Posts tonen met het label Peter Nissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Nissen. Alle posts tonen

vrijdag 12 november 2021

Kees Fens-lezing 2021 Machtelt Brüggen Israëls Het onzichtbare verklankt" met commentaar Peter Nissen

 ‘De hemel is naar beneden gekomen en ligt nu om ons heen, in scherven op de aarde.’ Zo sprak Kees Fens. Gebroken is de gelukkige eenheid van religieuze en seculiere kunst waarmee de westerse beschaving doorschoten was. Maar in meerstemmige muziek vond Fens een manier om de hemelscherven weer even aan elkaar te lijmen. Die muziek, vooral van Monteverdi, was volgens Machtelt Brüggen Israëls dan ook verbonden met de plaatsen waar zij klonk. Muziek bestond in tekst, beeld en ruimte. Omgekeerd waren tekst, beeld en ruimte met de muziek verweven. Juist doordat meerstemmige muziek vorm en plaats had aan- en ingenomen is het voor ons nu een schatkamer van de herinnering. Van herinnering aan waar zij klonk en aan wie ernaar luisterde. Aan waar muziek was.

Tekst nog niet verschenen maar wel veel informatie op keesfensstichting.nl

Uit een van de onvolprezen stukken van kloostervriend Peter Nissen op facebook over deze lezing:

Heel bijzonder was bijvoorbeeld haar uitleg van het motet Duo Seraphim. Monteverdi heeft waarschijnlijk in 1605 de muziek gecomponeerd voor de feestelijke installatie van de drie doeken van de Triniteit, die Pieter Paul Rubens schilderde voor de kerk van de Santissima Trinità in Mantua. Bij die verbeelding van de Triniteit heeft Monteverdi, zo suggereerde zij, zijn Duo Seraphim gecomponeerd. Later heeft hij die ingevoegd in zijn toonzetting van het avondgebed van de kerk, de Mariavespers. Duo Seraphim begint, zoals de titel aangeeft, als een duet van twee tenoren, de twee serafijnen, die elkaar het driewerf heilig uit het Bijbelboek Jesaja (6,3) toezingen. Maar dan voegt zich een derde stem erbij. In polyfonie zingen zij de tekst uit de Eerste Johannesbrief over de drie getuigen in de hemel (1 Johannes 5, 7-8). Maar op de woorden ‘en deze drie zijn één’ komen de drie tenoren in unisono bij elkaar. ‘Monteverdi heeft het onzichtbare verklankt,’ aldus Machtelt Brüggen Israëls: ‘Wat de teksten trachten uit te spreken, geeft de muziek te vermoeden.’ 

en nu de muziek:



zaterdag 16 oktober 2021

Jan Pieterszoon Sweelinck (1561-1621) Cantiones sacrae



Met dank overgenomen tekst van Peter Nissen op facebook:

Vandaag is het vierhonderd jaar geleden dat in Amsterdam de Nederlandse componist Jan Pieterszoon Sweelinck overleed. Vier dagen later werd hij begraven in de oostelijke kooromgang van de Oude Kerk in Amsterdam, waar hij al in 1577, op vijftienjarige leeftijd, tot de vaste organisten behoorde. Joost van den Vondel dichtte het volgende grafschrift voor hem:
Dits Sweelinck's sterfelyk deel, ten troost ons nagebleven
't Ontsterfelyk hout de maet by Godt in 't eeuwig leven
Daer streckt hy, meer dan hier omvatten ons gehoor
Een goddlycke galm in aller Enghlen oor.
In 1578 was de stad Amsterdam overgegaan tot de Reformatie, de zogenaamde Alteratie, maar dat was een redelijk verdraagzame overgang. Na de Alteratie bestond nog altijd bijna een derde van de magistraat, het stadsbestuur van Amsterdam dus, uit katholieken, zij het dan van de gematigde soort. En Sweelinck kon gewoon door blijven spelen in de Oude Kerk, niet meer tijdens de kerkdiensten zelf, want die vonden voortaan plaats volgens de gereformeerde eredienst, maar wel voor en na de kerkdiensten. Hij zou dat zijn leven lang blijven doen, vierenveertig jaar lang. Enkele strikte predikanten hadden het orgel willen afbreken (het wordt immers nergens in de Bijbel genoemd), maar dat kon gelukkig niet, want de orgels waren geen eigendom van de kerk, maar van de stad. De organisten waren dus in stedelijke dienst. Sommige organisten gingen over naar de nieuwe religie, maar de katholiek gedoopte en gevormde Sweelinck zo goed als zeker niet. En hij bleef spelen in de kerk, niet alleen voor en na de diensten, maar ook overdag en ‘s avonds, als de kerk voor publiek geopend was, vooral tijdens de winteravonden.

zaterdag 24 juli 2021

‘t kump good, en ‘t kumpt ouch good’ - overweging van Peter Nissen, vriend van het klooster bij de 17e zondag door het jaar - overgenomen van Facebook

 


Het hoge water en de overstromingen van de afgelopen anderhalve week hebben ons nog eens geconfronteerd met de ambivalentie van water. Wij hebben water nodig, wij bestaan zelf voor ongeveer zestig procent uit water, wij kunnen niet leven zonder water. Maar tegelijk kan water ook een levensbedreigend fenomeen zijn, een vernietigende kracht, je kunt er letterlijk in ten onder gaan.

In de evangelielezing van deze zesde zondag van de zomer of zeventiende zondag door het jaar, althans die volgens het oecumenisch leesrooster (het katholieke leesrooster heeft vandaag een andere evangelielezing), Marcus 6,45-52, ervaren de leerlingen van Jezus de angst voor het water. Zij zitten in een boot op het meer van Galilea, een meer met de grootte van een zee, en nu voor het eerst zonder Jezus, door exegeet Bas van Iersel zo mooi ‘een vreemde varensgezel’ genoemd, en ze ervaren tegenwind. Ze worden door angst bevangen en raken in paniek. ‘Ze waren helemaal van hun stuk gebracht,’ zegt Marcus.
En dan komt Jezus op hen toe, over het water, en zegt: ‘Ik ben het, wees niet bang!’ Het is, ik heb het al vaker gezegd, de kernboodschap van de Hebreeuwse Bijbel en het Nieuwe Testament: wees niet bang, houd moed. Volgens een vrome joodse traditie zou het 365 keer in de Bijbel staan, voor elke dag één keer. Belangrijk is vooral dat je dat niet alleen tegen jezelf moet zeggen, maar dat een ander dat tegen je zegt. In het evangelieverhaal is het Jezus die het tegen de leerlingen zegt. In het dagelijks leven kunnen wij de stem van God zijn als we het tegen elkaar zeggen. Geloven is vertrouwen.
In mijn dierbare vaderland Nederlands-Limburg zijn geen dodelijke slachtoffers gevallen, maar is wel veel materiële schade geleden. In de media-aandacht voor het hoge water in Limburg viel mij op dat niet-Limburgse journalisten en andere talking heads vooral bezig waren met de schuldvraag en de oer-Hollandse vraag ‘wie gaat de schade betalen?’ De Limburgse slachtoffers hoorde ik in de media vooral uitspraken doen als ‘het zijn maar spullen’ en ‘wij hebben elkaar nog.’ In het NOS-journaal zei een mevrouw uit Valkenburg aan de Geul, van wie het hele huis meer dan een meter hoog onder het water had gestaan en die veel spullen was kwijtgeraakt: ‘Veer zègke in Limburg altied, ‘t kump good, en ‘t kumpt ouch good’ (wij zeggen in Limburg altijd, het komt goed, en het komt ook goed). Ik vond het een ontroerend getuigenis van vertrouwen.
[De in Arnhem wonende Engelse kunstenares Chris Los-Baxter maakte een mooie pentekening bij de tekst van de evangelielezing, die zij enkele jaren geleden exposeerde in de remonstrantse kerk in Oosterbeek waar ik toen predikant was. Zij staat nu in onze huiskamer, maar vanmorgen staat zij in de DoRe-kerk in Nijmegen, als ik daar om 10.30 uur mag voorgaan en over deze tekst zal preken.]