Posts tonen met het label maand gedachtenis overledenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maand gedachtenis overledenen. Alle posts tonen

dinsdag 15 november 2016

Voor de novembermaand 4 Thomas a Kempis: Overwegingen over de dood


Uit de Navolging Boek I, hoofdstuk 23

Bij al uw daden en gedachten moest gij u zo gedragen alsof u vandaag zou sterven.
Als u vandaag niet klaar bent, hoe zult u het dan morgen zijn?
Zalig hij die het uur van zijn dood altijd voor ogen heeft en zich dagelijks op zijn laatste uur voorbereidt.
Daarom wees altijd gereed en leef zó dat de dood u nooit onvoorbereid kan vinden.
Velen sterven onverwacht en onvoorzien. Want de Mensenzoon zal komen op een uur dat gij het niet verwacht.
Hoe gelukkig en wijs is hij die zijn best doet, nu in zijn leven te zijn zoals hij hoopt bevonden te worden bij zijn dood.
Als wij het louter vergankelijke volkomen hebben versmaad, vurig hebben verlangd in deugden toe te nemen, als wij de liefde voor tucht, de ijver in de boete, de stiptheid in het gehoorzamen, de zelfverloochening en het dragen van welke tegenslag ook, ter liefde van Christus hebben beoefend, dan mogen wij vertrouwen dat wij gelukkig zullen sterven.
Zie in, geliefde broeder, uit welk een gevaar u u kunt bevrijden, aan welk een angst ontkomen, als u nu behoedzaam leeft en bedacht bent op het sterven.
Leer nu te sterven aan de wereld om dan het leven te beginnen met Christus.
Doe nu toch, lieve vriend, al wat maar in uw vermogen is; want gij weet niet wanneer uj zult sterven, maar u weet ook niet wat u na de door te wachten staat.
Denk aan niets behalve aan uw heil, draag slechts zorg voor de dingen van God.
Houd uw hart vrij en opgeheven naar God, want u hebt hier geen blijvende woonplaats.

Zend uw gebeden en zuchten dagelijks daarheen, zodat uw geest na de dood waardig geacht wordt, over te gaan naar het geluk bij de Heer.

zondag 13 november 2016

Voor de Novembermaand 3 Correa de Vivar : Kruisafname


Juan Correa de Vivar, Kruisafname. XVIe eeeuw. 
Olieverf op hout, 123 cm x 92 cm.
Museo del Prado. Madrid

In de maand november schenkt de christelijke vroomheid bijzondere aandacht aan onze dierbare overledenen. Zíj hebben reeds gedeeld in de dood van de Heer en hopen door Zijn barmhartigheid vergeving te ontvangen van hun fouten tijdens hun aardse pelgrimstocht én de genade ook te mogen delen in Zijn verrijzenis ten eeuwen leven.

Op het kruis heeft Jezus de uiterste vernedering in zijn goddelijke natuur ervaren. Daarom willen we nu een prachtige voorstelling beschouwen van de Kruisafname van Juan Correa de Vivar, waarin hij ons het doodsbleke lichaam van de gestorven Jezus laat zien, ondersteund door Sint Jan, beweend door Zijn Moeder en beschouwd door Maria Magdalena die een vaas met reukwerken in de hand houdt voor de balseming van Jezus. Achter deze groep zien we Nikodemus en Jozef van Arimatea, en rechts een andere vrouw van de groep vrouwen die op dit zo tragische moment bij Maria waren.

De schilder Juan Correa de Vivar moet worden gedateerd rond 1510. De namen van zijn ouders zijn niet bekend, maar wel weet men dat zij in goeden doen waren zoals de vele bezittingen van de kunstenaar aantonen. Juan had een zus en een broer, Eufrasia en Rodrigo, wiens zoon Rodrigo ook leerling was bij zijn oom en bij diens dood enkele nagelaten werken voltooide. In Mascaraque bezat hij een groot huis en landerijen waar de schilder van tijd tot tijd vertoefde om ontspanning te zoeken na zijn reizen en werk, ofschoon hij meestal in de omgeving van Toledo was.

De schilder was zeer religieus, zoals men kan lezen in zijn testament, waarvan een afschrift berust in het parochiearchief van Mascaraque. Aan zijn ziel liet hij als enige erfgename zijn goederen na, dat wil zeggen, dat zij moesten dienen voor werken van liefdadigheid of moesten worden gebruikt voor het stichten van een kapelaansbeneficie dat in de kerk van Mascaraque nog altijd van kracht is.

Binnen de artistieke kringen van zijn tijdperk was Correa in de visie van pater José de Sigüenza, kroniekschrijver van het Escorial, het goede van die tijd. In latere eeuwen bleven zijn kunstwerken de achting behouden van kritische commentatoren ofschoon zijn biografie in vergetelheid was geraakt.

zaterdag 5 november 2016

Voor de novembermaand 2 - Het zwaard van Damocles



Denken aan de dood is heilzaam: we schrikken eerder terug voor zonde en kwaad, want we weten dat niemand na de dood nog kan werken, maar alleen nog kan lijden. En na de dood volgt het verschijnen voor Gods Rechterstoel: “Quid sum miser tunc dicturus?  Quem patronum rogaturus, cum vix justus sit securus?“ - Wat zal ik te zeggen wagen, wie als pleitbezorger vragen, waar de goeden zelfs versagen? Zo staat het in de sequentie: “Dies irae, dies illa“. 

Wie aan de dood denkt, wordt door het kwaad afgeschrikt, hij zal gemakkelijker de bekoring overwinnen. Hij zal zich niet met aardse lusten inlaten  en zal zijn geluk niet in vergankelijk plezier zoeken (Thomas a Kempis).
Een Griekse sage verhaalt dat in 400 voor Christus in Syracuse op Sicilië een tiran leefde, Dionysius geheten. Deze tyran richtte luisterrijke maaltijden aan en vierde het ene feest na het andere.
Een vriend, Damocles, vroeg om eens aan een van deze feesten te mogen deelnemen. Dionysius nodigde hem uit en zette hem de beste spijzen en de meest krachtige dranken voor. Toen Damocles echter opkeek zag hij dat boven hem een zwaard hing, slechts bevestigd met één enkele paardehaar, en onmiddellijk verging hem de lust tot eten.
Ook boven ons hoofd  hangt een Damocleszwaard, dat is de dood, de dood die ons ieder ogenblik kan overvallen.  Ik weet dat ik sterven moet, maar ik weet niet hoe, ik weet niet wanneer, ik weet niet waar. Maar dit ene weet ik wel: wanneer ik in doodzonde sterf ben ik voor altijd verloren. Wanneer ik echter in staat van genade sterf, ben ik voor altijd gered.

Voor de novembermaand 1 - Memento mori



November heet in het kader van de in het 19e eeuwse Frankrijk zeer populaire en wijdverbreide en hoogstaande spiritualiteit van "Mois de…" (Maand van ... ) : le Mois des Morts, Maand van de (gedachtenis van de) overledenen.

Bij hun stichting zijn alle kloosters en geestelijke gemeenschappen bezield met hoge en vurige geestelijke idealen. Met grote ijver en met even zo grote strengheid streven zij naar de volmaaktheid en volgen Christus consequent om met Hem, door Hem en in Hem de eeuwige zaligheid, de aanschouwing van de Drieëne God, te verwerven.

Toen de Orde van de Trappisten werd opgericht begroetten de kloosterlingen van deze Orde wanneer zij elkaar ontmoetten in claustrum of tuin elkaar met de woorden ‘Memento mori’ - Denk er aan dat je eens moet sterven. Deze begroeting is een vermaning niet alleen voor de leden van deze orde maar ook voor alle mensen; Denk er aan dat je eens moet sterven. Denken aan de dood is heilzaam, want daardoor schrikken we niet alleen eerder voor het kwaad terug maar worden we ook tot het goede aangezet, tot het doen van het goede.