Posts tonen met het label Kerkwijding H. Grafkerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerkwijding H. Grafkerk. Alle posts tonen

maandag 28 april 2025

"The Holy Sepulcher: Archaeology says the Evangelists were right"

 
from website Aleteia.org
"On October 20th, 2016, one of the most exciting events in centuries took place: the opening of the marble slab guarding the place tradition claims was the tomb of Jesus, inside the Basilica of the Holy Sepulcher in Jerusalem.
Underneath that slab there was a second slab, also of gray marble, containing a slit along its side and bearing a Lorraine Cross. Most likely, this is from the time of the Crusades, from the beginning of the 12th century.
Once the second slab was removed, the surprises began, according to testimonies gathered from different sources. Right below this slab, a fundamental piece of the site was discovered: an ordinary stone bench excavated in the rock that is directly connected with the vertical wall, also excavated in the rock behind it.
The chronicles of medieval travelers such as Félix Faber (1480), who saw the edicule without the actual covering marbles, testify that the bank and wall formed a single piece of stone. This corresponds to the northern wall of the small room: the place traditionally venerated as Jesus’ tomb.
The second surprise revealed the south wall of this room corresponded to a second vertical wall, also made out of ordinary rock, about two meters high. In sum, the Edicule of the Basilica of the Holy Sepulcher contains a site consisting of two stone walls (north and south) and a bank (to the north side) — all dug out of the rock. This setup corresponds to a “sepulchral chamber” one could only gain access by going down, as it was below the level of the outer land. The original stone floor of the tomb, still to be discovered, is to be found under the present marble pavement.
The archaeological elements described agree with the documentary data of the Gospels, as in Matthew 27, Mark 15-16, Luke 24, and John 19-20. That is why it is legitimate to suppose that this is in fact the tomb of Jesus".

donderdag 14 juli 2022

15 juli - Kerkwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem


15 juli
In Dedicatione Basilicæ Cathedralis Sanctissimi  Sepulcri  Domini Nostri Iesu Christi
Latijns Patriarchaat van Jeruzalem en Kanunnikessen van het H. Graf vieren de
Kerkwijding van de Basiliek van het Allerheiligste Graf van Onze Heer Jezus Christus

Op 15 juli van het jaar 1099 viel de stad Jeruzalem na een moeizame belegering van vijf weken in de  handen van de deelnemers aan de Eerste Kruistocht. De laatste dagen voor de val van Jeruzalem werd een algemene vasten gehouden en liep men in processie barrevoets, psalmen zingend en onder trompetgeschal rond de muren van de stad. Tijdens de bestorming van 15 juli slaagden twee broers uit Doornik, gevolgd door Godfried van Bouillon en de zijnen erin aan de noordoostkant van de stad op de stadsmuren te komen terwijl de kruisridder Raymond van Toulouse zich een doorgang aan de westkant baande.
Met de verovering van Jeruzalem op de dynastie van de Fatimiden werd de grondslag voor het koninkrijk Jerusalem gelegd, bijna vier jaar na de oproep “Deus lo vult” – God wil het, en nadat ieder die het kruis opnam (Mt 10,38) een rood kruis van stof op zijn mantel had gehecht.
Na het bloedblad wisten de kruisvaarders zich het bloed af en trokken onder het zingen van dankliederen naar het Graf van Christus dat nu weer vrij toegankelijk was.
Godfried van Bouillon, die de koningstitel niet wilde dragen in de stad waar Christus de doornenkroon had moeten dragen, werd op 22 juli gekroond tot Advocatus Sancti Sepulcri - "Beschermer van het Heilige Graf”.

Een eeuw die gekenmerkt was door verschrikkelijke politieke gebeurtenissen en neergang werd met deze christelijke zege afgesloten.

Bij een beoordeling van de Eerste Kruistocht – het begrip bestond niet in die tijd – heeft men  naast de ontwikkeling van het concept “rechtvaardige oorlog” de sterke opkomst en zelfs bloei van het fenomeen peregrinatio te wegen welke in toenemende mate aantrekkelijker werd ook al kon men zich bij een bedevaart naar het Heilig Graf maar het best goed bewapenen gezien de ervaringen van bijvoorbeeld bisschop Gunther van Bamberg die in 1064/1065 met een groep van 7000 pelgrims onderweg naar Jeruzalem in de omgeving van Ramla (tegenwoordig omgeving Tel Aviv) door moslims werden overvallen.

Een kleine eeuw (1099-1187) zou Jeruzalem weer een christelijke metropool zijn.

Aan de kerk van het Heilig Graf met de Rotonde en het Aediculum met daarbinnen de plaats van het H.Graf werden in de volgende decennia in grote stijl verschillende romaanse bouwdelen toegevoegd: een uitgebreid koor met koorommegang en straalkapellen voor de viering van de liturgie van de H.Eucharistie en het Goddelijk Officie, een nieuwe gevel in het zuiden en de klokkentoren, de Golgotha -, de Helenakapel en de onderaards gelegen kapel van de Kruisvinding  als belangrijkste elementen.

De historische berichten over de bouwactiviteiten zijn schaars. Onmiddellijk na de verovering van Jeruzalem door de kruisvaarders werd een nieuwe patriarch benoemd. De Griekse patriarch was kort tevoren in ballingschap gestorven, zodat een kandidaat van de Latijnse ritus zonder complicaties de patriarchale zetel kon overnemen en tot het einde van de kruisvaarderstijd hier kon resideren. De liturgie in de H. Grafkerk werd toevertrouwd aan een door Godfried van Bouillon ter plaatse geïnstalleerd kapittel van 20 kanunniken onder de bevoorrechte naam Canonici Ecclesiæ Gloriossimi Sepulcri Domini Nostri Iesu Christi – kanunniken van de kerk van het glorierijke Graf van O.H. Jezus Christus -   die in 1114 die in Regel van de H.Augustinus aannamen en “regulares”- regulier werden. Zij verbonden zich aldus tot gehoorzaamheid, armoede en kuisheid en leidden een gemeenschappelijk leven onder leiding van de patriarch of van zijn plaatsvervanger, de prior van het kapittel.
Gebonden aan de kerk van het Heilig Graf zagen zij hun taken in dezelfde lijn als die van andere kanunnikenkapittels, maar nu in de bijzondere, specifieke omgeving van de H.Grafkerk in Jeruzalem, de materiële plaats van de Dood en de Verrijzenis van Christus genoten zij het unieke voorrecht  de wacht te houden bij de meest waardevolle Relieken van de christenheid :  het Graf en het Kruis van de Heer. Deze opdracht, in navolging van de Engel op Paasmorgen, bepaalde dan ook de andere taken en de spiritualiteit van het kapittel van de H.Grafkerk, voor de christenen immers centrum van bijzondere geestelijke geloofsbeleving, uitstraling en aantrekkingskracht.

Voor hun leven in gemeenschap werd voorzien in een kruisgang en belendende conventsruimten.

Van het kanunnikenkapittel in Jeruzalem stammen alle kanunniken- en kanunnikessen-kloosters in Zuid-, Midden- en West-Europa af.

Er is geen contemporaine verhalende bron bekend van de wijding van het nieuwe gebouw. Slechts uit een fragmentarisch overgeleverde inscriptie is bekend, dat op 15 juli 1149 een wijding plaatsvond – precies vijftig jaar na de verovering van Jeruzalem door de kruisvaarders.
De wijdingstekst bevindt zich boven de Golgothakapel, aan de gevel van de Calvarieberg dus,
en heeft ook qua inhoud op deze kapel betrekking:  “Est locus iste sacer, sacratus sanguine Christi / Per nostrum sacrare sacro nichil addimus isti. / Sed domus huic sacro circum superedificata / Est quinta decima Quintilis luce sacrata / Cum reliquis patribus a Fulcherio patriarcha, / Cuius tunc quartus Patriarchatus annus; / Septem septies capta  et semel uns ab urbe, / Quæ similis puri fulgebat stamina auri, / Ex ortu Domini numerabantur novemque / …iudices…” welke vertaald luidt: “Deze plaats is heilig, geheiligd door het Bloed van Christus, / Door onze wijding hebben wij niets aan zijn heiligheid toegevoegd. / Maar het huis, dat rondom en boven deze geheiligde plaats werd gebouwd, / werd op de 15e juli gewijd. / Met andere aanwezige Vaders / door patriarch Fulcher, / die toen juist in het vierde jaar van zijn patriarchaat was, / in het vijftigste jaar sinds de inname van Jeruzalem. / Dat toen als zuiver goud schitterde / vanaf de Geboorte van de Heer gerekend / elfhonderd en negenenveertig jaar…

Het Kerkwijdingsfeest van de H.Grafbasiliek stond in de oudste kalendaria van de H.Graforde op de 15e juli genoteerd “quam solemniter celebramus juxta voluntatem et præceptum D. Fulcherii, patriarchæ” - dat wij naar wens en voorschrift van Heer Fulcher, patriarch, plechtig vieren”- samen met de gedachtenis “In liberatione S. Civitatis Jerus. de manibus Turcorum” – de gedachtenis van de Bevrijding van de H. Stad Jeruzalem uit handen van de Turken. Hiervan getuigen het Handschrift Barberini (1160) en het 15e eeuwse Antiphonarium van het kanunnikenklooster te Sint Odiliënberg.

Over de betekenis van Kerkwijding als liturgisch ritueel is veel te zeggen, ook over die vroegere Inwijding van de H. Grafkerk op 13 september 335 bij welke plechtigheid het H.Kruis werd getoond dat ter verering werd opgeheven en waaraan het feest van Kruisverheffing op 14 september zijn naam dankt.

Katholieke kerken onderscheiden zich door hun bezieling vanwege de aanwezigheid van Christus Zelf. Die mysterievolle aanwezigheid maakt de ruimte heilig, vervuld van Christus, vervuld van Gods liefdevolle `zijn`, vol aandacht voor iedere mens.
Het katholieke kerkgebouw heeft dus een grote symbolische betekenis: het is het beeld van “Gods woning onder de  mensen” (Apoc 21,3) en verwijst naar het ‘mysterie van de tempel’ dat tot stand is gekomen
-          in het Lichaam van Christus (vgl. Joh 2,21: “Jezus sprak over de tempel van zijn lichaam”),
-          in de kerkgemeenschap (vgl. 1 Pe 2,5: “Laat ook u zelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel”) en
-          in de individuele gelovigen (vgl. 1 Kor 3,16-17: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij”; 1 Kor 6,19: “Gij weet het, uw lichaam is een tempel van de heilige Geest, die in u woont, die gij van God hebt ontvangen” en 2 Kor 6,16: ‘Welnu, de tempel van de levende God, dat zij n wij. God heeft het zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn”.
Zo is dus de hoogste en uiteindelijke woning onder de mensen de verrezen Christus Zelf (vgl. Joh 2, 18-21); Apoc 21,22) rondom Wie de gemeenschap van de leerlingen, die op haar beurt het nieuwe huis van de Heer is, zich verzamelt en organiseert (vgl. 1 Pe 2,5 en Ef 2,19-22).


Wanneer wij als kanunnikessen van het H.Graf de Kerkwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem vieren, bindt ons de spirituele afstamming van het kapittel dat in 1099 aldaar werd geïnstalleerd om tot lof van God en tot heil van de mensen de H.Eucharistie en de Getijden te vieren, maar bindt ons vooral de heiligheid van deze plaats waar Jezus Christus, als het ware bijna tastbaar, heeft geleden, is gekruisigd, is gestorven, is begraven en is verrezen. Het zijn de fundamentele mysteries van het katholiek geloof die onlosmakelijk verbonden zijn met de plaats van de Heilig Grafkerk. “Sepulcrum eius erit gloriosum” – Zijn Graf zal heerlijk zijn (Jes 11,10) – dood en verrijzenis komen er immers samen: de dood is door de Dood en de Verrijzenis definitief overwonnen.*

*Bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van een groot aantal bronnen waarvan het buiten het bestek van deze weblogbijdrage valt die hier allemaal te noemen 




Hymne bij Kerkwijding basiliek Heilige Graf te Jeruzalem


15 juli
In Dedicatione Basilicæ Cathedralis Sanctissimi  Sepulcri  Domini Nostri Iesu Christi
Latijns Patriarchaat van Jeruzalem en Kanunnikessen van het H. Graf vieren de
Kerkwijding van de Basiliek van het Allerheiligste Graf van Onze Heer Jezus Christus

HYMNE UIT HET GETIJDENGEBED

Sacri Sepúlcri glóriam,
Christi triúmphis ínclytam,
dulci repléti gáudio
lætis canámus vócibus.

Laat ons met blijde stem,
vervuld van zoete vreugd,
de glorie van het Heilig Graf bezingen,
luisterrijk door Christus’ triomfen.

O Petra gemmis cárior!
Thesáure cunctis dítior,
qualem noc aula príncipum,
nec gaza cláudit dívitum.

O Rotsgraf, meer geliefd dan edelstenen!
Schat die alle schatten in kostbaarheid overtreft,
zoals noch het paleis der vorsten
noch de schatkamer der rijken er een bevat.

Nam tu nec auri múnera,
nec príncipum fluxas opes,
sed illud imménsum sacri
prétium tulísti Córporis.

Gij vloeit immers niet over van gouden geschenken
noch van de rijkdom der koningen;
maar gij hebt die onmetelijke prijs
van het Heilig Lichaam gedragen.

At Christe, ditas qui tuum
caro Sepúlcrum Sánguine,
tuos, rogámus, sérvulos
donis tuis fac dívites.

Gij, Christus echter, die uw Graf,
verrijkt door uw dierbaar Bloed,
U vragen wij, maak uw dienaars rijk
met uw gaven.

Deo Patri sit glória,
et Fílio, qui a mórtuis
surréxit, ac Paráclito,in sempitérna scula. Amen.

Aan God de Vader zij de eer
en aan de Zoon die uit de doden
is opgestaan, en aan de Vertrooster

in de eeuwige eeuwigheid. Amen.

A Tour inside the Church of the Holy Sepulchre


De H.Grafkerk van Jeruzalem: Locus iste santus est Deze plaats is heilig

Wie de H. Grafkerk in Jeruzalem bezoekt komt op de meest heilige plek van het H. Land. Jeruzalem is de stad waar de tempel stond met de ark van het verbond, overdekt door de gouden plaat van de verzoening: de troon van de onzichtbare God. Aan de uiteinden van de verzoeningsplaat stonden twee cherubs (Ps 80, 2): De meest intieme plaats van dit heiligdom dat alleen de priester betrad.

Christus is van de Vader uitgegaan en heel zijn leven was een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Hier wilde Hij door zijn sterven en verrijzen de mensheid met God verzoenen (2Kor 5, 18). Hij is het Lam van God dat voor ons zijn Bloed vergoot. Jezus bezegelt zo een Nieuw Verbond. Na zijn heilzaam sterven brachten zijn Moeder en enkele vrome leerlingen hem naar een nabijgelegen graf waarin nog nooit iemand was neergelegd (Joh 19, 41). Op de eerste dag van de week gingen enkele vrouwen en daarna ook Petrus en Johannes ijlings naar Calvarië en vonden het graf leeg. Zijn lichaam kende het bederf van de dood niet (Hand 2, 27). Maria Magdalena mocht in het lege graf ook twee in het wit geklede engelen zien (Joh 20, 12).

We lezen in het evangelie hoe onwennig de apostelen aan het begin waren, toen ze merkten dat de Heer uit de doden was opgestaan. Stilaan drong het tot hen door dat Jezus niet enkel het bestaan van een slaaf had aangenomen maar dat Hij nu was opgenomen in de heerlijkheid van de Vader (Phil 2, 11)  en dat Hij definitief het nieuwe heiligdom was binnengetreden (Heb 9, 12). De engelen bij het graf hielpen de leerlingen om hun ogen voortaan te richten op de troon van God waar Jezus zetelt aan de rechterhand van de Vader. Het geofferde Lam ontvangt nu van de engelen alle lof en eer (Apok 5, 12).

De H. Grafkerk van Jeruzalem is daarom vooral een plaats van gebed. In dit bijzondere heiligdom wordt in één kerkgebouw zijn sterven en verrijzen herdacht en voortdurend de lof van God bezongen. In aansluiting bij de hemelse lofzang. Dat gebeurt overigens in alle kerken door het liturgische gebed. Er komt ook een moment dat we definitief zijn Heerlijkheid zullen mogen aanschouwen en voor eeuwig zijn barmhartigheid zullen bezingen (Ps 88,2).

Fotoreportage Viering Kerkwijding H. Graf-kerk in Jeruzalem (hoogfeest) 2018






Preek van onze Pastoor op 15 juli Kerkwijding Basiliek van het H. Graf op 15 juli 2021 De Verrijzenis: daarmee staat of valt inderdaad alles.


Zoals U wellicht weet wordt de St. Jan van Lateranen in Rome “moeder en hoofd van alle kerken in stad en wereld” genoemd. Deze kerk dateert van 1650, maar van oorsprong betreft het een Romeinse basiliek die al in 324 werd ingewijd. De kerk waarvan wij vandaag de wijding gedenken, de H. Grafkerk in Jeruzalem, dateert oorspronkelijk ook uit de vierde eeuw; evenals de St. Jan van Lateranen in Rome werd ze in opdracht van keizer Constantijn gebouwd. De H. Grafkerk zoals we ze nu kennen dateert uit 1149. 

Het gaat er echter niet zozeer om welke kerk ouder en/of eerbiedwaardiger is, maar welke kerk met recht “moeder en hoofd van alle kerken” genoemd zou mogen worden; gevoelsmatig lijkt mij dat toch eigenlijk de H. Grafkerk van Jeruzalem te zijn, al was het maar omdat ze gebouwd werd op de plek waar Jezus niet alleen is gestorven, maar ook is verrezen. Over Jezus weten we heel wat, met name dankzij de evangelisten die heel wat woorden en daden van Jezus hebben opgetekend. Maar als ons Credo samenvat wat het belangrijkste is wat we van Jezus dienen te weten, dan is het niet zozeer wat Hij allemaal gezegd en gedaan heeft, als wel dat Hij “geleden heeft onder Pontius Pilatus, dat Hij is gekruisigd, gestorven en begraven en op de derde dag verrezen uit de doden”. Daarmee staat en valt uiteindelijk heel ons geloof. Zoals de apostel Paulus zegt: ”Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen en wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en Uw geloof eveneens” (1 Kor 15,13-14). 

De verrijzenis: daarmee staat of valt inderdaad alles. Vandaar dat dezelfde kerk in de Oosterse traditie Verrijzeniskerk wordt genoemd, in tegenstelling tot bij ons in het Westen waar we blijkbaar meer het accent op Jezus’ lijden en sterven leggen, meer precies op Jezus’ grafrust, op de drie dagen die er tussen Jezus’ sterven en verrijzen liggen. Daaraan is in het korte (!) Credo trouwens ook een eigen artikel gewijd, daar waar het heet dat Hij na zijn lijden en sterven “nedergedaald is ter helle”. Daarmee wil gezegd zijn dat Jezus onze menselijke dood aan den lijve heeft ervaren, dat Hij zich in het dodenrijk bij de doden gevoegd, en wel als Verlosser, de Blijde Boodschap verkondigend aan de geesten die er waren gekerkerd  “De nederdaling ter helle is, volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk, de volledige vervulling van de evangelische aankondiging van het heil. Zij is de allerlaatste fase van de Messiaanse zending van Jezus. Deze fase is zeer beperkt in de tijd, maar strekt zich ontzettend ver uit wat haar werkelijke betekenis betreft. Zij leert dat het verlossingswerk zich uitbreidt tot alle mensen van alle tijden en van alle plaatsen, want allen die zijn gered, hebben immers deel gekregen aan de verlossing” (KKK 632-634).

Inderdaad: een geheim dat het meer dan waard is dat erbij stil gestaan wordt en dat het overwogen wordt, zoals de zusters hier in Berg dat ook doen, niet alleen met Pasen, maar heel hun leven lang, dag in dag uit, verwijlend in de stilte die het H. Graf omgeeft. Zoals we het in een oude homilie op Paaszaterdag zo mooi vinden verwoord: “De aarde heeft gebeefd en is tot rust gekomen, omdat God in het vlees is ingeslapen en hen die sedert eeuwen sliepen, heeft doen opstaan (...). Voorzeker gaat Hij onze eerste voorvader, zoals het verloren schaap, zoeken. Ongetwijfeld wil Hij ook hen die in de duisternis en de schaduw van de dood gezeten zijn, bezoeken, ongetwijfeld gaat Hij de gevangen Adam en ook Eva, die met hem gevangen zit, van hun smarten bevrijden, Hij, hun God en hun Zoon (...). Ik ben uw God, degene die omwille van u uw zoon geworden is (...). Ontwaak, gij die slaapt, want Ik heb u niet daarom geschapen, opdat gij hier in de onderwereld geketend uw dagen slijt. Sta op uit de doden, Ik ben het leven van de doden” (KKK 635; getijdengebed Stille Zaterdag).

En dat is wat ook wij vandaag doen, als we met de zusters de wijding van de H. Grafbasiliek van Jeruzalem vieren: afdalen in het H. Graf en overwegen wat daar in stilte en verborgenheid “voor ons mensen en omwille van ons heil” is gebeurd. Hoe niemand minder dan de Heer van het leven in de diepste duisternis en leegte van ons menselijk bestaan is afgedaald om daar het licht van zijn goddelijk leven te ontsteken. Daarmee heeft Hij hoop doen aanlichten, de hoop dat niet de dood maar het leven het laatste woord heeft, hoop die doet leven, werkelijk doet leven, zelfs daar en op momenten dat alle leven uit ons en onze dierbaren geweken lijkt.




Proprium missae in dedicatione ecclesiae

woensdag 14 juli 2021

Preek van onze Pastoor bij feest van Kerkwijding H. Graf basiliek Jeruzalem 2018

15 juli 2017 - Heilige Maten

Feest van de Kerkwijding van de Heilig Graf basiliek van Jeruzalem in de Kanoniale Orde van het H. Graf

Homilie

Onlangs spraak een mevrouw uit Melick me aan of ik eens naar iets bijzonders wilde komen kijken. Ze had het uit de erfenis van haar moeder en wist niet wat het was of waar het voor diende. Volgens haar had het iets met het geloof te maken, het geloof dat haar moeder altijd zeer dierbaar was geweest. Het betrof twee rolletjes die in een linnen zakje zaten. Een rolletje van papier en een van stof. Na bestudering bleek het om twee zogenaamde “Heilige Maten” te gaan.  Dat van stof, volgens mij van zijde, betrof volgens het opschrift de maat van het  kruisbeeld dat bij de Witte Vrouwen in Maastricht werd bewaard, het kruisbeeld dat we nog alktijd kennen als de Zwarte Christus die nog in Maastricht (Wijck) wordt vereerd. Volgens de legende zou dat beeld ontstaan zijn uit een noot die een kruisridder uit Riemst [België] bij terugkomst uit het Heilige Land aan zijn dochter gaf. Deze plantte de noot in de tuin, waarna al snel een grote notenboom ontsproot. Tijdens een onweer werd de boom getroffen door de bliksem, waarbij hij openspleet. In de opengespleten boom trof men de ochtend erop het kruisbeeld aan. Toen het meisje enige tijd latere intrad in de klooster van de Witte Vrouwen aan het Vrijthof in Maastricht, nam zij het kruisbeeld mee waar het sindsdien bijzonder vereerd werd. Ook verspreidden de zusters de ‘maat van het Heilig Kruis’, zijden linten ter lengte van het Christusbeeld zijnde 1.72 m. Dit gebruik werd later in de parochiekerk van Wijck, waarnaar de Zwarte Christus na de Franse tijd werd overgebracht, voortgezet. De linten werden vooral door aanstaande moeder gebruikt, terwijl ze ook aan zieken, vooral koortslijders werden gegeven. Deze laatsten moesten het lint dragen om de aangetaste ledematen heen, of ze als gordel gebruiken. Daarbij moesten ze tevens een novene houden. Tot zover de historische achtergrond het zijden lint.
Het papieren rolletje betrof volgens het opschrift de “Gewisse und wahrhafte H. Länge unsers Hernn Jesu Christi wier er auf Erden am H. Kreuz gewesen ist. Diese H. Länge ist gefunden zu Jerusalem bei dem H. Graf 1675 als Papst Klemens der Achte regierte und alles diese bestätigt hat”.  Het rolletje droeg men in vroeger dagen bij zich als een soort amulet. Er werd zelfs een heilzame, geneeskrachtige werking aan toegekend. Op het rolletje dat ik onder ogen kreeg staan allerlei gebeden, zoals dit: “O Herr Jesu Christe! ich bitte dich, daβ du mich in deiner H. Länge allzeit behütest vor allem Unglück, vor allen Feinden, schädlichen Wunden und Lästerungen, vor Feuer rund Wasser , vor Straβenräubereyen, vor Vergiftung… vor all Zauberern und Zauberinnen, vor Hagel und Donner”.  Hoewel dergelijke rolletjes blijkbaar nog in de twintigste eeuw werden verkocht, werden ze door de Kerk om reden van bijgeloof in de ban gedaan.
Twee relicten uit een ver verleden, volgens mij nog uit de achttiende eeuw, die opeens in onze tijd opduiken, uit een heel andere tijd dan de onze, maar wel relicten die ons op het spoor zetten van een geloofsbeleving waar moderne mensen zich nauwelijks of geen voorstelling meer van kunnen maken. En toch ook weer hetzelfde geloof, het geloof dat ons leert dat wij niet zomaar in iets geloven, maar in Iemand, in God, die ons in en door Christus menselijk nabij is gekomen, Gods Zoon, God de Zoon, die mens is geworden, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven. Daar bij het H. Graf waar Zijn lichaam na de kruisafname ter ruste werd gelegd, werd blijkbaar in 1675 de heilige Maat gevonden die sindsdien de wereld is overgegaan om mensen eraan te herinneren dat de hemel niet zo ver weg is als menigeen misschien denkt, Of wij dat nog zo ervaren, of wij daar zoiets nog voor nodig hebben, dat is natuurlijk de vraag. In ieder geval staat ons daartoe de H. Communie ter beschikking, die voor ons toch veel bereikbaarder is dan voor onze achttiende eeuwse broeders en zusters, het H. Sacrament, waarin de Heer zelf ons de gedachtenis aan zijn Lijden, Sterven en Verrijzen heeft nagelaten, opdat wij in en door het veelvuldig vieren en ontvangen van dit Sacrament de genade van de verlossing voortdurend in ons ervaren. Dat wij die zo dankzij de spiritualiteit van onze Orde zo vaak bij het H. Graf mogen verwijlen er in ieder geval de volle Maat van onze wasdom in Christus zouden vinden.
Basiliek van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus
Sint Odiliënberg
Jos L’Ortye, pastoor