Posts tonen met het label H. Johannes Chrysostomos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Johannes Chrysostomos. Alle posts tonen

maandag 13 september 2021

Liturgia Horarum - Johannes Chrysostomos "wat de natuur te boven gaat, kan enkel in stilte worden geëerd"

Uit een preek van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)

De wonderbare geboorte van Gods Zoon.

Een nieuw en ongewoon mysterie aanschouw ik: de klank van herders klinkt mij in de oren. Het is geen ijle melodie die zij eenzaam op hun fluiten spelen, maar zij zingen het hemels loflied. De engelen zingen, de aartsengelen laten hun lied horen, de cherubijnen zingen God lof, de serafijnen prijzen God: allen vieren feest, omdat zij God op aarde zien en de mens in de hemel. Die in den hoge was, zien zij beneden op aarde ter wille van ons heil en die beneden op aarde thuishoort, zien zij boven in de hemel ten gevolge van Gods menslievendheid.
Heden is Betlehem de hemel. In plaats van sterren ontvangt het zingende engelen; in plaats van de zon bezit het onbeperkt de Zon der gerechtigheid. En vraagt mij niet hoe dat kan: waar God het wil, wordt de orde van de natuur overwonnen. Want God wilde het, Hij kon het, Hij is afgedaald, Hij heeft verlost: alles is met God in overeenstemming.
Heden wordt Hij die is, geboren; Hij die is, wordt wat Hij niet was, want als God wordt Hij mens zonder op te houden God te zijn. Hij is niet mens geworden met verlies van zijn godheid, noch is Hij van mens bevorderd tot God, maar terwijl Hij het Woord was en aan geen lijden onderhevig, is Hij vlees geworden, terwijl zijn goddelijke natuur onveranderd bleef.
Die op onuitsprekelijke wijze geboren werd uit de Vader, wordt nu uit een maagd ter wereld gebracht, ook op onbegrijpelijke wijze, omwille van mij. Maar voor alle eeuwen werd Hij volgens zijn natuur geboren uit de Vader, zoals Hij weet die Hem heeft voortgebracht; nu wordt Hij opnieuw geboren tegen de natuur in, zoals de genade van de heilige Geest dat weet. Zijn geboorte in de hemel was een ware geboorte en ook zijn geboorte hier beneden was een geboorte zonder bedrog. Hij werd waarlijk geboren als God uit God, en Hijzelf werd werkelijk als mens geboren uit een maagd. Daarboven in de hemel is Hij de enige uit de ene God, hier beneden is Hij de enige uit de ene Maagd. In beide gevallen is Hij dezelfde: de Eniggeborene.
Dat de Maagd heeft gebaard, weet ik heden; dat God buiten de tijd heeft voortgebracht, geloof ik. Ik heb echter geleerd de wijze van voortbrengen in stilte te eren en ik heb het niet op me genomen deze met woorden uit te pluizen. Bij God moet men niet op de natuur der dingen letten, maar geloven in de macht die erin werkt. Wat volgens de natuur is, kan worden nagevorst, wat echter de natuur te boven gaat, kan enkel in stilte worden geëerd, niet als iets dat moet worden geschuwd, maar als iets onuitsprekelijks, dat waard is in stilte geëerd te worden.

Saint John Chrysostom film

RACHMANINOFF - LITURGY OF ST. JOHN CHRYSOSTOM - OP: 31

Tchaikovsky: Liturgy of St John Chrysostom

zondag 12 september 2021

Early Church Fathers: St. John Chrysostom

Paus Benedictus XVI over de H. Johannes Chrysostomus 1 "Met name zijn omgaan met vrouwen droeg steeds fijngevoelige accenten"



(Algemene audiëntie, 26 september 2007)
 heeft door gebracht, werd hij tot Bisschop van Constantinopel benoemd, de hoofdstad van het Romeinse Rijk in het Oosten. Van meet af aan had Johannes het plan om zijn Kerk te hervormen: de soberheid van het bisschoppelijk paleis moest allen ten voorbeeld zijn: clerus, weduwen, monniken, mensen aan het hof en rijken. Helaas keerden zich niet weinigen onder hen van hem af, geraakt als zij waren door zijn oordelen.
Om zijn zorg voor de armen werd Johannes ook wel degene genoemd die "erbarmen toont". Als zorgzaam bestuurder immers, was hij er in geslaagd caritatieve instellingen in het leven te roepen die bijzonder gewaardeerd werden. Zijn daadkracht op de diverse terreinen maakte dat sommigen hem als een gevaarlijke rivaal gingen zien. Van zijn kant echter ging hij, als een ware Herder, met allen op hartelijke en vaderlijke wijze om. Met name zijn omgaan met vrouwen droeg steeds fijngevoelige accenten en bijzondere zorg besteedde hij aan huwelijk en gezin. Hij nodigde de gelovigen uit deel te nemen aan het liturgisch leven, dat hij met geniale creativiteit schitterend en aantrekkelijk wist te maken.
https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/skins/rkdocs1/view/images/loading.gif
Niettegenstaande het feit dat hij zo goed van hart was, had hij geen rustig leven. Als Herder van de hoofdstad van het Keizerrijk, zag hij zich dikwijls betrokken in politieke kwesties en intriges, vanwege zijn voortdurende betrekkingen met burgerlijke gezagsdragers en instellingen. Op het kerkelijk vlak vervolgens, werd hij vanwege het feit dat hij in 401 zes Bisschoppen had afgezet die niet naar behoren gekozen waren, ervan beschuldigd de grenzen van zijn eigen jurisdictie te hebben overschreden, en werd zo doelwit van gemakkelijke beschuldigingen. Een ander voorwendsel tegen hem was de aanwezigheid van enkele Egyptische monniken die door patriarch Theophilus van Alexandrië waren geëxcommuniceerd en die naar Constantinopel waren gevlucht.
Bovendien ontstond er een levendige polemiek door de kritische uitlatingen van Chrysostomus aan het adres van Keizerin Eudoxia en haar hofdames, die daarop reageerden met hem in diskrediet te brengen en te beledigen. Zo kwam het tot zijn afzetting, in de door diezelfde patriarch Theophilus georganiseerde synode van 403, met de daaropvolgende veroordeling tot zijn eerste korte verbanning. Na zijn terugkeer markeerden de vijandigheid die tegen hem was ontstaan door zijn protest tegen de feesten ter ere van de keizerin - door de Bisschop beschouwd als heidense, weelderige feesten -, als ook het verjagen van de presbyters die belast waren met de Doopsels tijdens de Paaswake van 404, het begin van de vervolging van Chrysostomus en van zijn volgelingen, de zogenaamde "Johannieten".
https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/skins/rkdocs1/view/images/loading.gif
Daarop klaagde Johannes deze feiten aan bij de Bisschop van Rome, Innocentius I. Maar dat was inmiddels te laat. In het jaar 406 moest hij opnieuw in ballingschap gaan, deze keer in Cucusus in Armenië. De Paus was overtuigd van zijn onschuld, maar had niet de macht om hem te helpen. Een Concilie, door Rome gewild teneinde de vrede te bewerkstelligen tussen de twee delen van het Keizerrijk en hun kerken, kon niet plaats vinden. De slopende verplaatsing van Cucusus naar Pythius, een doel dat nooit werd bereikt, moest de bezoeken voorkomen van de gelovigen en de weerstand breken van de uitgeputte balling: de veroordeling tot de ballingschap was een ware ter dood veroordeling! Ontroerend zijn de talrijke brieven vanuit de ballingschap, waarin Johannes zijn pastorale zorgen uit met accenten van deelneming en smart om de vervolgingen jegens de zijnen.
De voettocht naar de dood eindigde in Comana in de Pontus. Hier werd de stervende Johannes aar de kapel gebracht van de heilige martelaar Basiliscus waar hij zijn geest aan God teruggaf en begraven werd, martelaar naast martelaar (Palladius, Dialogus de vita Ioannis Chrysostomi, 119). . Het was op 14 september 407, feest van de Verheffing van het heilig Kruis. Zijn rehabilitatie gebeurde in 438 onder Theodosius II.
Miniatuur van de translatie van de relieken naar Rome
De relieken van de heilige bisschop, die neergelegd waren in de kerk van de Apostelen in Constantinopel, werden later, in 1204, overgebracht naar Rome, naar de primitieve Constantijnse Basiliek, en rusten nu in de kapel van het koor van de kanunniken van de Basiliek van Sint Petrus. Op 24 augustus 2004 werd een belangrijk gedeelte daarvan door Paus Johannes Paulus II geschonken aan Patriarch Bartholomeüs van Constantinopel. De liturgische gedachtenis van de heilige wordt gevierd op 13 september. De zalige Johannes XIII riep hem uit tot patroonheilige van het Tweede Vaticaans Concilie.

13 september H. Johannes Chrysostomus, Bisschop en kerkleraar - Voor mij is leven Christus en sterven winst.


Uit het Nederlands getijdengebed:

Johannes werd omstreeks het jaar 349 geboren te Antiochië. Na zijn studies werd hij achtereenvolgens monnik en priester, in welke hoedanigheid hij zich bijzonder op de prediking toelegde. In 397 werd hij gekozen tot bisschop van Constantinopel. Hij toonde zich een goede herder, bezorgd voor zijn priesters en gelovigen, van wie de geestelijke vorming hem zeer ter harte ging. In ongenade gevallen bij het keizerlijk hof en door afgunstigen belaagd, moest hij tot tweemaal toe in ballingschap gaan. Door zorgen en ontberingen uitgeput stierf hij op 14 september 407 bij Comana in Pontus. Om zijn grote welsprekendheid en zijn vele geschriften ten dienste van de geloofsleer en het christelijk leven heeft hij de naam ‘Guldenmond’ (Chrysostomus) verdiend.

Lectio altera (tweede lezing) Metten (lezingendienst)

Uit een homilie door de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)

Voor mij is leven Christus en sterven winst.

Talrijk zijn de golven en er is een zware branding, maar wij zijn niet bang dat wij zullen verdrinken, want wij staan op de rots. Laat de zee maar tekeergaan, de rots verbrijzelen kan ze niet. Laat de golven zich maar verheffen, het schip van Jezus kunnen ze niet doen zinken. Wat zouden wij vrezen, zeg het mij. De dood soms? ‘Voor mij is leven Christus en sterven winst’ (Fil. 1, 21). Moeten wij dan bang zijn voor ballingschap? ‘Aan God hoort de aarde en al wat erop is’ (Ps. 24 (23), 1). Of verbeurdverklaring van ons bezit? ‘Wij hebben in deze wereld niets meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen’ (1 Tim. 6, 7). Het schrikwekkende van deze wereld veracht ik, om haar goederen lach ik. Armoede vrees ik niet en rijkdom begeer ik niet. Voor de dood ben ik niet bang en te leven verlang ik niet, tenzij om voor uw welzijn te zorgen. Daarom breng ik u thans mijn huidige situatie onder ogen en spoor u aan om in uw liefde te volharden.
Hoort gij dan de Heer niet zeggen: ‘Waar twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden’ (Mt. 18, 20)? Waar zoveel volk is verbonden door banden van liefde, zou Hij daar niet aanwezig zijn? Ik heb zijn waarborg: vertrouw ik soms op eigen kracht? Ik heb zijn heilige Schrift: die is mijn stut en veiligheid, die is mijn veilige haven. Zelfs al wordt de hele wereld in beroering gebracht, ik heb zijn plechtige verklaring, ik lees zijn woorden, dit is voor mij de muur, dit mijn beschutting. Welke woorden? ‘Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld’ (Mt. 28, 20).
Christus is met mij, wie zal ik vrezen? Al zouden de golven en de zee en de woede van heersers tegen mij in beweging komen, voor mij is dat alles minder dan een spinneweb. Als mijn liefde voor u mij niet had vastgehouden, dan zou ik niet geweigerd hebben zelfs vandaag nog naar elders te vertrekken. Want steeds blijf ik zeggen: Heer, ‘uw wil geschiede’ (Mt. 6, 10). Niet wat deze of die wil, maar wat U wilt, zal ik doen. Dat is voor mij een verdedigingstoren, dat mijn onwrikbare rots, dat mijn staf die nooit wankelt. Als God het wil, dan moet het zo geschieden. Indien Hij wil dat ik hier blijf, dan ben ik daar dankbaar voor. Waar Hij ook wil dat ik ben, dankbaar zal ik blijven.
En waar ik ben, daar zijt gij ook en waar gij zijt, daar ben ik ook. Wij vormen samen één lichaam en het lichaam wordt niet van het hoofd gescheiden noch het hoofd van het lichaam. Ruimtelijk worden wij van elkaar gescheiden, maar wij blijven in liefde met elkaar verbonden. Zelfs de dood zal ons niet kunnen scheiden. Immers, ook al sterft mijn lichaam, toch blijft mijn ziel in leven en zij zal dit volk blijven gedenken.
Gij zijt mijn medeburgers, gij mijn vaders, gij mijn broeders, gij mijn kinderen, gij mijn ledematen, mijn lichaam, mijn licht, ja, dierbaarder dan het aardse licht. Want hoe kan een lichtstraal mij zoiets geven als uw liefde mij geeft? Het aardse licht is voor mij nuttig in dit tegenwoordige leven, maar uw liefde vlecht mij een krans in het toekomstige leven.

vrijdag 13 september 2019

H. Joannes Chrysostomus Hoe te Communie gaan?

H. Joannes Chrysostomus
Hoe te Communie gaan?
Met het gebed op de lippen en berouw in het hart.


 Zonder een blad voor de mond te nemen onderricht de H. Joannes Chrysostomos [349-407], toen hij nog als priester verbonden was aan de kerk van  Antiochië in Syrië (tegenwoordig Antakya, in het zuiden van Turkije) alvorens in 397 bisschop te worden van Constantinopel, de hoofdstad van het keizerrijk.
Zijn theologie was bij uitstek pastoraal gericht met de constante zorg kennis van de waarheid en rechtschapen levenswijze met elkaar in harmonie te brengen: de kennis van de christelijke leer moet zich in leven vertalen. Elke bijdragen van zijn kant beoogde steeds in de gelovigen de beoefening te ontwikkelen van de intelligentie, van de rede, teneinde de zedelijke en geestelijke eisen van het geloof te verstaan en in praktijk om te zetten. Kort voor zijn dood na een uitputtende tweede ballingschap schreef hij dat de waarde van de mens ligt in "de nauwkeurige kennis van de ware leer en in de rechtschapen levenswijze".  Zijn welsprekendheid en zijn scherpe woorden die als bliksemschichten zijn toehoorders troffen bezorgden hem de erenaam “Guldenmond”/ Chrysostomos.
Wilt u naderen tot het goddelijk gastmaal, deelnemen aan de heilige mysteriën, doe het vol vrees en ontzag, met een rein geweten, voorbereid door gebed en vasten.
Vermijdt alle gedruis, gejoel, gestamp en misbaar. Zulke houding van grootdoenerij en verachtelijk vertoon kon u anders alleen maar een flinke straf bezorgen.
Bedenkt dus, welke offer gij ontvangen, tot welke tafel gij naderen zult! Vergeet niet dat gij, stof en as, het Lichaam en Bloed van Jezus Christus gaat ontvangen. Moest een prins u aan zijn tafel uitnodigen, hoe schuchter zou u daar uw plaats innemen en met wat een eerbiedig stilzwijgen de gerechten aanraken!

Hier echter zijt gij de genodigden aan Gods tafel, waar Zijn eigen Zoon u wordt voorgezet. De Engelenmachten omringen dit Gastmaal, doordrongen van heilige vrees; de Cherubijnen bedekken zich het gelaat, de Serafijnen zingen doorsidderd van ontzag: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer! En gij, wie zou het geloven, durft als een wanordelijk ontstichtende janboel te communie gaan!
Vergeet u, dat uw ziel, bijzonder op dat ogenblik, behoefte heeft aan sereniteit? Er zou diepe vrede, overstoorbare kalmte moeten heersen!  Weg dus alle grilligheid, onrust en ziele-storend gedruis! Hebt u reeds heel wat zonden bedreven , ban tenminste nù, op het ogenblik van deze verheven handeling, al die ongeordende gevoelens uit uw ziel, anders weet ik voor u geen verontschuldiging. Geen Brood is zo noodzakelijk als hetgeen ons hier wordt geboden. Waarom dan zo’n haast om de kerk te verlaten en terug de wereld in te gaan? Wie spoort er u toe aan?

Ik bid, ik smeek u, wekt Gods toorn niet tegen u op! Wat u aan deze dis wordt voorgezet, is een heilzame artsenij voor de wonden van de ziel; het is een onuitputtelijk schat, de sleutel van het Rijk der hemelen. Laat ons bijgevolg de heilige Tafel naderen het hart doorhuiverd van vrees en opgetogen van dankbaarheid; laat ons neervallen; onze zonden bekennen, vol droef geween om onze boosheden; laat ons zonder ophouden onze gebeden tot God opzenden. Dan kunnen wij, na reiniging van ons geweten, met sereen voorhoofd, in zedige houding, op passende wijze tot voor de Koning van de hemelen aantreden. Laten we die heilige en onbevlekte Hostie die we ontvangen, overladen met onze tederste omhelzingen en kussen met onze ogen. Moge liefdesvuur ons hart verteren! Dan wordt deze samenkomst gezien niet als een veroordeling maar als een veredeling van de ziel; dan dragen we er van mee: liefde, deugd, God-verzoening, blijvende vrede, samenbundeling van alle goederen ter zelfheiliging en tot stichting van onze broeders. 

Tot hier dus mijn raadgevingen, waar ik later nog wel op zal terugkomen. Waar dient dan uw ijver om deze plaats te bezoeken voor, als gij er geen praktische lessen ontvangt? Wat baten u preken, die er enkel op gericht zijn u te behagen? Geliefden, kort is dit leven, laten we er zuinig en waakzaam op zijn. Laten wij in alles bedachtzaam zijn, vol ijver en welwillendheid tegenover iedereen. Als u Gods Woord aanhoort, of u bidt, of tot de heilige Tafel nadert, doet het eerbiedig en onopgemerkt, om u, door geen enkele nalatigheid, Gods vloek op de hals te halen (“Vervloekt, wie het werk van Jahweh ten halve volbrengt”, Jeremias 48, 10). Overhaasting en ongeduld zijn een belediging voor deze offerande. Maar de grofste belediging is het wel tot Zijn Schepper te naderen met een bezoedeld geweten. Hoort het van de Apostel: “Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten” (1 Kor 3, 17).  Opgepast dus dat wij Hem niet toornig maken, maar tot Vriend maken. Laat onze ijver er voor alles op zijn gericht op het verkrijgen van de nodige zielsgesteltenissen zoals vrome aandacht, inkeer, rust, aanbidding. Zo moeten wij voor God verschijnen met het gebed op de lippen en berouw in het hart.


Homilia in Nativitate Christi, Kerstdag 386 te Antiochië

Paus Benedictus XVI over de H. Johannes Chrysostomus 2




Van Johannes Chrysostomus wordt gezegd dat, toen hij gezeten was op de zetel van het Nieuwe Rome, dat wil zeggen van Constantinopel, God in hem een nieuwe Paulus, een leraar voor het Universum liet zien. Inderdaad is er bij Chrysostomus sprake van een substantiële eenheid van denken en handelen, zowel in Antiochië als in Constantinopel. Alleen de functie en de omstandigheden veranderen.

Mediterend over de acht werken die God heeft verricht in de opeenvolging van de zes dagen in zijn Commentaar op Genesis, 40 wil Chrysostomus de gelovigen vanuit de schepping naar de Schepper terugbrengen: "Het is een groot goed", zegt hij, "te weten wat het schepsel is en wie de Schepper is". Hij laat ons de schoonheid van de schepping zien en de transparantie van God in zijn schepping, die zo als het ware een "ladder" wordt om op te klimmen naar God, om Hem te leren kennen.
Maar bij deze eerste stap voegt zich een tweede: deze God Schepper is ook de God van de meegaandheid, letterlijk van het "mee afdalen" (sunkatabasis). Wij zijn zwak in het "opklimmen", onze ogen zijn zwak. Daarom wordt God de God van het "mee afdalen", die aan de gevallen mens die een vreemdeling geworden is, een brief stuurt, de heilige Schrift, zodat schepping en Schrift elkaar aanvullen. In het licht van de Schrift, van de brief die God ons gegeven heeft, kunnen wij de schepping ontcijferen. God wordt de "tedere vader" (philostorgios, letterlijk: de teder liefhebbende) genoemd (ibid.), geneesheer van de zielen,, moeder  (ibid.) en liefdevolle vriend  (Over de voorzienigheid. 8, 11-12)

Maar bij deze tweede stap - eerst de schepping als "ladder" naar God en dan het mee afdalen van God door middel van een brief die Hij ons heeft gegeven, de Heilige Schrift - voegt zich een derde stap. Niet alleen overhandigt God ons een brief: uiteindelijk daalt Hij zelf af, incarneert Hij zich, wordt werkelijk "God met ons", onze broeder tot in de dood aan het Kruis.

En bij deze drie stappen - God is zichtbaar in de schepping, God geeft ons zijn brief, God daalt af en wordt een van ons - voegt zich tenslotte een vierde stap. Aan de binnenkant van het leven en het handelen van de christen, is het vitale en dynamische beginsel de Heilige Geest (Pneuma), die de werkelijkheid van de wereld omvormt. God treedt binnen in ons bestaan door middel van de Heilige Geest ons en vormt ons om vanuit het binnenste van ons hart.

Tegen deze achtergrond stelt Johannes juist in Constantinopel, in het voortgezette commentaar op de Handelingen van de Apostelen, het model van de primitieve Kerk (Hand 4, 32-37) voor, als model voor de samenleving, en werkt hij een sociale "utopie" uit, zoiets als een "ideale stad". Het ging er in feite om aan de stad een christelijke ziel en gezicht te geven. Met andere woorden, Chrysostomus heeft begrepen dat het niet volstaat aalmoezen te geven, keer op keer de armen te helpen, maar dat het nodig is een nieuwe structuur te scheppen, een nieuw model voor de samenleving, een model dat gebaseerd is op het perspectief van het Nieuwe Testament. Het is de nieuwe samenleving die zich in de beginnende Kerk openbaart. Zo wordt Johannes Chrysostomus dus werkelijk een van de grote Vaders van de Sociale Leer van de Kerk: de oude idee van de Griekse "polis" (stad) wordt door een nieuwe idee van een stad vervangen welke geïnspireerd is op het christelijk geloof.

Chrysostomus stond met Paulus (vgl. 1 Kor 8, 11) op het standpunt van het primaat van de afzonderlijke christen, het primaat van de persoon als zodanig, ook van de slaaf en van de arme. Zijn ontwerp corrigeert zo de traditionele Griekse visie van de "polis", van de stad waarin grote lagen van de bevolking uitgesloten waren van de burgerrechten, terwijl in de christelijke stad allen broeders en zusters zijn met gelijke rechten. Het primaat van de persoon is ook het gevolg van het feit dat men, juist door van de persoon uit te gaan, werkelijk de stad opbouwt, terwijl in de Griekse "polis" het vaderland boven de afzonderlijke persoon stond, die zelf helemaal ondergeordend was aan de stad in haar geheel. Zo begint bij Chrysostomus de visie van een stad die vanuit het christelijk bewustzijn wordt opgebouwd, en hij zegt ons dat onze "polis" een andere is, "ons vaderland is in de hemel" (Fil 3, 20).
En dit vaderland maakt ons, ook op deze aarde, allemaal gelijk, broeders en zusters, en verplicht ons tot solidariteit.

Aan het eind van zijn leven, vanuit de ballingschap aan de grenzen van Armenië, "de verst verwijderde plaats van de wereld", herneemt Johannes, aanknopend bij zijn eerste prediking uit 386, het hem dierbare thema van het plan dat God beoogt ten aanzien van de mensheid: het is een "onzegbaar en niet te bevatten" plan, maar met zeer zeker liefdevol geleid door Hem (Over de voorzienigheid 2, 6). Dit is onze zekerheid. OOk al kunnen wij de details van de persoonlijke en collectieve geschiedenis niet ontcijferen, we weten dat het plan van God altijd geïnspireerd is door zijn liefde. Zo herbevestigde Chrysostomus, ondanks zijn lijden, de ontdekking dat God ieder van ons liefheeft met een oneindige liefde, en daarom het heil van allen wil.

Van zijn kant werkte de heilige Bisschop edelmoedig met dit heil mee, zonder zich te sparen, heel zijn leven lang. Inderdaad beschouwde hij die glorie van God als uiteindelijk doel van zijn leven, wat hij terwijl hij al stervende was als zijn laatste wil naliet: "Glorie aan God voor alles" (Palladius, Dialogen over het leven van de H. Johannes Chrysostomos, 11)