zondag 12 oktober 2025
Lezingen H. Mis 28e zondag door het jaar C “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered".
In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan
en dompelde zich zevenmaal onder,
zoals Elisa, de man Gods, gezegd had.
Zijn huid werd weer als die van een klein kind
en hij was gereinigd van zijn melaatsheid.
Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug,
trad zijn huis binnen, ging voor hem staan en zei:
“Nu weet ik, dat er in Israël een God is,
en nergens anders op aarde.
Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.”
Maar Elisa antwoordde:
“Zowaar de Heer leeft, wiens dienaar ik ben,
ik neem niets van u aan.”
En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen,
bleef hij weigeren.
Toen zei Naäman: “Geef mij dan tenminste een vracht aarde mee,
zoveel als een koppel muildieren kan dragen,
want uw dienaar wil aan geen andere goden
brand- en slachtoffers meer opdragen,
dan aan de Heer alleen.”
Tweede lezing (2 Tim. 2,8-13)
Dierbare,
houd Jezus Christus in gedachten,
Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan.
Zo luidt de boodschap, die ik verkondig
en waarvoor ik zelfs als een misdadiger
gevangenschap heb te lijden.
Maar het woord van God laat zich niet in boeien slaan.
Daarom ben ik bereid alles te verdragen,
ter wille van de uitverkorenen,
opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus
en eeuwige heerlijkheid.
Hoe waar is dit woord:
“Als wij met Hem gestorven zijn
zullen wij met Hem leven.
Als wij volharden,
zullen wij met Hem heersen.
Als wij Hém verloochenen
zal Hij óns verloochenen.
Als wij ontrouw zijn
blijft Hij trouw:
zichzelf verloochenen kan Hij niet.”
Evangelie (Lc. 17,11-19)
Op zijn reis naar Jeruzalem
trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
Toen Hij een dorp binnenging
kwamen Hem tien melaatsen tegemoet
zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels:
“Jezus, Meester, ontferm U over ons!”
Hij zag hen en sprak:
“Gaat u laten zien aan de priesters.”
En onderweg werden zij gereinigd.
Eén van hen keerde terug, toen hij zag dat hij genezen was,
en hij verheerlijkte God met luide stem.
Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer,
en deze man was een Samaritaan.
Hierop vroeg Jezus:
“Zijn niet alle tien gereinigd?
Waar zijn dan de negen anderen?
Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen
dan alleen deze vreemdeling?”
En Hij sprak tot hem:
“Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”
Overweging bij 28e zondag door het jaar C - De wonderen zijn ook in onze dagen echt nog niet de wereld uit!
Het meest frappante in talloze genezings- en wonderverhalen van Jezus zou wel eens kunnen zijn, dat de omstanders of de genezene zelf feilloos aanvoelt, dat God Zélf hier in het spel is.
Dit zogenaamde 'zevende zintuig', dat is wonderlijk. Stel je voor, iemand bewijst je een weldaad en daarin voel jij Góds goedheid op een duidelijke, onmiskenbare manier aan het licht komen : een onverwacht bezoek, een hartelijke attentie, een boodschap gedaan, je tuin opgeknapt ... en dat je dan spontaan niet zegt : 'dank je wel, Jan', maar : 'dank U wel God !'.
Vaak komt dat laatste niet eens bij mensen op ; je bedankt gewoon die man of vrouw en dat is al heel wat, want je staat daar ook niet altijd bij stil, want mensen gaan steeds meer dingen zo vanzelfsprekend vinden. Waar verwonderen mensen zich eigenlijk nog echt over ?
Tegenwoordig zijn er veel boekjes op de markt, waarin tips worden gegeven om bewuster te leven, dingen te ervaren ; gewone dingen zoals een bloem ruiken, een klok horen luiden, mooie muziek, een fraai schilderij, evenzovele tips tegen de afstomping, de eindeloze vanzelfsprekendheid van dingen en mensen.
Een aanvulling op dergelijke boekjes zou kunnen heten : probeer in dingen die je meemaakt, ervaart, iets van God Zelf te ontdekken ; voel hoe God op jouw leven betrokken is en jou door lieve medemensen het goede wil geven : genezing, dat je erbij mag horen, geluk en zin in het leven.
Het 'zevende zintuig' : oog, oor, een open hart voor het religieuze, voor het goddelijke in je leven, voor God Zelf. Hoe ontwikkelen mensen dat 'zevende zintuig' ? bij zichzelf ? bij de kinderen, op school, in de kerkgemeenschap ? Kan dat nog wel, mag dat nog wel voor mensen die zo graag van deze wereld willen zijn ?
Een dringende vraag uit het evangelie is : kunnen christenen, uitgerekend als gelóvigen, het nog wel ?
Als je in de Bijbel ziet, hoe negen melaatsen, de zgn. echte gelovigen, de plank misslaan en hun wonderlijke religieuze ervaring laten doodbloeden in een kerkbezoek dat uit gewoonte gebeurt zonder dat er meer achter zit ?
Alleen de vreemde, degene die niet gelooft wat 'men' gelooft, het buitenbeentje, de zgn. onreinen, mensen waar sommigen als oppassende gelovigen 'vies' van zijn, juist die bezitten in wondere mate het religieuze gevoel.
Waar vinden wij God ? Of beter vandaag gevraagd : waar vinden wij de mens als evenbeeld van God, die ons iets van God laat ervaren ?
Ook al zo'n term, waar mensen niet elke dag bij stil staan, maar toch, hier ligt de sleutel tot het wonder, dat ook gebeurt. Kunnen wij elkaar zo nog zien ? Kunnen wij zo God nog eren : in het gelaat van de ander, die ons aankijkt, in het goede dat een ander ons geeft.
Maar dan moeten we af van die eindeloze rij van etikettenplakkerij, de formaliteitenshow, die mensen vaak opvoeren naar elkaar toe, waardoor God en mensen verduisterd raken.
In de Bijbel komt een mens voor die zo nog kon kijken, zonder vooroordelen, zoals Jezus, zoals God Zelf kijkt. Die vreemdeling in de Bijbel, had het van geen vreemden, misschien dat hij zich daarom zo tot Jezus aangetrokken voelde.
Wie is in de ogen van God nu eigenlijk een buitenbeentje ? Misschien moeten christenen meer buitenbeentjes, vreemdelingen in de kerk worden (mensen laten zich helaas vaak meeslepen door de actualiteit die zo vlug voorbij gaat), om te kunnen kijken, te reageren als de liefdevolle God en Jezus doen : anders dan het gewone, of beter gezegd met voorrang voor het enige dat echt telt : openheid voor God, die niet met deze wereld samenvalt, maar er bovenuit stijgt.
Aan ons de uitnodiging om als nieuwe mensen, met nieuwe ogen, vernieuwd en zuiver van geest, Jezus op zijn weg na te volgen.
De wonderen zijn ook in onze dagen echt nog niet de wereld uit!
