Posts tonen met het label Maria Boodschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maria Boodschap. Alle posts tonen

dinsdag 25 maart 2025

Icoon van de Aankondiging van Christus 25 maart


Op deze icoon zien we de aartsengel Gabriël die Maria de Blijde Boodschap brengt. Maria houdt een spoel in de hand met een rode draad. Volgens de Traditie werkt ze aan het voorhangsel van de tempel. Vanaf de ‘mandorla’ of halve cirkel bovenin loopt een straal naar haar en daarin zien we een kleinere cirkel met een duif. Dit verbeeldt dat de Heilige Geest over haar komt en het Woord van God in haar een mens van vlees en bloed wordt (Joh. 1,14). Ze wordt de moeder van Jezus, de Moeder  van de Zoon van God (Lc. 1,35), de Moeder Gods.

De geboorte van Johannes de Doper

De Evangelist Lucas begint met de vermelding dat hij alles nauwkeurig heeft onderzocht en overtuigt ons dat alles betrouwbaar is wat ooggetuigen van Jezus aan hem hebben overgebracht. Hij schrijft eerst dat de engel Gabriël aan de priester Zacharias verschijnt. Hij is door het lot gekozen om het wierookoffer in de tempel te brengen. Gabriël deelt hem mee dat zijn gebed verhoord is: zijn vrouw zal hem een zoon schenken die zij Johannes moeten noemen (Lc. 1,13). De engel voorspelt dat Zacharias het zal uitjubelen en dat velen zich over zijn geboorte zullen verblijden. 

Nog in de schoot van zijn moeder zal hij met de Heilige Geest vervuld worden. Johannes zal velen terugbrengen tot God. Maar Zacharias twijfelt aan zijn woorden omdat hij en zijn vrouw Elisabet in zijn ogen te oud zijn om nog kinderen te krijgen. Omdat hij de woorden van de engel niet geloofd heeft, zal hij niet meer kunnen praten volgens de engel. Tot de dag waarop vervuld wordt wat Gabriël hem heeft aangekondigd. En na een tijd raakt Elisabet na zo lang wachten zwanger. Ze houdt het verborgen tot haar vijfde maand.

De Boodschap van Gabriël

Elisabet is afkomstig uit de stam van Aäron, de eerste hogepriester uit het Oude Testament. Lucas schrijft dat als ze zes maanden in verwachting is, de engel Gabriel ook naar Nazareth wordt gezonden waar Maria woont. De engel Gabriël staat voor Gods Aanschijn (Lc. 1, 19) en hij is met Michaël en Rafaël één van de drie aartsengelen. Op de icoon draagt hij een staf wat verwijst naar zijn goddelijk gezag. Net als de rechter engel van de Triniteitsicoon draagt hij een groen gewaad, de kleur van het leven en van de heilige Geest. 

Op sommige iconen van de aankondiging staat hij zelfs twee keer afgebeeld als uitdrukking van zijn verwondering om Maria's schoonheid en zuiverheid. Ze is verloofd met Jozef en zoals heel het volk in die tijd leven ze in de verwachting van de komst van de Messias, de vervulling van de Schriften: Zie uw Koning komt tot u (Zach. 9,9). Gabriël begroet haar met de woorden: Verheug u Begenadigde, de Heer is met u (Lc. 1,28). Maria schrikt op van zijn woorden en probeert ze te begrijpen. De engel stelt haar daarop gerust: Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.

Maria’s Ja-Woord

Op de icoon zien we Maria op een speciale stoel met een rood kussen zitten. Het verwijst naar de troon van Koning David en het toont Maria’s koninklijke waardigheid aan. Ze houdt een spoel in de handen en weeft een rode draad. Volgens de Traditie werkt ze mee aan het voorhangsel in de tempel voor het Heiligste der heiligen. Gabriël kondigt haar aan dat ze een Zoon ter wereld zal brengen, die Zij Jezus moet noemen (Lc. 1,31). De engel verklaart haar: Aan zijn koningschap zal nooit een einde zal komen. 

Ze vraagt hoe dit dan gebeuren zal, want ze heeft nog geen man.

Volgens de overlevering is Maria op jonge leeftijd in de tempel aan God opgedragen. Dit feest vieren we op 21 november. De engel antwoordt haar dan: De kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. In het Oude Testament lezen we ook over de wolk van Gods Aanwezigheid die de tempel vervult. De ‘mandorla’ vertegenwoordigt de geopende Hemel. Gabriël brengt haar ook op de hoogte van de wonderbare zwangerschap van haar nicht Elisabet. Dan stemt Maria in: Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar Uw Woord (Lc. 1,38). Op sommige iconen zien we deze straal naar Maria’s oor gaan, Maria luistert heel haar leven naar God.


Introitus Zondag Advent IV en Maria Boodschap Rorate Caeli (Gregoriaans)


Liturgia Horarum 25 maart Maria Boodschap

Liturgia horarum 25 maart
Uit een brief van de heilige paus Leo de Grote († 461)
Het sacrament van onze verzoening.
Gods majesteit heeft onze nietswaardigheid aangenomen, zijn kracht onze zwakheid, zijn eeuwigheid onze sterfelijkheid. En om de schuld te delgen die op ons menselijk bestaan drukt, heeft de onkwetsbare natuur zich verenigd met onze aan lijden onderworpen natuur. Dit heeft tot gevolg gehad dat één en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, enerzijds wel, maar anderzijds niet kon sterven, hetgeen aan onze genezing ten goede kwam.
De ware God is aldus geboren in de ongeschonden en volmaakte natuur van een ware mens, volledig in het bezit van het zijne, volledig in het bezit van het onze.
Het onze noemen wij wat de Schepper vanaf het begin in ons geschapen heeft en wat Hij heeft aangenomen om te herstellen. Het kwaad dat de bedrieger heeft aangericht en de bedrogen mens heeft toegelaten, heeft geen invloed gehad op de Verlosser. Ook al heeft Hij willen delen in de zwakheden van de mensen, daarom heeft Hij nog geen aandeel aan onze zonden gehad. Hij heeft het bestaan van een slaaf op zich genomen zonder de smet van de zonde. Hij heeft het menselijke verrijkt, zonder het goddelijke te verarmen. Want die ontlediging waardoor de Onzichtbare zich zichtbaar heeft getoond en de Schepper en Heer van alle dingen een sterveling heeft willen worden, was een neerbuigen uit barmhartigheid en niet een verlies van macht. Daarom is Hij die in goddelijke majesteit de mens heeft geschapen, dezelfde als Hij die het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen en mens is geworden.
De Zoon van God treedt dus deze wereld, ver beneden Hem, binnen, Hij daalt af van zijn troon in de hemel, maar Hij doet geen afstand van zijn heerlijkheid bij de Vader. Hij werd voortgebracht in een nieuwe orde, door een nieuwe geboorte.
In een nieuwe orde: want van nature onzichtbaar, is Hij bij ons zichtbaar geworden; hoewel ongrijpbaar, wilde Hij tastbaar worden; Hij die vóór alle tijden bestaat, begon in de tijd te zijn. De Heer van het heelal nam het bestaan van een slaaf op zich, terwijl Hij zijn onmetelijke majesteit verhulde. God die niet lijden kan, heeft het niet beneden zijn waardigheid geacht een mens te worden die lijden kan; Hij die onsterfelijk is, heeft zich willen onderwerpen aan de wetten van de dood.
Want Hij die waarlijk God is, is ook waarlijk mens en in deze eenheid is volstrekt geen bedrog; menselijke kleinheid en goddelijke grootheid gaan hier samen.
Want zoals God niet veranderd wordt door zijn barmhartigheid, zo gaat de mens niet ten onder door die waardigheid. In onderlinge verbondenheid doen beide naturen elk afzonderlijk datgene wat haar eigen is: het Woord doet wat eigen is aan het Woord, en het vlees doet wat eigen is aan het vlees.
Van deze beiden schittert het een door wonderen, het ander bezwijkt onder het aangedane leed. En zoals het Woord zijn gelijkheid aan de Vader niet verliest, zo verliest het vlees het eigene van ons mens-zijn niet.
Steeds weer moet er gezegd worden: één en dezelfde is waarachtig de Zoon van God en waarachtig Zoon van de mens. Hij is God omdat ‘in het begin het Woord was, en het Woord bij God was en het Woord God was’, Hij is mens omdat ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. l, 1.14).


(Epist. 28 ad Flavianum, 3-4:PL 54, 763-767)

John Henry Newman [1801-1890] Mei-meditaties 16 – Maria Boodschap: Moeder van de Zaligmaker

John Henry Newman [1801-1890]
Mei-meditaties 16 – Maria Boodschap:
Moeder van de Zaligmaker

Hier zoals in onze overweging van gisteren moeten wij begrijpen wat bedoeld wordt als we de Heer Zaligmaker noemen, om dan te kunnen begrijpen waarom die naam genoemd wordt tot het vormen van een der titels die in de Litanie voor Maria gebruikt worden.
De bijzondere naam waaronder de Heer vóór zijn komst bekend was, zagen wij gisteren, was die van Messias of Christus. Zó was Hij bekend aan de Joden. Maar toen Hij zich werkelijk op aarde vertoonde, werd Hij bekend onder drie nieuwe titels: De Zoon van God, de Mensenzoon, en de Zaligmaker. De eerste drukte zijn goddelijke Natuur uit, de tweede zijn menselijke Natuur, de derde zijn persoonlijke functie. De engel die aan Maria verscheen noemde Hem de Zoon van God; de engel die aan Sint Jozef verscheen noemde Hem Jezus, welke naam in onze taal Zaligmaker betekent; ook de engelen die aan de herders verschenen noemden Hem Zaligmaker (Lc 2,11). Maar Hij zelf noemde zich in het bijzonder de Mensenzoon.
Niet alleen engelen noemen Hem Zaligmaker, maar ook de twee grootsten onder de apostelen, de H.Petrus en de H.Paulus in hun eerste preken. De H.Petrus zegt dat Hij is “Leidsman en Zaligmaker” (Hand 5, 31), en de H.Paulus: “onze Zaligmaker Jezus Christus” (Tit 3, 6). En zowel de apostelen als de engelen geven ons de reden op waarom Hij aldus genoemd wordt – omdat Hij ons namelijk verlost heeft uit de macht van de boze geest en uit de schuld en de ellende van onze zonden. Zo zegt de engel tot Sint Jozef: “Gij zult Hem Jesus noemen, want Hij zal zijn volk verlossen van hun zonden” (Mt 1, 21); en de H.Petrus: “God heeft Hem verheven als Leidsman en Zaligmaker om aan Israël bekering te schenken en vergiffenis van zonden” (Hand 5, 21) En van zichzelf zegt Hij: “De Mensenzoon is komen redden was verloren was” (Mt 18, 11).
Laat ons nu nagaan hoe dit onze gedachten over Maria raakt. Het redden van slaven uit de macht van de vijand beduidt een strijd. Omdat de Heer Verlosser, Zaligmaker was, was Hij strijder. Hij kon de gevangenen niet verlossen zonder strijd, zonder persoonlijk te lijden. Wie zijn het nu die een bijzondere afschuw hebben van oorlogen? Een heidens dichter antwoordt. “Oorlogen”, zegt Hij, “worden verafschuwd door Moeders” (Horatius, Od. 1,1,24). Moeders zijn het die vooral te lijden hebben tijdens een oorlog. Ze mogen trots zijn op de eer die haar kinderen verdienen; maar die trots neemt geen stukje weg van de langdurige pijn, de onrust, de spanning, de verlatenheid en de angst, die de moeder van een soldaat ondervindt. Zo ging het ook met Maria. Dertig jaren was zij gezegend geweest met de voortdurende aanwezigheid van haar Zoon – zij had Hem zelfs aan haar onderdanig. Maar het ogenblik brak aan waarop de strijd waarvoor Hij op aarde was gekomen, Hem opeiste. Hij was immers gekomen, niet slechts om de Zoon van Maria te zijn, maar om de Zaligmaker van de mens te  worden; en daarom ging Hij eindelijk van haar scheiden. Toen ondervond zij wat het zeggen wil de moeder van een soldaat te zijn. Hij ging van haar weg; zij zag Hem niet meer; zij trachtte tevergeefs in zijn nabijheid te komen. Jaren lang had Hij in haar armen geleefd, en daarna minstens in haar woning; - Maar nu, volgens zijn eigen woorden “had de Mensenzoon niets meer om er zijn hoofd op neer te leggen” (Mt 8,20). En toen, na enkele jaren, hoorde zij van zijn gevangenneming, zijn zogenaamd proces, van zijn passie. Eindelijk wist zij toen in zijn nabijheid te komen – Wanneer en waar? – Op weg naar Calvarië, en toen Hij aan het kruis hing. En eindelijk kreeg zij Hem weer in haar ramen; ja, maar slechts toen Hij dood was. Het is waar, dat Hij opstond van de doden; maar daardoor kreeg zij Hem nog niet terug, want Hij steeg op ten hemel, en zij kon Hem daar nog niet terstond volgen. Neen, zij bleef nog vele jaren op aarde, onder de zorg, weliswaar, van zijn dierbaarste apostel, de H. Johannes. Maar wat was zelfs de heiligste man in vergelijking met haar eigen Zoon, die tegelijk de Zoon van God was?

O heilige Maria, Moeder van onze Zaligmaker, wij zijn in onze overwegingen nu plotseling overgegaan van de Blijde naar de Droevige Geheimen, van de Boodschap van de Engel Gabriel naar de Zeven Smarten. Daarover zullen dan de volgende overwegingen gaan, die wij over u houden.

vrijdag 25 maart 2022

JS Bach, Messe h-moll (CREDO) -- Et incarnatus est et homo factus est.

B.Restelli, Immaculata conceptio tua





Immaculata conceptio tua.

Dei Genitrix Virgo, gaudium annuntiavit universo mundo.
Ave Maria, Immaculata. Ora pro nobis.

Martyrologium Romanum Op het hoogfeest van Maria Boodschap



Het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer, waarbij de engel van de Heer in de stad Nazareth aan Maria de boodschap bracht: “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en Hij zal Zoon van de Allerhoogste genoemd worden”. Hierop gaf Maria ten antwoord: “Zie, de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord”. En toen zo de volheid van de tijden was gekomen, heeft de Eniggeboren Zoon van God, die vóór alle eeuwen was, voor ons mensen en omwille van ons heil door de Heilige Geest het vlees aangenomen uit de Maagd Maria en is mens geworden.





Afbeelding:
Rogier van der Weijden,

Maria Boodschap, 1455
Olieverf op paneel, 138x70cm
Oude Pinacotheek, München




Offertorium: Ave Maria gratia plena

Matthias Sars Coronamusik #4: aus: Hymne pour le Jour de l'Annonciation (Jean-Jacques ...

25 maart: Maria Boodschap - Waarom juist Maria?


Waarom heeft God uit alle vrouwen juist Maria van Nazareth uitgekozen?
Het antwoord ligt besloten in het ondoorgrondelijk mysterie van de goddelijke Wil.
Maar er is een reden die het Evangelie duidelijk openbaart: haar ootmoed.
De H.Maagd zegt zelf in haar lofzang het Magnificat: “Mijn ziel prijst de grootheid van de Heer.. Want Hij heeft neergezien op de nederigheid van zijn dienstmaagd” (Luk 1,46-48).
Ja, God werd door de ootmoed van Maria aangetrokken en Zij heeft bij God genade gevonden (ibid. 1,30). Zo werd Zij Moeder van God en voorbeeld van de Kerk, uit de volkeren gekozen, om de zegen van de Heer te ontvangen en deze verder te geleiden naar alle mensen. Deze zegen is geen andere dan Jezus Christus. Hij is de Bron van alle genade, waarmee Maria’s bestaan vanaf het eerste ogenblik was vervuld.
Paus Benedictus XVI, Angelus, 8.12.2006)


In Annuntiatione Domini Answer quickly, O Virgin. The whole world awaits Mary's reply



From a homily In Praise of the Virgin Mother by Saint Bernard, abbot
(Hom. 4:8-9; Opera omnia, Edit Cisterc 4. [1966], 53-54)
The whole world awaits Mary's reply
 You have heard, O Virgin, that you will conceive and bear a son; you have heard that it will not be by man but by the Holy Spirit. The angel awaits an answer; it is time for him to return to God who sent him. We too are waiting, O Lady, for your word of compassion; the sentence of condemnation weighs heavily upon us.
The price of our salvation is offered to you. We shall be set free at once if you consent. In the eternal Word of God we all came to be, and behold, we die. In your brief response we are to be remade in order to be recalled to life.
Tearful Adam with his sorrowing family begs this of you, O loving Virgin, in their exile from Paradise. Abraham begs it, David begs it. All the other holy patriarchs, your ancestors, ask it of you, as they dwell in the country of the shadow of death. This is what the whole earth waits for, prostrate at your feet. It is right in doing so, for on your word depends comfort for the wretched, ransom for the captive, freedom for the condemned, indeed, salvation for all the sons of Adam, the whole of your race.
Answer quickly, O Virgin. Reply in haste to the angel, or rather through the angel to the Lord. Answer with a word, receive the Word of God. Speak your own word, conceive the divine Word. Breathe a passing word, embrace the eternal Word.
 Why do you delay, why are you afraid? Believe, give praise, and receive. Let humility be bold, let modesty be confident. This is no time for virginal simplicity to forget prudence. In this matter alone, O prudent Virgin, do not fear to be presumptuous. Though modest silence is pleasing, dutiful speech is now more necessary. Open your heart to faith, O blessed Virgin, your lips to praise, your womb to the Creator. See, the desired of all nations is at your door, knocking to enter. If he should pass by because of your delay, in sorrow you would begin to seek him afresh, the One whom your soul loves. Arise, hasten, open. Arise in faith, hasten in devotion, open in praise and thanksgiving. Behold the handmaid of the Lord, she says, be it done to me according to your word.

donderdag 25 maart 2021

In Annuntiatione Domini Ave Maria gratia plena




Jan van Eyck (+ 1441), Annuntiatie.
National Gallery of Art, Washington D.C.

Vanwege de hoge liturgische rang van Palmzondag, het begin van de Goede Week, is het hoogfeest van Maria Boodschap, verplaatst naar maandag 9 april, de eerste liturgisch vrije dag na Beloken Pasen, de octaafdag van Pasen en daarmee afsluiting van het paasoctaaf.

Laten we de dialoog van de engel met Maria vandaag toch even beschouwen: De engel Gabriël begroet Maria met de woorden: Ave gratia plena; Maria heeft niet alleen de volheid van genade ontvangen maar is tegelijk het eerste schepsel, dat de volheid van genade is: een voorrecht dat de verlossingsdood van haar Christus vooraf bewerkte.

De schilder heeft – hoe ingenieus – het antwoord van Maria Ecce ancilla Domini  niet alleen in spiegelschrift maar ook vanuit haar positie afgebeeld. Je moet dus achter Maria gaan staan om haar antwoord goed te lezen. Wat Jan van Eijck precies hiermee heeft bedoeld weten we niet, maar het achter Maria gaan staan zou je kunnen zien als in haar navolging gaan staan: Hier ben ik, Heer,  om U te dienen.

Het antwoord van Maria: Fiat mihi voluntas tua. "Uw wil geschiede", strekke ons ook tot daadwerkelijk voorbeeld. Dat valt niet altijd mee. Eerst moet Gods wil worden onderscheiden en daarna gedaan.  

Lezingen H. Mis van het feest van de Aankondiging van de Heer - Maria Boodschap

Eerste lezing (Jes. 7, 10-14)
Uit de Profeet Jesaja.
In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak: “Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’: ‘God-met-ons’.”'

Tweede lezing (Hebr. 10, 4-10)
Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, het is uitgesloten, dat het bloed van stieren en bokken zonden zou wegnemen. Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt: “Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Toen zei ik: Hier ben ik. Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat: Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.” Eerst zegt Hij: “Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild; die konden U niet behagen, hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden”. En dan zegt Hij: “Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen”. Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

Evangelie (Lc. 1, 26-38)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht, heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

Lezingen H.Mis 25 maart Hoogfeest Maria Boodschap

25 maart - Aankondiging van de Heer - Maria Boodschap - hoogfeest

Eerste lezing (Jes. 7, 10-14)
Uit de Profeet Jesaja.
In die dagen sprak Jesaja tot Achaz: “Vraag de Heer, uw God, om een teken, hetzij hoog aan de hemel of diep in de hel.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.” En Jesaja sprak: “Luister dan, Huis van David, is het u niet genoeg mensen te ergeren, dat gij ook mijn God tot ergernis wilt zijn? Daarom geeft de Heer u ook ongevraagd een teken: Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’: ‘God-met-ons’.”'

Tweede lezing (Hebr. 10, 4-10)
Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, het is uitgesloten, dat het bloed van stieren en bokken zonden zou wegnemen. Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt: “Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Toen zei ik: Hier ben ik. Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat: Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen.” Eerst zegt Hij: “Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild; die konden U niet behagen, hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden”. En dan zegt Hij: “Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen”. Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

Evangelie (Lc. 1, 26-38)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.” Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.” Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?” Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht, heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.” Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

IN ANNUNTIATIONE DOMINI MARIA BOODSCHAP - Paus Benedictus XVI




Waarom heeft God uit alle vrouwen juist Maria van Nazareth uitgekozen?
Het antwoord ligt besloten in het ondoorgrondelijk mysterie van de goddelijke Wil.
Maar er is een reden die het Evangelie duidelijk openbaart: haar ootmoed.
De H.Maagd zegt zelf in haar lofzang het Magnificat: “Mijn ziel prijst de grootheid van de Heer.. Want Hij heeft neergezien op de nederigheid van zijn dienstmaagd” (Luk 1,46-48).
Ja, God werd door de ootmoed van Maria aangetrokken en Zij heeft bij God genade gevonden (ibid. 1,30). Zo werd Zij Moeder van God en voorbeeld van de Kerk, uit de volkeren gekozen, om de zegen van de Heer te ontvangen en deze verder te geleiden naar alle mensen. Deze zegen is geen andere dan Jezus Christus. Hij is de Bron van alle genade, waarmee Maria’s bestaan vanaf het eerste ogenblik was vervuld.
Paus Benedictus XVI, Angelus, 8.12.2006)


“Hoe zal dat geschieden” vragen ook wij ons af met de woorden die de Maagd Maria tot de Engel richtte. En zij, de Moeder van Christus en van de Kerk, geeft ons het antwoord: door haar voorbeeld van totale beschikbaarheid voor de Wil van God – “mij geschiede naar uw woord” (Luk 1,38) – leert zij ons “Epiphanie” van de Heer te zijn, doordat wij ons hart openen voor de kracht van de genade en aan het woord van de Zoon Gods, die het licht van de wereld en het einddoel van de geschiedenis is, trouw te blijven”.
Paus Benedictus XVI, Preek in de Sint Pieter, 6.1.2006)

zondag 8 april 2018

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Die 9 aprilis (e die 25 martii) IN ANNUNTIATIONE DOMINI Sollemnitas Sacramentum reconciliationis nostræ


Ad Officium lectionis


Lectio altera

Ex Epístolis sancti Leónis Magni papæ
(Epist. 28, ad Flavianum, 3-4: PL 54, 763-767)

Tweede lezing

Uit een brief van de heilige paus Leo de Grote († 461)
(Epist. 28 ad Flavianum, 3-4: PL 54, 763-767)

Het sacrament van onze verzoening

Gods majesteit heeft onze nietswaardigheid aangenomen, zijn kracht onze zwakheid, zijn eeuwigheid onze sterfelijkheid. En om de schuld te delgen die op ons menselijk bestaan drukt, heeft de onkwetsbare natuur zich verenigd met onze aan lijden onderworpen natuur.
Dit heeft tot gevolg gehad dat één en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, enerzijds wel, maar anderzijds niet kon sterven, hetgeen aan onze genezing ten goede kwam.

De ware God is aldus geboren in de ongeschonden en volmaakte natuur van een ware mens, volledig in het bezit van het zijne, volledig in het bezit van het onze.
Het onze noemen wij wat de Schepper vanaf het begin in ons geschapen heeft en wat Hij heeft aangenomen om te herstellen.

Het kwaad dat de bedrieger heeft aangericht en de bedrogen mens heeft toegelaten, heeft geen invloed gehad op de Verlosser.
Ook al heeft Hij willen delen in de zwakheden van de mensen, daarom heeft Hij nog geen aandeel aan onze zonden gehad. Hij heeft het bestaan van een slaaf op zich genomen zonder de smet van de zonde. Hij heeft het menselijke verrijkt, zonder het goddelijke te verarmen. Want die ontlediging waardoor de Onzichtbare zich zichtbaar heeft getoond en de Schepper en Heer van alle dingen een sterveling heeft willen worden, was een neerbuigen uit barmhartigheid en niet een verlies van macht. Daarom is Hij die in goddelijke majesteit de mens heeft geschapen, dezelfde als Hij die het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen en mens is geworden.

De Zoon van God treedt dus deze wereld, ver beneden Hem, binnen, Hij daalt af van zijn troon in de hemel, maar Hij doet geen afstand van zijn heerlijkheid bij de Vader. Hij werd voortgebracht in een nieuwe orde, door een nieuwe geboorte.

In een nieuwe orde: want van nature onzichtbaar, is Hij bij ons zichtbaar geworden; hoewel ongrijpbaar, wilde Hij tastbaar worden; Hij die vóór alle tijden bestaat, begon in de tijd te zijn. De Heer van het heelal nam het bestaan van een slaaf op zich, terwijl Hij zijn onmetelijke majesteit verhulde. God die niet lijden kan, heeft het niet beneden zijn waardigheid geacht een mens te worden die lijden kan; Hij die onsterfelijk is, heeft zich willen onderwerpen aan de wetten van de dood.

Want Hij die waarlijk God is, is ook waarlijk mens en in deze eenheid is volstrekt geen bedrog; menselijke kleinheid en goddelijke grootheid gaan hier samen.
Want zoals God niet veranderd wordt door zijn barmhartigheid, zo gaat de mens niet ten onder door die waardigheid. In onderlinge verbondenheid doen beide naturen elk afzonderlijk datgene wat haar eigen is: het Woord doet wat eigen is aan het Woord, en het vlees doet wat eigen is aan het vlees.

Van deze beiden schittert het een door wonderen, het ander bezwijkt onder het aangedane leed. En zoals het Woord zijn gelijkheid aan de Vader niet verliest, zo verliest het vlees het eigene van ons mens-zijn niet.

Steeds weer moet er gezegd worden: één en dezelfde is waarachtig de Zoon van God en waarachtig Zoon van de mens. Hij is God omdat ‘in het begin het Woord was, en het Woord bij God was en het Woord God was’, Hij is mens omdat ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. l, 1.14).

Maandag 9 april Uitgestelde viering Hoogfeest Maria Boodschap 09.30 Plechtige Hoogmis in onze basiliek


[Uitgesteld vanwege het samenvallen van 25 maart met een dag van de Goede Week of Pasen]
Paus Leo de Grote:
Door de majesteit werd de geringheid aangenomen,
door de kracht de zwakheid,
door de eeuwigheid de sterfelijkheid.
Door de majesteit werd de geringheid aangenomen, door de kracht de zwakheid, door de eeuwigheid de sterfelijkheid. Om de schuld van onze toestand op te heffen, heeft de onaantastbare natuur zich verenigd met een aan lijden onderworpen natuur , opdat – wat een gepast geneesmiddel voor ons zou zijn – de ene en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, zowel van de ene kant zou kunnen sterven als van de andere kant niet zou kunnen sterven.
In een ongeschonden en volmaakte natuur dan ook van een ware mens is de ware God geboren, geheel in het zijne, geheel in het onze. Het onze noemen wij, wat de Schepper vanaf het begin in ons geschapen heeft, en wat Hij wilde herstellen.
Want van datgene, wat de bedrieger de mens ingaf en wat de bedrogen mens aanvaardde, vinden wij geen spoor in de Zaligmaker. Hoewel Hij deel had aan onze menselijke gebrekkigheden, had Hij geen deel aan onze misslagen.
Hij name de gestalte aan van een dienaar zonder het vuil van de zonde, het menselijke verheffend, maar het goddelijke niet verminderend, omdat de zelf-ontlediging – waardoor Hij als de onzichtbare zich zichtbaar toonde, en de Schepper en Heer van alles toch één van de stervelingen wilde zijn – een neerbuigen was van medelijden en geen tekort in zijn macht. Derhalve, Hij, die in Gods gestalte blijvend, de mens schiep, is ook mens geworden in de gestalte van een dienaar.
De Zoon Gods gaat dan binnen in dit geringste van de wereld, afdalend van zijn hemelse zetel, maar niet wijkend van de glorie van zijn Vader, voortgebracht op een nieuwe wijze, door een nieuwe geboorte.

Op een nieuwe wijze, omdat Hij onzichtbaar in het zijne zichtbaar is geworden in het onze; onvatbaar zijnde wilde Hij tastbaar worden; vóór de tijd bestaande begon Hij in de tijd te zijn. De Heer van het heelal nam de gestalte aan van een dienaar, met verduistering van zijn onmetelijke majesteit. De onlijdelijke God achtte het niet beneden zich een mens te worden, aan lijden onderhevig, en hoewel onsterfelijk, onder de wet van de dood te vallen.
Want Hij, die waarlijk God is, is ook waarlijk mens, en in die eenheid ligt geen leugen opgesloten, daar zowel de geringheid van de mens als de verhevenheid van de Godheid hier beide onderling aanwezig zijn.
Zoals immers God niet verandert door zijn mededogen, zo verdwijnt de mens niet door zijn waardigheid. Want elk van beide gestalten doet in gemeenschap met de ander wat haar eigen is. Het Woord doet natuurlijk wat van het Woord is en het vlees werkt uit wat van het vlees is.

De ene schittert door haar wonderen, de andere gaat gebukt onder smaad. En zoals het Woord niet de gelijkheid verliest met de glorie van de Vader, zo verlaat het vlees niet de natuur van ons geslacht.
Want Hij is één en dezelfde, wat dikwijls herhaald moet worden: waarlijk Gods Zoon en waarlijk Zoon des mensen. God is Hij, omdat: in het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God: en mens, omdat: het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond.


(Epist. 28 ad Flavianum, 3-4: PL 54, 763-767)