Posts tonen met het label Dominica Paschæ In Resurrectione Domini. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dominica Paschæ In Resurrectione Domini. Alle posts tonen

zaterdag 16 april 2022

Isti Sunt Agni Novelli - Latijns Paaslied Nu met muziek en Latijnse tekst!




Today's sound file is about the Neophytes--the newly-initiated Christians who were baptized and chrismated and communicated at the Vigil of Easter.  The chant "Isti sunt Agni novelli," is taken from the Cistercian collection "Laudes Vespertine," published in Westmalle, Belgium, in 1939. The precentrix on the recording is Evelyn F. Wagner. 

TRANSLATION OF TEXT: 

These are the lambs, newly-baptized, 
who proclaimed the glad tidings: Alleluia! 
recently come to the waters, 
and full of God's light and splendor. 
Alleluia! Alleluia! 

Lady, Queen, whom grace from heaven 
Has preferred to all on earth, 
Now renewed, the world is brightened 
By your holy virgin-birth. 

These are the lambs... 

Oh, how lovely and how wondrous 
Is the cure that saved us all: 
Jesus, in His love, becomes now 
Victim for His people's fall! 

These are the lambs.. 

Now renewed through holy washing, 
In the font of our rebirth, 
Soon the chrism's oil and fragrance 
Will give strength to us on earth! 

These are the lambs... 

To each Christian now is given 
Christ's own Flesh as Bread of Life. 
Christ's own Blood becomes the sweetest 
Source of joy in all our strife! 

These are the lambs..

Close


Klikken op tekst en muziek om beter te lezen!

Reeks “Oratio super munera - Gebed over de gaven” Paaszondag Uw Kerk wordt op wonderbare wijze herboren en gevoed.

 Christus ontvangt brood en wijn voor de H. Eucharistie

Uw Kerk wordt  op wonderbare wijze herboren en gevoed.

I n l e i d i n g
Opnieuw brengt de liturgie van het kerkelijk jaar ons via de veertig dagen van de Vasten naar de feestelijke dagen van Pasen, de plechtigheid (solemniteit) van de Verrijzenis van de Heer. Vol hoop hebben we deelgenomen aan de ceremonieën van het Triduüm Sacrum. Wij vierden de instelling van het Priesterschap en de H. Eucharistie op Witte Donderdag. De H. Reserve werd in processie naar een zijaltaar begeleid waar de stille aanbidding begon, het tabernakel was leeg en de altaren werden ontbloot. Het Passieverhaal werd gezongen en het heilige kruis ontbloot, aan de gelovigen getoond en vereerd op Goede Vrijdag. “Uw Kruis, Heer, aanbidden wij, en Uw heilige verrijzenis loven en verheerlijken wij; want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de wereld” (Antifoon na de Kruisverering). Het lijkt of er voor een ogenblik wordt vooruitgelopen op Pasen. De Kerk zingt van vreugde en verrijzenis. Dit is tekenend voor de grondhouding van de Kerk, niet alleen in haar liturgie, maar in heel haar leven. Met de mensgeworden Heer gaat zij door de tijd en draagt met Hem het kruis. Haar leven is een kruisdragend leven, een voortdurend sterven. Maar haar stem is de stem van de vreugde; haar liturgie is het feest van het leven. Werkelijk: zij ondergaat de dood, maar zij leeft reeds in de Verrijzenis. Want haar voedsel is de spijs der onsterfelijkheid: het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer. Op Goede Vrijdag wordt de Communie uit de H. Reserve de gelovigen aangereikt, de H. Mis valt uit. Met de heilige Vrouwen waken we bij het verzegelde Graf om de glorierijke Verrijzenis van Christus te verbeiden en bereiden we ons in een laatste vasten op de Paasvigilie voor. Met de Paaswake keren de bloemen, de muziek en de feestelijke paramenten terug. Het ‘Exsultet’, de paasjubelzang, wordt aangeheven voor de Paaskaars, die haar helder licht verspreidt, verwijzend naar de Verrezen Heer. Alleluia’s klinken en de bellen keren terug uit de ballingschap van de stilte. Het doopwater wordt gewijd, de catechumenen worden gedoopt en sommigen van hen gevormd. Voor de eerste maal wordt hen het Lichaam en het Bloed van de Heer gegeven. In de H. Mis van Paaszondag zingen we de sequens ‘Victimæ paschali laudes’ over Christus, die als Koning triomfeert in het duel met de Dood. 

T e k s t
Missale Romanum – 1970
Sacrificia, Domine, paschalibus gaudiis exsultantes offerimus,
quibus Ecclesia tua mirabiliter renascitur et nutritur.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979
Heer, vol vreugde om het paasfeest dragen wij U het offer op,
waardoor Uw Kerk op wonderlijke wijze wordt herboren en gevoed.

Werkvertaling 
Juichend door/in de vreugden van Pasen bieden wij [U] de offers aan,
waardoor  uw Kerk op wonderbare wijze wordt herboren en gevoed.
L i t u r g i s c h e   a n t e c e d e n t e n
De brontekst van deze oratio super munera/oblata of oratio secreta gaat terug tot op het Sacramentarium Gelasianum Vetus, Vat. Reg. lat. 316, 470, eerste helft achtste eeuw en vier andere codices uit dezelfde tijd. Het was de secreta van feria II in albis. Het oorspronkelijke ‘immolamus’ werd in het Missale Romanum 1979 vervangen door ‘offerimus’, en zoals boven gezegd ‘exsultantes’ toegevoegd. Een nevenversie, codex Ariberto, Milaan, 11e eeuw,  heeft met vier andere bronteksten ‘pascitur’ in plaats van ‘renascitur’. Deze versie vinden we op feria III in albis, missa in ecclesia maiore. Een derde versie tenslotte  waarvan de relatieve zin luidt: ‘quibus ecclesia mirabiliter et nascitur et nutritur’, gaat terug  tot een collectie van een vijftigtal handschriften vanaf de 12e eeuw en werd als secreta gebruikt in de <Missa votiva>  de resurrectione (Oxford), als oratio super oblata op de 1e Zondag na het Paasoctaaf en op feria IV in albis. (Zie: E. Moeller, J.M. Clément en B. Coppieters ’t Wallant, Corpus Orationum, VIII, R-S. Brepols, Turnhout 1996, p. 104-105, nrs. 5286 a, 5286 b en 5286 c, Br 1002). 
Het Missale Romanum 1962 heeft op woensdag in de Paasweek de tekst die overeenkomt met de zojuist genoemde derde versie.                                                                                                      
S t r u c t u u r a n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1. Sacrificia, Domine, paschalibus gaudiis exsultantes offerimus,
2. quibus Ecclesia tua mirabiliter renascitur et nutritur.

De oratie bestaat uit één enkele zin waarin de liturgische actie van celebrant en gelovigen wordt beschreven (r. 1, hoofdzin), gevolgd door een relatieve bijzin (r. 2) waarin de sacramentele werkzaamheid van het Lichaam en Bloed van Christus voor de Kerk (de gemeenschap van de gelovigen) wordt verwoord.

Ad 1
Offerimus, wij offeren, prædicaat in de 1e pers. meerv. van de indicativus præsentis: het verbum geeft weer wat hier en nu gebeurt in de liturgische handeling.
Sacrificia, de offergaven – object van het prædicaat in de accusativusvorm.
Domine, [o] Heer, - anaklese in de vocativusvorm.
Mirabiliter, op wonderbare wijze – bijwoordelijke bepaling die de wijze uitdrukt waarop de Kerk wordt herboren en gevoed.
Paschalibus gaudiis exsultantes, juichend, jubelend door de vreugde(n) van Pasen, - bijwoordelijke bepaling die een nadere explicatie geeft bij het prædicaat offerimus, bestaande uit de bijstelling exsultantes, 1e pers. plur. van het ppa exsultare, vergezeld van twee congruerende ablativusvormen (ablativus causæ).
Ad 2
Relatieve bijzin met het betrekkelijk voornaamwoord quibus in de ablativusvorm pluralis refererend aan het antecedent sacrificia, de offers, waarmee/waardoor.
Ecclesia tua, uw Kerk – subject, in twee congruerende nominativusvormen, van de prædicaten renascitur en nutritur. Beide verba staan in de indicativus præsentis passivi en geven de realiteit weer van de uitwerking van de H. Communie. De Kerk, als gemeenschap van Christus en zij die met Hem een Lichaam vormen, worden herboren, gaan van dood naar het leven door dit “zaad” van eeuwig leven: “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag” (Jo 6,54).

De verba renascitur en nutritur laten klankrijm:  - itur zien in de slotlettergrepen.

V o c a b u l a r i u m

De oratie is eenvoudig geconstrueerd, de woorden zijn gemakkelijk, de structuur helder.

Het verbum exsultare (salto) heeft in zijn wortels te doen met “springen“, “een sprong maken”. Het betekent een krachtige sprong maken. In uitgebreide zin betekent het “zich buitengewoon/buitensporig verheugen”. We horen een vorm van dit verbum dagelijks in het Magnificat tijdens de Vespers waar Maria tegen haar nicht Elizabeth zegt: “Magnificat […] et exsultavit spiritus meus in Deo salvatore meo, en mijn geest sprong op in God mijn Redder”. (Luc 1,47). Mooie parallel met het opspringen van vreugde van het kind dat Elizabeth bij zich droeg: “Ecce enim ut facta est vox salutationis tuæ in auribus meis, exsultavit in gaudio infans in utero meo”, Zie zodra de klank van uw groet mijn oren bereikte, sprong het kindje van vreugde op in mijn schoot (Luc 1, 44).
De woorden van het Gebed over de gaven horend, herinneren zij ons vanzelfsprekend aan de beginwoorden van het “Exsultet”, de jubelzang die de diaken aanheft nadat het Licht van Christus door het ontsteken van de Paaskaars het duister van de nacht heeft verdreven: “Exsultet iam angelica turba cælorum: exsultent divina mysteria: et pro tanti Regis victoria tuba insonet salutaris!” – Laat nu de hemelse engelenschaar juichen: laat de goddelijke geheimen in luide jubel weerklank vinden: en laat bij de overwinning van zulk een Koning de heilstrompet schallen. 
Men kan Christus als het ware uit het graf zien opspringen, de nieuwe Adam, met nieuwe heerlijkheid bekleed- zoals ook wij eens hopen te zijn.
De vreugde om deze nieuwe Dag, de eerste Dag – naar oudchristelijk spraakgebruik de ‘kuriake’, de dag des Heren genoemd (Lat.: dies dominica, vgl. Apoc 1,10) – wordt vanaf de Lauden op paasmorgen heel het paasoctaaf door tot en met de IIe Vespers van Beloken Pasen in de antifoon “Hæc dies quam fecit Dominus, exsultemus et lætemur in ea” (Ps 117, 24) bezongen: Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt, laten we opspringen van vreugde en ons verheugen. En ook in de Missen gedurende het paasoctaaf  heeft deze antifoon haar vaste plaats vóór het Evangelie.

Nutrire 4. Betekent 1. Zogen, voeden 2. Onderhouden, verzorgen, 3. Opvoeden; het deponens nutrior heeft hier mogelijk een toegevoegde betekenis die het louter voeden overstijgt. In verbinding met het begrip Ecclesia tua, de Mater Ecclesia als Nutrix, Voedster, kan gedacht worden aan een morele kwaliteit van liefdevolle koestering als motivatie voor het schenken van voedsel en drank voor het levensonderhoud van haar nieuwe kroost (de neonati, de pasgedoopten).
(Nutricia!)

Renasci, renatus sum, dep. 3: 1. Opnieuw geboren worden 2. Herboren worden, gedoopt worden. (Vgl. het begrip Renaissance in de kunst).

Men kan zich afvragen waarom de vertaling van het Altaarmissaal de meervoudsvormen ‘sacrificia’ en ‘paschalibus gaudiis’ in het enkelvoud weergeeft. Natuurlijk kunnen we de twee offerelementen van brood en wijn als één offer beschouwen. Anderzijds kan het meervoud duiden op de persoonlijke offers en de vreugde van zovelen die vele redenen hebben zich over de Verrijzenis te verheugen. Hoe dan ook zal er een motief zijn dat de Latijnse oratie had kunnen zeggen ‘Sacrificium, Domine, paschali gaudio exsultantes offerimus… maar dat niet doet. Het  jammer dat  deze nuance in de Nederlandse vertaling verloren is gegaan: traduttori,  traditori.                                                  
C o m m e n t a a r
Het Gebed over de gaven is een dedicatie, een toewijding. Wij bieden vol blijdschap onze gaven aan omdat het Pasen is, ‘exsultantes’, jubelend, zoals de tekst van de Latijnse versie toevoegt. Het zijn niet meer de gaven van brood en wijn die wij naar het altaar hebben gebracht, maar de ‘sacrificia’, het Lichaam en Bloed van Christus. Hiervan immers kan slechts gezegd worden wat de paasvreugde jubelend belijdt, namelijk dat de Kerk door deze offergaven herboren en gevoed wordt. Het hoeft niet vreemd te zijn dat hier niet het Doopselsacrament, dat het wonder van de nieuwe geboorte bewerkt, ter sprake komt, maar de Eucharistische Spijs van het heilige Offermaal. De heilige Communie getuigt van de wedergeboorte als een bovennatuurlijke ontwikkelingsgang die met het Doopsel aanvangt en zich gedurende het hele leven van de christen voltrekt. Het ‘pascitur’, zij wordt geweid / gevoed, dat in de versie van het Romeins missaal 1979 is vervangen door ‘renascitur’, zij wordt herboren, drukt in wezen hetzelfde uit.
Mét de verrezen Heer ‘eten’, de offerspijs van Zijn heilig Vlees en Bloed delen, betekent immers ontsluiting van de toegang tot het eeuwige leven, met Hem verrijzen tot het licht van het leven (Collectegebed van Paaszondag), met Petrus getuigen “van alles wat hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft” maar ook dat Híj de door God aangestelde Rechter is over levenden en doden en dat ieder die in Hem gelooft vergiffenis van zonden verkrijgt” (1e lezing). 
“Zoals het brood van de aarde door de aanroeping van God geen gewoon brood meer is, maar de Eucharistie, die een aards en hemels aspect heeft, zo ook zijn onze lichamen die delen in de Eucharistie, niet meer vergankelijk maar bezitten zij de hoop op de verrijzenis” (H. Irenæus, Adv. Hær., 4, 18, 4-5). Hoe dit in zijn werk gaat? Mirabiliter, op wonderbare wijze en slechts te “begrijpen” in geloof.
Wat het materiële voedsel voor ons lichamelijk leven betekent, verwezenlijkt de Communie op wonderbare wijze in ons geestelijk leven (nutritur). Het deelgenootschap aan het Vlees van de Verrezen Christus, “dat in de heilige Geest tot leven is gebracht en tot leven wekt (renascitur)” (Presbyterorum Ordinis, 5), bewaart het genadeleven dat in het Doopsel ontvangen werd, doet het groeien en vernieuwt het. Deze groei van het geestelijk leven moet gevoed worden door de eucharistische Communie, Brood voor onze pelgrimstocht, tot op het ogenblik van onze dood, wanneer zij ons als Viaticum (teerspijze, leeftocht of reisvoedsel) gegeven zal worden (vgl. KKK 1392).
We hebben gezien dat niet alleen de individuele gelovige, maar ook de Kerk wordt opgebouwd door de H. Eucharistie. Zij die immers de H. Eucharistie ontvangen worden nauwer met Christus verbonden. Hierdoor worden zij door Christus met alle gelovigen verenigd tot één enkel Lichaam dat de Kerk is. De Communie vernieuwt, versterkt en verdiept deze inlijving in de Kerk, reeds door het Doopsel in de kiem verwezenlijkt (vgl. KKK 1396).
Als gij het lichaam en de ledematen van Christus zijt, is het uw sacrament dat op de tafel van de Heer ligt : gij ontvangt  uw sacrament. Gij antwoordt: “Amen” (“Ja, het is zo!”) op wat gij ontvangt, en door te antwoorden onderschrijft gij het. Gij hoort het woord: “Lichaam van Christus” en antwoordt: “Amen”.  Weest dus een lidmaat van Christus opdat uw Amen waarachtig zij” (H. Augustinus, uit Sermo 272).

Vasten, boete  en  lijden zijn noodzakelijk om te komen tot zuivering, bekering en vernieuwing; dat geldt voor de Kerk en het geldt voor ieder van ons. Wij hopen en bidden dat de deelname aan de plechtigheden van het  Triduum Sacrum en Pasen hoopvol, troostrijk en zalig mogen zijn.

Paaszondag Collectegebed: “Word wat je ziet en ontvang wat je bent”


We hebben het Triduum Sacrum liturgisch gevierd en beleefd: de instelling van het Priesterschap werd herdacht op Witte Donderdag, Christus, aanwezig in de H. Eucharistie, werd overgebracht van het tabernakel naar een rustaltaar en het altaar werd van linnen ontdaan, de Passie werd gezongen en het Heilig Kruis werd gekust. Onze liturgische dood was voltooid. In de late avond, soms te middernacht begint vandaag het Paasvigilie: er zijn weer bloemen, er is weer instrumentale muziek (orgel) in de liturgie, de klokken luiden vol, de liturgische gewaden zijn wit en goudkleurig na een lange periode van terughoudendheid in de opsmuk. Het Exsultet klonk bij de Paaskaars “Licht van Christus”, en er was helder licht, schijnend in de duisternis. Het doopwater werd gezegend en we zingen eindelijk weer: Alleluia. De geloofsleerlingen (catechumenen) zijn opgenomen in de Kerk of gedoopt, sommigen zijn ook gevormd. Zij ontvingen voor de eerste keer Christus in de Heilige Eucharistie.

Op paaszondag horen we vandaag de Sequentie Victimae paschali laudes over Christus de Koning-Overwinnaar (Victor Rex) en zijn duel met de Dood. Onze Heilige Moeder de Kerk en haar kinderen zijn vernieuwd in het licht van de belofte van de Verrijzenis. Omdat Christus verrezen is, weten we dat ook wij eens mogen verrijzen.

Dit is de tekst van het collecte-gebed van Paaszondag dat zijn oorsprong vindt in het oude Sacramentarium Gelasianum.
Deus, qui hodierna die, per Unigenitum tuum, aeternitatis nobis aditum, devicta morte, reserasti, da nobis, quaesumus, ut, qui resurrectionis dominicae sollemnia colimus, per innovationem tui Spiritus in lumine vitae resurgamus.

In de Nederlandse vertaling van het Romeins Missaal luidt de tekst:
God, vandaag hebt Gij ons de toegang tot het eeuwig leven ontsloten, want uw eniggeboren Zoon heeft de dood overwonnen. Wij vragen U bij deze viering van zijn verrijzenis: vernieuw ons door uw Geest om met Hem te verrijzen tot het licht van het leven.

Opvallend is de alliteratie (beginrijm) de re-klank in reserasti, resurrectionis… resurgamus en de er-klank in hodierna… per… aeternitatis… reserasti. In het tweede deel is sprake van assonantie (klankrijm) op de i-klank dominicae, colimus, tui, spiritus, lumine. Vooral hardop oplezen komt deze rijmstructuur goed tot zijn recht.

Het Latijnse werkwoord colere betekent “in cultuur brengen” zoals bij bebouwing van het land, en het betekent ook “goed voor iets of iemand zorgen”, dat wil zeggen “in ere houden, vereren, aanbidden”. Het wordt gebruikt in de landbouw, maar ook in een religieuze context. Het Latijnse woord “cultus” betekent “eredienst”.

Letterlijke vertaling:
O God, Gij hebt U vandaag nadat de dood was overwonnen, voor ons de poort naar de eeuwigheid geopend door uw Enige Zoon, geef ons, zo smeken wij u, dat wij die eerbiedig het jaarlijkse Hoogfeest van de Verrijzenis van de Heer vieren, eens mogen verrijzen in het Levende Licht, door de vernieuwende kracht van uw Heilige Geest.

Met Pasen vernieuwen wij christenen onze geloofsbelijdenis als “nieuwe mensen”. In het water van het Doopsel gaan wij door de dood naar nieuw leven.

In de vroegere christentijden hadden geloofsleerlingen een lange voorbereidingsperiode, voordat zij werden toegelaten tot de viering van het heilig Mysterie van de Mis. Zij mochten de Schriftlezing en de preek bijwonen, maar moesten vertrekken voor het Eucharistisch gedeelte. In de paaswake stonden de geloofsleerlingen ten overstaan van  de gemeenschap en zeiden zij hun geloofsbelijdenis. Dan werden de deuren voor hen geopend. Gezalfd, gedoopt, gekleed in witte gewaden, mochten zij in het heiligdom staan en voor de eerste keer deelnemen aan de Heilige Eucharistie.

De nieuw gedoopten werden “infantes” genoemd, de “nieuwgeboren kinderen” van de Kerk. Voor hen gebruikte de heilige Augustinus van Hippo (430) aan de landbouw ontleende beelden, wanneer hij het heiligdom van een basiliek vergeleek met een dorsvloer, waar kaf en koren werden gescheiden.

Augustinus leerde de wit geklede “infantes” dat niet alleen brood en wijn van gedaante veranderden (transformeerden), maar dat mensen dat ook doen. Brood wordt gemaakt van vele graankorrels, wijn van veel druiven. Graan en druiven worden door ons veranderd tot brood en wijn, die op hun beurt worden veranderd door God. Wederkerig worden het getransformeerde brood en de getransformeerde wijn aan ons teruggegeven om ons te veranderen. Augustinus onderwees de geloofsleerlingen zichzelf te zien als veranderde mensen, intiem verbonden met en betrokken op de Heilige Eucharistie. “Estote quod videtis, et accipite quod estis… Wordt wat je ziet en ontvang wat je bent (s.272,1). Hij vergeleek de nieuwe christenen met graan, dat werd gezaaid, geoogst, gemalen en gebakken tot brood door menselijke handelingen, en zo voorbereid op de Eucharistie. God plant nieuwe christenen om graankorrels te worden (spicas) en geen doornen (spinas). De nieuw gedoopten zijn jonge scheuten in de velden van de Heer, die moet worden besproeid door de fontein van de Wijsheid, om te worden doordrenkt met het licht van de Gerechtigheid.

Laten wij proberen iets te ervaren van de vreugde en ijver van de bekeerlingen in onze deelname aan de Heilige Mis.

Een Kerk-brede liturgiecatechese zou helpen. Dan wordt de Heilige Mis gevierd op een manier, dat we erin kunnen verzinken en er uit kunnen groeien, erin kunnen rusten en kunnen worden gevoed door de geheimen die de heilige Sacramenten van de Kerk ons openbaren. De Heilige Mis is geen toneelstuk of gedachtenisviering, maar het is het Leven zelf. Alles wat we doen en zeggen in de Heilige Mis heeft een betekenis, soms openlijk, vaker vervuld. Geheimen zijn nooit geheel te doorgronden en een glimp wordt geopenbaard, aan wie dat waardig wil zijn.

Het Paasoctaaf verlengt voor ons de gelegenheid om te bidden en om het geheim van de Verrijzenis van Onze Heer te gedenken en te aanbidden.

Wij wensen U en de Uwen een gezegende en genaderijke Paastijd.

Resurrexit sicut dixit. Alleluia.


Deze tekst is grotendeels ontleend aan Father John Zuhlsdorf. Wij danken hem van harte voor de toestemming deze tekst in Nederlandse vertaling op dit weblog te publiceren.

Resurrexi Introitus Paaszondag

maandag 17 april 2017

Lezingen Paaszondag Jaar A

1e zondag van Pasen, jaar A

Eerste lezing (Hand. 10,34a,37-43)
Uit de handelingen der Apostelen.
In die tijd nam Petrus het woord en sprak: “Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. En wij getuigen van alles wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft. Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden was opgestaan. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levende en de doden. Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af, dat ieder die in Hem gelooft door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt.”

Tweede lezing Jaar A (Kol. 3,1-4)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse.
Broeders en zusters, als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Sequentie
Laat ons ‘t Lam van Pasen loven,
't Lam Gods met offers eren.
Ja, het Lam redt de schapen,
Christus brengt door zijn onschuld
ons arme zondaren tot de Vader.
Dood en leven, o wonder,
moeten strijden tesamen.
Die stierf, Hij leeft, Hij is onze koning.
Zeg het ons Maria,
wat is ‘t dat gij gezien hebt?
Het graf van Christus dat leeg was,
de glorie van Hem die opgestaan is,
eng'len als getuigen,
de zweetdoek en het doodskleed.
Mijn hoop, mijn Christus in leven!
Zie Hij gaat u voor naar Galilea.
Waarlijk Christus is verrezen: stond op uit de doden.
O Koning, onze Held, geef ons vrede. Alleluia.

Evangelie Jaar A (Joh. 20,1-9)

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen, het was nog donker, bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold. Zij liep snel naar Simon Petrus en naar de andere, de door Jezus beminde leerling en zei tot hen: “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. Ze liepen samen vlug voort, maar de andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. Voorover bukkend zag hij de zwachtels liggen, maar hij ging niet naar binnen. Simon Petrus die hem volgde, kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen; hij zag en geloofde, want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.