Posts tonen met het label Thomas van Aquino. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas van Aquino. Alle posts tonen

zondag 22 juni 2025

28 januari H.Thomas van Aquino - Liturgische gezangen Sacramentsdag

Lauda, Sion, Salvatorem,
lauda ducem et pastorem,
in hymnis et canticis.

Sion, loof uw Zaligmaker
loof uw leidsman en uw herder,
met hymnen en lofgezang.

Quantum potes, tantum aude
quia maior omni laude, 
nec laudare suffices!

Durf het, met uw zwak vermogen,
want Hij gaat alle lof te boven
en niet kunt gij Hem voldoende loven!

Hebben de filosofische en theologische geschriften van de H. Thomas van Aquino een groot gezag, zijn levenswandel wordt gekenmerkt door een diepe religiositeit en heiligheid, gecentreerd rond het Sacrament van de H. Eucharistie.

Hij ontwierp in opdracht van paus Urbanus IV de liturgie van het feest ter ere van het Allerheiligste Sacrament, welk feest 750 geleden werd ingesteld. Dit nieuwe feest op de kerkelijke kalender staat in directe relatie met Juliana van Luik, een heilige uit onze streken, die naar aanleiding van een visioen (begin 13e eeuw) ijverde voor de invoering van een eigen feest ter ere van het Heilig Sacrament.

Uit de teksten van het officie van Sacramentsdag dat de H. Thomas samenstelde, spreken diepgaande beschouwing en wonderbaar gebedsleven, innigheid en warmte. Het mysterie van de H. Eucharistie belichtte hij in alle aspecten die vervat zijn in de katholieke leer, zodat ook hier het adagium geldt: Lex credendi lex orandi – het geloof is de leidraad en de voedende bron voor het gebed, uit de liturgie van de Kerk spreekt haar geloof. Wie de teksten van de liturgie met hart en geest toegewijd bemediteert, dringt geleidelijk door tot het bevatten van haar geloofsgeheimen.

Voor dit feest schreef de H. Thomas eveneens de beroemde hymnen Lauda Sion en Pange lingua.De 2e strofe “Quantum potes, tantum aude” is naast een algemene aansporing van alle christenen een bijzondere aansporing tot hen die op basis van hun roeping en plaats binnen de Kerk  de “Liturgie van de Getijden” zingen en bidden teneinde de  “Laudis Canticum” –  “de lofzang die eeuwig weerklinkt in de hemel en die onze de Hogepriester Jezus Christus is begonnen en door de Kerk in de loop der eeuwen steeds is voortgezet, met trouw, volharding en blijdschap te beoefenen. De liturgie van de Getijden is een noodzakelijke aanvulling rond de hoogste goddelijke Eredienst, het eucharistisch Offer, om op vastgestelde momenten van de dag alle momenten van het menselijk leven met deze lofzang te doordringen” (1).

(1) Verg. Apostolische Constituties “Laudis Canticum” van paus Paulus VI, 1 nov. 1970


woensdag 15 juni 2022

Liturgia Horarum Sacramentsdag Sint Thomas van Aquino



Uit de werken van de H. Thomas van Aquino, priester

O kostbare en verrukkelijke maaltijd!

Toen de Eniggeboren Zoon Gods ons deelachtig wilde maken aan zijn Godheid, nam Hij onze natuur aan, opdat Hij, Mens geworden, ons mensen tot goden zou maken.

En bovendien heeft Hij datgene, wat Hij van onze natuur aannam, geheel tot ons heil doen dienen. Want zijn Lichaam droeg Hij op het altaar van het kruis op aan God, zijn Vader, als slachtoffer tot onze verzoening. Zijn Bloed vergoot Hij als losprijs en tegelijk als reinigingsbad, opdat wij, vrijgekocht van een ellendige slavernij, van al onze zonden zouden gereinigd worden.

Maar om te bewerken, dat er van zulk een grote weldaad bij ons altijd een herinnering zou achterblijven, liet Hij de gelovigen zijn Lichaam achter als spijs, onder de gedaante van brood, en zijn Bloed als drank onder de gedaante van wijn.

O kostbare en verrukkelijke maaltijd, heilbrengend en vol heerlijkheid! Want wat kan er kostbaarder zijn dan deze maaltijd; waarin ons niet, als onder de oude Wet, het vlees van kalveren en bokken te eten wordt voorgezet, maar Christus zelf, waarachtig God? Wat is er meer te bewonderen dan dit sacrament?

Geen sacrament ook is heilzamer dat dit, waarin wij gezuiverd worden van onze zonden, waar de deugden worden vermeerderd en de geest wordt gevoed met een overvloed van allerlei geestelijke gaven.

Het wordt in de Kerk opgedragen voor levenden en doden, opdat allen er nut uit zouden trekken, omdat het ook tot nut van allen werd ingesteld.

De heerlijkheid van dit sacrament tenslotte kan door niemand ten volle worden uitgedrukt, waar de geestelijke heerlijkheid in haar bron wordt genoten; en hier wordt de herinnering gevierd aan die uiterste liefde, die Christus ons in zijn lijden heeft getoond.

Om dan ook de onmetelijkheid van die liefde inniger in de harten van de gelovigen te prenten, heeft Hij bij het Laatste Avondmaal, toen Hij na de viering van het Paasmaal vanuit deze wereld naar de Vader zou gaan, dit Sacrament ingesteld als een blijvende gedachtenis aan zijn Lijden, als de vervulling van de oude voorafbeeldingen, als het grootste van de wonderen, door Hem verricht, en liet Hij deze na als een uitzonderlijke troost voor hen, die bedroefd over zijn afwezigheid achterbleven.

(Opusculum 57, In festo Corporis Christi, lect. 1-4)

O Salutaris Hostia, O Saving Victim - Gregorian Chant of St Thomas Aquinas

zaterdag 29 januari 2022

St. Thomas Aquinas Biography short movie

Martyrologium Romanum 28 januari H. Thomas van Aquino



Bartolomeo degli Erri, Santo Tomás de Aquino, 1460-1480. 
Olieverf op paneel, 43 x 30 cm
Metropolitan Museum for Art, New York


De gedachtenis van de heilige Thomas van Aquino, priester uit de Orde van de Predikheren en kerkleraar, die, begiftigd met de hoogste intellectuele gaven, zijn uitstekende wijsheid aan anderen overdroeg in voordrachten en geschriften. Op weg naar het Tweede Oecumenisch Concilie van Lyon, waarvoor hij door de zalige paus Gregorius X zelf was uitgenodigd, stierf hij op 7 maart [1274] in het klooster van Fossanava in Latium. Na vele jaren werd zijn lichaam op deze dag overgebracht naar Toulouse.

Liturgia Horarum Thomas van Aquino "Het kruis is het voorbeeld van alle deugden"

Uit een toespraak van de heilige priester Thomas van Aquino († 1274)

Het kruis is een voorbeeld van alle deugden.

Was het wel nodig dat de Zoon van God voor ons leed? Wel zeker, en men kan er twee belangrijke redenen voor aanvoeren: ten eerste, dat dit lijden als geneesmiddel dient tegen de zonden; ten tweede, dat het een voorbeeld is voor al ons handelen.
Een geneesmiddel, omdat wij in het lijden van Christus een geneesmiddel vinden tegen het kwaad dat wij door onze zonden over ons afroepen.
Maar even nuttig is dit lijden, omdat het ons een voorbeeld geeft. Het lijden van Christus is immers voldoende om ons leven volkomen inhoud te geven. Want ieder die volmaakt wil leven, hoeft alleen maar te versmaden wat Christus op het kruis heeft versmaad en alles te verlangen wat Christus heeft verlangd. Het kruis is een voorbeeld van alle deugden.
Zoekt u een voorbeeld van liefde? ‘Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden’ (Joh. 15, 13). Dit deed Christus op het kruis. Als Hij dus zijn leven voor ons heeft gegeven, mag het ons ook niet moeilijk vallen om ter wille van Hem tegen al het kwaad stand te houden.
Zoekt u geduld? De hoogste vorm van geduld vindt u op het kruis. Twee redenen maken het geduld tot een grote deugd: ofwel ondergaat iemand geduldig groot onrecht, of hij duldt dingen die hij zou kunnen ontwijken, maar die hij niet ontwijkt. Maar Christus heeft aan het kruis veel geleden, en met veel geduld, want: ‘Als Hij gescholden werd, schold Hij niet terug’ (1 Petr. 2, 23). ‘Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid en Hij opende zijn mond niet’ (Hand. 8, 32; vgl. Jes. 53, 7). Groot is dus het geduld van Christus aan het kruis. ‘Laten wij vastberaden de wedstrijd lopen waarvoor we hebben ingeschreven. Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld’ (Heb. 12, 1-2).
Als u een voorbeeld van nederigheid zoekt, zie dan op naar de Gekruisigde, want God wilde onder Pontius Pilatus veroordeeld worden en sterven.
U zoekt een voorbeeld van gehoorzaamheid? Dan moet u Hem volgen die de Vader gehoorzaam is geworden tot de dood toe: ‘Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens’, namelijk Adam, ‘allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd’ (Rom. 5, 19).
Als u een voorbeeld van het versmaden van het aardse zoekt, volg dan Hem die is ‘Koning der koningen en Heer der heren’ (Apok. 19, 16), ‘in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen’ (Kol. 2, 3). Hij hing naakt aan het kruis, werd bespot, bespuwd, gegeseld, met doornen gekroond en tenslotte met azijn en alsem gelaafd.
Zoekt dus geen bevrediging in kleding en rijkdom, want ‘zij hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld’ (vgl. Mt. 27, 35 Vulg.; Ps. 22 (21), 19); niet in eerbewijzen, want Hij heeft bespottingen en geselslagen ondergaan; ook niet in ereambten, want zij ‘vlochten een doornenkroon en zetten Hem die op’ (Mc. 15, 17); en bovendien niet in zingenot, want ‘zij lesten mijn dorst met azijn’ (Ps. 69 (68), 22).

Paus Benedictus XVI over H. Thomas van Aquino - Geloof en rede

Dierbare broeders en zusters,
Ik zou vandaag de presentatie van de heilige Thomas van Aquino voort willen zetten, zo een waardevol theoloog dat het bestuderen van zijn gedachte expliciet werd aanbevolen door twee documenten van het Tweede Vaticaans Concilie, het decreet “Optatam Totius Ecclesiae” over de opleiding tot het priesterschap en de verklaring “Gravissimum Educationis” over de christelijke opvoeding. Trouwens, reeds in 1880 wou Paus Leo XIII, die zeer geïnteresseerd was in de Thomistische studies en ze promoveerde, de heilige Thomas uitroepen tot patroon van de katholieke scholen en universiteiten.

De voornaamste reden voor deze achting ligt niet alleen in de inhoud van zijn leer, maar ook in de methode die hij volgt, meer bepaald zijn nieuwe synthese van en onderscheid tussen filosofie en theologie. De Kerkvaders zagen zich geconfronteerd met verschillende filosofieën van het Platonische type, waarin een totaalvisie op de wereld en het leven werd aangeboden, met inbegrip van de vraag over God en de godsdienst. In confrontatie met deze filosofieën hadden zij zelf een totaalvisie van de werkelijkheid uitgewerkt, vertrekkend van het geloof en gebruik makend van Platonische elementen, om een antwoord te geven op de essentiële vragen van de mens. Deze visie, gebaseerd op de Openbaring van de Bijbel en uitgewerkt met een Platonisme dat gecorrigeerd werd in het licht van het geloof, noemden zij “onze filosofie”. De term “filosofie” was dus niet de uitdrukking van een puur rationeel systeem en als zodanig onderscheiden van het geloof, maar was door de rede eigen gemaakt en overdacht; een visie die zeker verder ging dan de vermogens eigen aan de rede, maar die als zodanig voor de rede ook bevredigend was. Voor de heilige Thomas opende de ontmoeting met de voorchristelijke filosofie van Aristoteles (gestorven rond 322 v.Ch.) een nieuw perspectief. De Aristotelische filosofie was vanzelfsprekend een filosofie die ontwikkeld was los van het Oude en Nieuwe Testament, een verklaring van de wereld zonder Openbaring, alleen door de rede. En deze consequente rationaliteit was overtuigend. Aldus werkte de oude formule van “onze filosofie” van de Vaders niet langer. De relatie tussen filosofie en theologie, tussen geloof en rede, moest herdacht worden. Er bestond een filosofie die volledig en overtuigend was in zichzelf, een rationaliteit die aan het geloof voorafgaat; vervolgens is er de theologie, een gedachte mét geloof en in het geloof. De dwingende vraag was de volgende: de wereld van de rationaliteit, de filosofie die uitgedacht was zonder Christus, en de wereld van het geloof zijn zij verenigbaar? Of sluiten zij elkaar wederzijds uit? Het ontbrak niet aan elementen die de onverenigbaarheid tussen de twee werelden bevestigden, doch de heilige Thomas was vast overtuigd van hun verenigbaarheid – zelfs dat de filosofie die los van Christus tot ontwikkeling gekomen was, in zekere zin op het licht van Jezus wachtte om vervolledigd te worden. Dat was voor de heilige Thomas de grote verrassing die de weg van zijn denken bepaald heeft. De onafhankelijkheid aantonen tussen filosofie en theologie en tegelijk hun onderlinge relatie, dat was de historische zending van deze grote meester. Zo begrijpt men dat Paus Leo XIII in de XIXe eeuw, toen men met klem de onverenigbaarheid verkondigde tussen moderne rede en geloof, de heilige Thomas aanwees als gids voor de dialoog tussen deze twee. In zijn theologisch werk veronderstelt en concretiseert de heilige Thomas deze relatie. Het geloof versterkt, integreert en verlicht het patrimonium van de waarheid die de menselijke rede verwerft. Het vertrouwen dat de heilige Thomas aan deze twee instrumenten van de kennis - geloof en rede – verleent, kan terug gebracht worden tot de overtuiging dat beide voortkomen uit de ene bron van alle waarheid, de Goddelijke “Logos”, die zowel werkzaam is op het domein van de schepping als van de verlossing.

Naast de overeenstemming tussen rede en geloof, dient men anderzijds te erkennen dat deze twee beroep doen op een verschillend procedure om kennis te verwerven. De rede ontvangt een waarheid krachtens haar intrinsieke evidentie, al of niet bemiddeld, het geloof daarentegen, aanvaardt een waarheid op grond van het gezag van Gods woord dat geopenbaard wordt. De heilige Thomas schrijft bij de aanvang van zijn “Summa Theologiae”: “De orde van de wetenschappen is tweevoudig; sommige komen voort uit principes die gekend zijn door het natuurlijke licht van de rede, zoals de wiskunde, geometrie en equivalenten; andere uit principes die gekend zijn via een hogere wetenschap, namelijk de wetenschap van God en de heiligen” 1.

Dit onderscheid verzekert zowel de autonomie van de humane als van de theologische wetenschappen. Het staat echter niet gelijk met een scheiding doch impliceert eerder een wederzijdse en weldadige samenwerking. Het geloof beschermt de rede namelijk tegen iedere verleiding onvoldoende vertrouwen te stellen in haar eigen capaciteiten en moedigt de rede aan open te staan voor steeds ruimere horizonten; het geloof houdt in de rede de zoektocht levend naar de fundamenten en wanneer de rede zichzelf toepast op de bovennatuurlijke sfeer van de verhouding tussen God en mens, verrijkt zij haar werken. Volgens de heilige Thomas kan de menselijke rede bijvoorbeeld zonder enige twijfel tot de bevestiging komen dat de ene God bestaat, doch alleen het geloof dat de Goddelijke Openbaring aanvaardt, kan putten uit het mysterie van de Liefde van de drie-ene God.

Trouwens, niet alleen het geloof komt de rede te hulp. Ook de rede kan met haar middelen iets belangrijks doen voor het geloof, door het een drievoudige dienst te bewijzen die de heilige Thomas samenvat in het voorwoord van zijn commentaar op “[3604” van Boëtius: “De fundamenten van het geloof aantonen, aan de hand van gelijkenissen de waarheid van het geloof verklaren; de tegenwerpingen tegen het geloof afwijzen” 2. Heel de geschiedenis van de theologie is in de grond de uitoefening van dit engagement van het intellect, dat de begrijpelijkheid van het geloof aantoont, zijn uitspraken en interne harmonie, de redelijke aard ervan en zijn vermogen om het welzijn van de mens te bevorderen. De juistheid van de theologische redeneringen en de reële betekenis van de kennis ervan, baseren zich op de waarde van de theologische taal die volgens de heilige Thomas vooral analogische taal is. De afstand tussen God de Schepper en het zijn van Zijn schepselen is oneindig; het verschil is altijd groter dan de gelijkenis 3. Ondanks alles bestaat in heel het verschil tussen Schepper en schepsel een analogie tussen het zijn van de Schepper en het geschapen zijn van het schepsel, wat ons toelaat met menselijke woorden over God te spreken.

De heilige Thomas heeft een leer van de analogie gesticht, niet alleen over specifiek filosofische thema’s maar ook over het feit dat God zelf door de Openbaring tot ons gesproken heeft en ons dus heeft toegelaten over Hem te spreken. Ik meen dat het belangrijk is deze leer in herinnering te brengen. Zij helpt ons inderdaad tegen bepaalde tegenwerpingen van het huidige atheïsme, die ontkennen dat religieuze taal een objectieve betekenis heeft en beweren dat ze slechts een subjectieve of simpelweg emotionele waarde heeft. Deze tegenwerping komt door het feit dat het positivistische denken overtuigd is dat de mens niet het zijn kent, doch alleen de functies die kunnen ervaren worden door de werkelijkheid. Met de heilige Thomas en met de grote filosofische traditie, zijn wij overtuigd dat de mens in werkelijkheid niet alleen de functies kent, voorwerp van de natuurwetenschappen, maar ook iets kent van het zijn zelf, zo kent hij bijvoorbeeld de persoon, het gij van de andere en niet alleen het fysische en biologische aspect van het zijn.

In het licht van deze leer van de heilige Thomas zegt de theologie dat de religieuze taal, alhoewel zij beperkt is, begiftigd is met betekenis – want wij raken het zijn – zoals een pijl die zich richt naar de werkelijkheid die zij betekent. Dit fundamentele akkoord tussen menselijke rede en christelijk geloof is ook aanwezig in een ander fundamenteel principe van de gedachtegang van de heilige Thomas van Aquino; de Goddelijke genade vernietigt niet doch veronderstelt en vervolmaakt de menselijke natuur. Inderdaad, deze laatste is zelfs na de zonde niet helemaal bedorven, maar gekwetst en verzwakt. De genade, door God verruimd en meegedeeld door het mysterie van het mens geworden Woord, is een absoluut kosteloze gave waardoor de natuur genezen wordt, versterkt en geholpen om het aangeboren verlangen na te streven van het hart van elke man en vrouw: geluk. Alle mogelijkheden van het menselijk zijn worden in de Goddelijke genade gezuiverd, getransformeerd en verheven.

Een belangrijke toepassing van deze relatie tussen natuur en genade ligt in de moraaltheologie van de heilige Thomas van Aquino, die zeer actueel lijkt. Op dat vlak plaatst hij in het centrum van zijn leer de nieuwe wet, de wet van de heilige Geest. Met een diep Evangelische blik benadrukt hij het feit dat deze wet de genade is van de Heilige Geest die iedereen gegeven wordt die in Christus gelooft. Met deze genade verenigt zich het geschreven en mondelinge onderricht van de doctrinaire en morele waarheden die de Kerk doorgeeft. Terwijl de heilige Thomas de fundamentele rol in het morele leven benadrukt van de werking van de heilige Geest, van de genade – waaraan de Goddelijke en morele waarden ontspringen, geeft hij te verstaan dat elke christen de andere perspectieven van de Bergrede kan bereiken als hij in een waarachtige geloofsverhouding met Christus leeft, als hij zich openstelt voor de werking van Zijn heilige Geest. Maar – zegt de heilige Thomas van Aquino erbij – “zelfs indien de genade doeltreffender is dan de natuur, is de natuur voor de mens essentiëler” 4; in de natuur is in christelijk moreel perspectief plaats voor de rede die in staat is de morele natuurwet te onderscheiden. De rede kan deze erkennen door te zien wat goed is om te doen en wat is goed is om te vermijden ten einde het geluk te bereiken dat ieder aan het hart ligt; de rede legt ook verantwoordelijkheid op tegenover de anderen en dus, het streven naar het algemeen welzijn. Met andere woorden, de deugden van de mens - Goddelijke en morele - zijn in de menselijke natuur ingeworteld. De Goddelijke genade begeleidt, steunt en stuwt het ethisch engagement doch volgens de heilige Thomas zijn alle mensen, gelovige en ongelovige, in zich geroepen de eisen van de menselijke natuur te erkennen die door de natuurwet uitgedrukt worden en zich eraan te inspireren voor het formuleren van positieve wetten, namelijk wetten die uitgevaardigd worden door burgerlijke en politieke autoriteiten om de menselijke samenleving te reglementeren.

Als de natuurwet en de verantwoordelijkheid die zij impliceert, genegeerd worden, opent men op een dramatische manier de weg voor ethisch relativisme op individueel vlak en voor totalitarisme van de Staat op politiek vlak. De verdediging van de universele rechten van de mens en de affirmatie van de absolute waarde van de menselijke waardigheid veronderstellen een fundament. Is dit fundament niet de natuurwet met de ononderhandelbare waarden waarnaar zij verwijst? De eerbiedwaardige Johannes Paulus II schreef in zijn encycliek “Evangelium Vitae” woorden die zeer actueel blijven: “Het is voor de toekomst van de maatschappij en voor de ontwikkeling van een gezonde democratie noodzakelijk het bestaan te herontdekken van essentiële en oorspronkelijke humane en morele waarden, die voortvloeien uit de waarheid van het menselijke zijn zelf en die de waardigheid van de persoon uitdrukken en beschermen; het zijn dus waarden die niemand, geen enkele meerderheid noch Staat ooit kunnen creëren, wijzigen of afschaffen maar die men gehouden is te erkennen, te respecteren en te bevorderen”

Kortom, Thomas biedt een ruim concept van menselijke rede dat vertrouwen geeft: ruim, omdat het zich niet beperkt tot de ruimten van de zo gezegde empirisch-wetenschappelijke rede maar open staat voor ieder zijn en dus ook voor de fundamentele vragen van het menselijk leven die men niet opzij kan schuiven; dat vertrouwen geeft, omdat de menselijke rede, vooral wanneer zij de inspiratie van het christelijk geloof aanvaardt, een beschaving bevordert die de waardigheid van de persoon, de onvervreemdbare aard van zijn rechten en de dwingende aard van zijn plichten erkent. Het is niet verwonderlijk dat de leer over de waardigheid van de persoon, fundamenteel voor de erkenning van het onschendbare karakter van de mens, zich ontwikkeld heeft op het domein van het denken dat het erfgoed van de heilige Thomas van Aquino opgenomen heeft, die een zeer hoge opvatting had van het schepsel dat de mens is. Hij definieerde het in zijn strikt filosofische taal, als “het meest volmaakte in heel de natuur, namelijk een subject dat in een rationele natuur bestaat” 6.

De diepgang van het gedachtegoed van de heilige Thomas van Aquino komt voort – laten we dit nooit vergeten – uit zijn levend geloof en vurige vroomheid, die hij uitdrukte in geïnspireerde gebeden zoals het volgende, waarin hij God vraagt: “Verleen mij, ik smeek U, een wil die U zoekt, een wijsheid die U vindt, een leven dat U behaagt, volharding die U geduldig verwacht en een vertrouwen dat er uiteindelijk toe komt U te bezitten”.

Met dank aan rkdocumenten.nl

Fr. Robert Barron on St. Thomas Aquinas "The reality of God"

Felix Thomas O.P. met onze Stefan Ansinger O.P.

28 januari H. Thomas van Aquino 1225-1274


Doctor Angelicus in heilige levenwandel en subliem denken

Martyrologium Romanum:

De gedachtenis van de heilige Thomas van Aquino, priester uit de Orde van de Predikheren en kerkleraar, die, begiftigd met de hoogste intellectuele gaven, zijn uitstekende wijsheid aan anderen overdroeg in voordrachten en geschriften. Op weg naar het Tweede Oecumenisch Concilie van Lyon, waarvoor hij door de zalige paus Grgeorius X was uitgenodigd, stierf hij op 7 maart in het klooster van Fossanova in Latium. Na vele jaren werd zijn lichaam op deze dag overgebracht naar Toulouse.

Eucharistie
De geleerdheid van Thomas ging gepaard met een hoog ontwikkelde religiositeit waarbij de Eucharistie centraal stond. In opdracht van paus Urbanus IV ontwikkelde Thomas de liturgie van het nieuwe feest ter ere van het Heilig Sacrament. Voor dit feest schreef hij beroemde hymnen als Lauda Sion en Pange lingua, waarover hierna meer.

Jeugd
Thomas werd in 1225 geboren op een landgoed nabij Napels, als zoon van graaf Landulph van Aquino. Zijn ouders vertrouwden zijn opvoeding en opleiding toe aan de benedictijnen van de abdij van Monte Cassino. Als jongeman ging hij in Napels studeren en kwam daar in contact met de nog jonge bedelorde van Sint Dominicus.

Dominicanen
In 1243 besloot Thomas in te treden bij de dominicanen. Die beslissing stuitte op felle weerstand bij zijn adellijke familieleden. Met alle mogelijke middelen probeerden ze hem vergeefs op andere ideeën te brengen. Hij vervolgd zijn studie in Napels en belandde later in Parijs en Keulen. Daar studeerde hij onder zijn medebroeder Albertus Magnus af in de filosofie en de theologie.
Doctor Angelicus

Als docent verwierf Thomas, die Doctor Angelicus ('Engelachtige Leraar') wordt genoemd, grote faam. Hij was een van de belangrijkste denkers van de Middeleeuwen. Zijn omvangrijke hoofdwerk Summa theologiae is een totaaloverzicht van de katholieke leer. Die leer legde hij uit met behulp van de Kerkvaders en heidense filosofen als Plato en Aristoteles. Dat hij de laatste bijzonder wijsgerig gezag toedichtte, kwam hem aanvankelijk duur te staan. Enkele van zijn op Aristoteles gebaseerde stellingen werden in 1277 door de bisschop van Parijs veroordeeld. Maar deze veroordeling werd kort daarna herroepen.

Heilig verklaard
In 1274 ging Thomas op weg naar het Tweede Concilie van Lyon, waar hij de paus moest bijstaan als theologisch raadsman. Onderweg stierf hij op 7 maart in de cisterciënzerabdij van Fossanova. Op 28 januari 1369 werd zijn lichaam naar Toulouse overgebracht. Thomas werd in 1323 heilig verklaard en in 1567 verheven tot Kerkleraar. Paus Leo XIII verhief in 1879 de leer van Sint Thomas, het thomisme, tot de officiële filosofie van de Rooms-Katholieke Kerk.

woensdag 27 januari 2021

H. Thomas van Aquino, priester en kerkleraar 1225-1274

 


1 Trouw aan zijn roeping.
Het gravengeslacht van Aquino leefde in Midden-Italië. Thomas werd op 5-jarige leeftijd naar Monte-Casino gebracht om onder leiding van zijn oom Abt Sinibald daar te worden opgevoed. Volgens de wens van zijn ouders zou hij daar voorbereid  worden om zijn vader op te volgen. Maar God greep in. Op 18-jarige leeftijd leerde hij in Napels het wetenschappelijk werk en de predicatie van de Dominicanen kennen. Zonder zijn familie te verwittigen ruilde hij het Benedictijnse ordeskleed met dat van de bedelmonniken. Zo plegen mensen, die geheel en al zuiver van hart zijn, de roep van God te beantwoorden. Thomas had van kindsbeen af als ijverige Maria vereerder de deugd van zuiverheid beoefend. Geen wonder, dat hij de Wil van God onmiddellijk herkende. Hij zag af van de schitterende loopbaan om één van de machtigste abten ter wereld te worden. Noch smeekbeden, noch tranen, noch dreigementen, noch zachte aandrang van de kant van zijn verwanten konden hem van zijn voornemen afbrengen. Toen zijn broeders hem oppakten en hem op het kasteel San Giovanni opsloten, bleef hij onverzettelijk. Een slechte vrouw joeg hij met brandende toorn weg. Bijna in heel de toenmalige wereld sprak men van zijn gevangenschap. Paus en keizer grepen in. Toen hielp zijn moeder hem vluchten. Hij trok naar Keulen en werd een leerling van Albertus de Grote. De H. Thomas is een goed voorbeeld voor al degenen die God roept tot het religieuze leven. In zijn jeugd reeds beoefende hij de armoede door van alles, wat de wereld hem bood af te zien. Hij beoefende de zuiverheid met opmerkelijke trouw. Herkende hij duidelijk Gods Wil, dan was hij onvoorwaardelijk gehoorzaam.

Gebed:
God, laat ook ons zo naar de zuiverheid verlangen. Alle moeilijkheden wijken voor een vaste en bestendige wil. Omdat Gij, Heer, de grootste en beste Leermeester bent die Zich noch in vrijgevigheid noch in de liefde laat overtreffen, schenkt U aan uw getrouwen genade in overvloed. Heilige Thomas, engelachtige leraar, vraag voor ons de genade van zuiverheid, de genade van armoede en de genade van gehoorzaamheid.

2 Geestelijke opbouw van de Kerk.
De naam ‘engelachtige leraar’ (magister angelicus) is de Heilige Thomas niet zonder moeite toegevallen. In zijn grenzeloze afschuw voor elk zinnelijk genoegen kastijdde hij zijn lichaam, vastte hij, bad en hield nachtwaken. Voor alles echter heeft hij gewerkt met weergaloze ijver. Rust kende hij niet noch afleiding. Zijn lichaam moest met weinig slaap en met één enkele maaltijd per dag tevreden zijn. Des te vrijer regeerde zijn geest over de bekoringen die hij ondervond. Na de schoolbanken begon hij aan een grootse wetenschappelijke loopbaan.
Bijna heel de toen bekende wereld eerde hem. Met 27 jaar werd hij professor aan de Sorbonne van Parijs. In 1265 zien wij hem als leider van de Dominicaner ordeschool in Rome. Tijdens deze jaren in de Eeuwige Stad schonk hij ons zijn meesterwerk de Summa Theologica. Zij lijkt in haar geniale systematiek op het naar de hemel strevende bouwwerk van de dom van Keulen, in zijn conclusies zin voor zin opbouwend, van wetenschap en geloof tegelijkertijd doordrenkt, met op de top het Kruis.
De Heilig Thomas heeft in zijn werk een beeld van filosofie en theologie, een katholieke wereldbeschouwing geschapen dat tot dan toe niet duidelijker of overtuigender voor handen was. Wonderlijk dat iedereen zijn geschriften wilde hebben dat zij ware bronnen werden voor theologie en filosofie. De Kerk, aan wie Jezus Christus de sleutels van de wijsheid heeft toevertrouwd, gaat met haar levensvraagstukken nog steeds bij de H. Thomas te rade.
Hoe komt een mens aan deze wijsheid, tenzij door God geschonken? Zeer dikwijls ging de H. Thomas, wanneer hij voor moeilijkheden en wetenschappelijke problemen stond, voor het Kruis knielen en bad om verlichting. Jezus, de Gekruisigde was zijn eigenlijke boek waarin hij studeerde en oplossingen van grote problemen vond.

Gebed:
God, geef ook ons de genade om uit het boek van Uw Kruis te kunnen leren. Leer ons het leven van de Verlosser lezen. We nemen het Evangelie te oppervlakkig in de handen. Wij verdiepen ons daarin te weinig. Wij bidden vervolgens te weinig. Zo blijven wij trots, eigenzinnig en niet in staat Jezus Christus na te volgen, omdat wij Hem te weinig kennen. “Zalig de man, die Gij onderricht, Heer, hem onderwijst in Uw Wet.” (Ps. 93,12)

3 Nederig en bescheiden
Was de wijsheid van de H. Thomas groot, zijn heiligheid was nog groter. Deze was op een diepe nederigheid gebaseerd, die hem over zichzelf bescheiden liet denken. Thomas beschouwde zich ook als de laatste in zijn Orde, voor niets deugend en ieder eerbewijs onwaardig, terwijl de wereld vol hoogachting over hem sprak.
Hij ontvluchtte iedere uitwendige waardigheid. Toen de Paus hem het aartsbisdom Napels en het kardinalaat aanbood, wees hij deze bescheiden af. Hij was gewoon zich nooit te verdedigen. Des te krachtiger streed hij voor zijn Orde en voor de Waarheid van de Kerk. Op grond van zijn ijver sprak de Heer op een dag toen hij voor het Kruis knielde de woorden: “U hebt goed over Mij geschreven, Thomas. Welk loon zal Ik u daar voor geven?” De heilige antwoorde: “Geen ander dan Uzelf, Heer.” De Heilige Thomas beminde de Waarheid: “Eerder zou men geloven, dat een os door de lucht vliegt dan dat de mond van een christen liegt,” zij hij tot zijn medestudenten. Hij was een gehoorzaam en gewetensvol lid van zijn Orde. Vanwege een vermeende leesfout, door zijn overste bekritiseerd, veranderde hij het woord onmiddellijk, ofschoon het daardoor niet meer met de waarheid strookte. Tot zijn medebroeders zei hij echter even later: “Het maakt niet zoveel uit of een woord juist of verkeerd word uitgesproken, belangrijker is dat men weet te gehoorzamen.”
Volgen we het voorbeeld van de H. Thomas na. Laten we ijverige werkers zijn in de wijngaard van de Heer. Laten wij nederig en bescheiden zijn en de Waarheid beminnen. Laten we de zuiverheid van ons hart hooghouden. Laten we vóór alles echter gehoorzaam zijn.

Gebed:
Heer God, help mij, ik bekommer mij nog al te zeer om vergankelijke dingen, ik streef naar vluchtige eer, ik zoek de gunst van de mensen. Hoe weinig verricht ik mijn arbeid en de studie van de wetenschap omwille van U. Ik wil mij beteren, Heer. Kom mijn zwakheid te hulp. Ik wil de korte jaren van mijn leven benutten om heilig te worden, ik wil niet vragen wat de mensen van mij denken, ik wil slechts vragen wat U van mij denkt. Uw Wil zal ik vervullen.

(Uit P. Ludwig De Ponte sj, Meditationen zum gesamten Kirchenjahr z.j.)

H. Thomas van Aquino - De weg om tot het ware leven te komen


H. Thomas van Aquino  - De weg om tot het ware leven te komen

Die weg is Christus zelf, en daarom zegt Hij ook: “Ik ben de Weg.” Dat is begrijpelijk genoeg, want door Hem hebben wij toegang tot de Vader.

Maar omdat die weg niet veraf ligt van het eindpunt, maar ermee verbonden is, voegt Hij eraan toe: de Waarheid en het Leven; en zo is Hij tegelijk én Weg én doel. Hij is de Weg volgens zijn Mensheid, einddoel volgens zijn Godheid. Zo kan Hij dus zeggen naar zijn Mensheid: Ik ben de Weg, en naar zijn Godheid eraan toevoegen: de Waarheid en het Leven. Door deze twee termen wordt het einddoel van dat leven op juiste wijze aangeduid.

Want het eindpunt van deze weg is het doel van het menselijk verlangen. De mens toch verlangt vooral twee zaken: op de eerste plaats kennis van de waarheid, die hem als mens eigen is; op de tweede plaats de voortzetting van zichzelf, wat eigen is aan alle wezens. Christus echter is de Weg om tot de kennis van de waarheid te komen omdat Hij immers Zelf de Waarheid is: Geleid mij, Heer, in de waarheid en wandelen zal ik op uw weg. Christus ook is de weg om tot het leven te komen, omdat Hij toch Zelf het Leven is: Gij hebt mij de wegen naar het leven leren kennen.

En zo heeft Hij het einde van de weg aangeduid door de waarheid en het leven: beide zijn hierboven al op Christus toegepast. Eerst werd gezegd, dat Hij het Leven is: vandaar wordt er gezegd: in Hem was het Leven,  daarna is gezegd, dat Hij de Waarheid is omdat Hij het Licht der mensen was: het licht toch betekent waarheid.

Als ge dus zoekt langs welke weg ge moet gaan, neem dan Christus aan, want Hij is de Weg: Dit is de weg; bewandel die. En Augustinus zegt: Ga uw weg langs de Mens, en ge zult tot God komen. Want beter is het op de weg te hinken dan naast de weg flink te wandelen. Want die op de weg hinkt, ook al vordert hij weinig, komt bij het einde aan; maar wie naast de weg loopt zal, hoe steviger hij ook doorloopt, des te meer van het einddoel afdwalen.

Als ge echter zoekt, waarheen ge gaat, houd u dan aan Christus, omdat Hij de Waarheid is, waartoe wij verlangen te komen: Mijn gehemelte zal de waarheid overwegen. Als ge een plaats zoekt om er te blijven, hecht u dan aan Christus, want Hij is het Leven: Wie Mij zal vinden, zal het Leven vinden en redding verkrijgen van de Heer.

Daarom, hecht u aan Christus, als ge veilig wilt zijn; want ge kunt niet afdwalen, omdat Hij de Weg is. Van daar dat zij die Hem aanhangen, niet buiten de weg wandelen maar langs de juiste weg. Ook kan Hij niet misleid worden, want Hij is de Waarheid en leert ook alle waarheid: Hij zegt immers: Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid. Ook kan hij niet verontrust worden, want Hij is het Leven en geeft het leven, zoals Hij zegt: Ik ben gekomen, opdat zij het leven zouden hebben en wel in overvloed.

S. Thomæ de Aquino presbyter, Ex Expositione in Ioannem / Uit het Commentaar op het Johannes-Evangelie, (cap. 14, lect. 2)