donderdag 14 mei 2026

We bidden tussen Hemelvaart en Pinksteren dagelijks het gebed van de Pinksternoveen - "Kom, heilige Geest!"


De Pinksternoveen is het kerkelijk gebed om de werking van de Heilige Geest, af te smeken gedurende de negendaagse periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. De noveen ter ere van de Heilige Geest is het oudste van alle novenen. De Heer zelf stelde het in toen Hij zijn apostelen terug zond naar Jeruzalem om daar te wachten op de komst van de Heilige Geest op het eerste Pinksteren. Het begint daags na Hemelvaart en eindigt op Pinksteren.  Gericht tot de derde persoon van de Heilige Drievuldigheid, is het een krachtig smeekgebed om de zeven gaven van de Heilige Geest . 

De zeven gaven van de Heilige Geest zijn: wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis, vroomheid en ontzag voor God. In hun volheid behoren ze toe aan Christus, de Zoon van David. Ze voltooien de deugden van hen die ze ontvangen en brengen die tot volmaaktheid. Ze maken de gelovigen volgzaam om onverwijld te gehoorzamen aan de goddelijke ingevingen. 

Het morele leven van de Christenen wordt ondersteund door de gaven van de Heilige Geest. Dit zijn permanente gesteltenissen die de mens gehoorzaam maken om de ingevingen van de Heilige Geest te volgen.

Uw geest, die goedertieren is, geleide mij op effen paden” (Ps. 143, 10). Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God (...). Maar als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tezam met Christus (Rom. 8, 14.17). 
Zie ook CKK 1830 en 1831

Wij bidden dagelijks:

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.

Laat ons bidden:
God, Gij hebt de harten van uw gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen;
geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.

Door Christus onze Heer.
Amen.

Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing


Collectegebed Hoogfeest Hemelvaart - De Hemelvaart van Christus, uw Zoon, is ook onze verheffing

Fac nos, omnipotens Deus, sanctis exsultare gaudiis, et pia gratiarum actione lætari, quia Christi Filii tui ascensio est nostra provectio, et quo processit gloria capitis, eo spes vocatur et corporis.

Almachtige God, laat ons juichen en blij zijn, vol dankbaarheid, omdat de hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is. Zijn glorie bij U is onze hoop, want wij vormen één lichaam met Hem die ons Hoofd is: Jezus Christus onze Heer.

Poging tot meer letterlijke vertaling
Laat ons, almachtige God, van heilige vreugde juichen, en vreugde gevoelen in vrome dankbaarheid, omdat de Hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is: en waarheen de glorie van het Hoofd (Christus) is voorgegaan, daarheen wordt ook de hoop van het Lichaam (de Kerk) geroepen.

Volgens de kalender van de Nederlandse kerkprovincie vieren wij de Hemelvaart van onze Heer op de veertigste dag na Pasen. Elders is ook wel besloten Hemelvaart te vieren op de zevende zondag van Pasen vanuit het motief dat dan meer mensen het mysterie van de Hemelvaart des Heren in de kerk kunnen vieren. Vanaf de vierde eeuw is het feest op de veertigste dag, dus op donderdag, gevierd.

L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n
Dit gebed is een nieuwe tekst geschreven voor de Novus Ordo uit 1969 van Paulus VI. De belangrijkste bron voor de tekst is een preek van paus Leo de Grote (461), Sermo 73,4:

Quia igitur Christi ascensio, nostra provectio est, et quo praecessit gloria capitis, eo spes vocatur et corporis, dignis, dilectissimi, exultemus gaudiis et pia gratiarum actione laetemur.

De woorden “gratias agere” betekenen “dank zeggen”. “Dank U” is in het Latijn: gratias tibi ago. De verbinding met het begrip “Eucharistie” is duidelijk. In liturgisch verband betekent “actio” vaak “het liturgische doen” , "de liturgieviering", en zelfs de kern van de Heilige Mis, het Eucharistisch Gebed. “Provectio “ betekent “verheffing”, “bevordering”, "overstijging".

De woorden "Hoofd" en "Lichaam" zijn met hoofdletters geschreven omdat Leo de Grote daarmee doelt op Christus als Hoofd en op de Kerk als het Lichaam van Christus.

Op 1 juni 444 preekte Leo de Grote in sermo 73,4:

"Het was voorwaar een grote, onbeschrijfelijke bron van vreugde toen, ten aanschouwen van de hemelse schare, het mensdom is opgevaren boven de waardigheid van alle hemelse wezens, de engelenschaar en de rangen van de Aartsengelen. In zijn Hemelvaart oversteeg Hij de andere rangen totdat Hij werd ontvangen bij de zetel van de eeuwige Vader, en verbonden op de Glorietroon in die Ene, waarin de Vader samengaat met de Zoon”.

Paus Leo de Grote (geïnspireerd door St. Augustinus – 325) preekte op 17 mei 445
(in sermo 74, 3):

"[Ons katholieke] geloof], versterkt door de Hemelvaart van de Heer en versterkt door de gaven van de Heilige Geest, is niet bang van ketenen, gevangenis, ballingschap, honger, vuur, of verscheurd te worden door wilde dieren, noch van hevig lijden door wreedheid van vervolgers.  Over de hele wereld, hebben niet alleen mannen maar ook vrouwen, niet alleen onvolwassen jongens maar ook kwetsbare maagden geleden voor dit geloof en zelfs hun bloed vergoten.  Dit geloof heeft demonen verdreven, van ziekten genezen en doden doen opstaan".

We weten vanuit ons katholieke geloof,  “dat niet wordt aangenomen, wat niet reeds was verlost” (H. Gregorius van Nazianze d 389/90).

Onze menselijke natuur, lichaam en ziel, werd door de Zoon opgenomen in een onverbrekelijke band met Zijn goddelijke Natuur. Toen Christus uit het graf opstond, werd onze menselijke natuur verheven.  Toen Christus naar de hemel is opgevaren, zijn ook wij opgevaren. In Christus Jezus zetelt onze menselijke natuur nu aan de rechterhand van de Vader. 

Zijn hemelvaart destijds is nu onze grote hoop.  Onze hoop is reeds vervuld, maar nog niet ten volle. 


Die hoop draagt ons bij de beproevingen in dit leven.

Met dank aan en toestemming van Father Zuhlsdorf 

maandag 11 mei 2026

HOMILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS

 

HOMILIE OP HET HOOGFEEST VAN DE 

HH. WIRO, PLECHELMUS EN OTGERUS

Kerkpatronen van de basiliek in Sint Odiliënberg (8 mei 2026)


Br. Thijs Ketelaars, abt van de Adelbertabdij te Egmond

















Ter voorbereiding van het hoogfeest van vandaag las ik twee bijdragen van professor Linssen over de geschiedenis van de patroonheiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus. En ondanks alle geleerdheid en speurzin van de professor is de conclusie na dertig pagina’s dat er historisch eigenlijk niets met zekerheid te zeggen valt.

Om die leegte in te vullen heeft de traditie zwerfstenen uit het verleden opgeraapt en daarmee verhalen gecreëerd. Zo horen wij over bisschop Balderik van Utrecht die in het jaar 966 door een visioen de vindplaats kreeg aangewezen van relieken, waaronder die van Wiro, Plechelmus en Otgerus. Mogelijk zijn ze al kort daarna hier in Berg in het reliekengraf geplaatst. Zo werden ze bewakers van deze plek, en bevestigden met hun aanwezigheid ook de rechten van de bisschop van Utrecht hier.

De traditie verhaalt dat het Schotse peregrini, rondtrekkende monniken waren, zonder vaste woonplaats en dat Wiro en Plechelmus bisschoppen zouden zijn geweest en Otgerus diaken. Misschien waren het tijdgenoten van Willibrord en Adelbert of waren ze zelfs nog voor hen naar deze streken gekomen. Eén ding is zeker, de eeuwen door zij de namen bewaard gebleven van de drie rondtrekkende boden van het evangelie Dat mag op zich al een wonder heten. Dat doet vermoeden dat ze een indruk hebben gemaakt en mensen door hen zijn geraakt. Dat wij over hun persoonlijk leven, hun uiterlijk en hun daden niets of nauwelijks iets weten kan teleurstellen, maar je zou het ook kunnen lezen als een heel evangelisch getuigenis. In onze tijd wordt door artiesten om het hardst geschreeuwd om in de publiciteit te komen, maar dat past niet bij de ware evangelieverkondigers. Die horen immers niet zichzelf op de voorgrond te plaatsen, integendeel, zij dienen in woord en daad getuigen te zijn van de verrezen Heer, die niet eigen eer en aanzien heeft gezocht, maar beeld en gelijkenis is geweest van de Vader, die ons leven wil geven en wel in overvloed. En in dat voetspoor zijn onze patroonheiligen Jezus gevolgd.

Maar wie toch verlegen zit om een duidelijker profiel, wordt door de liturgie van deze feestdag op zijn wenken bediend. De lezingen van deze dag tekenen immers een beeld van de authentieke getuige van het evangelie. Wiro, Plechelmus en Otgerus hebben die teksten zelf vele malen gehoord en gelezen en zij hebben er hun roeping in herkend.

De eerste lezing uit het boek Jezus Sirach spreekt de lof van vrome mannen die met hun leven getuigenis hebben afgelegd van Gods verbond met ons mensen. Hun wijsheid is niet vergeten en wij zijn er nog steeds dankbaar voor en hun namen worden nog steeds met ere vermeld. Zij hebben er zelf niet mee staan pronken, maar door hun zorg voor mensen en hun getuigenis van Gods liefde voor heel de schepping zijn zij geen naamloze en kleurloze figuren geweest, maar mensen met en eigen naam en gezicht, mensen die het evangelie van de vrede handen en voeten hebben gegeven en een uitnodigend gezicht. Zij verkondigden een blijde boodschap.

In de tweede lezing hoorden wij de woorden die Paulus bij zijn afscheid tot de oudsten heeft gesproken. Hij wijst niet alleen de oudsten op hun verantwoordelijkheid in Gods gemeente, maar wij horen er ook de zorg en liefde, de onvermoeide inzet van de apostel in klinken. Boodschapper van het evangelie is geen parttime betrekking, maar een leven dat zich geeft van de vroege morgen tot de late avond. Dat is geen pleidooi voor een burn-out, maar het laat zien dat een apostel geen functionaris is maar een leven dat het gaat om een manier van zíjn. Met heel je wezen, met al je gaven van hoofd en hart de kerk dienen, opdat Christus in ons geboren wordt. Dat is geen mensen werk, maar werk van de Geest, maar het kan niet zonder de beschikbaarheid en de inzet van ons mensen. In de laatste regel van de apostellezing hoorden wij hoe Paulus met hen allen neerknielt en bidt. Een mooier beeld van apostolaat is moeilijker voorstelbaar. Het leven van een apostel begint met bidden en eindigt met bidden voor en met wie aan hem zijn toevertrouwd.

Tot slot het evangelie. Daar ontmoeten wij Jezus zelfs als de goede herder. Allen die geroepen worden om het evangelie te verkondigen, zullen  zich aan deze Herder moeten spiegelen en in Zijn voetstappen moeten treden. Opvallend is dat die tekst begint met te zeggen wat een goede herder niet is. Hij is geen huurling, geen wolf en geen rover. Die hebben allemaal geen hart voor de schapen, maar zijn hoe dan ook, uit op eigen voordeel en gewin. Voordat wij de goede herder kunnen volgen, dienen wij dus korte metten te maken met een houding die eigen voordeel en eigen glorie in het vaandel heeft staan. Dat is een houding die haaks staat op Jezus’ gaan en staan.

Na die negatieve beschrijving volgt dan het positief getekende portret van de goede herder. En daar valt op dat Jezus begint met het opnoemen van een aantal activiteiten, maar, als ik het zo zeggen mag, met een liefdesverklaring: ‘Ik ken de Mijnen en de Mijnen kennen Mij.’ Herder zijn zoals Jezus, dat is allereerst een relatie hebben met alle schapen die je zijn toevertrouwd. Dan kun je een gemeenschap opbouwen waar herder en schapen weten wat ze aan elkaar hebben. Zoals wij de namen kennen van Wiro, Plechelmus en Otgerus, zo kent Jezus al zijn schapen bij name. Ieder met een eigen gezicht en een eigen naam, met een eigen verhaal en vader Benedictus zou zeggen, elk ook met zijn eigen tempo.

Wij vieren vandaag drie herders die door de Heer zijn geroepen om in Zijn voetstappen te treden en wij zijn dankbaar dat zij daar met inzet van heel hun leven ja op hebben gezegd. Laat hun voorbeeld ons er toe aanzetten op de plak waar wij staan eenzelfde herderlijke zorg te tonen voor wie aan ons zijn toevertrouwd.

Amen