Posts tonen met het label H. Henricus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Henricus. Alle posts tonen

dinsdag 12 juli 2022

13 juli H. Henricus Hij schonk de kerk de weldaden van vrede en rust

 


Uit het levensverhaal van de heilige Henricus door de diaken Adalbert van Bamberg († 12e eeuw)

Hij schonk de kerk de weldaden van vrede en rust.

Toen Henricus, de dienaar Gods, tot koning gezalfd was, stelde hij zich niet tevreden met de beperktheid van de wereldse macht, maar hij besloot, om de kroon van de onsterfelijkheid te verwerven, krijgsdienst te verrichten voor de allerhoogste Koning, want heersen is Hem dienen. De grootste zorg van Henricus was immers de verbreiding van de christelijke godsdienst. Daarom begon hij de kerken rijkdommen in overvloed te schenken en ze buitengewoon te verfraaien. Hij stichtte in zijn eigen gebied het bisdom Bamberg en dit stelde hij onder de bescherming van de prinsen van de apostelen, Petrus en Paulus, en onder die van de martelaar, de heilige Joris. Na dit bisdom bijzondere rechten verleend te hebben, droeg Henricus het bisdom over aan de kerk van Rome om niet alleen aan de eerste bisschopszetel de van Godswege verschuldigde eer te bewijzen, maar ook om zijn eigen stichting door een zo hoge bescherming nog beter te beveiligen.

Opdat het allen duidelijker wordt met wat voor een waakzaamheid deze allerheiligste man ook voor de toekomst zijn kerk de weldaden van vrede en rust schonk, nemen wij hier een brief van Henricus op waarin dit bevestigd wordt:

‘Henricus, koning door de voorzienigheid en barmhartigheid van God, aan al de kinderen van de kerk, zowel in het heden als in de toekomst. Door de zeer heilzame aansporingen van de heilige Schrift worden wij onderricht en aangespoord ons erop toe te leggen, afstand te doen van aardse goederen en met achterstelling van de genoegens van deze wereld, voor alle eeuwigheid een plaats in de hemel te verwerven. Immers, aardse roem is, zolang als men hem bezit, vluchtig en ijdel, als men daarin ook niet iets van de hemelse eeuwigheid ziet. God voorzag echter in zijn barmhartigheid ten behoeve van het menselijk geslacht in een nuttig geneesmiddel: Hij maakte de rijkdom hier op aarde tot prijs voor het verwerven van een plaats in het hemels vaderland.

Wij zijn ons heel goed bewust van Gods goedertierenheid jegens ons en wij weten heel goed dat wij tot de eer van het koningschap verheven zijn, omdat God in zijn erbarming om niet zijn blik op ons heeft laten rusten. Daarom past het naar onze mening niet alleen de door onze voorgangers gebouwde kerken te verfraaien, maar ook nieuwe te bouwen tot meerdere eer en glorie van God en deze te eren door schenkingen die van onze godsvrucht en grote dankbaarheid blijk geven. Daarom kunnen wij niet doof blijven voor de opdrachten van de Heer en luisteren wij gehoorzaam naar de stem van God. Daarom verlangen wij de schatten die de Heer ons in zijn milddadigheid en vrijgevigheid geschonken heeft, in de hemel te beleggen, waar dieven niet kunnen inbreken om ze te stelen, waar ze niet door mot of worm vergaan (vgl. Mt. 6, 20). En wanneer wij nagaan wat wij tot nu toe in de hemel allemaal vergaard hebben, vertoeft ons hart daar vaker in liefdevol verlangen.

Daarom wensen wij dat het de gemeenschap van alle gelovigen duidelijk is dat wij een plaats, Bamberg geheten, die wij van onze vader geërfd hebben, tot de hoge eer van bisschopszetel verheven hebben, opdat daar een roemrijk gedenkteken voor ons en onze vaderen opgericht wordt en daar voortdurend voor alle rechtgelovigen het heilzame offer gevierd wordt.’

13 juli H. Henricus


Hendrik de Goede werd in 973 in de Zuid-Duitse landstreek Beieren geboren. Zijn opleiding kreeg hij bij Wolfgang van Regensburg. In 1002 beklom hij de troon en in 1014 werd hij door de paus in Rome tot keizer gekroond. Zijn huwelijk met keizerin Cunigonde bleef kinderloos. Mede daardoor besteedde hij veel aandacht aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan de levenswandel van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Hij stichtte het bisdom Bamberg en liet er op zijn kosten de beroemde domkerk bouwen. Daar werd hij ook begraven. Het beroemde grafmonument, waarin hij en zijn vrouw Cunegonde, zijn bijgezet, trekt tot op de dag van vandaag duizenden bezoekers.

Hij werd in 1146 door paus Eugenius III heilig verklaard.

Paus Pius X riep hem uit tot patroon van de oblaten der benedictijnen.

13 July Saint Henry

From the ancient Life of Saint Henry

He provided the Church with the benefits of peace and tranquillity

After the most blessed servant of God had been anointed king, he was not satisfied with the anxieties of his realm; so, in order to attain the crown of immortality, he determined to campaign for the King of all, for to serve him is to rule. Accordingly, he applied the utmost energy to the extension of religious worship and began to enrich the churches with property and to furnish them with extensive adornment. He re-established the see of Bamberg in his own domain, dedicating it to Peter and Paul, the princes of the apostles, and to the most revered Saint George, the martyr; by a special law he submitted it to the holy Church of Rome, to pay the honour due by divine right to the first see and also to secure his foundation under Rome’s patronage. But to show more clearly how carefully this holy man provided his church with the benefits of peace and tranquillity even after his death, we here include his letter of establishment.
  “Henry, king by the preordained mercy of God, to all the sons of the Church, both future and present. By the most salutary instructions of sacred eloquence we are taught and advised to abandon temporal riches, to lay aside earthly goods, and to strive to reach the eternal and everlasting dwelling-places in heaven. For present glory is fleeting and meaningless, while it is possessed, unless in it we can glimpse something of heaven’s eternity. But God’s mercy toward the human race provided a useful remedy when he made the reward for earthly existence a share in our heavenly country.
  “Therefore, not unmindful of this clemency and aware that by the gratuitous consideration of divine mercy we were raised up to a position of regal dignity, we think it fitting not only to enlarge the churches constructed by our ancestors, but for the greater glory of God to build new ones and to raise them up as the most grateful gifts of our devotion. Furthermore, not turning a deaf ear to the Lord’s commandments and obediently following divine urgings, we desire to take the treasures of divine generosity bestowed on us by his bounty and store them in heaven, where thieves cannot dig them up or steal them and rust or moth may not destroy them. Moreover, when we reflect upon all that we have now stored up, our heart will be often drawn with longing and love.
  “Accordingly we wish to make known to all the faithful that we have designated a portion of our paternal heritage called Babenberch to be raised to the dignity of an episcopal see so that there we ourselves and our parents may be held in glorious memory, and that the sacrifice of salvation may be offered constantly for all the faithful.”