Posts tonen met het label H. Damasus I. Alle posts tonen
Posts tonen met het label H. Damasus I. Alle posts tonen

donderdag 10 december 2020

Exclusief voor kinderen! Over een hele moedige jongen uit Rome in de derde eeuw

Soms zijn kinderen lief. Soms zijn ze ondeugend. Soms zelfs gemeen. Misschien herken jij je wel in een van deze beschrijvingen of misschien wel in alledrie. Dat laatste is het meest waarschijnlijk! Jezus houdt van alle kinderen. Veel kinderen houden ook van Jezus. Kinderen die altijd lief zijn, bestaan niet. Sommigen komen wel aardig in de buurt. Wij denken dat jij er zo eentje wilt zijn. Tarcisius was ook een zo'n jongen. Hij leefde in de derde eeuw in Rome. Hij was nog niet groot, maar wel heel dapper. Dat was hij, omdat hij hield van Jezus. Dat klinkt vreemd, maar als je het verhaal leest, ga je het begrijpen.

Paus Benedictus XVI zelf vertelde het verhaal van Tarcisius  op een bijeenkomst voor misdienaars op het Sint Pietersplein in Rome.

Paus Benedictus vertelt:

Veel weten we niet over Tarcisius, een jongen die leefde in de derde eeuw. Men vertelt dat hij regelmatig de catacomben van Calixtus hier in Rome bezocht en bijzonder trouw zijn plichten als christen vervulde. Groot was zijn liefde voor de Eucharistie. Vermoedelijk is hij acoliet geweest en dus misdienaar. In die jaren was keizer Valerianus een hardvochtig christenvervolger. De christenen ontmoetten elkaar heimelijk om te bidden, het Woord van God te beluisteren en de heilige Mis te vieren. In die tijd werd ook het brengen van de Eucharistie naar gevangenen en zieken steeds gevaarlijker.

Op een dag vroeg de priester, zoals gewoonlijk, wie bereid was de Eucharistie naar de wachtende broeders en de zusters te brengen. De jonge Tarcisius stond op en zei: “Stuur mij!” Hij scheen echter te klein voor zo’n moeilijke taak. “Mijn jonge leeftijd”, antwoordde Tarcisius, “zal de beste bescherming zijn voor de Eucharistie.” Dat overtuigde de priester. Hij vertrouwde hem vervolgens het kostbare levensbrood toe en zei: “Tarcisius, denk eraan dat jij een hemelse schat in je zwakke handen houdt. Vermijd volle straten en vergeet niet om de heilige mysteries trouw en veilig bewaren.” “Ik zal eerder sterven, dan me die te laten afpakken”, antwoordde de jongen.


Onderweg trof hij enkele kennissen, die hem uitnodigden mee te gaan. Toen hij dat afwees – het waren heidenen – werden zij wantrouwig en opdringerig. Zij zagen dat hij iets tegen zijn borst aandrukte, als wilde hij het verdedigen. Tevergeefs probeerden zij hem dat af te nemen. Het gevecht werd steeds wilder, vooral toen zij in de gaten kregen dat Tarcisius christen was. Zij trapten hem en gooiden stenen op hem, maar Tarcisius gaf niet op. Een pretoriaanse gardist, Quadratus, ook heimelijk christen, bracht de stervende Tarcisius naar een priester. Zijn lichaam was levenloos, maar vastgeklemd tegen zijn borst hield hij nog steeds het kleine linnen doekje met de Eucharistie. In de Calixtuscatacomben vond hij zijn laatste rustplaats. Paus Damasus maakt een inschrift voor zijn graf. Daaruit weten we dat Tarcisius in 257 gestorven is, volgens het Romeinse Martyrologium op 15 augustus.


Het getuigenis van de heilige Tarcisius toont ons de diepe liefde en grote verering die wij moeten hebben voor de Eucharistie. Zij is een kostbaar goed, een schat van onmetelijke waarde. Zij is Jezus zelf die voor ons tot spijs wordt, tot steun en kracht op onze dagelijkse levensweg en op onze weg naar het eeuwige leven. Zij is het grootste geschenk dat Jezus ons heeft nagelaten.

-0-0-0-0-0-0-0-

Misschien wil jij ook wel misdienaar zijn? Als je meer wilt weten, meldt je dan via inlichtingen@priorijthabor.nl: wij leggen je graag uit wat het inhoudt, leiden je desgewenst op en zoeken in je omgeving een parochie, als je die niet al hebt. In de loop der eeuwen tot op de dag van vandaag hebben honderden jongens in ons klooster het vak van misdienaar geleerd; de eersten deden dat al  in de achtste eeuw, de tijd van de Heilige Willibrord, verkondiger van het geloof in onze streken maar ook van de heilie Wiro, Plechelmus en Otgerus die net als Willibrord van het Groot Brittannie met een boot de Noordzee overstaken om het geloof te verkondigen, reizend door onze streken, vaak te paard. Over hun spannende reizen later meer op dit weblog.


11 December Saint Damasus short movie



Pope Damasus I had a deep devotion to the martyrs of the early Church. He saw them as examples of the total and loving offering that we are called to make and which we renew each day with our Daily Offering. Let us renew it now as we reflect on part of a treatise by St. Augustine which appears in the Office of Readings for todays feast.

We, the Christian community, assemble to celebrate the memory of the martyrs with ritual solemnity because we want to be inspired to follow their example, share in their merits, and be helped by their prayers. Yet we erect no altars to any of the martyrs, even in the martyrs burial chapels themselves. No bishop, when celebrating at an altar where these holy bodies rest, has ever said, Peter, we make this offering to you, or Paul, to you, or Cyprian, to you. No, what is offered is offered always to God, who crowned the martyrs. We offer in the chapels where the bodies of those he crowned rest, so the memories that cling to those places will stir our emotions and encourage us to greater love both for the martyrs whom we can imitate and for God whose grace enables us to do so.

11 december H. Damasus lectio altera Sint Augustinus Wij vereren de martelaren uit liefde en verbondenheid.




Damasus werd rond het jaar 305 in Spanje geboren. Hij maakte deel uit van de Romeinse clerus, toen hij in 366 tot bisschop van de kerk van Rome werd gewijd. In de rampzalige jaren van kerkelijke verdeeldheid door scheuring en dwaalleer riep hij verscheidene synoden bijeen. Hij bevorderde de verering van de martelaren en stelde zelf hun grafschriften op. Hij stierf in 384.

Het pontificaat van Damasus kenmerkte zich vooral door een versterking van de pauselijke macht, en de zoektocht naar een theologisch argument voor deze macht. Dat vond hij onder andere in Mattheus 16:18, waar staat: "En ik zeg U dit: Gij zijt Petrus, de steenrots, en op deze steenrots zal ik mijn Kerk bouwen." Damasus was de eerste die de term "apostolische stoel" gebruikte. Hij beklemtoonde dat hij in zijn ambt de opvolger van Petrus was en sprak herhaaldelijk over de kerk als de apostolische stoel (sedes apostolica). Hiermee stelde hij de kerk van Rome boven andere kerken. Om de band met Petrus en Paulus te onderstrepen, liet hij hun graven en kerken rijkelijk versieren.

In de laatste jaren van zijn pausschap werd Damasus geassisteerd door Sint-Hiëronymus, die hij aanzette tot het maken van de Vulgaat, de Bijbelvertaling in het volkslatijn van zijn tijd. Ook is hij verantwoordelijk voor de versiering van kerken en het verfraaien van liturgische handelingen.

Lectio altera

Uit de verhandeling van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430), tegen Faustus

Wij vereren de martelaren uit liefde en verbondenheid.

Het christelijke volk komt tijdens godsdienstige plechtigheden in groten getale samen rondom de gedachteniskapellen van de martelaren. Christenen doen dat om elkaar aan te sporen tot navolging van de martelaren, om zich te verenigen met hun verdiensten en door hun gebeden geholpen te worden. Maar nooit richten wij voor een martelaar een altaar op, zelfs niet in een gedachteniskapel.
Immers welke priester die aan het altaar staat waar de lichamen van heiligen begraven zijn, heeft ooit gezegd: ‘Wij offeren u, Petrus of Paulus of Cyprianus?’ Wat wij offeren, offeren wij aan God die de martelaren gekroond heeft en we doen dit in de gedachteniskapellen van hen die gekroond zijn. Deze plaatsen manen ons aan tot een nog groter verlangen om de liefde aan te wakkeren én voor hen die we kunnen navolgen én voor Hem die ons daarin helpt.
We vereren de martelaren dus uit liefde en verbondenheid. We doen dat ook in dit leven met de heilige godsmannen van wie het hart bereid is om hetzelfde lijden te doorstaan voor de waarheid van het evangelie. Maar de martelaren eren we met grotere toewijding en zekerheid, want zij hebben de strijd gewonnen. We vieren hen, die als overwinnaars reeds in zaligheid leven, met meer lof en meer vertrouwen dan hen die hier beneden nog moeten strijden.
Maar we bewijzen de martelaren niet de eredienst die ‘godsdienst’ genoemd wordt, want deze is een verplichting die we alleen aan de godheid verschuldigd zijn. Alleen God vereren we aldus en leren we aldus vereren. Welnu, bij deze eredienst hoort de aanbieding van een offer.
Daarom spreken we van afgodendienst als iemand deze eredienst verricht voor afgoden. In geen geval brengen we zulke offers of zeggen we dat ze gebracht moeten worden aan een martelaar, aan een heilige of aan een engel. Wie tot zo’n dwaling vervalt, moet aangepakt worden volgens de gezonde leer, zodat hij zich betert of er zich voor hoedt.
De heiligen zelf, die slechts mensen zijn, willen zo’n verering niet, want ze weten dat dit God alleen toekomt. Men kan dit zien in het geval van Paulus en Barnabas. De mensen van Lystra waren buiten zichzelf door de wonderen die de apostelen verricht hadden. Ze wilden hun daarom offers opdragen zoals aan goden. Beide mannen scheurden echter hun kleren en verklaarden op overtuigende wijze dat ze geen goden waren en dat ze dit dus niet mochten doen.
Dat we onderrichten is één zaak, dat we verdragen een andere. Dat men de opdracht krijgt te onderrichten is één zaak, dat men onderricht krijgt om iets te verbeteren een andere. Zolang we het niet kunnen verbeteren, zijn we gedwongen het te verdragen.