Uit een preek van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)
De wonderbare geboorte van Gods Zoon.
Een nieuw en ongewoon mysterie aanschouw ik: de klank van herders klinkt mij in de oren. Het is geen ijle melodie die zij eenzaam op hun fluiten spelen, maar zij zingen het hemels loflied. De engelen zingen, de aartsengelen laten hun lied horen, de cherubijnen zingen God lof, de serafijnen prijzen God: allen vieren feest, omdat zij God op aarde zien en de mens in de hemel. Die in den hoge was, zien zij beneden op aarde ter wille van ons heil en die beneden op aarde thuishoort, zien zij boven in de hemel ten gevolge van Gods menslievendheid.
Heden is Betlehem de hemel. In plaats van sterren ontvangt het zingende engelen; in plaats van de zon bezit het onbeperkt de Zon der gerechtigheid. En vraagt mij niet hoe dat kan: waar God het wil, wordt de orde van de natuur overwonnen. Want God wilde het, Hij kon het, Hij is afgedaald, Hij heeft verlost: alles is met God in overeenstemming.
Heden wordt Hij die is, geboren; Hij die is, wordt wat Hij niet was, want als God wordt Hij mens zonder op te houden God te zijn. Hij is niet mens geworden met verlies van zijn godheid, noch is Hij van mens bevorderd tot God, maar terwijl Hij het Woord was en aan geen lijden onderhevig, is Hij vlees geworden, terwijl zijn goddelijke natuur onveranderd bleef.
Die op onuitsprekelijke wijze geboren werd uit de Vader, wordt nu uit een maagd ter wereld gebracht, ook op onbegrijpelijke wijze, omwille van mij. Maar voor alle eeuwen werd Hij volgens zijn natuur geboren uit de Vader, zoals Hij weet die Hem heeft voortgebracht; nu wordt Hij opnieuw geboren tegen de natuur in, zoals de genade van de heilige Geest dat weet. Zijn geboorte in de hemel was een ware geboorte en ook zijn geboorte hier beneden was een geboorte zonder bedrog. Hij werd waarlijk geboren als God uit God, en Hijzelf werd werkelijk als mens geboren uit een maagd. Daarboven in de hemel is Hij de enige uit de ene God, hier beneden is Hij de enige uit de ene Maagd. In beide gevallen is Hij dezelfde: de Eniggeborene.
Dat de Maagd heeft gebaard, weet ik heden; dat God buiten de tijd heeft voortgebracht, geloof ik. Ik heb echter geleerd de wijze van voortbrengen in stilte te eren en ik heb het niet op me genomen deze met woorden uit te pluizen. Bij God moet men niet op de natuur der dingen letten, maar geloven in de macht die erin werkt. Wat volgens de natuur is, kan worden nagevorst, wat echter de natuur te boven gaat, kan enkel in stilte worden geëerd, niet als iets dat moet worden geschuwd, maar als iets onuitsprekelijks, dat waard is in stilte geëerd te worden.
Posts tonen met het label H. Johannes Chrysostomos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Johannes Chrysostomos. Alle posts tonen
maandag 13 september 2021
zondag 12 september 2021
Paus Benedictus XVI over de H. Johannes Chrysostomus 1 "Met name zijn omgaan met vrouwen droeg steeds fijngevoelige accenten"
(Algemene audiëntie, 26 september 2007)
Na de periode die de heilige Johannes
Chrysostomus in AntiochiëPaus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Johannes Chrysostomos (1) - zijn jaren in Antiochië
(19 september 2007)
H. Johannes Chrysostomos (1) - zijn jaren in Antiochië
(19 september 2007)
heeft door gebracht, werd hij tot Bisschop van
Constantinopel benoemd, de hoofdstad van het Romeinse Rijk in het Oosten. Van
meet af aan had Johannes het plan om zijn Kerk te hervormen: de soberheid van
het bisschoppelijk paleis moest allen ten voorbeeld zijn: clerus, weduwen,
monniken, mensen aan het hof en rijken. Helaas keerden zich niet weinigen onder
hen van hem af, geraakt als zij waren door zijn oordelen.
Om zijn zorg voor de armen werd Johannes
ook wel degene genoemd die "erbarmen toont". Als zorgzaam bestuurder
immers, was hij er in geslaagd caritatieve instellingen in het leven te roepen
die bijzonder gewaardeerd werden. Zijn daadkracht op de diverse terreinen
maakte dat sommigen hem als een gevaarlijke rivaal gingen zien. Van zijn kant
echter ging hij, als een ware Herder, met allen op hartelijke en vaderlijke
wijze om. Met name zijn omgaan met vrouwen droeg steeds fijngevoelige accenten
en bijzondere zorg besteedde hij aan huwelijk en gezin. Hij nodigde de
gelovigen uit deel te nemen aan het liturgisch leven, dat hij met geniale
creativiteit schitterend en aantrekkelijk wist te maken.
Niettegenstaande het feit dat hij zo
goed van hart was, had hij geen rustig leven. Als Herder van de hoofdstad van
het Keizerrijk, zag hij zich dikwijls betrokken in politieke kwesties en
intriges, vanwege zijn voortdurende betrekkingen met burgerlijke gezagsdragers
en instellingen. Op het kerkelijk vlak vervolgens, werd hij vanwege het feit
dat hij in 401 zes Bisschoppen had afgezet die niet naar behoren gekozen waren,
ervan beschuldigd de grenzen van zijn eigen jurisdictie te hebben overschreden,
en werd zo doelwit van gemakkelijke beschuldigingen. Een ander voorwendsel
tegen hem was de aanwezigheid van enkele Egyptische monniken die door patriarch
Theophilus van Alexandrië waren geëxcommuniceerd en die naar Constantinopel waren
gevlucht.
Bovendien ontstond er een levendige
polemiek door de kritische uitlatingen van Chrysostomus aan het adres van
Keizerin Eudoxia en haar hofdames, die daarop reageerden met hem in diskrediet
te brengen en te beledigen. Zo kwam het tot zijn afzetting, in de door
diezelfde patriarch Theophilus georganiseerde synode van 403, met de
daaropvolgende veroordeling tot zijn eerste korte verbanning. Na zijn terugkeer
markeerden de vijandigheid die tegen hem was ontstaan door zijn protest tegen
de feesten ter ere van de keizerin - door de Bisschop beschouwd als heidense,
weelderige feesten -, als ook het verjagen van de presbyters die belast waren
met de Doopsels tijdens de Paaswake van 404, het begin van de vervolging van
Chrysostomus en van zijn volgelingen, de zogenaamde "Johannieten".
Daarop klaagde Johannes deze feiten aan
bij de Bisschop van Rome, Innocentius I. Maar dat was inmiddels te laat. In het
jaar 406 moest hij opnieuw in ballingschap gaan, deze keer in Cucusus in
Armenië. De Paus was overtuigd van zijn onschuld, maar had niet de macht om hem
te helpen. Een Concilie, door Rome gewild teneinde de vrede te bewerkstelligen
tussen de twee delen van het Keizerrijk en hun kerken, kon niet plaats vinden.
De slopende verplaatsing van Cucusus naar Pythius, een doel dat nooit werd
bereikt, moest de bezoeken voorkomen van de gelovigen en de weerstand breken
van de uitgeputte balling: de veroordeling tot de ballingschap was een ware ter
dood veroordeling! Ontroerend zijn de talrijke brieven vanuit de ballingschap,
waarin Johannes zijn pastorale zorgen uit met accenten van deelneming en smart
om de vervolgingen jegens de zijnen.
De voettocht naar de dood eindigde in
Comana in de Pontus. Hier werd de stervende Johannes aar de kapel gebracht van
de heilige martelaar Basiliscus waar hij zijn geest aan God teruggaf en
begraven werd, martelaar naast martelaar (Palladius, Dialogus de vita Ioannis
Chrysostomi, 119). . Het was op 14 september 407, feest van de Verheffing van
het heilig Kruis. Zijn rehabilitatie gebeurde in 438 onder Theodosius II.
Miniatuur van de translatie van de
relieken naar Rome
De relieken van de heilige bisschop, die
neergelegd waren in de kerk van de Apostelen in Constantinopel, werden later,
in 1204, overgebracht naar Rome, naar de primitieve Constantijnse Basiliek, en
rusten nu in de kapel van het koor van de kanunniken van de Basiliek van Sint
Petrus. Op 24 augustus 2004 werd een belangrijk gedeelte daarvan door Paus
Johannes Paulus II geschonken aan Patriarch Bartholomeüs van Constantinopel. De
liturgische gedachtenis van de heilige wordt gevierd op 13 september. De zalige
Johannes XIII riep hem uit tot patroonheilige van het Tweede Vaticaans
Concilie.
13 september H. Johannes Chrysostomus, Bisschop en kerkleraar - Voor mij is leven Christus en sterven winst.
Uit het Nederlands getijdengebed:
Johannes werd omstreeks het jaar 349 geboren te Antiochië. Na zijn studies werd hij achtereenvolgens monnik en priester, in welke hoedanigheid hij zich bijzonder op de prediking toelegde. In 397 werd hij gekozen tot bisschop van Constantinopel. Hij toonde zich een goede herder, bezorgd voor zijn priesters en gelovigen, van wie de geestelijke vorming hem zeer ter harte ging. In ongenade gevallen bij het keizerlijk hof en door afgunstigen belaagd, moest hij tot tweemaal toe in ballingschap gaan. Door zorgen en ontberingen uitgeput stierf hij op 14 september 407 bij Comana in Pontus. Om zijn grote welsprekendheid en zijn vele geschriften ten dienste van de geloofsleer en het christelijk leven heeft hij de naam ‘Guldenmond’ (Chrysostomus) verdiend.
Lectio altera (tweede lezing) Metten (lezingendienst)
Uit een homilie door de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)
Voor mij is leven Christus en sterven winst.
Talrijk zijn de golven en er is een zware branding, maar wij zijn niet bang dat wij zullen verdrinken, want wij staan op de rots. Laat de zee maar tekeergaan, de rots verbrijzelen kan ze niet. Laat de golven zich maar verheffen, het schip van Jezus kunnen ze niet doen zinken. Wat zouden wij vrezen, zeg het mij. De dood soms? ‘Voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Fil. 1, 21). Moeten wij dan bang zijn voor ballingschap? ‘Aan God hoort de aarde en al wat erop is’ (Ps. 24 (23), 1). Of verbeurdverklaring van ons bezit? ‘Wij hebben in deze wereld niets meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen’ (1 Tim. 6, 7). Het schrikwekkende van deze wereld veracht ik, om haar goederen lach ik. Armoede vrees ik niet en rijkdom begeer ik niet. Voor de dood ben ik niet bang en te leven verlang ik niet, tenzij om voor uw welzijn te zorgen. Daarom breng ik u thans mijn huidige situatie onder ogen en spoor u aan om in uw liefde te volharden.
Hoort gij dan de Heer niet zeggen: ‘Waar twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden’ (Mt. 18, 20)? Waar zoveel volk is verbonden door banden van liefde, zou Hij daar niet aanwezig zijn? Ik heb zijn waarborg: vertrouw ik soms op eigen kracht? Ik heb zijn heilige Schrift: die is mijn stut en veiligheid, die is mijn veilige haven. Zelfs al wordt de hele wereld in beroering gebracht, ik heb zijn plechtige verklaring, ik lees zijn woorden, dit is voor mij de muur, dit mijn beschutting. Welke woorden? ‘Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld’ (Mt. 28, 20).
Christus is met mij, wie zal ik vrezen? Al zouden de golven en de zee en de woede van heersers tegen mij in beweging komen, voor mij is dat alles minder dan een spinneweb. Als mijn liefde voor u mij niet had vastgehouden, dan zou ik niet geweigerd hebben zelfs vandaag nog naar elders te vertrekken. Want steeds blijf ik zeggen: Heer, ‘uw wil geschiede’ (Mt. 6, 10). Niet wat deze of die wil, maar wat U wilt, zal ik doen. Dat is voor mij een verdedigingstoren, dat mijn onwrikbare rots, dat mijn staf die nooit wankelt. Als God het wil, dan moet het zo geschieden. Indien Hij wil dat ik hier blijf, dan ben ik daar dankbaar voor. Waar Hij ook wil dat ik ben, dankbaar zal ik blijven.
En waar ik ben, daar zijt gij ook en waar gij zijt, daar ben ik ook. Wij vormen samen één lichaam en het lichaam wordt niet van het hoofd gescheiden noch het hoofd van het lichaam. Ruimtelijk worden wij van elkaar gescheiden, maar wij blijven in liefde met elkaar verbonden. Zelfs de dood zal ons niet kunnen scheiden. Immers, ook al sterft mijn lichaam, toch blijft mijn ziel in leven en zij zal dit volk blijven gedenken.
Gij zijt mijn medeburgers, gij mijn vaders, gij mijn broeders, gij mijn kinderen, gij mijn ledematen, mijn lichaam, mijn licht, ja, dierbaarder dan het aardse licht. Want hoe kan een lichtstraal mij zoiets geven als uw liefde mij geeft? Het aardse licht is voor mij nuttig in dit tegenwoordige leven, maar uw liefde vlecht mij een krans in het toekomstige leven.
vrijdag 13 september 2019
H. Joannes Chrysostomus Hoe te Communie gaan?
H. Joannes Chrysostomus
Hoe te Communie gaan?
Met het gebed op de
lippen en berouw in het hart.
Zonder een blad voor de mond te nemen
onderricht de H. Joannes Chrysostomos [349-407], toen hij nog als priester
verbonden was aan de kerk van Antiochië
in Syrië (tegenwoordig Antakya, in het zuiden van Turkije) alvorens in 397
bisschop te worden van Constantinopel, de hoofdstad van het keizerrijk.
Zijn theologie was bij uitstek pastoraal
gericht met de constante zorg kennis van de waarheid en rechtschapen
levenswijze met elkaar in harmonie te brengen: de kennis van de christelijke
leer moet zich in leven vertalen. Elke bijdragen van zijn kant beoogde steeds
in de gelovigen de beoefening te ontwikkelen van de intelligentie, van de rede,
teneinde de zedelijke en geestelijke eisen van het geloof te verstaan en in
praktijk om te zetten. Kort voor zijn dood na een uitputtende tweede
ballingschap schreef hij dat de waarde van de mens ligt in "de nauwkeurige
kennis van de ware leer en in de rechtschapen levenswijze". Zijn welsprekendheid en zijn scherpe woorden
die als bliksemschichten zijn toehoorders troffen bezorgden hem de erenaam
“Guldenmond”/ Chrysostomos.
Wilt
u naderen tot het goddelijk gastmaal, deelnemen aan de heilige mysteriën, doe
het vol vrees en ontzag, met een rein geweten, voorbereid door gebed en vasten.
Vermijdt alle gedruis, gejoel, gestamp en
misbaar. Zulke houding van grootdoenerij en verachtelijk vertoon kon u anders
alleen maar een flinke straf bezorgen.
Bedenkt dus, welke offer gij ontvangen, tot
welke tafel gij naderen zult! Vergeet niet dat gij, stof en as, het Lichaam en
Bloed van Jezus Christus gaat ontvangen. Moest een prins u aan zijn tafel
uitnodigen, hoe schuchter zou u daar uw plaats innemen en met wat een eerbiedig
stilzwijgen de gerechten aanraken!
Hier echter zijt gij de genodigden aan Gods
tafel, waar Zijn eigen Zoon u wordt voorgezet. De Engelenmachten omringen dit
Gastmaal, doordrongen van heilige vrees; de Cherubijnen bedekken zich het
gelaat, de Serafijnen zingen doorsidderd van ontzag: Heilig, Heilig, Heilig is
de Heer! En gij, wie zou het geloven, durft als een wanordelijk ontstichtende
janboel te communie gaan!
Vergeet u, dat uw ziel, bijzonder op dat
ogenblik, behoefte heeft aan sereniteit? Er zou diepe vrede, overstoorbare
kalmte moeten heersen! Weg dus alle
grilligheid, onrust en ziele-storend gedruis! Hebt u reeds heel wat zonden
bedreven , ban tenminste nù, op het ogenblik van deze verheven handeling, al
die ongeordende gevoelens uit uw ziel, anders weet ik voor u geen
verontschuldiging. Geen Brood is zo noodzakelijk als hetgeen ons hier wordt
geboden. Waarom dan zo’n haast om de kerk te verlaten en terug de wereld in te
gaan? Wie spoort er u toe aan?
Ik bid, ik smeek u, wekt Gods toorn niet
tegen u op! Wat u aan deze dis wordt voorgezet, is een heilzame artsenij voor
de wonden van de ziel; het is een onuitputtelijk schat, de sleutel van het Rijk
der hemelen. Laat ons bijgevolg de heilige Tafel naderen het hart doorhuiverd
van vrees en opgetogen van dankbaarheid; laat ons neervallen; onze zonden
bekennen, vol droef geween om onze boosheden; laat ons zonder ophouden onze
gebeden tot God opzenden. Dan kunnen wij, na reiniging van ons geweten, met
sereen voorhoofd, in zedige houding, op passende wijze tot voor de Koning van
de hemelen aantreden. Laten we die heilige en onbevlekte Hostie die we
ontvangen, overladen met onze tederste omhelzingen en kussen met onze ogen.
Moge liefdesvuur ons hart verteren! Dan wordt deze samenkomst gezien niet als
een veroordeling maar als een veredeling van de ziel; dan dragen we er van mee:
liefde, deugd, God-verzoening, blijvende vrede, samenbundeling van alle
goederen ter zelfheiliging en tot stichting van onze broeders.
Tot hier dus mijn raadgevingen, waar ik
later nog wel op zal terugkomen. Waar dient dan uw ijver om deze plaats te
bezoeken voor, als gij er geen praktische lessen ontvangt? Wat baten u preken,
die er enkel op gericht zijn u te behagen? Geliefden, kort is dit leven, laten
we er zuinig en waakzaam op zijn. Laten wij in alles bedachtzaam zijn, vol
ijver en welwillendheid tegenover iedereen. Als u Gods Woord aanhoort, of u
bidt, of tot de heilige Tafel nadert, doet het eerbiedig en onopgemerkt, om u,
door geen enkele nalatigheid, Gods vloek op de hals te halen (“Vervloekt, wie
het werk van Jahweh ten halve volbrengt”, Jeremias 48, 10). Overhaasting en
ongeduld zijn een belediging voor deze offerande. Maar de grofste belediging is
het wel tot Zijn Schepper te naderen met een bezoedeld geweten. Hoort het van
de Apostel: “Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te
gronde richten” (1 Kor 3, 17). Opgepast
dus dat wij Hem niet toornig maken, maar tot Vriend maken. Laat onze ijver er
voor alles op zijn gericht op het verkrijgen van de nodige zielsgesteltenissen
zoals vrome aandacht, inkeer, rust, aanbidding. Zo moeten wij voor God
verschijnen met het gebed op de lippen en berouw in het hart.
Homilia in Nativitate Christi, Kerstdag 386
te Antiochië
Paus Benedictus XVI over de H. Johannes Chrysostomus 2
Van
Johannes Chrysostomus wordt gezegd dat, toen hij gezeten was op de zetel van
het Nieuwe Rome, dat wil zeggen van Constantinopel, God in hem een nieuwe
Paulus, een leraar voor het Universum liet zien. Inderdaad is er bij
Chrysostomus sprake van een substantiële eenheid van denken en handelen, zowel
in Antiochië als in Constantinopel. Alleen de functie en de omstandigheden
veranderen.
Mediterend
over de acht werken die God heeft verricht in de opeenvolging van de zes dagen
in zijn Commentaar op Genesis, 40 wil
Chrysostomus de gelovigen vanuit de schepping naar de Schepper terugbrengen:
"Het is een groot goed", zegt hij, "te weten wat het schepsel is
en wie de Schepper is". Hij laat ons de schoonheid van de schepping zien
en de transparantie van God in zijn schepping, die zo als het ware een
"ladder" wordt om op te klimmen naar God, om Hem te leren kennen.
Maar bij
deze eerste stap voegt zich een tweede: deze God Schepper is ook de God van de
meegaandheid, letterlijk van het "mee afdalen" (sunkatabasis). Wij
zijn zwak in het "opklimmen", onze ogen zijn zwak. Daarom wordt God
de God van het "mee afdalen", die aan de gevallen mens die een
vreemdeling geworden is, een brief stuurt, de heilige Schrift, zodat schepping
en Schrift elkaar aanvullen. In het licht van de Schrift, van de brief die God
ons gegeven heeft, kunnen wij de schepping ontcijferen. God wordt de
"tedere vader" (philostorgios,
letterlijk: de teder liefhebbende) genoemd (ibid.),
geneesheer van de zielen,, moeder (ibid.) en liefdevolle vriend (Over de
voorzienigheid. 8, 11-12)
Maar bij
deze tweede stap - eerst de schepping als "ladder" naar God en dan
het mee afdalen van God door middel van een brief die Hij ons heeft gegeven, de
Heilige Schrift - voegt zich een derde stap. Niet alleen overhandigt God ons
een brief: uiteindelijk daalt Hij zelf af, incarneert Hij zich, wordt werkelijk
"God met ons", onze broeder tot in de dood aan het Kruis.
En bij
deze drie stappen - God is zichtbaar in de schepping, God geeft ons zijn brief,
God daalt af en wordt een van ons - voegt zich tenslotte een vierde stap. Aan
de binnenkant van het leven en het handelen van de christen, is het vitale en
dynamische beginsel de Heilige Geest (Pneuma), die de werkelijkheid van de
wereld omvormt. God treedt binnen in ons bestaan door middel van de Heilige
Geest ons en vormt ons om vanuit het binnenste van ons hart.
Tegen
deze achtergrond stelt Johannes juist in Constantinopel, in het voortgezette
commentaar op de Handelingen van de Apostelen, het model van de primitieve Kerk
(Hand 4, 32-37) voor, als model voor de samenleving, en werkt hij een sociale
"utopie" uit, zoiets als een "ideale stad". Het ging er in
feite om aan de stad een christelijke ziel en gezicht te geven. Met andere
woorden, Chrysostomus heeft begrepen dat het niet volstaat aalmoezen te geven,
keer op keer de armen te helpen, maar dat het nodig is een nieuwe structuur te
scheppen, een nieuw model voor de samenleving, een model dat gebaseerd is op
het perspectief van het Nieuwe Testament. Het is de nieuwe samenleving die zich
in de beginnende Kerk openbaart. Zo wordt Johannes Chrysostomus dus werkelijk
een van de grote Vaders van de Sociale Leer van de Kerk: de oude idee van de
Griekse "polis" (stad) wordt door een nieuwe idee van een stad
vervangen welke geïnspireerd is op het christelijk geloof.
Chrysostomus
stond met Paulus (vgl. 1 Kor 8, 11) op het
standpunt van het primaat van de afzonderlijke christen, het primaat van de
persoon als zodanig, ook van de slaaf en van de arme. Zijn ontwerp corrigeert
zo de traditionele Griekse visie van de "polis", van de stad waarin
grote lagen van de bevolking uitgesloten waren van de burgerrechten, terwijl in
de christelijke stad allen broeders en zusters zijn met gelijke rechten. Het
primaat van de persoon is ook het gevolg van het feit dat men, juist door van
de persoon uit te gaan, werkelijk de stad opbouwt, terwijl in de Griekse
"polis" het vaderland boven de afzonderlijke persoon stond, die zelf
helemaal ondergeordend was aan de stad in haar geheel. Zo begint bij
Chrysostomus de visie van een stad die vanuit het christelijk bewustzijn wordt
opgebouwd, en hij zegt ons dat onze "polis" een andere is, "ons
vaderland is in de hemel" (Fil 3, 20).
En dit
vaderland maakt ons, ook op deze aarde, allemaal gelijk, broeders en zusters,
en verplicht ons tot solidariteit.
Aan het
eind van zijn leven, vanuit de ballingschap aan de grenzen van Armenië,
"de verst verwijderde plaats van de wereld", herneemt Johannes, aanknopend
bij zijn eerste prediking uit 386, het hem dierbare thema van het plan dat God
beoogt ten aanzien van de mensheid: het is een "onzegbaar en niet te
bevatten" plan, maar met zeer zeker liefdevol geleid door Hem (Over de voorzienigheid 2, 6). Dit is
onze zekerheid. OOk al kunnen wij de details van de persoonlijke en collectieve
geschiedenis niet ontcijferen, we weten dat het plan van God altijd
geïnspireerd is door zijn liefde. Zo herbevestigde Chrysostomus, ondanks zijn
lijden, de ontdekking dat God ieder van ons liefheeft met een oneindige liefde,
en daarom het heil van allen wil.
Van zijn
kant werkte de heilige Bisschop edelmoedig met dit heil mee, zonder zich te
sparen, heel zijn leven lang. Inderdaad beschouwde hij die glorie van God als uiteindelijk
doel van zijn leven, wat hij terwijl hij al stervende was als zijn laatste wil
naliet: "Glorie aan God voor alles" (Palladius, Dialogen over het
leven van de H. Johannes Chrysostomos, 11)
Abonneren op:
Posts (Atom)






