Posts tonen met het label h. Arnold Janssen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label h. Arnold Janssen. Alle posts tonen
vrijdag 14 januari 2022
15 januari H. Arnold Janssen
Arnold Janssen werd geboren te Goch in Duitsland, dicht over de grens bij Nederlands Noord-Limburg. Hij studeerde aan het bisschoppelijke kostschool Collegium Augustinianum Gaesdonck en werd na zijn studie in Münster op 15 augustus 1861 tot priester gewijd. Hij was eerst twaalf jaar leraar natuurkunde en catechese aan de middelbare school in de grensplaats Bocholt, vlak bij de Nederlandse Achterhoek. De missie was echter zijn grote ideaal. In 1867 werd hij directeur van het Apostolaat des Gebeds in Duitsland en Oostenrijk. Hij stichtte een wetenschappelijk Anthropos-Instituut en Cartografisch Instituut van St.-Gabriël te Mödling bij Wenen.
Janssen streefde naar de hereniging van de christenen. Daartoe stelde hij een dagelijkse misviering in aan het graf van Bonifatius te Fulda. Om zich meer aan het missiewerk te kunnen wijden werd hij rector van de Ursulinen in Kempen, een provinciestad in de grensstreek tussen Krefeld en Venlo. In die periode gaf hij al een missietijdschrift uit ("Bode van het Heilig Hart van Jezus") ter werving van gelovigen.
Vanwege de anti-religieuze politiek tijdens de Kulturkampf van Bismarck kon hij zijn plannen in Duitsland niet verwezenlijken en week hij uit naar Nederland, en vestigde zich in het Noord-Limburgse Steyl aan de Maas (thans gemeente Venlo), waar hij drie congregaties stichtte.
In 1875 stichtte hij er een missieseminarie. Dit werd de latere missiecongregatie van de Gezelschap van het Goddelijk Woord (latijn: Societas Verbi Divini SVD) (1885).
Samen met de later zalig verklaarde zuster Maria Helena Stollenwerk stichtte hij in 1888 de congregatie van de missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest, en later de congregatie van de Aanbiddingszusters Dienaressen van de Heilige Geest (1896).
In 1930 waren er al 37 missiehuizen voor hogere en lagere studies. In Nederland waren die gevestigd in Steyl, Uden, Soesterberg, Helvoirt en Teteringen (bij Breda), in België te Heide en in Kalmthout. Ook in het buitenland stichtte hij vele missiehuizen, zoals in Wenen, Salzburg, en in Techny bij Chicago (Verenigde Staten). De missiegelden voor de grootschalig opgezette evangelisatie werd bekostigd door de eigen drukkerij. Deze werd in 1925 verheven tot pauselijke drukkerij. In Nederland werd door de missionarissen van Steyl onder meer het rijk geïllustreerde maandblad De Katholieke Missiën (KM) uitgegeven. Het doel was om door de verspreiding van lectuur de missie te bevorderen. In de periode 1874-1963 werd dit blad in vele katholieke huisgezinnen gelezen.
Janssen streefde naar de hereniging van de christenen. Daartoe stelde hij een dagelijkse misviering in aan het graf van Bonifatius te Fulda. Om zich meer aan het missiewerk te kunnen wijden werd hij rector van de Ursulinen in Kempen, een provinciestad in de grensstreek tussen Krefeld en Venlo. In die periode gaf hij al een missietijdschrift uit ("Bode van het Heilig Hart van Jezus") ter werving van gelovigen.
Vanwege de anti-religieuze politiek tijdens de Kulturkampf van Bismarck kon hij zijn plannen in Duitsland niet verwezenlijken en week hij uit naar Nederland, en vestigde zich in het Noord-Limburgse Steyl aan de Maas (thans gemeente Venlo), waar hij drie congregaties stichtte.
In 1875 stichtte hij er een missieseminarie. Dit werd de latere missiecongregatie van de Gezelschap van het Goddelijk Woord (latijn: Societas Verbi Divini SVD) (1885).
Samen met de later zalig verklaarde zuster Maria Helena Stollenwerk stichtte hij in 1888 de congregatie van de missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest, en later de congregatie van de Aanbiddingszusters Dienaressen van de Heilige Geest (1896).
In 1930 waren er al 37 missiehuizen voor hogere en lagere studies. In Nederland waren die gevestigd in Steyl, Uden, Soesterberg, Helvoirt en Teteringen (bij Breda), in België te Heide en in Kalmthout. Ook in het buitenland stichtte hij vele missiehuizen, zoals in Wenen, Salzburg, en in Techny bij Chicago (Verenigde Staten). De missiegelden voor de grootschalig opgezette evangelisatie werd bekostigd door de eigen drukkerij. Deze werd in 1925 verheven tot pauselijke drukkerij. In Nederland werd door de missionarissen van Steyl onder meer het rijk geïllustreerde maandblad De Katholieke Missiën (KM) uitgegeven. Het doel was om door de verspreiding van lectuur de missie te bevorderen. In de periode 1874-1963 werd dit blad in vele katholieke huisgezinnen gelezen.
15 January St. Arnold Janssen
St. Arnold Janssen was born in 1837 in Goch, Germany. Moved by the desire for the union of all Christians, the preaching of the Gospel and the establishment of the Church among non-Christians, he founded the Society of the Divine Word (SVD) in 1875. Realizing the need for women missionaries, he established two congregations of Sisters: The Missionary Sisters Servants of the Holy Spirit (SSpS) in 1889 and the Sisters Servants of the Holy Spirit of Perpetual Adoration (SSpS/Pink Sisters) in 1896. St. Arnold Janssen died on January 15, 1909.
Liturgia Horarum H. Arnold Janssen Het missiewerk vindt zijn oorsprong in de zending van de Zoon en de heilige Geest.
Uit de geschriften van de heilige priester Arnold Janssen († 1909)
Het missiewerk vindt zijn oorsprong in de zending van de Zoon en de heilige Geest.
De medebroeders zullen hun liefde tot de heilige Geest het best betonen, wanneer zij ernaar streven bruikbare instrumenten te worden in zijn sterke hand. Dit vereist echter niet alleen dat zij hard werken, maar ook dat ze sober, goed en vroom leven en in alles de aansporingen van zijn genade volgen. De sacramenten en het heilig dienstwerk zullen ze waarlijk hoogachten.
Wij moeten ook ware vereerders zijn van de Zoon. Derhalve zullen de medebroeders telkens weer het volgende overwegen: Jezus Christus, de Zoon van de eeuwige Vader, is onze broeder en onze spijs geworden. Zo leerde Hij ons liefde en nederigheid. In Hem zien wij de eerste en de voornaamste apostel, priester en zieleherder, lam en leeuw, dienstknecht en zoon van de Vader, rondtrekkend over de aarde, lerend, vermanend, de mensen genezend en hun door zijn leer en zijn kruis de weg ten heil wijzend.
Wonderbare werken heeft Hij verricht: de verlossing van de wereld, de stichting van de kerk en de zending van de Vertrooster. De eerste twee vormen de voorbereiding en de grondslag van de laatste. En de Geest voltooit het werk van Christus. Hij immers geeft leven aan de kerk door de leerstoel der waarheid, de richtlijnen ten leven en de sacramenten ten heil, terwijl Hij de mensen van zonden bevrijdt en hen aan God gelijkvormig maakt. Hij is de grote Oorsprong van de liefde, in wie God zichzelf en de wereld bemint, door wie de liefde van God is uitgestort in onze harten. Hem hebben de Vader en de Zoon tot ons willen zenden als getuige van hun liefde. Hem willen ook wij in Jezus en met Jezus en zijn Vader liefhebben.
Ter ere van het vleesgeworden Woord zullen de medebroeders hieraan blijven denken: mogen zij, de ogen gericht op zijn heilig leven, ook doordringen tot in het heiligdom van zijn hart. Mogen zij, in bewondering voor de deugden van dit hart, deze eren in zijn zichtbaar, eucharistisch en mystiek leven en ze naar vermogen navolgen.
Wanneer wij ook een bijzondere verering koesteren voor de derde en de tweede Persoon, wijden wij niet minder aandacht aan de eerste Persoon en aan de gehele allerheiligste Drievuldigheid. De hoogste Vader is immers de heiligste en beminnelijkste oorsprong van de andere Personen en de beste en beminnenswaardigste van alle vaders. Ook Hem moeten wij aanbidden, liefhebben en vereren; wij moeten zijn rijk van liefde verbreiden en het aantal vergroten van de kinderen die Hem beminnen.
Bij het uitzaaien van Gods woord moeten wij er ons vooral voor inspannen het katholieke geloof en de christelijke deugden te bevorderen en te verspreiden en om tegelijkertijd naar vermogen de zonden uit te bannen die maar al te vaak dit geloof en deze deugden in de weg staan. Zo mogelijk kiezen wij voor onze inspanningen vooral die landstreken uit waar wij de beste resultaten mogen verwachten van onze arbeid of waarheen de goddelijke Voorzienigheid ons schijnt te roepen. Maar bij dit alles gaat ons de bekering van de heidenen het meest ter harte. Wij dienen er derhalve met grote ijver aan te werken, dat ook zij bekeerd worden en de Vader leren kennen en de Zoon en de heilige Geest die Hij gezonden heeft.
Onze Heer wist het werk van de prediking te verbinden met een leven van gebed. Dat moeten ook de medebroeders doen en wel in eenheid met Christus en naar zijn voorbeeld.
Het missiewerk vindt zijn oorsprong in de zending van de Zoon en de heilige Geest.
De medebroeders zullen hun liefde tot de heilige Geest het best betonen, wanneer zij ernaar streven bruikbare instrumenten te worden in zijn sterke hand. Dit vereist echter niet alleen dat zij hard werken, maar ook dat ze sober, goed en vroom leven en in alles de aansporingen van zijn genade volgen. De sacramenten en het heilig dienstwerk zullen ze waarlijk hoogachten.
Wij moeten ook ware vereerders zijn van de Zoon. Derhalve zullen de medebroeders telkens weer het volgende overwegen: Jezus Christus, de Zoon van de eeuwige Vader, is onze broeder en onze spijs geworden. Zo leerde Hij ons liefde en nederigheid. In Hem zien wij de eerste en de voornaamste apostel, priester en zieleherder, lam en leeuw, dienstknecht en zoon van de Vader, rondtrekkend over de aarde, lerend, vermanend, de mensen genezend en hun door zijn leer en zijn kruis de weg ten heil wijzend.
Wonderbare werken heeft Hij verricht: de verlossing van de wereld, de stichting van de kerk en de zending van de Vertrooster. De eerste twee vormen de voorbereiding en de grondslag van de laatste. En de Geest voltooit het werk van Christus. Hij immers geeft leven aan de kerk door de leerstoel der waarheid, de richtlijnen ten leven en de sacramenten ten heil, terwijl Hij de mensen van zonden bevrijdt en hen aan God gelijkvormig maakt. Hij is de grote Oorsprong van de liefde, in wie God zichzelf en de wereld bemint, door wie de liefde van God is uitgestort in onze harten. Hem hebben de Vader en de Zoon tot ons willen zenden als getuige van hun liefde. Hem willen ook wij in Jezus en met Jezus en zijn Vader liefhebben.
Ter ere van het vleesgeworden Woord zullen de medebroeders hieraan blijven denken: mogen zij, de ogen gericht op zijn heilig leven, ook doordringen tot in het heiligdom van zijn hart. Mogen zij, in bewondering voor de deugden van dit hart, deze eren in zijn zichtbaar, eucharistisch en mystiek leven en ze naar vermogen navolgen.
Wanneer wij ook een bijzondere verering koesteren voor de derde en de tweede Persoon, wijden wij niet minder aandacht aan de eerste Persoon en aan de gehele allerheiligste Drievuldigheid. De hoogste Vader is immers de heiligste en beminnelijkste oorsprong van de andere Personen en de beste en beminnenswaardigste van alle vaders. Ook Hem moeten wij aanbidden, liefhebben en vereren; wij moeten zijn rijk van liefde verbreiden en het aantal vergroten van de kinderen die Hem beminnen.
Bij het uitzaaien van Gods woord moeten wij er ons vooral voor inspannen het katholieke geloof en de christelijke deugden te bevorderen en te verspreiden en om tegelijkertijd naar vermogen de zonden uit te bannen die maar al te vaak dit geloof en deze deugden in de weg staan. Zo mogelijk kiezen wij voor onze inspanningen vooral die landstreken uit waar wij de beste resultaten mogen verwachten van onze arbeid of waarheen de goddelijke Voorzienigheid ons schijnt te roepen. Maar bij dit alles gaat ons de bekering van de heidenen het meest ter harte. Wij dienen er derhalve met grote ijver aan te werken, dat ook zij bekeerd worden en de Vader leren kennen en de Zoon en de heilige Geest die Hij gezonden heeft.
Onze Heer wist het werk van de prediking te verbinden met een leven van gebed. Dat moeten ook de medebroeders doen en wel in eenheid met Christus en naar zijn voorbeeld.
Abonneren op:
Posts (Atom)


