – een woord afkomstig uit de klassieke Romeinse retorica. Zo zag Cicero zag keizer Augustus als exemplum. Een “exemplum” kan een bepaalde persoon zijn of een bepaald handelen[1]. Het begrip exemplum wordt echter verder op in de oratie nog meer uitgebreid met “documenta”Documentum is dus een model voor navolging, een rolmodel zoals exemplum maar heeft soms ook de betekenis van “een proeve”, dat is een concrete demonstratie dat hetgeen wordt beweerd waar is: een evidentie, een bewijsstuk. We zien er ook het werkwoord docere/ docui, een documentum leert ons iets.

De oratie schetst ons het fundamentele en gezaghebbend patroon van de christelijke ervaring: zelf-ontlediging in de Menswording en in de Passie die voert tot de Verrijzenis. Christus is de proeve bij uitstek waarnaar wij ons eigen leven moeten vormen en modelleren. Het leven van Christus is niet alleen een historisch gegeven, maar voor ons een  “rolmodel” dat effectief  de kracht heeft om ons te (her)modelleren. Christus transformeert, herschept ons, gedoopten, die zijn geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, naar zijn volmaakt exemplum en documenta. Vandaag vragen wij speciaal dat Gods ons helpt Hem na te volgen, in woord en daad.

[1] Proefschrift David C. Urban University of Pennsylvania 2011

zaterdag 23 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed van zaterdag onder het Paasoctaaf Danken wij voor de vreugden van de paasgenaden en nemen wij daarin al degenen op die door de ziekte niet persoonlijk aan de paasvieringen konden deelnemen.

 


Romeins Missaal 1970

Deus, qui credentes in te populos gratiæ tuæ largitate multiplicas,

ad electionem tuam propitius intuere,

ut, qui sacramento baptismatis sunt renati, beata facias immortalitate vestiri.

 

Altaarmissaal 1979

God, door de overvloed van genade doet Gij het volk dat in U gelooft toenemen in aantal.

Zie in uw goedheid naar uw uitverkorenen:

bekleed allen die door het sacrament van het doopsel zijn herboren, met het feestgewaad van

de onsterfelijkheid.

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum Vetus (Vat. Reg. lat. 316: eerste helft achtste eeuw, 500 en 516. Ed. Mohlberg, 1960.

De “in God gelovende volkeren” zijn de christelijke volkeren, samengevat: het Volk van God. God doet dit volk door middel van het H. Doopsel uitermate in getal toenemen. Het zijn de ‘uitverkoren volkeren’ analoog aan het ‘uitverkoren volk’ van het Oude Verbond. De oratie bidt voor hen die in het Sacrament van het H. Doopsel opnieuw zijn geboren. Ook al beoogt het Collectagebed allereerst de pasgedoopten, de gedoopte ‘electi’ in de laatste fase van het catechumenaat, zo geldt het toch ook alle gedoopten die in de Paasnacht hun Doopbeloften hebben hernieuwd. In de oorspronkelijke versie van het Sacramentarium Gelasianum Vetus wordt voor hen gevraagd dat God hun de eeuwige vreugde laat binnentreden. Het Romeins Missaal 1970 bidt in plaats daarvan: dat God hen met het feestgewaad van onsterfelijkheid moge bekleden (G 516). De bede herinnert ons aan 1 Kor 15, 53: “Dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid”. Ook deze slotformule is eschatologisch, dat wil zeggen met betrekking tot de eindtijd) op te vatten. MR 1970 refereert mogelijk ook aan het Doopsel, door te herinneren aan het witte kleed, dat de dopeling wordt opgelegd of overhandigd.

Mooi sluit de communio-antifoon (Graduale Romanum, 61), die wij zojuist zongen, aan bij het Collectagebed: “Omnes qui in Christo baptizati estis, Christum induistis, alleluia”, Gij allen, die in Christus gedoopt zijt, bekleedt u met Christus (Gal 3, 27).

Werden de pasgedoopten in de vroege Kerk vandaag voor het laatst bijeengeroepen in hun witte doopkleren, werden zij ‘mondig’ verklaard en droegen zij vandaag voor de eerste maal zelf hun offergaven naar het altaar (tot dusver deden de peten dat in hun plaats),  aangetrokken hebben zij in het Doopsel de nieuwe mens en zich bekleed als uitverkoren heiligen en geliefden van God, met Christus, dat betekent: met hartelijk mededogen, goedheid, met ootmoed, geduld en zachtmoedigheid (cf Kol 3, 12). Hem mogen zij niet meer  afleggen, Hem moeten zij steeds opnieuw aantrekken in de H. Eucharistie.

Danken wij voor de vreugden van de paasgenaden en nemen wij daarin al degenen op die door de pandemie niet persoonlijk aan de paasvieringen konden deelnemen. Moge de vreugde van het paasfeest in deze paastijd blijven doorklinken in het blijde Alleluia

Doopsel van Augustinus en Adeodatus door bisschop Ambrosius van Milaan

 

zaterdag 16 april 2022

Kort commentaar op de eerste oratie van de lezingencyclus van de Paaswake Paaszaterdag De Verrijzenis van Christus is van hoger orde dan de Schepping van het universum!

 


Lam Gods, detail uit ‘Het Lam Gods’, Gebroeders van Eijck, 1430-1432

 

Omnipotens sempiterne Deus,

qui es in omnium operum tuorum dispensatione mirabilis,

intelligant redempti tui,

non fuisse excellentius, quod initio factus est mundus,

quam quod in fine sæculorum Pascha nostrum immolatus est Christus.

 

Almachtige eeuwige God,

Gij zijt wonderbaar in de ordening van al uw werken.

Laat allen die door U verlost zijn, begrijpen,

dat de schepping van de wereld in den beginne,

overtroffen is op het einde der tijden, toen Christus, ons Paaslam, is geslacht.

 

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum Vetus (Vat. Reg. lat. 316), 1e helft achtste eeuw, f. 433. Ed. Mohlberg, 1960.

 Vanaf de vroege Kerk was het scheppingsverhaal (Gen. 1) de eerste lezing in de Paasvigilie (Paaswake).

De Latijnse tekst gebruikt de vergrotende trap (comparativusvorm): “non fuisse excellentius, quod initio factus est mundus”. De vertaling is deze: het feit dat de wereld werd geschapen is niet uitzonderlijkere dan het feit dat Christus is geofferd. De woordkeuze van de oratie is op het eerste gezicht wat verrassend en lijkt zelfs geen gebedstaal.  Als we de werkwoorden omzetten in zelfstandige naamwoorden, is de betekenis misschien gemakkelijker te begrijpen en minder merkwaardig:  de schepping van de wereld is niet meer bewonderenswaardig dan het Offer van Christus.

“Onze geboorte zou geen winst zijn geweest wanneer we niet waren verlost”(“Nihil enim nobis nasci profuit, nisi redimi profuisset”). In deze woorden van het Exsultet (de Paasjubelzang) weerklinken de kernthema’s die aan de wonderbare werken van God ten grondslag liggen: schepping en verlossing. De uitgestrektheid en inrichting van het universum zijn adembenemend. Maar het gebed verklaart dat de uitkomst en reikwijdte van het Offer van Christus de wonderen van de schepping te boven gaat. Het Paasmysterie van Christus is de bekroning van het scheppingswerk van God. Een nieuw menselijk ras is gevormd uit de as van de zonde naar het beeld en de gelijkenis van de Verlosser.

De lezing uit het Boek Genesis in de Paaswake eindigt niet op de sabbat, toen God rustte van zijn scheppingswerk, het gaat door in de viering van Goede Vrijdag en de Paaswake wanneer een nieuw menselijk ras wordt geboren uit de zijde van Christus en gevoed met het Brood des Levens. Dit Paasoffer is de scheppingsact van het Nieuwe Testament, “want ons Paaslam, Christus, is geslacht” (1 Kor 5, 7).

De bede van de oratie is gericht op het begrip van het verloste volk, namelijk dat zij, wat wij hier vieren, in zijn juiste betekenis begrijpen (“intelligant redempti tui”).

Het is boven discussie verheven dat God wonderbaarlijk is in zijn scheppingswerk, maar daarbij bestaat een onderscheid tussen wat er in den beginne gebeurd is (“quod initio factus est mundus”) en hetgeen gebeurt aan het einde der tijde, namelijk dat Christus als ons Paaslam geofferd is.

De oratie maakt tussen deze twee wonderbare scheppingswerken een vergelijking: “non fuisse excellentius, quod initio factus est mundus, quam quod in fine sæculorum Pascha nostrum immolatus est Christus”. De schepping van de wereld overtreft als werk van God niet het Paasoffer van Christus en dat moeten degenen die verlost zijn begrijpen. Daarvoor bidt de oratie. 

(Bewerking van het commentaar van A. Chupungco, Prayer after the First Reading. The Easter Vigil, in: The Prayers of the New Missal. Liturgical Press, Minnesota 2013, p. 62-63 en van A. Stock, Osternacht in: Orationen. Die Tagesgebete der Festzeiten neu übersetzt und erklärt. Pustet, Regensburg 2014, p. 82-83.

vrijdag 15 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed Goede Vrijdag Openingsgebed van de Herdenking van het Lijden en Sterven van de Heer – Zonder Kruisdood geen Verrijzenis!

 


Tilman Riemenschneider ca 1460 – 1531, Moeder van Smarten

 

Reminiscere miserationum tuarum, Domine,

et famulos tuos æterna protectione sanctifica,

pro quibus Christus, Filius tuus, per suum cruorem instituit paschale mysterium.

 

Gedenk, Heer, wat Gij gedaan hebt in uw barmhartigheid.

Blijf uw zegen en bescherming verlenen aan uw dienaren

voor wie Christus, uw Zoon, met zijn bloed het Paasfeest heeft ingewijd.

 

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum Vetus (Vat. Reg. lat. 316), 1e helft achtste eeuw, f. 335. Ed. Mohlberg, 1960. Sinds de achtste eeuw werd dit collectagebed, dat zijn plaats had op maandag en dinsdag in de Goede Week, middels een twintigtal codices, verspreid over het vasteland van Europa en de Angelsaksische eilanden, en daar in gebruik in de kathedralen, kapittel- en kloosterkerken.

(Corpus Orationum, tomus CVIII, R-S, Turnhout 1996, oratio nr. 5028)

 “Gedenk uw barmhartigheid, Heer! (Ps 24 (25) 6). Met dit psalmvers begint de Kerk de eerste oratie bij de Herdenking van ’s Heren Lijden en Sterven op Goede Vrijdag. Zo menselijk bidt de Kerk – geleid door het voorbeeld van de Heilige Schrift. Alsof God zijn barmhartigheid zou kunnen vergeten, Hij, die barmhartigheid en liefde is! Goede Vrijdag staat als geen andere dag onder het teken van het Kruis, dat de Kerk in de vieringen van deze dag huldigt, eert en aanbidt: “Crucem tuam adoramus, Domine” , vol eerbied aanbidden wij, Heer, uw Kruis (Antifoon van Goede Vrijdag). Het is het teken van bescherming tegen alle vijandelijke machten. Het is het teken van zegen en heiliging. Alle bescherming en alle heiliging vinden in het Kruis hun oorsprong.

Het vertrouwen van de biddende Kerk is groot. Want Christus heeft voor haar en voor alle (individuele) gelovigen door het vergieten van zijn Bloed het Paasmysterie ingewijd. Heeft Hij het slechts door zijn (Lichaam en) Bloed bewerkt en niet óók door de Verrijzenis?  Dat in deze oratie slechts het Bloed wordt genoemd, heeft zijn betekenis voor de natuur van het mysterie. De Kruisdood van Christus is een offerhandeling, waarvoor het vergieten van het bloed karakteristiek is. Natuurlijk behoort ook de Verrijzenis tot het Paasmysterie zoals bovengenoemde antifoon vervolgt: “et sanctam resurrectionem ruam laudamus et glorificamus: ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo” en wij zingen de lof van uw heilige verrijzenis: want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de schepping.

Maar ook de Verrijzenis komt als consequentie van het heil dat het Offer van de Heer heeft bewerkt, van Hem, die “dit alles moest lijden om zo in zijn heerlijkheid binnen te gaan” (Lc 24,26). Wij zijn door zijn Dood en Verrijzenis verlost, waarbij laatstgenoemde heilsdaad in de Offerdood gefundeerd is. Zo heeft het Paasmysterie beide polen, maar de tweede komt voort uit de eerste. In zoverre is dus het uit twee polen bestaande mysterie door het Bloed van Jezus Christus ingezet.

 

Quis non posset contristari,

Christi Matrem contemplari

dolentem cum Filio?

 

Wie wordt niet door leed gegrepen,

als hij schouwt op Christus’ Moeder

in haar leed om deze Zoon?

 

Eia, Mater, fons amoris,,

me sentire vim doloris,

fac ut tecum lugeam.

 

Geef, o Moeder, bron van liefde,

dat ik lijd wat U doorgriefde,

geef mij dat ik met U klaag.

dinsdag 12 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed Woensdag in de Goede Week Schenk ons de genade van Uw Verrijzenis


Deus, qui pro nobis Filium tuum crucis patibulum subire voluisti,

ut inimici a nobis expelleres potestatem,

concede nobis famulis tuis,

ut resurrectionis gratiam consequamur.

 

God, Gij hebt gewild dat uw Zoon voor ons de dood onderging aan het kruis

om ons te bevrijden uit de macht van de vijand.

Wij bidden U: schenk uw dienaren

ook de genade van de verrijzenis.

 

Het Collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), 9e eeuw, (Ed. Lietzmann 1921) 75, 1 en was in het Romeins Missaal 1962 de Oratio secunda super populum van  Feria IV Hebdomadæ Sanctæ, woensdag in de Goede Week, MR 438770.

Het Collectagebed van vandaag berust op het Paasmysterie. Het heilsplan van God is, bondig samengevat: Christus moest lijden en op grond van zijn gehoorzaamheid tot de dood, verrijzen. De verlossing bestaat in het deelnemen aan de Dood en Verrijzenis van Christus. De oratie kort het heilsschema in en spreekt alleen over de dood van Christus en van de verrijzenis van de verloste mensen.

De bestemming van het heil, door de smadelijke kruisdood van Jezus bewerkt, wordt heel algemeen in de termen “voor ons” samengevat en vervolgens een aspect van het door God bedoelde heilsmysterie uitgesproken, namelijk dat Hij ons door deze dood van zijn Zoon uit de macht van de vijand wil bevrijden. De verlossing wordt daarmee als een bevrijding uit de macht van de duivel begrepen. Meer toegespitst bestaat deze bevrijding uit een gewelddadige verdrijving. De verlossing is een overwinning: die door het hout (de boom van kennis van goed en kwaad) in het paradijs heeft overwonnen, is aan en door het hout, het kruishout, opnieuw overwonnen. De duivel is het wapen van zijn overwinning, namelijk de dood, ontrukt. De dood is nu tot wapen van de Overwinnaar, die door zijn Lijden en Sterven de Verrijzenis bewerkt.

Hiermee hangt direct de bede om de genade van de verrijzenis samen, waartoe de oratietekst onmiddellijk overgaat zonder te spreken van het delen in het lijden en sterven door de verloste mens. De macht over de dood, ontrukt aan de oude vijand, benut Jezus als Overwinnaar, om de dood tot instrument van het leven te maken. Door de dood van Jezus aan het kruis en door het deelgenootschap aan zijn Dood, krijgen wij deel aan de Verrijzenis, die het Collectagebed vraagt. De Verrijzenis tot het eeuwige leven in tijd en eeuwigheid.

Christus vincit, Christus regnat, Christus imperat.

 

vrijdag 8 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed Donderdag in de 5e week van de Veertigdagentijd - smeekbede om bescherming en barmhartigheid met kanttekening dat wij daartegenover ons best moeten doen.


Adesto, Domine, supplicibus tuis, et spem suam in tua misericordia collocantes tuere propitius, ut, a peccatorum labe mundati,

in sancta conversatione permaneant, 

et promissionis tuæ perficiantur heredes.


Heer, luister naar ons gebed en bescherm allen die hun hoop stellen op uw barmhartigheid. Geef dat zij, vrij van zondesmet, 

voortaan een heilig leven leiden 

en maak hen tot erfgenamen van uw belofte.


Het collectagebed is, op een enkele wijziging na, ontleend aan het Sacramentarium Leonianum (Verona, kapittelbibliotheek LXXXV), tweede helft van de zesde eeuw, folio 915.

(permaneant et + consequentes sufficientiam temporalem) 

Uit de bede van de originele leoninische tekst is echter het gedeelte gewist dat God om “levensonderhoud voor de tijd van nu” vraagt, ofschoon dikwijls in de oraties van de H. Eucharistie om hulp/ genade voor deze tijd (op aarde) én voor de eeuwigheid wordt gebeden. Om dat wat voor het leven hier op aarde en om dat wat voor het eeuwige leven noodzakelijk is. Het eeuwige is hier het ‘beloofde erfdeel’, “de erfgenamen van uw belofte” (Altaarmissaal 1979, 282-283). Het weglaten van bovengenoemd tekstgedeelte heft de oorspronkelijke vorm van de bede (dit is het tweede deel van de oratie) op. De oorspronkelijke vorm bestond uit twee elementen, elk samengesteld uit een participiumvorm en een verbum in de coniunctivusvorm ter uitdrukking van een wens: “Mundati – permaneant” en “consequentes perficiantur heredes”, [opdat zij] gereinigd van zondesmet, voortaan in een heilig leven volharden en tijdelijk levensonderhoud verwervend, erfgenamen worden van uw beloften.

De oratie wordt geopend met het dikwijls voorkomende “adesto!” Wees ons nabij, help ons!

Het is een aangrijpende roep van vertrouwen als mensen in nood verkeren. Daarom gaat het ook aldus verder: “… allen die hun hoop stellen op uw barmhartigheid.” Om deze reden vraagt het gebed om bescherming, zoals in de dubbele, respectievelijk viervoudige bede uiteengevouwen wordt.

De Nederlandse versie van het Altaarmissaal zwakt het “adesto” af. Ook dat verstoort helaas de opbouw van de oorspronkelijke oratie: 

Adesto - tuere

Mundati permaneant – consequentes perficiantur heredes

Al bij al kan zonder voorbehoud worden geconstateerd dat de tekstuele veranderingen niet kunnen worden gekwalificeerd als verbeteringen.

Behouden is de boodschap dat we God om bescherming en barmhartigheid smeken, opnieuw met de kanttekening dat wij van onze kant ook moeten doen wat we kunnen (“heilig leven”).


woensdag 6 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed van donderdag onder het Paasoctaaf Laat ons een zijn in het geloof en liefdevolle daden!

 


Deus, qui diversitatem gentium in confessione tui nominis adunasti,

da, ut renatis fonte baptismatis una sit fides mentium et pietas actionum.

 

God, die de volkeren in hun verscheidenheid één hebt gemaakt in het belijden van uw Naam,

geef, dat zij die uit het water van het doopsel zijn herboren, één zijn van geest door het geloof

en ook één in de liefde die zich in het daden uit.


Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), negende eeuw, f. 92, 1. Ed. Lietzmann 1921. In het Romeins Missaal 1962 was dit ook het Collectagebed van donderdag onder het Paasoctaaf (MR 9162 411).

 Wanneer in de liturgische teksten sprake is van “vele verschillende volkeren” denkt men aan de spraakverwarring bij de bouw van de Babylonische toren (Gen 11, 1-9) en de noodlottige versplintering van het menselijk geslacht. Een van de aspecten van het goddelijke heilsplan is het opheffen van verwarring, verdeeldheid en vijandschap onder de volkeren.

In het Paassacrament van H. Doopsel heeft God de verschillende volkeren door de belijdenis van de ene God in drie Personen eenheid geschonken. Allen, die gedoopt zijn in deze ene goddelijke Naam, zijn niet alleen door de gemeenschappelijke doopformule, maar vooral in de diepe werkelijkheid van nieuw leven, geënt op de Levensboom die Christus is,  als kinderen van Gods één gemaakt. De Postcommunio van Pasen voerde de nieuw verworven eenheid terug op de Heilige Geest, het oerprincipe van alle eenheid en eendracht. LINK

In het Collectagebed van vandaag wordt voor hen die door hun geloofsbelijdenis samen zijn gebracht om het effect van de verlangde eenheid gebeden, om de eenheid in geloof en om de liefde die zich in daden uit. De eenheid van geloof die in het menselijk hart leeft komt voort uit de belijdenis van de goddelijk Naam. Helaas toont de realiteit dat dit dikwijls niet zo is en dat ook de eenheid in liefde die zich in daden uit niet steeds voorhanden is. De ervaring heeft geleerde, dat zelfs bij hen, die het geloof in de Drieëne God belijden of zich conformeren aan de christelijke doopsymbolen, juist de ‘belijdenis’ kan leiden tot verdeeldheid.  Ook wat de op liefde gebaseerde daden (“pietas actionum”) betreft, laat de geschiedenis rampzalige voorbeelden van verscheurdheid zien, zelfs van christenen die één zijn in dezelfde belijdenis.

Het collectagebed is om deze reden niet alleen zinvol, maar dringend. Het Collectagebed is om deze reden niet alleen zinvol, maar dringend. Laat ons een zijn in het geloof en liefdevolle daden!  

Kort commentaar op het Collectagebed Woensdag in de 5e week van de Veertigdagentijd Wij mogen erop vertrouwen dat de Vader liefdevol en vol erbarmen naar ons luistert.

 



 Sanctificata per pænitentiam tuorum corda filiorum,

Deus miserator, illustra, et,

quibus præstas devotionis affectum,

præbe supplicantibus pium benigus auditum.

 

God van barmhartigheid,

verlicht het hart van uw kinderen dat door boetvaardigheid is geheiligd,

en schenk welwillend gehoor aan de smeekbede van hen die U met liefde mogen dienen.

 

Het collectagebed is grotendeels ontleend aan het Sacramentarium Leonianum (Verona, kapittelbibliotheek LXXXV), tweede helft van de zesde eeuw, folio 866 en met een ander incipit (Sanctificato hoc jejunio ) is dit ook het collectagebed van woensdag na Passiezondag in het Missale Romanum, 1962.

Het collectagebed gaat ervan uit, dat het hart van de gelovigen reeds door boetvaardigheid is geheiligd, en vraagt vandaag dat de barmhartige God aan hen Zijn licht wil schenken. De oratie veronderstelt dat God de gelovigen het gevoelen van liefdevolle overgave zal geven en het vraagt dat Hij in zijn goedheid ook hun smeekbeden vol liefde wil verhoren.

De bede om verlichting van het hart past in deze Veertigdagentijd, tijd waarin de catechumenen in de vroege Kerk hun laatste voorbereiding op het ontvangen van het H. Doopsel in de Paasnacht ontvingen. Door de eerste christenen werd het Doopsel ‘photismós’ genoemd, ‘verlichting’’, en de pasgedoopte ‘photistheis’, ‘verlichte’. Deze zienswijze is afgeleid van Christus, het Licht der wereld, lux mundi, dat iedere mens, die in de wereld komt, verlicht. Aldus is ieder Doopsel ook te beschouwen als genezing van blindheid.

Het nieuwe licht verleent het hart de gesteldheid van liefdevolle overgave, van waaruit het, eenmaal vertroost, spontaan tot gebed komt. Daarom mogen wij erop vertrouwen dat de Vader vol liefde en erbarmen naar ons luistert.

 

Kort commentaar op het Collectagebed Dinsdag in de 5e week van de Veertigdagentijd Voor allen die in dienst van God zijn bestemd en mensen met een bijzondere roeping Gods lof te zingen.

  


Da nobis, quæsumus, Domine, perseverantem in tua voluntate famulatum,

ut in diebus nostris et merito et numero populus tibi serviens augeatur.

 

Heer, wij vragen U: geef ons een onwankelbare trouw in de dienst van Uw wil,

opdat in onze dagen het volk, dat U dient, toeneemt in verdiensten en aantal.

 

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), 9e eeuw, (Ed. Lietzmann 1921) folio 4 en was in het Romeins Missaal 1962 de Oratio super populum op dinsdag na Passiezondag.

De biddende Kerk beschouwt al ons dagelijks doen en laten als een aan God bewezen dienst. Daarom moet ons werken overeen komen met de Wil van God, en wel bestendig. Het collectagebed (tijdens de H. Mis), dat in deze Veertigdagentijd tijd dag aan dag liturgisch hetzelfde is als de oratie in het Getijdengebed, vraagt ons de genade te geven om hiertoe in staat te zijn. Het collectagebed denkt daarbij niet alleen aan de individuele biddende persoon, maar ook aan het gehele Volk Gods, en het vraagt dat God door middel van dit gebed, het volk dat Hem dient ‘merito et numero’ (in verdienste en aantal) mag groeien.

Wij zouden zeggen ‘kwalitatief en kwantitatief’. Dus niet alleen maar kwalitatief. Het aantal bestaat immers uit de optelsom van alle individuele mensen, die God heeft geschapen, en die Hij ieder op zich heeft bestemd voor het eeuwige leven. Natuurlijk ook niet alleen maar kwantitatief. Want het aantal zou niets voorstellen, wanneer het individueel en collectief van nul en generlei waarde was.

Het gebed geldt voor alle mensen, omdat zij immers allen voor de dienst van God zijn bestemd, individueel en collectief.

De Kerk denkt echter ook bijzonder aan degenen die op grond van een speciale roeping dienst doen in het Huis van God. In dit opzicht is de oratie in meer specifieke zin een gebed om priesters en diakens alsook voor andere mannen en vrouwen die in de Kerk dag en nacht de lof van God in het Goddelijk Officie bezingen. 

Paratum cor meum, Deus, paratum cor meum, cantabo et psallam. 

O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmen jubelen.

maandag 4 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed Maandag in de 5e week van de Veertigdagentijd ”Wij doen ons best, God doet de rest!”


Deus, per cuius ineffabilem gratiam omni benedictione ditamur,

præsta nobis,

ita in novitatem a vetustate transire,

ut regni cælestis gloriæ præparemur.

God, door wiens onuitsprekelijke / overvloedige genade wij met alle zegening worden verrijkt,

verleen, dat wij zó overgaan van het oude naar het nieuwe,

dat wij geschikt worden (lett.: gereed worden gemaakt) voor de heerlijkheid van uw hemels rijk. 

Het collectagebed is ontleend aan het Sacramentarium Leonianum (Verona, kapittelbibliotheek LXXXV), tweede helft van de zesde eeuw, folio 1297.

De oratie richt zich tot God, die ons verrijkt met zijn zegen. Zijn genade is nooit helemaal in woorden uit te drukken (ineffabilem gratiam) en, daarbij kan men bedenken dat onze dank deze onuitsprekelijke genade nooit zal kunnen evenaren of recht doen.

Deze rijkdom omvat de overgang van het oude naar het nieuwe, waardoor wij deelgenoot worden aan de goddelijke natuur, deelgenootschap eens in de eeuwige zaligheid tot voltooiing komt.

De transitus, de overgang van oud naar nieuw, van dood naar leven – begonnen in het Doopsel - betreft het leven van de gedoopte mens. Het nieuwe leven waardoor wij als kind van God werden geënt op de Boom des Levens en ondergedompeld in het goddelijke leven van de H. Drieëenheid, vraagt bij ons aardse leven actie die aan deze status beantwoordt. Dat wat in het wezen van het goddelijk kindschap is verankerd, moet in overeenkomstig leven en handelen zichtbaar worden. Dit streven past bij uitstek in de Veertigdagentijd als opgang naar Pasen, het hoogfeest van de Verrijzenis van de Heer.

De deelname aan het Eucharistisch Offer brengt in ons tot voltooiing wat ons in het Doopsel is geschonken. Derhalve maakt het Lichaam van Christus hen levend, die aan zijn Lichaam deelhebben.

Het is een ‘reeds’ in de overgang van aards naar toekomstig leven  maar ook een ‘nog niet volledig’. Hetgeen in ons leven reeds als ‘eeuwig leven’ aanwezig is, verwoordt de oratie als voorbereiding op de “heerlijkheid van het hemelrijk.”

Wij bidden om de vervulling van deze belofte. Het woordje ‘ita’ is belangrijk. De biddende gemeenschap van priester en gelovigen zou de overgang ‘zó’ moeten voltrekken, dat daaruit de voltooiing mogelijk wordt. In dit kleine woord ‘zó’ komt de menselijke inspanning tot uitdrukking, die niet achterwege kan blijven, ofschoon God wordt gevraagd: “præsta nobis’, verleen ons.

Exspoliantes vos veterem hominem cum actibus suis et induentes novum eum, qui renovatur in agnitionem secendum imaginem eius, qui creavit illum.

Leg de oude mens met zijn gedragingen af en bekleed u met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn Schepper (Kol 3, 10).

‘Wij doen ons best, God doet de rest’!

 

vrijdag 9 april 2021

Kort commentaar op het Collectagebed van vrijdag onder het Paasoctaaf - Woorden en daden!

 



Omnipotens sempiterne Deus,
qui paschale sacramentum in reconciliationis humanæ fœdere contulisti,
da mentibus nostris,
ut, quod professione celebramus, imitemur effectu.

Almachtige eeuwige God,
die [ons] het paasmysterie hebt geschonken als een verbond van verzoening met de mensen,
geef onze geest,
dat, wat wij in een plechtige viering openlijk belijden, in onze werken navolgen.


Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), negende eeuw, f. 93, 1. Ed. Lietzmann 1921. In het Romeins Missaal 1962 was dit ook het Collectagebed van vrijdag onder het Paasoctaaf (MR 1962, 793).

Toen God het Nieuwe Verbond met de mensen sloot, “het Verbond van verzoening”, deed Hij dit op de oeroude manier van een verbondsoffer. Het was het Offer van zijn Zoon, waarmee onlosmakelijk de Verrijzenis was verbonden. Dood en Verrijzenis vormen het “Paassacrament” of het “Paasmysterie”. De woorden van de oratie betekenen niet alleen dat God middels een verbondssluiting dit mysterie heeft geschonken, het Paasmysterie was veeleer zelf de verbondssluiting. Het innige wezen van het Nieuwe Testament is dat Dood en Verrijzenis van Jezus een mysterie zijn waarin de verloste mensen worden ingewijd. Deze inwijding, die fundamenteel met de heilsgeschiedenis van Kruis en Verrijzenis gegeven was, wordt de verloste mensen steeds opnieuw onder tekens van sacramenten en sacramentaliën gegeven, ja, daarenboven in de viering van het Paasmysterie in de loop van het Kerkelijk Jaar, en heel bijzonder in het leed en de vreugde in het leven van de christenen.
De bede denkt rechtstreeks aan het Doopsel; de oratie behoort immers oorspronkelijk tot de liturgie van de Paasweek en verraadt haar relatie tot de Doopsel door de vermelding van de term belijdenis (‘professio’). Zoals het Collectagebed van donderdag drukt ook deze oratie de zorg uit, dat het praktische leven van onze daden met onze geloofsbelijdenis overeenstemt. Woorden en daden!

dinsdag 6 april 2021

Kort commentaar op het Collectagebed van woensdag onder het Paasoctaaf Moge de viering van het jaarlijkse superoctaaf van de Paastijd ons tot de eeuwige vreugde brengen!



Deus, qui nos resurrectionis dominicae annua sollemnitate laetificas,

concede propitius,

ut, per temporalia festa quae agimus,

pervenire ad gaudia aeterna mereamur.

 

God, die ons ieder jaar verblijdt door de jaarlijkse viering van de verrijzenis des Heren,

verleen [ons] in uw goedheid,

dat wij door de feesten die wij in dit tijdelijk bestaan vieren,

tot de eeuwige vreugde mogen komen.

 

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum Vetus (Vat. Reg. lat. 316), 1e helft achtste eeuw, f. 464. Ed. Mohlberg, 1960. In het Romeins Missaal 1962 was dit ook het Collectagebed van woensdag onder het Paasoctaaf (MR 9162 411).

 De plaatsing van het adiectivum ‘dominica’ (van de Heer) bij het substantivum ‘resurrectio’ (verrijzenis) en daarmee de vorming van een vast begrip in de oratietaal heeft een oude herkomst. Een oorsprong die mogelijk nog ouder is dan de Gelasiaanse traditie. Ofschoon opgenomen in het misformulier van woensdag onder het Paasoctaaf, heeft de uitdrukking “annua sollemnitate”, jaarlijkse viering', ongetwijfeld betrekking op heel de Paasweek. Zelfs is het niet uit te sluiten dat het begrip op de heilige vijftig dagen van Pinksteren als ‘feest van de Verrijzenis van de Heer’ doelt. In ieder geval heeft de liturgie van de Oude Kerk nog geen volledig ontwikkeld Paasoctaaf gekend, gezien het overwicht van de heilige vijftig dagen (pentecostes) die begrepen kunnen worden als een soort ‘superoctaaf’, het feest van Pinksteren inbegrepen. Hoe dan ook is de feestdag van vandaag,  het Paasoctaaf, en de Paastijd tot en met Pinksteren een bijzonder plechtige liturgische tijd, waarvan het kenmerk de ononderbroken jubel van het Alleluia is!

De eigenlijke bede geldt de eeuwige vreugde, waarvan het teken en het voorspel de feestelijke paasvreugde is. Ja, de oratie vraagt zelfs dat God ons door middel van de feesten in de tijd tot de eeuwige vreugden zal laten komen. De feestvreugde nu is niet enkel voorspel, verkondiging, belofte en symbool, maar als teken ook een sacramentale x), waaraan wij de genade te danken hebben die ons op weg naar de voltooiing van de paasvreugde in de eeuwigheid bijstaat.

 

x) Sacramentalia: heilige tekenen, waardoor, enigszins in navolging van de sacramenten, vooral vruchten van geestelijke aard aangeduid en krachtens het smeekgebed van de Kerk verkregen worden. Door deze sacramentalia worden de mensen in de juiste gesteltenis gebracht om de eigenlijke vrucht van de sacramenten te ontvangen en worden allerlei levensomstandigheden geheiligd (Cf Catechismus Katholieke Kerk, 1667).

Kort commentaar op het Collectagebed van Paasdinsdag (dinsdag onder het Paasoctaaf) Genees ons door Uw Verrijzenis tot hemels geluk!

 


 Missale Romanum 1970

Deus, qui paschalia nobis remedia contulisti,

populum tuum cælesti dono prosquere,

ut, perfectam libertatem assecutus,

in cælis gaudeat, unde nunc in terris exsultat.

 

God, Gij hebt ons de gaven van Pasen geschonken tot heil en tot genezing.

Blijf uw volk met uw genade volgen,

en laat ons, gekomen tot de ware vrijheid,

in de hemel genieten van het geluk, waarover wij ons nu reeds op aarde verheugen.

 

Sacramentarium Gelasianum Vetus, 8e eeuw, f. 473

Deus, qui paschalia nobis remedia contulisti,

populum tuum cælesti dono prosequere,

ut inde post in perpetuum gaudeat,

unde nunc temporaliter exsultat.

 

Sacramentarium  Gregorianum (Hadrianum), 9e eeuw, f. 89, 1

Missale Romanum 1962, 448

Deus, qui solemnitate paschali mundo remedia contulisti,

populum tuum quæsumus cælesti dono prosequere,

ut et perfectam libertatem consequi mereatur,

et ad vitam proficiat sempiternam.

 

De Gelasiaanse versie van het Collectagebed is volgens een identiek inhoudelijk luidende Greg0riaanse versie (Sacramentarium Hadrianum) door de inlas: “perfectam libertatem assecutus” uitgebreid. Daardoor kreeg de oratie een bijzonder accent en kleur door het paasmotief van de bevrijding uit de Egyptische slavernij. Bevrijd uit de hand van Farao jubelt het Joodse Volk (Loflied van Mozes Ex 15, 1-21) en begeeft zich op weg naar het Beloofde Land. In de taal van de oratie wordt dit aldus geformuleerd: “en laat ons, gekomen tot de ware vrijheid, in de hemel genieten van het geluk, waarover wij nu reeds op aarde jubelen”.

Het gebed richt zich tot God, die ons de heilmiddelen van het Paasfeest heeft geschonken. Bij “heilmiddel” denkt men allereerst aan de Heilige Communie. Men zou ook kunnen denken aan het geheel van de paasgenaden, die alle op de een of andere manier als heilmiddel beschouwd mogen worden, omdat zij de bevrijding van het kwaad beogen dienen en hier minstens op anticiperen.

Het woord remedium wordt vaak geassocieerd met geneesmiddel en ziet ook op een tegengif, zoals nodig is na een slangenbeet.

Om het te duiden in een liturgische tekst moeten we het beschouwen vanuit een christelijk perspectief van de menselijke natuur die is geschaad door de zonde en genezing nodig heeft van de kant van God. De Verrijzenis van Christus is een ‘tegengif’ tegen de zonde en tevens voor ons een belofte van onze toekomstige verrijzenis. Met volkomen vrijheid (perfecta libertas) wordt gedoeld op het vrij zijn van de zonde.

In het Collectagebed verwijst het woord remedia naar het glorievolle Lichaam van Christus. Het is een paas-geneesmiddel, aldus genoemd omdat de helende kracht voortkomt uit de Dood en de daaropvolgende Verrijzenis van Christus.

maandag 5 april 2021

Kort commentaar op het Collectagebed van Paasmaandag Trouw blijven aan het Sacrament!

 


Deus, qui Ecclesiam tuam nova semper prole multiplicas,

concede famulis tuis,

ut sacramentum vivendo teneant,

quod fide perceperunt.

 

God, Gij schenkt steeds nieuwe kinderen aan uw Kerk.

Geef dat uw dienaren in hun levenswijze trouw blijven aan het sacrament

dat zij in geloof hebben ontvangen.

 

Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gelasianum Vetus (Vat. Reg. lat. 316), 1e helft achtste eeuw, f. 624. Ed. Mohlberg, 1960.  In het Missale Romanum 1962 was dit het collectagebed van dinsdag onder het Paasoctaaf (MR 334) met het tekstfragment “novo semper fœtu”, in MR 1970 gewijzigd in “novo semper prole”.

 Het collectagebed van deze dag doet denken aan het nachtelijk gesprek van Jezus met Nicodemus (een Farizeeër, behorend tot de voornaamsten van de Joden) (Jo 3, 1-21) waarbij Jezus hem voorhoudt dat niemand het Rijk Gods kan zien, tenzij hij opnieuw wordt geboren.

Op een vraag van Nicodemus verklaart Jezus voorts: “Als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan” (Jo 3, 3-5). 

De oratie richt zich op het sacrament van het H. Doopsel en de gedoopten. Spreekt de openingszin van de oratie, gezien het Paasfeest, in eerste instantie over de pasgedoopten, de eigenlijke bede geldt evenwel álle gedoopten.

In de Paasnacht heeft God nieuwe kinderen aan de Kerk geschonken, namelijk zij die “in geloof het Sacrament [van het Doopsel]  hebben ontvangen. “In geloof”, dat is zonder hun verdienste, zonder verdienste van hun kant. Het geloof werd hen, zoals eens aan Abraham, onze vader in het geloof, als gerechtigheid aangerekend (Gen 15, 6; Rom 4, 9). Nu echter zijn zij door het geloof en het Doopsel kinderen van God geworden en het nieuwe leven dat zij hebben ontvangen maakt aanspraak op hen om vrij met de genade mee te werken. Weliswaar hebben hun werken ook nu nog de steun van het geloof en de genade van Godswege nodig. Maar wat zij in vrijheid met de genade realiseren, is ook hun persoonlijk werk. Door hun vrijwillige medewerking bewaren zij (teneant) het Sacrament, of, zoals de vertaling van het Altaarmissaal 1979 goed zegt, blijven zij trouw aan het Sacrament.

Wat betekent deze trouw aan het Sacrament?

Daar geven de oraties na de lezingen van de Lezingencyclus van de Paaswake ons antwoord op:

door de kracht van de geest aan de verleiding van de zonde weerstaan (alternatieve eerste oratie);

beantwoorden aan de genade van onze roeping (oratie na de tweede lezing);

onder Gods ingeving toenemen in deugd (oratie na de vijfde lezing);

naar lichaam en geest vernieuwd God steeds in volle overgave dienen (Collectagebed) en hier vinden we als cumulatie de gelijkenis met de lijdende Dienaar van Jahweh, de gestorven en verrezen Heer, die door zijn dienende overgave het voorbeeld is.

 

donderdag 1 april 2021

Kort commentaar op het Collectagebed Witte Donderdag Avondmis Liefde tot het uiterste heri. hodie, semper. Gisteren, vandaag en altijd!

 


Dirk Bouts, Het Laatste Avondmaal, 1464

Jezus is hier niet alleen de centrale persoon, de actor van de heilige handeling, maar ook toeschouwer (Hij zit links van de apostel Johannes en is een kopie van de Jezusfiguur in het midden). In de reeks “De Werken van Barmhartigheid” is Jezus op elk der panelen eveneens toeschouwer, een typisch aspect in de schilderijen van Dirk Bouts (Haarlem 1410 – Leuven 1475).

 

Sacratissimam, Deus, frequentantibus Cenam, in qua Unigenitus tuus morti se traditurus, novum in sæcula sacrificium dilectionisque suæ convivium Ecclesiæ commendavit,

da nobis, quæsumus,

ut ex tanto mysterio plenitudinem caritatis hauriamus et vitæ.


God, wij herdenken en vieren het heilig Avondmaal, toen uw eniggeboren Zoon het nieuwe offer en de maaltijd van zijn liefde voor altijd aan de Kerk heeft toevertrouwd, voordat Hij zich overleverde aan de dood.

Wij vragen U:

mogen wij in dit grote mysterie de bron vinden van de liefde en leven in overvloed.

Het Collectagebed van de Avondmis van Witte Donderdag (Missa vespertina in Cœna Domini) is een nieuwe compositie voor het Missale Romanum 1970.

De oratie sluit nauw aan bij de tekst van de Constitutie over de H. Liturgie van het Tweede Vaticaanse Concilie over het Eucharistisch Offer:  “Tijdens het Laatste Avondmaal, in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, heeft onze Verlosser het Eucharistisch Offer van zijn Lichaam en Bloed ingesteld, om daardoor het Kruisoffer door de eeuwen heen te bestendigen tot aan zijn wederkomst” (Par. 47). De Heer heeft ons in die nacht dit Offer en de gedachtenisviering van zijn Dood toevertrouwd: “het Sacrament van liefdevolle erbarming, teken van eenheid, band van liefde, paasmaaltijd (“convivium paschale”) (Par. 47). De oratie plaatst “het nieuwe Offer” (“sacrificium novum”) en “Maaltijd van zijn liefde” (“dilectionis suæ convivium”) naast elkaar. De “sacratissimam Cenam” die wij vieren, is beide: het “nieuwe Offer” en de “Maaltijd van liefde”. Wanneer de Constitutie van “Paasmaaltijd” spreekt, drukt zij daarmee uit dat de H. Eucharistie als Offer en als Maaltijd nauw bijeen horen als vervulling van het oude Pascha.

Wanneer het Collectagebed van een viering van het heilig Avondmaal spreekt, bedoelt het niet alleen de Eucharistieviering zelf in het algemeen, maar ook de historischr gedachtenisviering op de avond vóór Goede Vrijdag, waarop het tekstfragment: “Morti se traditurus”, “toen Hij zich aan de dood zou overleveren” duidelijk wijst (zijnde in de toekomstige tijd).

Het “grote mysterie” waarvan in de bede op het eind sprake is, omvat derhalve heel de liturgische viering van de avond van Witte Donderdag.

Tot het complex van het “mysterie” behoort dus ook de Voetwassing, waarmee Jezus zijn Laatste Avondmaal inleidde, en hier kunnen we de gedenkwaarde woorden lezen: “Hij had de zijnen in de wereld bemind, maar nu gaf Hij hen een bewijs van zijn liefde tot het uiterste” (Jo 13, 1). Deze liefde tot het uiterste staat in het mysterie van het Avondmaal centraal in de heilige handeling die de Kruisdood van Christus reeds representeert, tegenwoordig stelt.

De uitdrukking “bron van liefde en leven in overvloed” doet denken aan de oproep van de profeet Jesajs: “Haurite aquam de fontibus Salvatoris” (Jes 12, 3 Vulgaatversie), “Put water uit de bronnen van de Heiland!”, de volheid van liefde en leven.

dinsdag 30 maart 2021

Kort commentaar op het Collectagebed Dinsdag in de Goede Week – Onze last maakte Hij tot de Zijne

 


Omnipotens sempiterne Deus,

da nobis ita dominicæ passionis sacramenta peragere,

ut indulgentiam percipere mereatur.

 

Almachtige eeuwige God,

laat ons het mysterie van het lijden van de Heer

zó meevieren dat wij van U vergiffenis verkrijgen.

 

Het Collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), 9e eeuw, (Ed. Lietzmann 1921) 75, 1 en was in het Romeins Missaal 1962 het Collectagebed van  Feria III Hebdomadæ Sanctæ, dinsdag in de Goede Week, MR 770.

Wij bevinden ons sinds Palmzondag in de Goede Week -Hebdomada Sancta in het Latijn). Sacra betekent heilig en is een veel betere aanduiding dan Goede voor deze bijzondere week, waarin de centrale heilige Geheimen van het christelijk geloof worden gevierd: Eucharistie, Kruisdood, Grafrust en Verrijzenis. “Heilig” wil zeggen: zonder zonde, rein, volmaakt, maar ook eerbiedwaardig en verheven.  Wanner wij spreken over “sacra mysterie” gaat het om iets groters dan wijzelf, dat ons voert naar een hogere Weg, Waarheid en Leven, naar de zaken waar het echt om gaat.

Ook het Collectagebed van vandaag verwijst naar een sacrum mysterium: het Lijden van Christus. De aandacht gaat uit naar het ‘sacrament’ van het Lijden en Sterven van de Heer. Ook de Heilige Eucharistie is een Sacrament.  Het gebed doelt op de viering van het Paasmysterie dat immers ook het mysterie van het Lijden van Christus is. De bede verbindt de viering van de Mysteries van de Goede Week met het achterwege laten van de zonden. 

Laten ook wij ‘zó’ de gedachtenis van het Lijden van Christus (mee)vieren dat onze zonden vergeven kunnen worden. Tot deze "viering" behoort in deze zin niet alleen de liturgieviering met het Sacrament van het Paasmysterie, de Heilige Eucharistie, of de viering van de plechtigheden van de Goede Week maar ook een individueel meevieren in de vorm van versterving, boete en een volledig op het Paasmysterie gerichte levenspraktijk die we natuurlijk niet van de ene dag op de andere verwerven maar waarnaar we wel moeten willen streven.

In de vroegchristelijke Kerk vond op Witte Donderdag een plechtigheid plaats waarin de zonden na belijdenis werden vergeven en geëxcommuniceerden in boetegewaad en met geschoren hoofd weer werden toegelaten tot de Sacramenten onder het volbrengen van een penitentie (bestraffing met een (enigszins) compenserende strekking. Buiten coronatijd vinden ter herinnering hieraan in veel kerken in de Goede Week boetevieringen plaats waarin gelovigen zich collectief bezinnen op hun persoonlijke gebreken die vaak ook gevolgen hebben in de relatie met anderen en dikwijls ook gebruiken maken van de gelegenheid individueel te biechten. Wij zijn allen zondige mensen die vergeving nodig hebben. Daarom is Christus zelf zondeloos mens geworden en heeft Hij zijn leven gegeven – ter vergeving van onze zonden. Onze last maakt Hij tot de Zijne.

(Mocht U nog geen plannen hebben, dan herinneren wij U ook op deze plaats graag aan de heilzame gewoonte voor Pasen te biechten, dat is minimaal jaarlijks zelf verplicht).