Posts tonen met het label Relieken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Relieken. Alle posts tonen

vrijdag 15 juli 2022

Voordracht morgen om 14u! Waarom vereren wij de relieken van Wiro, Plechelmus en Otgerus en Odilia? En waarom doet U Uzelf tekort als U dat niet ook doet? Al minimaal 13 eeuwen worden op de Kerkberg en in Roermond de relieken van Wiro, Plechelmus, Otgerus en sinds 1686 ook die van de H. Odilia met toewijding vereerd.

Reliekenkist met reliekenpakket, geplaatst onder altaar Basiliek op de Kerkberg

Wie wel eens in Lourdes is geweest, heeft gezien dat gelovigen de Grot waar Maria aan Bernadette is verschenen met de hand aanstrijken, in Rome wordt ook de voet van het beeld van Petrus in de kerk waar zijn relieken rusten, gekust, en ook wij vereren aanstaande woensdag de relieken van Wiro, Plechelmus en Otgerus. We kussen de relieken en worden er persoonlijk mee gezegend- natuurlijk alleen wie dat wil! Wie heeft nooit gehoord over de Lijkwade van Turijn en wie heeft bij de brand in de Notre Dame kunnen missen dat de Doornenkroon van Christus die daar wordt bewaard -en is gered. Tot op vandaag reizen bijvoorbeeld de relieken van Theresia van Lisieux over de hele wereld om op vele plaatsen door velen intens te worden vereerd.

Wie niet Rooms Katholiek is, vindt dat allemaal vaak maar raar. We moeten constateren dat wie wel Rooms Katholiek is, het ook vaak allemaal maar raar vindt, en ook niet onmiddellijk in de auto, of op de fiets springt om aanstaande woensdag met ons te komen meebidden, meevieren en mee-vereren als de relieken van Wiro. Plechelmus en Otgerus of Odilia worden vereerd. Dat is jammer. Voor ons, want er is veel tijd en energie van de Pastoor, de koster, de zangers en de zusters (oefenen door koorzangers en zusters van het eigen misformulier en het daverende bedevaartslied dat alle klassieke kenmerken van een processielied heeft) en inmiddels ook een beetje geld gestoken (in reclame voor de dag, de productie van  een speciale noveenkaars, nieuwe Latijn-Nederkandse getijdenboekjes voor sext en noon, drie bidplaatjes met een nieuw door het bisdom goedgekeurd gebed en drie nieuwe litanieën) maar het is nog meer en meest jammer voor degenen die niet in beweging komen om de dag mee te vieren. U loopt genade mis! De wegblijvers trekken aan het kortste eind!

Wat zijn relieken? 
Het woord reliek komt van het Latijnse relinquere, wat achterblijven of resteren betekent. De
lichamelijke resten van heiligen bevatten de virtus (letterlijk: dapperheid/deugdzaamheid/heiligheid)
die aan de heilige persoon bij leven werd toegeschreven. De heilige was ook bij leven dicht bij God en in zijn relieken is God nog steeds nabij - dichterbij dan anders. Door dicht bij de relieken te zijn, kan God en de heiligheid in zijn meest krachtige vorm ervaren worden. Relieken zijn om deze reden begerenswaardige en kostbare voorwerpen. Niet alleen in de Middeleeuwen maar tot op de dag van vandaag worden relieken geroofd. Wie eigenaar is van een reliek, is daar trots op.

Er zijn drie categorieën relieken:
Eerste klasse: het gebeente van een heilige,
Tweede klasse: zaken die dicht bij een heiligen zijn geweest zoals kleding en
de derde klasse is alles wat met iets uit de eerste twee categorieën in aanraking is geweest. Door de eeuwen heen en overal worden wonderen beschreven bij nabijheid van relieken, niet alleen in Lourdes maar ook voor de relieken van Wiro, Plechelmus en Otgerus en Odilia in Sint Odilienberg- maar dat verklappen we pas, als U de hele tekst hebt gelezen.

Is er een Bijbelse fundering? 
Jazeker! Al in het Oude Testament worden relieken vereerd: "Toen enige mannen eens bezig waren iemand te begraven, zagen zij plotseling zo'n bende. Zij wierpen het lijk in het graf van Elisa en vluchtten weg. Zodra het lijk in aanraking kwam met het gebeente van Elisa, werd de man levend en rees hij recht overeind" (2 Koningen 13, 20-21). Strikt genomen werd hier niet eens vereerd, maar een lijk gedumpt. De helende kracht werkte toch.

In het Nieuwe Testament lezen we dat een vrouw genas die vol vertrouwen het kleed van Christus aanraakt: "Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed; zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters en haar gehele vermogen uitgegeven, maar zonder er baat bij te vinden; integendeel het was nog erger met haar geworden. Omdat zij over Jezus gehoord had, drong zij zich in de menigte naar voren en raakte zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: “Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik al genezen zijn.” Terstond hield de bloeding op en werd ze aan haar lichaam gewaar, dat ze van haar kwaal genezen was. (Marcus 5, 25-30).

Wat deden de eerste christenen? 
Vanaf het begin heeft de Kerk de verering van relieken bevorderd.  De H. Polycarpus van Smyrna (Martelaar) is een van de eersten van wie bekend is dat zijn stoffelijke resten als relikwie werden vereerd. Zijn graf lag in het zuid-oosten van de stad Izmir op de Mons Pagos, tegenwoordig Kadifekale; zijn relieken bevinden zich tegenwoordig in de San Ambrogio della Massima te Rome.

Wat zeggen de kerkvaders?
Kerkvader Hieronymus schrijft in zijn brief aan Riparius: "We aanbidden ze niet, we buigen niet voor het schepsel, maar voor de Schepper. maar we vereren de relieken van de martelaren om Hem beter te vereren voor wie de martelaren hun leven hebben gegeven.

Thomas van Aquino, systematisch denker, geeft een rij redenen voor de  verering van relieken van heiligen:
1. de relieken zijn een tastbare herinnering aan het leven van de heilige;
2. ze geven de kracht van God door zoals een vergrootglas de zon (kinderen weten dat je zo een vuur ontsteekt!);
3. het leven van de heilige was een wonder voor God op zichzelf en dat wonder is door zijn lichaam aan ons doorgegeven;
4. de vele wonderen (en dankbetuigingen (ex voto's) in heiligdommen bewijzen dat God behagen schept in de verering van relieken en degenen die relieken vereren, genade schenkt.

Wat zegt de Kerk nu? 
De Kerk laat zich hierover uit in het Directorium voor de Volksvroomheid verschenen in 2002: nummer 236: "Het Tweede Vaticaans Concilie heeft in herinnering gebracht dat "heiligen van oudsher zijn vereerd door de Kerk, en hun authentieke relieken  en afbeeldingen zijn vereerd. Er zijn vele vormen van verering in de volksdevotie ontstaan, zoals het kussen ven de relieken, het versieren met bloemen en het plaatsen van kaarsen als herinnering aan eerder gebed, het meedragen van relieken in  processies en ook het bezoeken met de relieken van zieken en stervenden om de voorspraak van heiligen te vragen. Deze praktijken moeten worden verricht met grote waardigheid en bij de gelovigen worden aangemoedigd",.

Heeft dan een voorwerp een genezende werking als een soort talisman? 
Neen, God gebruikt het geloof en de verering (en in geval van Christus) de aanbidding van de gelovige als bijzonder aangrijpingspunt voor de werking van zijn genade. We lezen nog even verder in het Evangelie: "Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust dat er een kracht van Hem was uitgegaan; Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg: “Wie heeft mijn kleren aangeraakt?” Zijn leerlingen zeiden tot Hem: “Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt: Wie heeft mij aangeraakt?” Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had. Wetend wat er met haar gebeurd was, kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen en bekende Hem de hele waarheid. Toen sprak Hij tot haar: “Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.” (ibidem 31-34). Christus zegt tegen de vrouw die genas na aanraking van zijn kleed: "Uw geloof, heeft U gered". Daar gaat het om!

En hoe zit dan met de relieken van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus op de Kerkberg?
Vanaf de achtste eeuw zijn de relieken van de Bergse heiligen in Berg vereerd. Zij brachten in deze streken het geloof. Daarvoor betaamt dankbaarheid. Geen geloof zonder voorafgaande verkondiging!
Al spoedig na hun dood werd voor de stoffelijke resten een praalgraf gebouwd - een plaats waar gelovigen naar toe kwamen om de heiligen te vereren. Toen in de negende eeuw de Kerkberg aan de aartsbisschop van Utrecht en zijn kapittel werd aangeboden als asiel, toen ze op de vlucht waren voor de Noormannen, hielden zij tot hun vertrek in de veertiende eeuw de verering van de relieken in stand. Bisschop Baldrerik gaf een deel van de relieken ter verering op andere plaatsen (bv Oldenzaal). De Utrechtse kanunniken brachten de relieken in de veertiende eeuw in  veiligheid binnen de muren van de stad Roermond. Daar bleek de veiligheid betrekkelijk want in de 80 jarige Oorlog hielden  in 1572 de Geuzen niet alleen huis door het afslachten van de martelaren van Roermond (bijna allen Kartuizers) maar ze roofden ook uit de kerken alles wat hun van waarde leek, ook om dat hun opdrachtgever Willem van Oranje geen geld had om hun soldij te kunnen betalen en het ook nog presteerde een huichelachtige brief te schrijven dat priesters, kloosterlingen en andere kerkelijke eigendommen moesten worden gespaard - dit even terzijde!). Toen de Geuzen klaar waren en het laatste losgeld voor de vrijlating van gegijzelde priesters eruit hadden geperst en vertrokken, werden de relieken van de Bergse heiligen gaaf aangetroffen en in de 17e eeuw (grotendeels) naar de Kerkberg teruggebracht - in een grote plechtige processie. Bij die gelegenheid genas een blind kind genaamd Catharina Rutten.

en die van de H. Odilia?
Na 1686 werd in de kerk van Sint Odiliënberg behalve de drie patroonheiligen ook Odilia van Keulen, patrones tegen oogziekten, door bedevaartgangers vereerd.  Uit de Historia ecclesiastica ducatus Geldriae (1719) van Knippenbergh blijkt dat toen Odilia van Keulen werd vereerd in Sint Odiliënberg. Volgens deze auteur heeft de plaats zijn naam ontleend aan de maagd en martelares Odilia, dat wil dus zeggen aan Odilia van Keulen. Daaraan voegde hij toe dat Reginaldus Cools (1618-1706), de bisschop van Roermond, bij de (her-) wijding van de kerk in 1686 relieken van Odilia ten geschenke heeft gegeven.  Een nieuwe Odilia-aflaat werd op 19 april 1837 door paus Pius IX verleend. De kerk beschikte, zo werd verklaard, over relieken van Odilia, maagd en martelares, die veelvuldig door bezoekers werden vereerd, in het bijzonder door lijders aan oogziekten. Op 5 juli 1885 verleende paus Leo XIII een nieuwe aflaat op het feest van Odilia. Sedertdien kon men deze niet alleen verdienen op de derde zondag van juli maar ook gedurende het octaaf. Dagelijks was er dan gelegenheid tot verering van haar reliek. De zieken werden gezegend en men kon aan Odilia gewijd water verkrijgen

Al minimaal 13 eeuwen worden op de Kerkberg en in Roermond de relieken van Wiro, Plechelmus, Otgerus en sinds 1686 ook die van de H. Odilia met toewijding vereerd. In de negentiende eeuw bezochten jaarlijkse vele groepen pelgrims de Kerkberg, parochies, scholen,  gebedsgroepen.
Nog veel meer is hierover te vertellen maar daarvoor is een bijdrage op een weblog niet de gelegenheid. Wie meer wil weten, moet woensdag gewoon naar de Kerkberg komen - de uitgebreide voordracht over de verering van de relieken wordt twee maal gehouden - voor wie overdag komt en voor wie na zijn werk wil komen vereren (- in een moeite ook nog wat leren). Alles is in gereedheid - omnia parata inclusief een nieuwe devotiekaars!






dinsdag 12 juli 2022

Relics and Reliquaries: A Matter of Life and Death - lecture of Cynthia Hahn



"A not unusual modern response to reliquaries is disgust – after all they often contain bones. To understand their presence, even their glorification, it must be admitted that the bones are not the ordinary subject of horror, rather as the bones of the blessed, “dem bones gonna rise again”!  In a Christian understanding they will be instrumental in linking heaven and earth.  Relics (with the help of their reliquaries) lead away from death and horror through intercession and access to salvation.  Indeed, only in a later, almost modern development did the bones – and the “economy” of death – become a subject of fascination in themselves.

Cynthia Hahn is a Professor of Art History and the Director of Graduate Studies in Art History at Hunter College (City University of New York). She earned her Ph.D. from the Johns Hopkins University and her MA from the University of Chicago. A specialist in early and late medieval art history, she has previously held teaching positions at Florida State University where she was Gulnar K. Bosch professor of Art History, the University of Chicago, the University of Delaware, and the University of Michigan. She participated in the planning of the major exhibition “Treasures of Heaven: Saints, Relics and Devotion in the Middle Ages”. Her recent publications include Portrayed on the Heart: Narrative Effect in Pictorial Lives of the Saints from the Tenth through the Thirteenth Century (2001) and Strange Beauty: Issues in the Making and Meaning of Reliquaries, 400–circa 1204 (2012), as well as numerous journal articles and contributions to edited collections".

maandag 30 september 2019

10.000-den in Verenigd Koninkrijk vereerden relieken H. Theresia van Lisieux in september 2019


"To return to Thérèse’s case, it is a fact that when people stand in the presence of her mortal remains or have some contact with her poor relics, as with petals from an unpetalled rose, God, who received through her humanity so many signs of love, is pleased in turn to manifest his love through her bodily remains.

From these poor signs, God’s salvific power reveals and unfolds itself. To become convinced it is enough to read the many volumes recounting favors and cures obtained through contact with Thérèse’s relics, as well as the abundant correspondence that arrives daily in Lisieux.

And who can name all those who cherish in their wallets or among their personal papers an image bearing the words “cloth touched to the relics of the Saint?” Truly we find ourselves in another logic, arising from the words of Jesus: “I give you praise, Father, Lord of heaven and earth, for although you have hidden these things from the wise and the learned you have revealed them to the childlike” (Lk 10:21)".

van franciscanmedia

En degenen die nog steeds niet begrijpen waarom we relieken vereren, kunnen misschien deze bijdrage nog eens herlezen.

woensdag 19 juni 2019

19 juni H. Romualdus - bijna vermoord wegens zijn relieken!


Sint-Romualdus werd geboren in een adellijke familie te Ravenna. Nadat zijn vader hem had meegenomen naar een bloedig duel, trok hij zich rond de leeftijd van 20 jaar in de eenzaamheid terug om een leven van boete en versterving te leiden. Hij trad in bij de abdij van Sant'Apollinare te Classe.[1] Romualdus werd door belangrijke kerkelijke en politieke leiders gevraagd voor advies. Zo bracht hij keizer Otto III tot inkeer. Deze benoemde hem tot abt van de abdij van Sant'Apollinare te Classe. Een jaar later legde Romualdus zijn ambt neer en trok zich terug in de abdij van Montecassino. Hij werd de stichter van verschillende gemeenschappen van kluizenaars, waaronder de belangrijkste die van Camaldoli in Toscane (1012). Laatstgenoemde stichting gaf haar naam aan de kloosterorde der Camaldulenzers, die met gebruikmaking van de regel van Benedictus kluizenaarsleven en kloosterlijke gemeenschap met elkaar verbindt.

Tijdens zijn leven probeerde een groep mensen zijn botten te bemachtigen als relikwie en trachtte hem daarvoor te vermoorden. Hij ontkwam echter aan zijn belagers.[2] Romualdus stierf in het jaar 1027 in de abdij van Val di Castro in de buurt van Fabriano.

(Hoewel wij een grote en vurige verering voor relieken hebben, vooral van HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus en Odilia)  gaat ons dit wat te ver!)