Posts tonen met het label maandag na Beloken Pasen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maandag na Beloken Pasen. Alle posts tonen

maandag 28 april 2025

Maandag na Beloken Pasen: Feest van het Glorierijke Graf van Onze Heer Jezus Christus te Jeruzalem, titelfeest van onze Orde

Maandag na Beloken Pasen:

FEEST VAN HET GLORIERIJKE GRAF VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS TE JERUZALEM
Priorij Thabor

Het feest van deze dag is kort na het Concilie van Trente (14 december 1586) door Paus Sixtus V goedgekeurd voor de Poolse Provincie van de Orde van de Reguliere Kanunniken van het H.Graf. Na dit Concilie moest men het in de priorijen van de Orde gebruikte Proprium ter goedkeuring in Rome voorleggen, om het te gebruiken als aanvulling bij het Romeinse Brevier.
In 1663 werden het Mis- en Officieformulier goedgekeurd door kardinaal Franciotti voor de viering op Beloken Pasen met octaaf en in 1680 in druk uitgegeven. Het origineel zoals gebruikt door de H. Grafkanunniken van Hoogcruts bevindt zich in de Bibliothèque Historique van het Grootseminarie te Luik (sign. 38 A 20).
In 1674 werd dit Proprium overgenomen door de Neder-Germaanse tak van de Orde, zowel door de kanunniken als door de kanunnikessen.
Ook volgens de “Festa Propria” van 1717 werd het feest gevierd op de 2e zondag na Pasen.
Op dezelfde dag staat het titelfeest van onze orde in de door pastoor M. Willemsen van Sint Odiliënberg ten behoeve van de kerk der sepulchrinessen vervaardigde eigen misformulieren voor de liturgische feesten van hun eigen kalender (Missæ Propriae F.Pustet, Regensburg 1895).
In het Proprium van 1925 is het verplaatst naar de maandag na Beloken Pasen, als “sluiting” van het eigenlijke Paasfeest.

Het Feest van het Glorierijke Graf van Onze Heer Jezus Christus te Jeruzalem is in alle vrouwenkloosters ononderbroken gevierd tot aan de laatste vernieuwingen rond Vaticanum II als een zondag. Wij vieren het ook vandaag.

De liturgische teksten van de H. Mis van dit feest verwijzen op mystieke wijze naar het paradoxale leven "in het graf" in afwachting van de overwinning van het leven op de dood: "de plaats van de wonderbare tent" (offertorium) is het door Christus' Lichaam geheiligde graf, waar wij verlangen te wonen (gebed over de gaven) om met Hem begraven te sterven aan de wereld en voor Hem alleen te leven (postcommunio).

Na de Hoogmis wordt het Allerheiligste aanbeden tot aan de Vespers. De spirituele achtergrond daarvan is gelegen in de devotie tot het in het tijd en ruimte overstijgende verlossingsmysterie: de daadwerkelijke Verrijzenis, heeft plaats gevonden op een bepaald moment van de geschiedenis, op een bepaalde plaats: die vierkante meter waarop het lichaam van Christus rustte. Dat heel concrete gebeuren betreft dezelfde Christus, die nu bij ons aanwezig is in de Eucharistische Gedaante, waarin "de overwinning en de triomf van Zijn dood tegenwoordig worden gesteld", en tevens door dank te brengen aan God "voor Zijn onuitsprekelijke gave" (2 Kor 9,15) in Christus Jezus, "tot lof van zijn heerlijkheid" (Ef 1,12), door de kracht van de Heilige Geest. Het besef van deze Paasgenade zet aan tot “sprakeloze aanbidding” in dank en stille vreugde.

donderdag 21 juli 2022

Mgr. Dr. Jan Hendriks De vrouwen bij het Heilige Graf - Vertrouw op Hem, helemaal! Wandel in het licht!

Vrouwen in het evangelie
De rol van vrouwen in het evangelie is heel onderscheiden. Er zijn vrouwen die Jezus volgen na genezen te zijn door Hem, zoals Maria Magdalena; er zijn rijke vrouwen die uit eigen middelen Zorgen voor Jezus en de twaalf apostelen op hun tocht (Lc. 8, 1 -3) Er zijn vrouwen die Jezus bedienen en ontvangen als hun gast zoals Martha (Jo. 12; Lc. 10) en de schoonmoeder van Simon Petrus; er zijn vrouwen die Jezus beschouwen, naar Hem luisteren en Hem zalven, zoals Maria ( Jo. 12,3; Mt. 26,6 - 13; Mc.14, 3 - 9); er zijn de vrouwen die naar het graf gingen en de vrouwen die klagend en wenend Jezus begeleiden op zijn kruisweg (Lc. 22, 26); er staan vrouwen naast het kruis van Jezus (Jo. 19, 25 - 27) en er is boven-al Onze Lieve Vrouw, Maria die met overtuiging haar “fiat” gesproken heeft om de Moeder van onze Heer te worden, zij die was uitverkoren boven alle schepselen.

Beuzelpraat?
Vrouwen worden in het evangelie niet altijd erg hoog aan­ge­sla­gen door de mannen. Zij worden beschouwd als niet zo betrouwbaar, eenvoudig en van minder belang. Als de vrouwen die van het graf van Jezus terugkomen bij­voor­beeld, de bood­schap van Zijn verrijzenis overbrengen, vinden de apostelen hun verhaal maar onzin, beuzelpraat, vrouwenpraat en zij geloofde hen niet, zoals St. Lucas in zijn evangelie zegt ( 24, 9 - 11); en de leerlingen op weg naar Emmaus zeggen tot de vreemdeling in hun midden: “Enkele vrouwen uit ons midden hebben ons in de war gebracht” (Lc. 24,22). Dat klinkt nogal neerbuigend.

Wijzen naar een ander of wijzen naar jezelf?
Maar om eerlijk te zijn: er is helemaal geen reden en niets waars in wat ze zeggen. Ze zouden daarentegen beter zichzelf zo beoordeeld hebben, want zij hadden niet veel betrouwbaarheid laten zien in tijden dat dat juist zo nodig was geweest: in de hof van Olijven en tijdens de kruisweg. Terwijl de vrouwen er waren, waren zij bevangen door schrik en angst.

Dus in de ogen van de mensen, van de mannen, worden de vrouwen gezien als zwak en klein, als kinderen; maar in werkelijkheid tonen ze geloof, hoop en liefde en innerlijke kracht. En zij weten en bidden samen met Maria:
“Mijn geest verheugt zich in God mijn redder, want Hij heeft op zijn eenvoudige, kleine dienstmaagd neergezien” (Lc. 1,47)

Herboren worden
Het is goed en van het grootste belang, dat wijzelf en iedere man en vrouw ons dat eigen maken in ons doen en laten: het geestelijk kind­schap.

In het evangelie van Johannes vinden we het gesprek van Jezus met Nicodemus, een van de Joodse leiders, een man van groot gewicht, maar zo vol angst, dat hij Jezus alleen ’s nachts durft te ontmoeten. Hij volgde Jezus niet openlijk en bij Zijn begrafenis had hij een mengsel nodig van mirre en aloë van meer dan honderd pond - wat een geweldige hoeveelheid is - om Zijn geweten te kalmeren. Hij was geacht en werd als belangrijk gezien, maar in feite was hij een lafaard.

In dit gesprek met Nicodemus spreekt Jezus over opnieuw geboren worden van omhoog, van geboren worden uit de Geest, als een klein kind, dat alles heeft ontvangen en ontvangt van Zijn ouders, zelfs zijn leven ontvangt hij door hen. Wat Jezus aan deze belangrijke Nicodemus wil meegeven is dit:

Als je aan jezelf wordt overgelaten zul je sterven, ben je stervende, ben je verloren. Maar God heeft de wereld liefgehad en Hij heeft jou liefgehad en Zijn Zoon gezonden. Daarom kun je gered worden; Gods Zoon is de reden dat je eeuwig leven in volheid en geluk zult bezitten.

Vertrouw op Hem als een kind, als een vrouw
Vertrouw en steun dus niet op jezelf en op je eigen positie, je krachten, je intelligentie, je capaciteiten, maar vertrouw op Hem, helemaal, als een vrouw, als een kind op zijn Vader. Wandel in het licht.

Ja, de vrouwen in het evangelie vertegen­woor­digen op een speciale wijze het contemplatieve element in de Kerk, omdat zij - ook al zijn hun taken, is hun rol onderling heel verschillend - een ding gemeen hebben: zij zijn werkelijk nederig, zij vertrouwen volledig op Jezus, onze Heer en onze Verlosser, hun wezen is geconcentreerd op Hem, wat zij ook doen: of zij Hem dienen als hun gast, beschouwen en contempleren, Hem zalven, wenen over wat Hem treft of gewoon bij Hem zijn.

Dat is wat de belangrijke Nicodemus moet leren, dat is ook waar wij om mogen vragen als een genade: dat we inderdaad meer en meer ons echt klein en nederig mogen voelen en in alles op God mogen vertrouwen, dat we van Hem alles mogen verwachten, want dat is een noodzakelijke voorwaarde voor ieder echt christelijk leven.

Elkaar aanvullend
Niet wij zijn de makers van het leven, maar Hij is de gever van alle werkelijke leven en van alles dat goed is.

Er zijn verschillende roepingen en bedieningen in de Kerk. Die mogen we niet zien als hoger en lager, maar als elkaar aanvullend, ieder vanuit zijn eigen zending. Maar aan niemand wordt de mogelijkheid en de roeping onthouden zichzelf helemaal aan Christus te geven.

Met dank overgenomen van de eigen website van Mgr. Hendriks arsacal.nl

zondag 24 april 2022

Vandaag, Titelfeest van het H. Graf



Quæsumus auctor omnium,
ut crucis tuæ baiulos;
colentes tuum tumulum, 
conserves semper prosperos.

U bidden wij, Heer van het al,
dat Ge ons, die ’t Kruis U dragen na,
die eren uw geheiligd Graf,
bewaren moogt in uw gena.

(Strofe 9 van de hymne O divina Potentia
bij het Lezingenofficie)

Afbeelding:
Levensgrote beeldengroep in gepolychromeerde steen, voorstellende Jezus in het graf, omringd door de drie wenende Maria's en twee engelen, welke laatsten de passiewerktuigen dragen.
Maastrichtse tufsteen, foto na de restauratie – gerestaureerd in 1982.
Men heeft de oude verf verwijderd tot aan de eerste polychromie 1902, en verder niet terug bijgewerkt.

Foto ontvangen van een vriend van de Priorij (West-Vlaanderen)
Bron: M&L (verslag restauratie graflegging Bree)

andere graflegging:

afbeelding: graflegging Solesmes

12 april 2021 Preek Pastoor J. L’Ortye op het Titelfeest van het H. Graf - Iedere keer weer opnieuw de vrouwen.

 



Iedere keer weer opnieuw de vrouwen. Met Pasen treden ze duidelijker dan ooit voor het Evangelische voetlicht. Vrouwen die als eersten weer bij het graf zijn dat ze vlak voor het aanbreken van de sabbat hebben verlaten en op Paasmorgen ontdekken dat Jezus er niet meer is. Vandaag worden ze zelfs met name genoemd. “Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jacobus”. En dat waren ze nog niet eens allemaal. Want de evangelist heeft het ook nog over andere vrouwen die er bij waren. Met die Johanna zal waarschijnlijk wel Johanna de vrouw van Herodes’ rentmeester Chusas bedoeld worden, die met Maria Magdalena en Susanna en nog andere vrouwen uit eigen middelen voor Jezus en zijn leerlingen zorgden (Luc 8,3). Maria, de moeder van Jacobus (vgl. ook Mt 27,56; Mc 15,40), zou wel eens identiek kunnen zijn met de vrouw van Klopas (Joh 19,25). De evangelist Marcus heeft het in dit verband ook nog over Salomé (Mc 16,1), die door sommigen geïdentificeerd wordt met de moeder van de zonen van Zebedeüs.

Hoe dan ook: het is toch wel frappant welke grote rol de evangelisten aan de vrouwen toebedelen, zeker als het om zoiets groots en belangrijks gaat als de verrijzenis. Nog frappanter is dat Jezus’ eigen moeder daarbij niet vermeld wordt. Toch wil de kerkelijke traditie dat Jezus op paasmorgen het eerst aan zijn moeder verscheen. Dat wordt tenminste door Johannes Chrysostomus en door vele anderen na hem beweerd. De evangeliën zeggen er in ieder geval niets over. Maar het zegt wel wat over het geloof van Maria. De Zwitserse arts en mystica Adrienne von Speyr (1902-1967) omschrijft de ontmoeting van Jezus en zijn moeder op Paasmorgen als volgt: “Op Paasmorgen is Maria alleen maar open verwachting, zoals bij de verschijning van de engel. Zij verwacht geen bepaalde verschijning, maar haar geloof is zo open dat elke verschijning kan binnentreden. En daar staat haar Zoon reeds in de heerlijkheid Gods voor haar en vervult de ruimte van haar geloof met de volheid die alle vermogens te boven gaat. Hij vervult niet alleen een leegte die aanwezig is, Hij overlaadt haar in een hoge mate, zoals de godheid elke verwachting van mensen overspoelt. Haar eerste ja tegen de engel, haar eerste vreugde van de ontvangenis, haar eerste jubel in het Magnificat zijn als een klein menselijk begin, vergeleken met de storm van het paasjawoord en het vuur van het nieuwe Magnificat” (Dienstmaagd des Heren, blz.152).

Maria, die als eerste de Verrezene mocht ontmoeten, überhaupt vrouwen die als eersten van de verrijzenis vernemen. Dat moet toch iets betekenen. Zeker voor toenmalige begrippen iets ongehoords. Juist omdat het vrouwen waren die de apostelen kwamen melden wat de engel gezegd had, werden ze niet geloofd en het verhaal als beuzelpraat afgedaan. Toch lijken het me juist de vrouwen te zijn die in navolging van Maria ontvankelijker zijn voor wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben: namelijk wat geen oog ooit gezien en geen oor ooit gehoord heeft en geen mens zich kan voorstellen (1 Kor 2,9). Voor menigeen die vindt dat de vrouwen in en door de Kerk toch slecht bedeeld zijn kan en mag het in ieder geval een opsteker zijn. Niemand minder dan de H. Thomas van Aquino durft Maria Magdalena zelfs ‘apostel der apostelen’ te noemen. Over de persoon van Maria Magdalena zijn in de loop der tijden boekenkasten vol geschreven, maar die titel ‘apostel der apostelen’ zegt toch iets over haar bijzondere betekenis voor de Kerk. Namelijk dat alles staat of valt met het geloof dat God vele malen groter is dan ons voorstellingsvermogen; dat zijn gaven vele malen groter zijn dan ons bevattingsvermogen. Vrouwen zijn daar blijkbaar ontvankelijker voor dan mannen en het is God die daar klaarblijkelijk gebruik van maakt, door niet alleen de Blijde boodschap van zijn Menswording, maar ook die van zijn Verrijzenis als eersten aan vrouwen toe te vertrouwen.

Aan ons de taak (of is het een kunst, misschien wel een gave?) ons voor die Blijde boodschap te openen. Opdat die Blijde Boodschap niet alleen het aanschijn van ons leven, maar ook het leven in deze wereld kan vernieuwen. Te weten dat de dood niet het laatste woord heeft, maar het leven, een leven sterker dan de dood: die Blijde Boodschap kan toch alleen maar dan goed doen, ook, ja juist in deze coronatijd waarin mensen alleen nog maar lijken uit lijken zien naar versoepeling van de coronamaatregelen, terwijl er toch zoveel meer en fundamentelers is dat ons leven bedreigt.

Christus heeft de dood overwonnen. Dat is de Blijde Boodschap waarin wij ons kunnen en mogen optrekken.



 

 

maandag 12 april 2021

SANCTUM SEPULCRUM – HET HEILIG GRAF


Jezus Christus werd haastig en in allerijl begraven, omdat het vrijdagavond was, de voorbereidingsdag op de sabbat, de grote sabbat, waarop een sabbatweek volgde. De Joden wilden niet dat de lichamen van de gekruisigden op sabbat aan het kruis bleven en dit werk op sabbat verrichten was hen bij de Wet verboden.
Volgens de traditie stelde Jozef van Arimatea het graf dat hij voor zichzelf had laten maken op de Olijfberg ter beschikking.
De geschiedschrijvers hebben in de loop der tijden veel geschreven over het Heilig Graf. Aan ons is het stil te mediteren en te bidden bij het Graf van Jezus. Het mysterie van ons geloof is verankerd in de Verrijzenis van Jezus en in Zijn werkelijke Tegenwoordigheid onder ons in de H. Eucharistie.

De vrouwen op weg naar het Graf - “Koopt uw specerijen om Jezus te balsemen”


De vrouwen op weg naar het Graf - “Koopt uw specerijen om Jezus te balsemen”

Zie, Christus in het graf is het zinnebeeld van het geloof. Gestorven in de ziel. Wat moeten wij daarmee doen? Wat deden die heilige vrouwen, die als enigen van al de zijnen Hem een grotere liefde toedroegen? “Zij kochten specerijen om Jezus te gaan balsemen”. Was het om Hem weer op te wekken? Ook wij weten, broeders, dat het opwekken niet in onze macht ligt; óns valt slechts het balsemen ten deel. Waarom dat? Opdat degene die gestorven is, niet kwalijk rieke, opdat de reuk van de dood niet tot anderen doordringe, opdat hij niet uiteen valle en geheel tot ontbinding overgaat.

Laten daarom de drie vrouwen, te weten het verstand, de tong en de hand, haar specerijen kopen; want naar mijn mening ontving Petrus aangaande deze drie het gebod de kudde van de Heer te weiden.

“Weid”, zo zei Hij, “met uw ziel, weid met uw tong, weid met uw werken; weid met het gebed van uw ziel, met de aansporing van het woord, met het tonen van uw voorbeeld”. Laat de ziel dus haar specerijen zoeken, vóór alles een gevoel van medelijden; vervolgens ijver voor de deugd en daarbij mag ze de geest van onderscheiding niet terzijde stellen.

Zo heeft ook de tong drie specerijen: bescheidenheid in het berispen, overvloed bij het gebed, goede uitslag bij het overtuigen. Wilt ge deze specerijen hebben? Koop ze van de Heer, uw God, koop ze, zeg ik, zonder prijs, opdat ge iets mag verkrijgen en niets verliezen. Koop van de  Heer gematigdheid bij het terechtwijzen, omdat het volstrekt een groot goed is en de beste gave, die slechts weinigen bezitten; ; “want”, zo zegt de heilige Jacobus, “de tong kan niemand bedwingen”.
Koop deze gave dus met de munt van uw schuldbelijdenis, opdat ge eerst uw zonden moogt belijden, voordat ge het onderneemt anderen van zonden te reinigen.

Ook de hand moet haar specerijen bereiden, opdat de wijze ons niet bespotte als een luiaard, voor wie het arbeid is de hand naar de mond te brengen, en opdat hij, die men berispt, niet zou zeggen: “Gij, die een ander onderwijst, onderwijst u zelf niet, want gij bindt zware  en ondraaglijke lasten bijeen en legt ze de mensen op de schouders, terwijl gij ze zelf nog niet met uw vinger wilt aanraken.”
Ik zeg u dat het voorbeeld van ons werk een levende en krachtdadige prediking is, die anderen gemakkelijk overtuigt van hetgeen wij bedoelen, en tevens bewijst dat hetgeen wij anderen aanraden uitvoerbaar is.

Daarom is het noodzakelijk dat ook de hand haar specerijen vindt, namelijk onthouding in het vlees, barmhartigheid jegens onze naaste, lijdzaamheid bij vroomheid.

(Uit  Hom. II op de Verrijzenis van de Heer
S. Bernardi Claravallensis Abb. Primi, Opera, II, 330 sqq., nn. 2-3.7-9, Parijs 1668)