dinsdag 17 november 2020

17 november Heilige Elizabeth van Thüringen 1207-1231


Zij was een dochter van koning Andreas van Hongarije en werd op jeugdige leeftijd ten huwelijk gegeven aan de landgraaf van Thüringen, Lodewijk, die zij drie kinderen schonk. Zij legde zich bijzonder toe op de beschouwing van de dingen van God. Nadat haar man tijdens de 6e kruistocht 1228-1229 het leven had gelaten voelde zij zich geroepen tot het armoede-ideaal en richtte zij een ziekenhuis in waar zij zelf de zieken verzorgde.  Zij stierf in Marburg, 1231.


 Slotburcht Marburg en kathedraal


Reliekschrijn van de H. Elizabeth van Thuringen in de kathedraal van Marburg

Children only (Exclusief voor kinderen)- November 17 Saint Elizabeth of Hungary

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada XXXIII per annum Feria III Ecce rex tuus venit tibi iustus et salvator. Zie, uw Koning komt naar u toe, die rechtvaardig is en een Verlosser.




Lectio altera

Ex Oratiónibus sancti Andréæ Creténsis epíscopi
(Orat. 9, in ramos palmarum: PG 97, 1002)

Tweede lezing

Uit de preken van de H. Andreas van Kreta, bisschop
(Orat. 9, in ramos palmarum: PG 97, 1002)
Zie, uw Koning komt naar u toe, die rechtvaardig is en een Verlosser

Laten wij tot Christus zeggen: Gezegend Hij, die komt in de Naam des Heren, de Koning van Israël. Laten wij Hem, met zijn laatste woorden aan het kruis, als met palmtakken tegemoet wuiven. Laten we Hem vol vreugde begeleiden, niet met palmtakken, maar door elkaar te verheerlijken met weldoen (aalmoezen). Leggen we de verlangens van ons hart als klederen onder zijn voeten, opdat Hij op ons wandelend, geheel in ons mag zijn en wij geheel in Hem zijn, en opdat Hij zich geheel in ons toont. Zeggen wij tot Sion die uitroep van de profeet: Vertrouw, dochter van Sion, en vrees niet: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een veulen, het jong van een lastdier.

Hij is gekomen, die in iedere plaats tegenwoordig is en alles vult, om in u het heil van allen te bewerken. Hij is gekomen, die niet kwam om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars tot bekering te roepen, om de door de zonde verdwaalden terug te roepen. Vreest dus niet. God verblijft in uw midden, ge moet niet vrezen.

Ontvang met uw smekende handen Hem, die zelf uw stad in zijn handen heeft gegrift. Ontvang Hem, die uw fundamenten in de palmen van zijn handen heeft gegrondvest. Ontvang Hem, die al het onze, de zonde alleen uitgezonderd, op Zich genomen heeft om het in het zijne te doen opgaan. Verheug u, moeder, stad van Sion: vrees niet: Vier uw feesten. Verheerlijk Hem om zijn barmhartigheid, die in u tot ons komt, Maar ook gijzelf, dochter van Jeruzalem, verheug u bovenmate, zing en dans. Word verlicht, word verlicht (zo juichen wij met Jesaja, die heilige trompet), want uw licht is gekomen en de glorie van de Heer gaat over u op.

Welk licht is dat? Dat namelijk, dat iedere mens verlicht, die in deze wereld komt. Het Eeuwig Licht, zeg ik, het Licht buiten de tijd en in de tijd verschenen; Het Licht, dat zich in het vlees openbaarde  en van nature verborgen is; het Licht, dat de herders omstraalde en voor de wijzen de gids was op hun weg. Het Licht, dat van in den beginne in de wereld was, door Welk de wereld was gemaakt, maar Dat de wereld niet kende. Het Licht, dat in het zijne kwam, maar de zijnen namen Het niet aan.

De glorie van de Heer: welke is dat? Het kruis namelijk, waarin Christus verheerlijkt werd: ik bedoel die glans van de glorie des Vaders, zoals Hij zelf zei toen zijn lijden naderde: Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en is God verheerlijkt in Hem en Hij zal Hem steeds verheerlijken. Zijn glorie noemt Hij hier zijn eigen verheffing op het kruis. Want Christus’  kruis is zijn glorie en dus ook zijn verheerlijking. Hij zegt immers: Wanneer Ik zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken.

maandag 16 november 2020

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Hebdomada XXXIII per annum Feria II Qui vicerit, a morte secunda non lædetur. Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden.


   Ad Officium lectionis



Plaatje

Lectio altera

Ex Tractátu sancti Fulgéntii Ruspénsis epíscopi De remissióne
(Liber 2, 11, 2 — 12, 1. 3-4: CCL 91 A, 693-695)
Tweede lezing

Uit het tractaat over ‘De vergiffenis der zonden’ van de H. Fulgentius van Ruspe, bisschop
(Liber 2, 11, 2 — 12, 1. 3-4: CCL 91 A, 693-695)

Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden

Plotseling, in een oogwenk, bij de laatste bazuin, want zodra de bazuin zal weerklinken zullen de doden verrijzen in onvergankelijkheid, en wij, wij zullen van gedaante veranderen.  Als Paulus zegt ‘wij’, toont hij aan, dat zij deel zullen hebben aan de toekomstige verandering, die in deze tijd met hem en zijn gezellen zich verenigd voelen de kerkelijke verbondenheid van een deugdzaam leven. En als hij ons wil leren, wat voor een verandering dat zal zijn, zegt hij: Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed en dit sterfelijke met onsterfelijkheid. Opdat dus bij die uitverkorenen daarna de verandering zal volgen van de rechtvaardige beloning, gaat er eerst die verandering aan vooraf van een genadevolle mildheid.

Aan hen dan ook, die in dit leven van slecht naar goed veranderd zijn, wordt de vergelding beloofd van de toekomstige verandering.

Deze laatste geschiedt in hen door genade, zoals de eerste door rechtvaardiging, waardoor men geestelijk verrijst. Die verandering begint door een goddelijke gave. En na de verrijzenis in het lichaam, waardoor de verandering der rechtvaardigen wordt voltooid, wordt die volmaakte verheerlijking in alle eeuwigheid niet meer veranderd. Want daartoe verandert hen eerst de genade van de rechtvaardiging, daarna die van de verheerlijking, opdat die verheerlijking zelf in hen onveranderlijk en eeuwig zou blijven voortbestaan.

Want hier worden zij veranderd door een eerste verrijzenis, waardoor zij verlicht worden, opdat zij zich zouden bekeren. Daardoor worden zij namelijk overgebracht van de dood naar het leven: van de ongerechtigheid naar de gerechtigheid, van het ongeloof naar het geloof, van hun slechte daden naar een heilige levenswandel. Zo heeft de tweede dood geen macht over hen. Over deze zegt de Apostel: Zalig die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht. In hetzelfde Boek wordt weer gezegd: Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden. Zoals dus de eerste verrijzenis plaats vindt bij de bekering des harten, zo vindt de tweede dood plaats in de eeuwige foltering.

Al wie niet veroordeeld wil worden met de eeuwige straf van de tweede dood, moet zich haasten deel te krijgen aan die eerste verrijzenis. Want zij, die zich in het tegenwoordige leven bekeerd hebben uit vrees voor God en overgaan van het slechte naar het goede leven, gaan van de dood over naar het leven en veranderen ook later van de schande naar de glorie.


zaterdag 14 november 2020

Lezingen H. Mis 33e zondag door het jaar A Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden; zelfs in overvloed gegeven worden;

Eerste lezing (Spr. 31,10-13.19-20.30-31)
Uit het boek der Spreuken.
Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Haar waarde gaat uit
boven die van kostbare koralen.
Het hart van haar man vertrouwt op haar
en zijn winst zal hem niet ontgaan.
Zij brengt hem goed, geen kwaad,
alle dagen van haar leven.
Zij kiest zorgvuldig wol en linnen
en haar handen bewerken het met genoegen.
Zij strekt haar handen uit naar het spinrokken
en zij houdt de weefspoel in haar vingers.
Zij opent haar hand voor de behoeftige
en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Bevalligheid is bedrieglijk,
schoonheid is vluchtig,
maar een vrouw die de Heer vreest,
zij moet geprezen worden.
Roem haar om de vrucht van haar handen
en prijst haar bij de poorten
om haar werken.

Tweede lezing (1 Tess. 5,1-6)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica.
Broeders en zusters,
het heeft geen zin, u te schrijven over tijd en uur.
Gij weet zelf heel goed, dat de dag des Heren komt
als een dief in de nacht.
Terwijl zij zeggen:
Er heerst vrede en veiligheid,
 juist dan overvalt hen plotseling het verderf
zoals weeën een zwangere vrouw,
en zij zullen niet ontsnappen.
Maar gij, broeders en zusters, gij leeft niet in de duisternis,
zodat de dag u als een dief zou verrassen.
Gij zijt allen kinderen van het licht, kinderen van de dag.
Wij behoren niet aan nacht en duisternis.
Laten wij dan ook niet slapen als de anderen,
maar waken en nuchter zijn.

Evangelie (Mt. 25,14-30)
In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
“Een man riep bij zijn vertrek naar het buitenland
zijn dienaars bij zich om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Aan de een gaf hij vijf talenten,
aan de andere twee, aan een derde één,
ieder naar zijn bekwaamheid.
Daarna vertrok hij.
Die de vijf talenten gekregen had,
ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij. Zo verdiende ook degene die er twee gekregen had, er twee bij.
Maar die er één had gekregen,
ging een gat in de grond graven
en het geld van zijn heer verbergen.
Een hele tijd later kwam de heer van de dienaars terug
en hield afrekening met hen.
Die de vijf talenten gekregen had,
trad naar voren
en bood nog vijf talenten aan met de woorden:
Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend.
Zijn meester sprak tot hem:
Uitstekend, goede en trouwe dienaar,
over weinig waart ge trouw,
over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei:
Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend.
Zijn meester sprak tot hem:
Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw,
over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Tenslotte trad ook die van één talent naar voren en zei:
Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt,
die oogst waar gij niet gezaaid hebt
en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid.
Daarom was ik bang
en ben uw talent in de grond gaan verbergen.
Hier hebt ge uw eigendom terug.
Maar zijn meester gaf hem ten antwoord:
Slechte en luie knecht,
je wist toch dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb,
en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid?
Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten,
dan zou ik bij mijn komst
mijn bezit met rente teruggekregen hebben.
Neemt hem dus dat talent af
en geeft het aan wie de tien talenten heeft.
Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden;
zelfs in overvloed gegeven worden;
maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden
zelfs wat hij heeft.
En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis;
daar zal geween zijn en tandengeknars.

Lezingenofficie 33e zondag door het jaar Liturgia Horarum

Lezingen van het Lezingenofficie

Augustinus leest Paulus, fresco van Benozzo Gozzoli (1420-1497)

Eerste lezing

Over de laatste tijden

Uit het boek van de profeet Joël 2,21-35

Wees niet bang meer, akkers, barst uit in gejubel, want de Heer doet grote daden! Wees niet bang meer, dieren van het veld, want een kleed van groen bedekt de woestijn, de bomen dragen volop vrucht, vijgenboom en wijnstok geven hun rijkdom. En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de Heer, jullie God, want hij geeft regen om je te verkwikken, hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd. De dorsvloeren liggen weer vol met graan, de perskuipen lopen over van wijn en olie. Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst van jaren die door al die zwermen sprinkhanen is opgevreten, door mijn grote leger, dat ik op jullie had afgestuurd. Je zult weer volop te eten hebben, meer dan genoeg, en je zult de naam van de Heer, je God, prijzen, want ik heb wonderbaarlijk met jullie gehandeld; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden. Dan zullen jullie inzien dat ik in Israëls midden ben, dat alleen ik, de Heer, jullie God ben; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden. Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. Dan zal ik tekenen geven aan de hemel en op aarde: bloed en vuur en zuilen van rook, de zon verandert in duisternis en de maan in bloed. Dan komt de dag van de Heer, groot en ontzagwekkend. Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept ontkomen: op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de Heer heeft beloofd; ieder die hij roept zal worden gered.

Tweede lezing

Uit de Verhandelingen over de psalmen van de H. Augustinus, bisschop
(Ps 95, 14. 15: CCL 39, 1351-1353)

Laten wij zijn eerste komst niet weerstaan, om de tweede niet te hoeven vrezen

Dan zullen alle bomen juichen in het woud voor het aanschijn van de Heer, omdat Hij komt, omdat Hij komt om de aarde te richten. Eerst komt Hij, en daarna zal Hij komen. Deze stem klonk als eerste in het Evangelie: Van nu af zult gij de Mensenzoon zien komen op de wolken. Wat wil zeggen: van nu af? Zal de Heer dan later niet komen, als alle volken der aarde zullen weeklagen? Eerst kwam Hij in zijn predikers en vervulde Hij de gehele aarde. Laten wij  zijn eerste komst niet weerstaan, om niet zijn tweede te moeten vrezen.
Wat moeten de christenen dan doen? De wereld gebruiken, niet de wereld dienen. En wat wil dat zeggen? Bezitten alsof men niet bezat. Zo zegt de Apostel: Overigens, broeders, de tijd is kort geworden. Laat daarom zij, die vrouwen hebben, zijn als hadden zij die niet; zij, die wenen, als weenden zij niet; zij die zich verheugen, als waren zij niet verheugd; zij, die kopen, als werden zij geen eigenaar. Kortom, zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan; want de wereld, die zij zien, gaat voorbij. Ik zou willen, dat gij zonder zorg waart. Wie zonder zorg is, wacht rustig tot zijn Heer komt. Want wat is dat voor een liefde tot Christus: vrezen, dat Hij komt? Broeders, schamen wij ons niet? Wij beminnen en vrezen, dat Hij komt? Beminnen wij dan wel zeker? Of beminnen wij meer onze zonden? Laten wij die zonden dus haten en Hem beminnen, die zal komen om de zonden te straffen. Hij zal komen, of wij willen of niet; want niet, omdat Hij nu nog niet komt, zal Hij niet komen. Hij zal komen, maar men weet niet wanneer; en als Hij u bereid vindt, zal het u niet schaden, dat gij niet weet, wanneer Hij komt.
En dan zullen alle bomen juichen in het woud. Eerst komt Hij en daarna zal Hij de aarde richten: Hij zal hen juichend vinden, die bij zijn eerste komst geloofd hebben, dat Hij kwam.
Hij zal de wereld rechtvaardig richten en de volken vonnissen naar de waarheid. Wat is rechtvaardigheid en waarheid? Zijn uitverkorenen zal Hij bij zich verzamelen om te oordelen; maar de overigen zal Hij van elkaar scheiden. De enen zal Hij aan zijn rechterkant plaatsen, de anderen aan zijn linker. Wat zal er dan rechtvaardiger zijn, wat zal meer met de waarheid overeenkomen dan dat zij, die geen barmhartigheid willen beoefenen voordat de rechter kwam, ook geen barmhartigheid van de rechter kunnen verwachten? Maar die barmhartig wilden zijn zullen ook met barmhartigheid geoordeeld worden. Want tot degenen aan zijn rechterhand zal Hij zeggen: Komt , gezegenden van mijn Vader, neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid vanaf de grondvesting der wereld. En Hij rekent hun dan als verdienste de werken van barmhartigheid aan: Want ik had dorst en gij hebt Mij gelaafd, enzovoorts.
Maar wat zal Hij daarentegen diegenen aan de linkerkant verwijten? Dat zij geen bramhartigheid wilden beoefenen. En waarheen zullen zij gaan? Gaat heen in het eeuwig vuur. Dat onheilswoord zal een jammerlijk zuchten bewerken. Maar wat zegt dat anderen psalmwoord? De rechtvaardige blijft voor eeuwig in de herinnering; voor het onheilswoord is hij niet bevreesd. Wat is dat: het onheilswoord? Gaat in het eeuwig vuur, dat bereid is voor de duivel en zijn engelen. Wie zich verheugt doordat hij het goede hoort, zal niet vrezen het kwade te horen.

Of zal de rechter soms niet rechtvaardig zijn, omdat gij onrechtvaardig zijt? Of zal de waarheid niet waarachtig zijn, omdat gij leugenachtig zijt? Maar als gij een barmhartige rechter wilt hebben, wees dan zelf barmhartig voor Hij komt: vergeef als tegen u is misdaan, en geef van hetgeen gij in overvloed hebt. Uit wiens bezit geeft gij anders dan uit het Zijne? Als gij het uwe zoudt geven, zou het een schenking zijn. Nu gij uit zijn bezit weggeeft, is het een uitgave. Want wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt. Aangename offers aan God zijn deze: Barmhartigheid, nederigheid, schuld bekennen, vrede en liefde. Laten wij deze betonen en zo zullen wij veilig afwachten de komst van de Rechter, die de wereld rechtvaardig zal richten en de volken vonnissen naar de waarheid.

Plechtige Hoogmis Jubileum zr. M. Josephine op 7 november 2020 Premiere op YOUTUBE Voor wie het nog niet gezien heeft!