Posts tonen met het label Hebdomada I Paschae. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hebdomada I Paschae. Alle posts tonen

zaterdag 16 april 2022

Isti Sunt Agni Novelli - Latijns Paaslied Nu met muziek en Latijnse tekst!




Today's sound file is about the Neophytes--the newly-initiated Christians who were baptized and chrismated and communicated at the Vigil of Easter.  The chant "Isti sunt Agni novelli," is taken from the Cistercian collection "Laudes Vespertine," published in Westmalle, Belgium, in 1939. The precentrix on the recording is Evelyn F. Wagner. 

TRANSLATION OF TEXT: 

These are the lambs, newly-baptized, 
who proclaimed the glad tidings: Alleluia! 
recently come to the waters, 
and full of God's light and splendor. 
Alleluia! Alleluia! 

Lady, Queen, whom grace from heaven 
Has preferred to all on earth, 
Now renewed, the world is brightened 
By your holy virgin-birth. 

These are the lambs... 

Oh, how lovely and how wondrous 
Is the cure that saved us all: 
Jesus, in His love, becomes now 
Victim for His people's fall! 

These are the lambs.. 

Now renewed through holy washing, 
In the font of our rebirth, 
Soon the chrism's oil and fragrance 
Will give strength to us on earth! 

These are the lambs... 

To each Christian now is given 
Christ's own Flesh as Bread of Life. 
Christ's own Blood becomes the sweetest 
Source of joy in all our strife! 

These are the lambs..

Close


Klikken op tekst en muziek om beter te lezen!

Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven” Paaszondag Uw Kerk wordt op wonderbare wijze herboren en gevoed.

 Christus ontvangt brood en wijn voor de H. Eucharistie

Uw Kerk wordt  op wonderbare wijze herboren en gevoed.

I n l e i d i n g
Opnieuw brengt de liturgie van het kerkelijk jaar ons via de veertig dagen van de Vasten naar de feestelijke dagen van Pasen, de plechtigheid (solemniteit) van de Verrijzenis van de Heer. Vol hoop hebben we deelgenomen aan de ceremonieën van het Triduüm Sacrum. Wij vierden de instelling van het Priesterschap en de H. Eucharistie op Witte Donderdag. De H. Reserve werd in processie naar een zijaltaar begeleid waar de stille aanbidding begon, het tabernakel was leeg en de altaren werden ontbloot. Het Passieverhaal werd gezongen en het heilige kruis ontbloot, aan de gelovigen getoond en vereerd op Goede Vrijdag. “Uw Kruis, Heer, aanbidden wij, en Uw heilige verrijzenis loven en verheerlijken wij; want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de wereld” (Antifoon na de Kruisverering). Het lijkt of er voor een ogenblik wordt vooruitgelopen op Pasen. De Kerk zingt van vreugde en verrijzenis. Dit is tekenend voor de grondhouding van de Kerk, niet alleen in haar liturgie, maar in heel haar leven. Met de mensgeworden Heer gaat zij door de tijd en draagt met Hem het kruis. Haar leven is een kruisdragend leven, een voortdurend sterven. Maar haar stem is de stem van de vreugde; haar liturgie is het feest van het leven. Werkelijk: zij ondergaat de dood, maar zij leeft reeds in de Verrijzenis. Want haar voedsel is de spijs der onsterfelijkheid: het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer. Op Goede Vrijdag wordt de Communie uit de H. Reserve de gelovigen aangereikt, de H. Mis valt uit. Met de heilige Vrouwen waken we bij het verzegelde Graf om de glorierijke Verrijzenis van Christus te verbeiden en bereiden we ons in een laatste vasten op de Paasvigilie voor. Met de Paaswake keren de bloemen, de muziek en de feestelijke paramenten terug. Het ‘Exsultet’, de paasjubelzang, wordt aangeheven voor de Paaskaars, die haar helder licht verspreidt, verwijzend naar de Verrezen Heer. Alleluia’s klinken en de bellen keren terug uit de ballingschap van de stilte. Het doopwater wordt gewijd, de catechumenen worden gedoopt en sommigen van hen gevormd. Voor de eerste maal wordt hen het Lichaam en het Bloed van de Heer gegeven. In de H. Mis van Paaszondag zingen we de sequens ‘Victimæ paschali laudes’ over Christus, die als Koning triomfeert in het duel met de Dood. 

T e k s t
Missale Romanum – 1970
Sacrificia, Domine, paschalibus gaudiis exsultantes offerimus,
quibus Ecclesia tua mirabiliter renascitur et nutritur.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979
Heer, vol vreugde om het paasfeest dragen wij U het offer op,
waardoor Uw Kerk op wonderlijke wijze wordt herboren en gevoed.

Werkvertaling 
Juichend door/in de vreugden van Pasen bieden wij [U] de offers aan,
waardoor  uw Kerk op wonderbare wijze wordt herboren en gevoed.
L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n
De brontekst van deze oratio super munera/oblata of oratio secreta gaat terug tot op het Sacramentarium Gelasianum Vetus, Vat. Reg. lat. 316, 470, eerste helft achtste eeuw en vier andere codices uit dezelfde tijd. Het was de secreta van feria II in albis. Het oorspronkelijke ‘immolamus’ werd in het Missale Romanum 1979 vervangen door ‘offerimus’, en zoals boven gezegd ‘exsultantes’ toegevoegd. Een nevenversie, codex Ariberto, Milaan, 11e eeuw,  heeft met vier andere bronteksten ‘pascitur’ in plaats van ‘renascitur’. Deze versie vinden we op feria III in albis, missa in ecclesia maiore. Een derde versie tenslotte  waarvan de relatieve zin luidt: ‘quibus ecclesia mirabiliter et nascitur et nutritur’, gaat terug  tot een collectie van een vijftigtal handschriften vanaf de 12e eeuw en werd als secreta gebruikt in de <Missa votiva>  de resurrectione (Oxford), als oratio super oblata op de 1e Zondag na het Paasoctaaf en op feria IV in albis. (Zie: E. Moeller, J.M. Clément en B. Coppieters ’t Wallant, Corpus Orationum, VIII, R-S. Brepols, Turnhout 1996, p. 104-105, nrs. 5286 a, 5286 b en 5286 c, Br 1002). 
Het Missale Romanum 1962 heeft op woensdag in de Paasweek de tekst die overeenkomt met de zojuist genoemde derde versie.                                                                                                      
S t r u c t u u r a n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1. Sacrificia, Domine, paschalibus gaudiis exsultantes offerimus,
2. quibus Ecclesia tua mirabiliter renascitur et nutritur.

De oratie bestaat uit één enkele zin waarin de liturgische actie van celebrant en gelovigen wordt beschreven (r. 1, hoofdzin), gevolgd door een relatieve bijzin (r. 2) waarin de sacramentele werkzaamheid van het Lichaam en Bloed van Christus voor de Kerk (de gemeenschap van de gelovigen) wordt verwoord.

Ad 1
Offerimus, wij offeren, prædicaat in de 1e pers. meerv. van de indicativus præsentis: het verbum geeft weer wat hier en nu gebeurt in de liturgische handeling.
Sacrificia, de offergaven – object van het prædicaat in de accusativusvorm.
Domine, [o] Heer, - anaklese in de vocativusvorm.
Mirabiliter, op wonderbare wijze – bijwoordelijke bepaling die de wijze uitdrukt waarop de Kerk wordt herboren en gevoed.
Paschalibus gaudiis exsultantes, juichend, jubelend door de vreugde(n) van Pasen, - bijwoordelijke bepaling die een nadere explicatie geeft bij het prædicaat offerimus, bestaande uit de bijstelling exsultantes, 1e pers. plur. van het ppa exsultare, vergezeld van twee congruerende ablativusvormen (ablativus causæ).
Ad 2
Relatieve bijzin met het betrekkelijk voornaamwoord quibus in de ablativusvorm pluralis refererend aan het antecedent sacrificia, de offers, waarmee/waardoor.
Ecclesia tua, uw Kerk – subject, in twee congruerende nominativusvormen, van de prædicaten renascitur en nutritur. Beide verba staan in de indicativus præsentis passivi en geven de realiteit weer van de uitwerking van de H. Communie. De Kerk, als gemeenschap van Christus en zij die met Hem een Lichaam vormen, worden herboren, gaan van dood naar het leven door dit “zaad” van eeuwig leven: “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag” (Jo 6,54).

De verba renascitur en nutritur laten klankrijm:  - itur zien in de slotlettergrepen.

V o c a b u l a r i u m

De oratie is eenvoudig geconstrueerd, de woorden zijn gemakkelijk, de structuur helder.

Het verbum exsultare (salto) heeft in zijn wortels te doen met “springen“, “een sprong maken”. Het betekent een krachtige sprong maken. In uitgebreide zin betekent het “zich buitengewoon/buitensporig verheugen”. We horen een vorm van dit verbum dagelijks in het Magnificat tijdens de Vespers waar Maria tegen haar nicht Elizabeth zegt: “Magnificat […] et exsultavit spiritus meus in Deo salvatore meo, en mijn geest sprong op in God mijn Redder”. (Luc 1,47). Mooie parallel met het opspringen van vreugde van het kind dat Elizabeth bij zich droeg: “Ecce enim ut facta est vox salutationis tuæ in auribus meis, exsultavit in gaudio infans in utero meo”, Zie zodra de klank van uw groet mijn oren bereikte, sprong het kindje van vreugde op in mijn schoot (Luc 1, 44).
De woorden van het Gebed over de gaven horend, herinneren zij ons vanzelfsprekend aan de beginwoorden van het “Exsultet”, de jubelzang die de diaken aanheft nadat het Licht van Christus door het ontsteken van de Paaskaars het duister van de nacht heeft verdreven: “Exsultet iam angelica turba cælorum: exsultent divina mysteria: et pro tanti Regis victoria tuba insonet salutaris!” – Laat nu de hemelse engelenschaar juichen: laat de goddelijke geheimen in luide jubel weerklank vinden: en laat bij de overwinning van zulk een Koning de heilstrompet schallen. 
Men kan Christus als het ware uit het graf zien opspringen, de nieuwe Adam, met nieuwe heerlijkheid bekleed- zoals ook wij eens hopen te zijn.
De vreugde om deze nieuwe Dag, de eerste Dag – naar oudchristelijk spraakgebruik de ‘kuriake’, de dag des Heren genoemd (Lat.: dies dominica, vgl. Apoc 1,10) – wordt vanaf de Lauden op paasmorgen heel het paasoctaaf door tot en met de IIe Vespers van Beloken Pasen in de antifoon “Hæc dies quam fecit Dominus, exsultemus et lætemur in ea” (Ps 117, 24) bezongen: Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt, laten we opspringen van vreugde en ons verheugen. En ook in de Missen gedurende het paasoctaaf  heeft deze antifoon haar vaste plaats vóór het Evangelie.

Nutrire 4. Betekent 1. Zogen, voeden 2. Onderhouden, verzorgen, 3. Opvoeden; het deponens nutrior heeft hier mogelijk een toegevoegde betekenis die het louter voeden overstijgt. In verbinding met het begrip Ecclesia tua, de Mater Ecclesia als Nutrix, Voedster, kan gedacht worden aan een morele kwaliteit van liefdevolle koestering als motivatie voor het schenken van voedsel en drank voor het levensonderhoud van haar nieuwe kroost (de neonati, de pasgedoopten).
(Nutricia!)

Renasci, renatus sum, dep. 3: 1. Opnieuw geboren worden 2. Herboren worden, gedoopt worden. (Vgl. het begrip Renaissance in de kunst).

Men kan zich afvragen waarom de vertaling van het Altaarmissaal de meervoudsvormen ‘sacrificia’ en ‘paschalibus gaudiis’ in het enkelvoud weergeeft. Natuurlijk kunnen we de twee offerelementen van brood en wijn als één offer beschouwen. Anderzijds kan het meervoud duiden op de persoonlijke offers en de vreugde van zovelen die vele redenen hebben zich over de Verrijzenis te verheugen. Hoe dan ook zal er een motief zijn dat de Latijnse oratie had kunnen zeggen ‘Sacrificium, Domine, paschali gaudio exsultantes offerimus… maar dat niet doet. Het  jammer dat  deze nuance in de Nederlandse vertaling verloren is gegaan: traduttori,  traditori.                                                  
C o m m e n t a a r
Het Gebed over de gaven is een dedicatie, een toewijding. Wij bieden vol blijdschap onze gaven aan omdat het Pasen is, ‘exsultantes’, jubelend, zoals de tekst van de Latijnse versie toevoegt. Het zijn niet meer de gaven van brood en wijn die wij naar het altaar hebben gebracht, maar de ‘sacrificia’, het Lichaam en Bloed van Christus. Hiervan immers kan slechts gezegd worden wat de paasvreugde jubelend belijdt, namelijk dat de Kerk door deze offergaven herboren en gevoed wordt. Het hoeft niet vreemd te zijn dat hier niet het Doopselsacrament, dat het wonder van de nieuwe geboorte bewerkt, ter sprake komt, maar de Eucharistische Spijs van het heilige Offermaal. De heilige Communie getuigt van de wedergeboorte als een bovennatuurlijke ontwikkelingsgang die met het Doopsel aanvangt en zich gedurende het hele leven van de christen voltrekt. Het ‘pascitur’, zij wordt geweid / gevoed, dat in de versie van het Romeins missaal 1979 is vervangen door ‘renascitur’, zij wordt herboren, drukt in wezen hetzelfde uit.
Mét de verrezen Heer ‘eten’, de offerspijs van Zijn heilig Vlees en Bloed delen, betekent immers ontsluiting van de toegang tot het eeuwige leven, met Hem verrijzen tot het licht van het leven (Collectegebed van Paaszondag), met Petrus getuigen “van alles wat hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft” maar ook dat Híj de door God aangestelde Rechter is over levenden en doden en dat ieder die in Hem gelooft vergiffenis van zonden verkrijgt” (1e lezing). 
“Zoals het brood van de aarde door de aanroeping van God geen gewoon brood meer is, maar de Eucharistie, die een aards en hemels aspect heeft, zo ook zijn onze lichamen die delen in de Eucharistie, niet meer vergankelijk maar bezitten zij de hoop op de verrijzenis” (H. Irenæus, Adv. Hær., 4, 18, 4-5). Hoe dit in zijn werk gaat? Mirabiliter, op wonderbare wijze en slechts te “begrijpen” in geloof.
Wat het materiële voedsel voor ons lichamelijk leven betekent, verwezenlijkt de Communie op wonderbare wijze in ons geestelijk leven (nutritur). Het deelgenootschap aan het Vlees van de Verrezen Christus, “dat in de heilige Geest tot leven is gebracht en tot leven wekt (renascitur)” (Presbyterorum Ordinis, 5), bewaart het genadeleven dat in het Doopsel ontvangen werd, doet het groeien en vernieuwt het. Deze groei van het geestelijk leven moet gevoed worden door de eucharistische Communie, Brood voor onze pelgrimstocht, tot op het ogenblik van onze dood, wanneer zij ons als Viaticum (teerspijze, leeftocht of reisvoedsel) gegeven zal worden (vgl. KKK 1392).
We hebben gezien dat niet alleen de individuele gelovige, maar ook de Kerk wordt opgebouwd door de H. Eucharistie. Zij die immers de H. Eucharistie ontvangen worden nauwer met Christus verbonden. Hierdoor worden zij door Christus met alle gelovigen verenigd tot één enkel Lichaam dat de Kerk is. De Communie vernieuwt, versterkt en verdiept deze inlijving in de Kerk, reeds door het Doopsel in de kiem verwezenlijkt (vgl. KKK 1396).
Als gij het lichaam en de ledematen van Christus zijt, is het uw sacrament dat op de tafel van de Heer ligt : gij ontvangt  uw sacrament. Gij antwoordt: “Amen” (“Ja, het is zo!”) op wat gij ontvangt, en door te antwoorden onderschrijft gij het. Gij hoort het woord: “Lichaam van Christus” en antwoordt: “Amen”.  Weest dus een lidmaat van Christus opdat uw Amen waarachtig zij” (H. Augustinus, uit Sermo 272).

Vasten, boete  en  lijden zijn noodzakelijk om te komen tot zuivering, bekering en vernieuwing; dat geldt voor de Kerk en het geldt voor ieder van ons. Wij hopen en bidden dat de deelname aan de plechtigheden van het  Triduum Sacrum en Pasen hoopvol, troostrijk en zalig mogen zijn.

Paaszondag Collectegebed: “Word wat je ziet en ontvang wat je bent”


We hebben het Triduum Sacrum liturgisch gevierd en beleefd: de instelling van het Priesterschap werd herdacht op Witte Donderdag, Christus, aanwezig in de H. Eucharistie, werd overgebracht van het tabernakel naar een rustaltaar en het altaar werd van linnen ontdaan, de Passie werd gezongen en het Heilig Kruis werd gekust. Onze liturgische dood was voltooid. In de late avond, soms te middernacht begint vandaag het Paasvigilie: er zijn weer bloemen, er is weer instrumentale muziek (orgel) in de liturgie, de klokken luiden vol, de liturgische gewaden zijn wit en goudkleurig na een lange periode van terughoudendheid in de opsmuk. Het Exsultet klonk bij de Paaskaars “Licht van Christus”, en er was helder licht, schijnend in de duisternis. Het doopwater werd gezegend en we zingen eindelijk weer: Alleluia. De geloofsleerlingen (catechumenen) zijn opgenomen in de Kerk of gedoopt, sommigen zijn ook gevormd. Zij ontvingen voor de eerste keer Christus in de Heilige Eucharistie.

Op paaszondag horen we vandaag de Sequentie Victimae paschali laudes over Christus de Koning-Overwinnaar (Victor Rex) en zijn duel met de Dood. Onze Heilige Moeder de Kerk en haar kinderen zijn vernieuwd in het licht van de belofte van de Verrijzenis. Omdat Christus verrezen is, weten we dat ook wij eens mogen verrijzen.

Dit is de tekst van het collecte-gebed van Paaszondag dat zijn oorsprong vindt in het oude Sacramentarium Gelasianum.
Deus, qui hodierna die, per Unigenitum tuum, aeternitatis nobis aditum, devicta morte, reserasti, da nobis, quaesumus, ut, qui resurrectionis dominicae sollemnia colimus, per innovationem tui Spiritus in lumine vitae resurgamus.

In de Nederlandse vertaling van het Romeins Missaal luidt de tekst:
God, vandaag hebt Gij ons de toegang tot het eeuwig leven ontsloten, want uw eniggeboren Zoon heeft de dood overwonnen. Wij vragen U bij deze viering van zijn verrijzenis: vernieuw ons door uw Geest om met Hem te verrijzen tot het licht van het leven.

Opvallend is de alliteratie (beginrijm) de re-klank in reserasti, resurrectionis… resurgamus en de er-klank in hodierna… per… aeternitatis… reserasti. In het tweede deel is sprake van assonantie (klankrijm) op de i-klank dominicae, colimus, tui, spiritus, lumine. Vooral hardop oplezen komt deze rijmstructuur goed tot zijn recht.

Het Latijnse werkwoord colere betekent “in cultuur brengen” zoals bij bebouwing van het land, en het betekent ook “goed voor iets of iemand zorgen”, dat wil zeggen “in ere houden, vereren, aanbidden”. Het wordt gebruikt in de landbouw, maar ook in een religieuze context. Het Latijnse woord “cultus” betekent “eredienst”.

Letterlijke vertaling:
O God, Gij hebt U vandaag nadat de dood was overwonnen, voor ons de poort naar de eeuwigheid geopend door uw Enige Zoon, geef ons, zo smeken wij u, dat wij die eerbiedig het jaarlijkse Hoogfeest van de Verrijzenis van de Heer vieren, eens mogen verrijzen in het Levende Licht, door de vernieuwende kracht van uw Heilige Geest.

Met Pasen vernieuwen wij christenen onze geloofsbelijdenis als “nieuwe mensen”. In het water van het Doopsel gaan wij door de dood naar nieuw leven.

In de vroegere christentijden hadden geloofsleerlingen een lange voorbereidingsperiode, voordat zij werden toegelaten tot de viering van het heilig Mysterie van de Mis. Zij mochten de Schriftlezing en de preek bijwonen, maar moesten vertrekken voor het Eucharistisch gedeelte. In de paaswake stonden de geloofsleerlingen ten overstaan van  de gemeenschap en zeiden zij hun geloofsbelijdenis. Dan werden de deuren voor hen geopend. Gezalfd, gedoopt, gekleed in witte gewaden, mochten zij in het heiligdom staan en voor de eerste keer deelnemen aan de Heilige Eucharistie.

De nieuw gedoopten werden “infantes” genoemd, de “nieuwgeboren kinderen” van de Kerk. Voor hen gebruikte de heilige Augustinus van Hippo (430) aan de landbouw ontleende beelden, wanneer hij het heiligdom van een basiliek vergeleek met een dorsvloer, waar kaf en koren werden gescheiden.

Augustinus leerde de wit geklede “infantes” dat niet alleen brood en wijn van gedaante veranderden (transformeerden), maar dat mensen dat ook doen. Brood wordt gemaakt van vele graankorrels, wijn van veel druiven. Graan en druiven worden door ons veranderd tot brood en wijn, die op hun beurt worden veranderd door God. Wederkerig worden het getransformeerde brood en de getransformeerde wijn aan ons teruggegeven om ons te veranderen. Augustinus onderwees de geloofsleerlingen zichzelf te zien als veranderde mensen, intiem verbonden met en betrokken op de Heilige Eucharistie. “Estote quod videtis, et accipite quod estis… Wordt wat je ziet en ontvang wat je bent (s.272,1). Hij vergeleek de nieuwe christenen met graan, dat werd gezaaid, geoogst, gemalen en gebakken tot brood door menselijke handelingen, en zo voorbereid op de Eucharistie. God plant nieuwe christenen om graankorrels te worden (spicas) en geen doornen (spinas). De nieuw gedoopten zijn jonge scheuten in de velden van de Heer, die moet worden besproeid door de fontein van de Wijsheid, om te worden doordrenkt met het licht van de Gerechtigheid.

Laten wij proberen iets te ervaren van de vreugde en ijver van de bekeerlingen in onze deelname aan de Heilige Mis.

Een Kerk-brede liturgiecatechese zou helpen. Dan wordt de Heilige Mis gevierd op een manier, dat we erin kunnen verzinken en er uit kunnen groeien, erin kunnen rusten en kunnen worden gevoed door de geheimen die de heilige Sacramenten van de Kerk ons openbaren. De Heilige Mis is geen toneelstuk of gedachtenisviering, maar het is het Leven zelf. Alles wat we doen en zeggen in de Heilige Mis heeft een betekenis, soms openlijk, vaker vervuld. Geheimen zijn nooit geheel te doorgronden en een glimp wordt geopenbaard, aan wie dat waardig wil zijn.

Het Paasoctaaf verlengt voor ons de gelegenheid om te bidden en om het geheim van de Verrijzenis van Onze Heer te gedenken en te aanbidden.

Wij wensen U en de Uwen een gezegende en genaderijke Paastijd.

Resurrexit sicut dixit. Alleluia.


Deze tekst is grotendeels ontleend aan Father John Zuhlsdorf. Wij danken hem van harte voor de toestemming deze tekst in Nederlandse vertaling op dit weblog te publiceren.

Resurrexi Introitus Paaszondag

woensdag 6 april 2022

Kort commentaar op het Collectagebed van donderdag onder het Paasoctaaf Laat ons een zijn in het geloof en liefdevolle daden!

 


Deus, qui diversitatem gentium in confessione tui nominis adunasti,

da, ut renatis fonte baptismatis una sit fides mentium et pietas actionum.

 

God, die de volkeren in hun verscheidenheid één hebt gemaakt in het belijden van uw Naam,

geef, dat zij die uit het water van het doopsel zijn herboren, één zijn van geest door het geloof

en ook één in de liefde die zich in het daden uit.


Het collectagebed is afkomstig uit het Sacramentarium Gregorianum (Hadrianum), negende eeuw, f. 92, 1. Ed. Lietzmann 1921. In het Romeins Missaal 1962 was dit ook het Collectagebed van donderdag onder het Paasoctaaf (MR 9162 411).

 Wanneer in de liturgische teksten sprake is van “vele verschillende volkeren” denkt men aan de spraakverwarring bij de bouw van de Babylonische toren (Gen 11, 1-9) en de noodlottige versplintering van het menselijk geslacht. Een van de aspecten van het goddelijke heilsplan is het opheffen van verwarring, verdeeldheid en vijandschap onder de volkeren.

In het Paassacrament van H. Doopsel heeft God de verschillende volkeren door de belijdenis van de ene God in drie Personen eenheid geschonken. Allen, die gedoopt zijn in deze ene goddelijke Naam, zijn niet alleen door de gemeenschappelijke doopformule, maar vooral in de diepe werkelijkheid van nieuw leven, geënt op de Levensboom die Christus is,  als kinderen van Gods één gemaakt. De Postcommunio van Pasen voerde de nieuw verworven eenheid terug op de Heilige Geest, het oerprincipe van alle eenheid en eendracht. LINK

In het Collectagebed van vandaag wordt voor hen die door hun geloofsbelijdenis samen zijn gebracht om het effect van de verlangde eenheid gebeden, om de eenheid in geloof en om de liefde die zich in daden uit. De eenheid van geloof die in het menselijk hart leeft komt voort uit de belijdenis van de goddelijk Naam. Helaas toont de realiteit dat dit dikwijls niet zo is en dat ook de eenheid in liefde die zich in daden uit niet steeds voorhanden is. De ervaring heeft geleerde, dat zelfs bij hen, die het geloof in de Drieëne God belijden of zich conformeren aan de christelijke doopsymbolen, juist de ‘belijdenis’ kan leiden tot verdeeldheid.  Ook wat de op liefde gebaseerde daden (“pietas actionum”) betreft, laat de geschiedenis rampzalige voorbeelden van verscheurdheid zien, zelfs van christenen die één zijn in dezelfde belijdenis.

Het collectagebed is om deze reden niet alleen zinvol, maar dringend. Het Collectagebed is om deze reden niet alleen zinvol, maar dringend. Laat ons een zijn in het geloof en liefdevolle daden!  

zaterdag 10 april 2021

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Sabbato infra octavam Paschæ Panis cælestis et poculum salutis. Het hemels Brood en de Kelk van het heil.


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Catechésibus Hierosolymitánis
(Ex Catechésibus Hierosolymitánis (Cat. 22, Mystagogica 4, 1. 3-6. 9: PG 33, 1098-1106)
Panis cælestis et poculum salutis
In ea nocte qua tradebátur Dóminus noster Iesus Christus, sumpto pane et grátiis actis, fregit et dedit suis discípulis dicens: Accípite, manducáte; hoc est corpus meum. Et, sumpto cálice ac grátiis actis, dixit: Accípite, bíbite; hic est sanguis meus. Cum ígitur ipse pronuntiáverit et díxerit de pane: Hoc meum est corpus, quis audébit deínceps ambígere? Et cum ipse asseveráverit et díxerit: Hic meus est sanguis, quis umquam dubitáverit, aiens non esse eius sánguinem?
Quare cum omni persuasióne tamquam corpus et sánguinem Christi illa sumámus. Nam in figúra panis datur tibi corpus, et in figúra vini datur tibi sanguis; ut, cum súmpseris corpus et sánguinem Christi, concorpóreus et consanguíneus ipsi efficiáris. Sic enim et christíferi effícimur, distribúto in membra nostra córpore eius et sánguine. Sic iuxta beátum Petrum divínæ simus consórtes natúræ.
Olim Christus cum Iudæis dísserens aiébat: Nisi manducavéritis meam carnem et bibéritis meum sánguinem, non habébitis vitam in vobis ipsis. Cum autem illi ea quæ dicebántur non spiritáliter cepíssent, offénsi abiérunt retro, existimántes quod eos ad manducándas carnes hortarétur.
Erant et in antíquo fœdere panes propositiónis; verum illi cum ad vetus testaméntum attinérent, finem accepérunt. In novo vero testaménto, panis est cæléstis et póculum salutáre, ánimam et corpus sanctificántia. Quemádmodum enim panis córpori convéniens est, ita et Verbum ánimæ consentáneum.
Quámobrem ne tamquam nudis et commúnibus eleméntis pani et vino eucharísticis atténde: sunt enim corpus et sanguis Christi, secúndum Dómini asseveratiónem; nam etiámsi illud tibi súggerat sensus, fides tamen te certum et firmum effíciat.
Istæc edóctus et certíssima imbútus fide quod qui vidétur panis, panis non est, tamétsi gustu sensíbilis sit, sed corpus Christi; et quod vidétur vinum, vinum non est, etiámsi ita gústui videátur, sed sanguis Christi; quodque ea de re antíquitus in psalmis aiébat David: Et panis cor hóminis confírmat, ut exhílaret fáciem in óleo: confírma cor tuum, panem illum tamquam spiritálem sumens, et ánimæ tuæ fáciem exhílara.
Quam útinam fáciem retéctam habens in pura consciéntia, glóriam Dómini velut in spéculo contémplans, eas ex glória in glóriam, in Christo Iesu Dómino nostro, cui honor et potéstas et glória in sæcula sæculórum. Amen.

Second Reading

From the Jerusalem Catecheses

The bread of Heaven and the cup of salvation

On the night he was betrayed our Lord Jesus Christ took bread, and when he had given thanks, he broke it and gave it to his disciples and said: “Take, eat: this is my body.” He took the cup, gave thanks and said: “Take, drink: this is my blood.” Since Christ himself has declared the bread to be his body, who can have any further doubt? Since he himself has said quite categorically, This is my blood, who would dare to question it and say that it is not his blood?
  Therefore, it is with complete assurance that we receive the bread and wine as the body and blood of Christ. His body is given to us under the symbol of bread, and his blood is given to us under the symbol of wine, in order to make us by receiving them one body and blood with him. Having his body and blood in our members, we become bearers of Christ and sharers, as Saint Peter says, in the divine nature.
  Once, when speaking to the Jews, Christ said: Unless you eat my flesh and drink my blood you shall have no life in you. This horrified them and they left him. Not understanding his words in a spiritual way, they thought the Saviour wished them to practise cannibalism.
  Under the old covenant there was showbread, but it came to an end with the old dispensation to which it belonged. Under the new covenant there is bread from heaven and the cup of salvation. These sanctify both soul and body, the bread being adapted to the sanctification of the body, the Word, to the sanctification of the soul.
  Do not, then, regard the eucharistic elements as ordinary bread and wine: they are in fact the body and blood of the Lord, as he himself has declared. Whatever your senses may tell you, be strong in faith.
  You have been taught and you are firmly convinced that what looks and tastes like bread and wine is not bread and wine but the body and the blood of Christ. You know also how David referred to this long ago when he sang: Bread gives strength to man’s heart and makes his face shine with the oil of gladness. Strengthen your heart, then, by receiving this bread as spiritual bread, and bring joy to the face of your soul.

  May purity of conscience remove the veil from the face of your soul so that by contemplating the glory of the Lord, as in a mirror, you may be transformed from glory to glory in Christ Jesus our Lord. To him be glory for ever and ever. Amen.

vrijdag 9 april 2021

Liturgy of the Hours Easter Friday The anointing with the Holy Spirit

Office of Readings Second Reading


From the Jerusalem Catecheses

The anointing with the Holy Spirit

When we were baptized into Christ and clothed ourselves in him, we were transformed into the likeness of the Son of God. Having destined us to be his adopted sons, God gave us a likeness to Christ in his glory, and living as we do in communion with Christ, God’s anointed, we ourselves are rightly called “the anointed ones.” When he said: Do not touch my anointed ones, God was speaking of us.
  We became “the anointed ones” when we received the sign of the Holy Spirit. Indeed, everything took place in us by means of images, because we ourselves are images of Christ. Christ bathed in the river Jordan, imparting to its waters the fragrance of his divinity, and when he came up from them the Holy Spirit descended upon him, like resting upon like. So we also, after coming up from the sacred waters of baptism, were anointed with chrism, which signifies the Holy Spirit, by whom Christ was anointed and of whom blessed Isaiah prophesied in the name of the Lord: The Spirit of the Lord is upon me, because he has anointed me. He has sent me to preach good news to the poor.
  Christ’s anointing was not by human hands, nor was it with ordinary oil. On the contrary, having destined him to be the Saviour of the whole world, the Father himself anointed him with the Holy Spirit. The words of Peter bear witness to this: Jesus of Nazareth, whom God anointed with the Holy Spirit. And David the prophet proclaimed: Your throne, O God, shall endure for ever; your royal sceptre is a sceptre of justice. You have loved righteousness and hated iniquity; therefore God, your God, has anointed you with the oil of gladness above all your fellows.
  The oil of gladness with which Christ was anointed was a spiritual oil; it was in fact the Holy Spirit himself, who is called the oil of gladness because he is the source of spiritual joy. But we too have been anointed with oil, and by this anointing we have entered into fellowship with Christ and have received a share in his life. Beware of thinking that this holy oil is simply ordinary oil and nothing else. After the invocation of the Spirit it is no longer ordinary oil but the gift of Christ, and by the presence of his divinity it becomes the instrument through which we receive the Holy Spirit. While symbolically, on our foreheads and senses, our bodies are anointed with this oil that we see, our souls are sanctified by the holy and life-giving Spirit.

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Feria VI infra octavam Paschæ Unctio Spiritus Sancti. De zalving van de H. Geest.


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Catechésibus Hierosolymitánis
(Cat. 21, Mystagogica 3, 1-3: PG 33, 1087-1091)

Tweede lezing

Uit het catechetisch onderricht van de H. Cyrillus van Jeruzalem.
(Cat. 21, Mystagogica 3, 1-3: PG 33, 1087-1091)
De zalving van de H. Geest

In Christus gedoopt en met Christus bekleed zijt gij gelijkvormig geworden aan de Zoon van God. Want God, die ons heeft voorbeschikt tot de aanneming, heeft ons ook gelijkvormig gemaakt aan het glorievolle Lichaam van Christus. Derhalve: deelgenoten gemaakt met de Gezalfde wordt gij niet ten onrechte gezalfden genoemd; en over u heeft God gezegd: Raakt mijn gezalfden niet aan.

Gezalfden zijt gij geworden, toen gij het beeld van de Heilige Geest hebt ontvangen. En alles is voor u in afbeelding geschied, omdat gij immers ook een beeld van de Gezalfde (Christus) zijt. Want toen Hij in de rivier de Jordaan was gereinigd en een geurig uitvloeisel van zijn Godheid aan de wateren had meegedeeld, steeg Hij eruit op. Er had een zelfstandige nederdaling op Hem plaats van de Heilige Geest, die als Gelijke op de Gelijke rustte.

Op gelijke wijze is ook aan u, nadat gij uit het bad van de heilige wateren waart gestegen, het chrisma gegeven, het beeld van Hem waarmee Christus werd gezalfd: dat is voorzeker de Heilige Geest.
Over Deze handelt de profetie waarin de zalige Jesaja in de Persoon van de Heer zegt: De Geest des Heren rust op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft mij gezonden om armen de blijde boodschap te brengen.

Want Christus werd niet met olie ofwel met zalf voor het lichaam door mensen gezalfd; maar de Vader, die Hem voorbestemde tot Verlosser van heel de wereld, zalfde Hem met de Heilige Geest, zoals Petrus zegt: Jezus van Nazareth, Die God zalfde met de Heilige Geest; en de profeet David riep uit: Uw troon, o God, staat tot in eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Rechtvaardigheid hebt Gij liefgehad en onrecht gehaat; daarom heeft God, Uw God, U gezalfd met de olie der vreugde, boven uw deelgenoten.
Hij werd gezalfd met de geestelijke olie van de vreugde, dit is met de Heilige Geest die daarom de olie van de vreugde wordt genoemd, omdat Hij zelf de bewerker is van de geestelijke vreugde: gij echter, die deelachtig aan Christus geworden zijt en met Hem deelgenoten, zijt met zalf gezalfd.

Maar zorg ervoor, dat ge dit niet als een eenvoudige en gewone zalf beschouwt: het is een heilige zalf, niet langer zalf zonder meer of, als ge het zo noemen wilt, gewone zalf, want na de aanroeping is het een gave van Christus en van de Heilige Geest. Die gave is door de tegenwoordigheid van de godheid werkzaam geworden. Deze zalf wordt symbolisch op het voorhoofd en de andere zintuigen aangebracht. En doordat het lichaam met zichtbare zalf wordt getekend, wordt de ziel geheiligd door de Heilige en levendmakende Geest.


donderdag 8 april 2021

Te Deum laudamus - zingen wij tijdens de metten iedere dag gedurende het Paasoctaaf.




Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Feria V infra octavam Paschæ Baptisma, signum passionis Christi. Het Doopsel, het teken van het Lijden van Christus.


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Catechésibus Hierosolymitánis
(Cat. 20, Mystagogica 2, 4-6: PG 33, 1079-1082)

Tweede lezing

Uit het catechetisch onderricht van de H. Cyrillus van Jeruzalem
Cat. 20, Mystagogica 2, 44: PG 33, 1079-1082
Het Doopsel, het teken van het Lijden van Christus
Gij zijt naar het heilig bad van het goddelijk Doopsel geleid, zoals Christus openlijk van het kruis naar het graf werd gedragen.
En eenieder van u werd ondervraagd, of hij geloofde in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Gij hebt uw heilzame belijdenis gedaan en werd driemaal ondergedompeld en zijt weer uit het water opgerezen; en hier hebt gij in beeld en symbool de drie dagen van Christus in het graf aangeduid.
Want zoals onze Verlosser drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verbleef, zo hebt gij met de eerste oprijzing uit het water de eerste dag en met de eerste onderdompeling de eerste nacht uitgebeeld, die Christus in de aarde doorbracht. Want zoals hij, die in de nacht ergens verblijft, niet langer kan zien, maar overdag in het licht wandelt, zo hebt gij bij de onderdompeling als in de nacht niets gezien, maar bij de oprijzing uit het water zijt gij als in het daglicht geplaatst; en op hetzelfde moment waart gij dood en geboren, en dat heilzame water werd voor u zowel een graf, als een moeder.
En wat Salomon van andere levensomstandigheden zegt, is uitstekend op u van toepassing. Want hij zei: Er is een tijd voor het baren en een tijd om te sterven. Voor u is dat juist omgekeerd: er is een tijd om te sterven en een tijd om geboren te worden; hier heeft de ene tijd beide bewerkt, en met uw dood viel uw geboorte samen.
O, wat een nieuw en ongehoord soort van dingen! Wij zijn niet in werkelijkheid gestorven noch echt begraven, noch als waarlijk gekruisigd verrezen; maar door het beeld werd de nabootsing ervan uitgedrukt; maar in werkelijkheid is ons heil hieruit geboren.
Christus is waarlijk gekruisigd, waarlijk begraven en waarlijk verrezen; en door de genade werd ons dit alles gegeven, opdat wij, die door de uitbeelding deelachtig geworden zijn aan zijn lijden, in waarheid het heil zouden verwerven.
O, wat een uitbundige liefde tot de mensen! Christus heeft in zijn onbesmette handen en voeten de spijkers ontvangen en de pijn doorstaan: en aan mij, onervaren in smart en lasten, schenkt Hij door de deelname aan zijn smarten het heil.
Laat niemand dus menen, dat de Doop enkel bestaat in de vergiffenis van de zonden en in de genade van de aanneming, zoals dit het geval was met het doopsel van Johannes, dat alleen vergiffenis van zonden schonk.  Wij weten integendeel heel beslist, dat zoals ons Doopsel de kracht bezit om de zonden af te wassen en ons de gave schenkt van de Heilige Geest, het ook een beeld is en de uitdrukking van het lijden van Christus. Want daarom roept ook Paulus hier terecht uit: “Gij weet toch, dat het Doopsel, waardoor wij met Christus Jezus in gemeenschap zijn getreden, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de Doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven”.


dinsdag 6 april 2021

Vanaf Feria II week 1 van Pasen tot Feria II week 2 van Pasen GEDACHTENIS VAN JAN VAN ABROEK, ONZE STICHTER We zingen iedere dag meerstemmig het Jan van Abroeklied!



GEDACHTENIS VAN JAN VAN ABROEK, ONZE STICHTER

De nu nog bestaande priorijen van Kanunnikessen van het
Heilig Graf -Zaragoza uitgezonderd - "erkennen Jan van
Abroek áls hun stichter en geestelijke vader. Hij, die
heel zijn leven ootmoedig en zeer heilig werkte voor de
uitbreiding van de kloosters der Orde, aan zijn volgelin-
gen een voorbeeld van verduldigheid en ootmoed nalatend,
overleed in de Priorij van Hoogcruts op de octaafdag van
Pasen, in het jaar 1510." (Z.M.Hereswitha, Jan v.Abr. en
zijn 450e. verjaardag, blz. 15) (7 of 8 april ?)
Tijdens de opgravingen in de Basiliek, na de verwoesting
in 1945, vond men in de crypte 2 priestergraven. Hoogst
waarschijnlijk was één hiervan het graf van Jan van Ahroek.
Daarom werd een been van de voorarm aan het klooster in
bewaring gegeven. (het bevindt zich in het schrijn in het slot van ons klooster en wordt bij bijzondere gelegenheden soms geëxposeerd)

Wie meer wil weten over Jan van Abroek, zie deze link

en we zingen iedere dag het lied van Jan van Abroek

Ter nagedachtenis en als dankzegging bidden we vanaf Paas- maandag tot en met het Feest van het Heilig Graf (maandag 2e week van Pasen) het JUBILEUMGEBED:

ALMACHTIGE, EEUWIGE GOD
God van liefde en barmhartigheid,
we danken U voor al UW weldaden.
We loven en danken U in het bijzonder
voor de Menswording van Uw Eniggeboren
Zoon, onze Heer Jezus Christus.
We loven en danken U voor Zijn leven,
Zijn liefde, Zijn lijden en dood,
en voor Zijn glorievolle Verrijzenis.
We loven en danken U voor het geluk,
ons leven te mogen wijden aan dank
en jubel om Uw wonderwerken.
We loven en danken U voor al onze
Broeders en zusters, die ons voorgingen,
en voor allen, die vanaf deze Heilige Berg
inspiratie ontvingen.
We loven en danken U voor alle wonderen
die Uw liefde nog wil "bewerken
voor de voltooiing van Uw Rijk
Door Christus onze Heer. Amen.



Liturgy of the Hours Easter Wednesday Christ the source of resurrection and life

Second Reading Office of Readings

From an Easter homily by an ancient author

Christ the source of resurrection and life

Saint Paul rejoices in the knowledge that spiritual health has been restored to the human race. Just as death entered the world through Adam, so life has been given back to the world through Christ. And again: The first man, being from the earth, is earthly by nature; the second man is from heaven and is heavenly.
  He adds the following: As we have borne the image of the earthly man, (that is, the image of human nature grown old in sin) so let us bear the image of the heavenly man: that is, human nature raised up, redeemed, restored and purified in Christ. We must hold fast to the salvation we have received. As the Apostle himself says: Christ is the beginning (that is, the source of resurrection and life); therefore those who belong to Christ (those who model their lives on his purity) will be secure in the hope of his resurrection and of enjoying with him the glory promised in heaven. As our Lord himself said in the gospel: Whoever follows me will not perish, but will pass from death to life.
  Thus the passion of our Saviour is the salvation of mankind. The reason why he desired to die for us was that he wanted us who believe in him to live for ever. In the fullness of time it was his will to become what we are, so that we might inherit the eternity he promised and live with him for ever.
  Here, then, is the grace conferred by these heavenly mysteries, the gift which Easter brings, the most longed for feast of the year; here are the beginnings of creatures newly formed: children born from the life giving font of holy Church, born anew with the simplicity of little ones, and crying out with the evidence of a clean conscience. Chaste fathers and inviolate mothers accompany this new family, countless in number, born to new life through faith. As they emerge from the grace giving womb of the font, a blaze of candles burns brightly beneath the tree of faith. The Easter festival brings the grace of holiness from heaven to men. Through the repeated celebration of the sacred mysteries they receive the spiritual nourishment of the sacraments. Fostered at the very heart of holy Church, the fellowship of one community worships the one God, adoring the triple name of his essential holiness, and together with the prophet sings the psalm which belongs to this yearly festival: This is the day the Lord has made; let us rejoice and be glad. And what is this day? It is the Lord Jesus Christ himself, the author of light, who brings the sunrise and the beginning of life, saying of himself: I am the light of day; whoever walks in daylight does not stumble. That is to say, whoever follows Christ in all things will come by this path to the throne of eternal light.
  Such was the prayer Christ made to the Father while he was still on earth: Father, I desire that where I am they also may be, those who have come to believe in me; and that as you are in me and I in you, so they may abide in us.

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Feria IV infra octavam Paschæ Christus auctor resurrectionis et vitæ. Christus de Bewerker van verrijzenis en leven.


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Homilía pascháli Auctóris antíqui
(Sermo 35, 6-9: PL 17 [ed. 1879], 696-697)



Tweede lezing

Uit een Paashomilie van een oude auteur
(Sermo 35, 6-9: PL 17 [ed. 1879], 696-697)
Christus de Bewerker van verrijzenis en leven
Het geluk overdenkend van het hersteld heil, roept Paulus uit: Zoals door Adam de dood in deze wereld is gekomen, zo is door Christus het heil voor de wereld hersteld; en elders: De eerste mens was van de aarde, de tweede van de hemel, hemels.
En eraan toevoegend zegt hij: zoals wij het beeld hebben gedragen van de aardse, dit is van de oude mens in zonde, zo moeten wij het beeld dragen van de hemelse, dit is: laten wij in Christus het heil van de aangenomen, de verloste, de herstelde en gezuiverde mens bezitten, want dezelfde Apostel zegt: Het begin is Christus, dit is de Bewerker van verrijzenis en leven. Vervolgens zij, die Christus toebehoren, dit is die naar het beeld van zijn zuiverheid leven, zullen zeker zijn aangaande de hoop op hun verrijzenis en met Hem de glorie van de hemelse belofte bezitten, zoals de Heer zelf in het Evangelie zegt: Wie Mij volgt zal niet omkomen, maar zal van de dood naar het leven overgaan.
Zo is het lijden van de Verlosser het heil voor het menselijk leven. Want daarom wilde Hij voor ons sterven, opdat wij, in Hem gelovend, eeuwig zouden leven. Hij wilde voor een tijd worden, wat wij zijn, opdat wij, nu wij zijn belofte kregen voor de eeuwigheid, voor altijd met Hem zouden leven.
Dat, zeg ik, is die genade van de hemelse mysteries, die gave van het Pascha, het begeerde feest van het jaar, het begin van de komende dingen.
Hier worden door de geboorte uit het levend water kinderen geschonken aan de Kerk, herboren in de eenvoud van kinderen, met het geschrei van een onschuldig geweten. Hier brengen zuivere vaders en ook reine moeders een jong en ontelbaar kroost voort door het geloof.
Hier onder de boom van het geloof en vanuit de schoot van de bron der onschuld straalt het feestelijk kaarslicht. Hier wordt men geheiligd door de gave van de hemelse verdienste en wordt men gevoed door het verheven mysterie van een geestelijke genadebron.
Hier, in de schoot van de Heilige Kerk, wordt de broederlijke liefde gevoed van het ene volk, terwijl zij het Goddelijk Wezen in drie Personen aanbidden en met de Profeet het jaarlijks feest uit de psalm meevieren: dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt: laten wij juichen en ons daarin verheugen.
Welke dag, zeg ik? Die natuurlijk, die de Oorsprong van het leven schonk, de ontsteking van het licht, de Bewerker van het licht, dit is de Heer Jezus Christus zelf, die van zichzelf getuigde: Ik ben de dag; die overdag wandelt, struikelt niet, dit is wie Christus in alles volgt, zal langs zijn voetstappen bij de troon van het eeuwig licht aankomen; zoals Hij zelf, nog in het lichaam, voor ons tot de Vader bad: Vader, Ik wil, dat, waar Ik ben, ook dezen zullen zijn, die in Mij hebben geloofd; opdat, zoals Gij in Mij en ik in U, ook dezen in Ons mogen blijven.