zaterdag 17 juni 2023

 

Collectegebed 11e zondag door het jaar 

“Beantwoorden aan uw wil in gedachten en daden”



Missale Romanum – 1970
Deus, in te sperantium fortitudo, invocationibus nostris adesto propitius, et, quia sine te nihil potest mortalis infirmitas, gratiæ tuæ præsta semper auxilium, ut, in exsequendis mandatis tuis, et voluntate tibi et actione placeamus.

Altaarmissaal – 1979
God, steun voor allen die op U hopen, wees ons nabij en luister naar ons gebed. In onze menselijke zwakheid kunnen wij niets zonder U. Schenk ons altijd de bijstand van uw genade om door het naleven van uw geboden, in gedachten en daden aan uw wil te beantwoorden.

Meer letterlijke vertaling
God, kracht voor allen die op U hopen, verhoor genadig onze smeekbeden en omdat onze aardse zwakheid zonder U niets vermag, verleen ons altijd de bijstand van uw genade, opdat wij, door het naleven van uw geboden, in ons willen en in ons doen U behagen.

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n
Het collectegebed van deze zondag is in feite integraal terug te voeren op het Oude Gelasiaans Sacramentarium, 566 - 8e eeuw-, en staat vermeld in het Missale Romanum van 1962 op de 1e zondag na Pinksteren en in de week die daarop volgt. Sinds de 8e eeuw en wellicht nog vroeger was deze oratie, getuige niet minder dan 32 manuscripten, in gebruik in de kathedralen, dom- en kloosterkerken van het vasteland van Europa en overzee (Corpus Orationum, II, D, pars 1, reeks Corpus Christianorum, series Latina, CL A, Turnhout 1993, p. 180).
Vanwege de woordparen “fortitudo” – kracht - en “infirmitas” – zwakheid - , “voluntas” – wil - en “actio” – handeling - zou een mogelijke bron voor dit collectegebed ook in de anti-pelagiaanse (1) geschriften van de H. Augustinus van Hippo  (+ 430) gevonden kunnen worden.
W o o r d e n l i j s t
In het klassieke Latijn  betekent  “fortitudo” maar zelden fysieke kracht, maar wel volharding, “standvastigheid, vastberadenheid, manhaftigheid bij het verduren of op zich nemen van moeilijkheden, lasten, ongemak, tegenspoed; ook beslistheid, vastbeslotenheid, dapperheid, moed, onverschrokkenheid,  onversaagdheid.  In de Latijnse Vulgaatvertaling van het oude Testament wordt de Heer dikwijls aangeduid als “fortitudo mea” – “mijn sterkte…”.  Zo  vertalen de Latijnse en Griekse versies van het Oude Testament het Hebreeuwse  maw’oz en ‘oz, begrippen die een “plaats” of “middel van veiligheid”, een “toevluchtsoord, schuilplaats”  of “burcht”, “bolwerk, fort”, “bastion”of “vesting” aanduiden.
Het begrip “burcht” klinkt ook in het grote “strijdlied” van de 16eeuwse protestanten in Duitsland “Ein feste Burg ist unser Gott”  - Een vaste burcht is onze God’. Dit is de vertaling van psalm 46 door Maarten Luther (+1546) die voor het protestantisme de betekenis kreeg die de Internationale later voor het socialisme zou krijgen. Van oudsher en ver voordat Luther op het idee kwam, werden hymnen en liederen ook ingezet in de strijd van het orthodoxe katholicisme tegen ketterijen en schismatieke bewegingen. Deze vormden ook een geheugensteun voor de mensen de relevante rechtzinnige ideeën te leren en te onthouden.  De H. Augustinus van Hippo (+430) stelde een gedicht samen ter bestrijding van de donatisten (2) die hun schismatieke altaren hadden opgezet tegenover die van de katholieken. In reactie op “Ein feste Burg” zongen Rooms Katholieken  “Großer Gott, wir loben dich” “Grote God, wij loven U – in 1774 getoonzet door de priester-dichter Ignaz Franz, als een parafrase op het “Te Deum” , een lofzang, in feite het aloude lof- en danklied van de H. Kerk, dat terugreikt tot eind 4e, begin 5e eeuw en dat mogelijk – minstens in enkele onderdelen – naar het auteurschap van de H. Ambrosius (+ 397) verwijst. De protestanten adopteerden vervolgens op hun beurt enthousiast het priesterlied “Großer Gott, wir loben dich” en zingen dat tot op de dag van vandaag. Daardoor is in dit geval het Ajax-Feyenoord-karakter op de achtergrond geraakt maar dat is misschien wel heel oecumenisch.
Adesto is de imperatief van de toekomende tijd van het werkwoord adesse: aanwezig zijn, nabij zijn, helpen, bijstaan. In de verbinding: adesto precibus , adesto supplicationibus  of adesto invocationibus  krijgt het de betekenis van “verhoren, luisteren naar”.
Auxilium is “hulp, assistentie, bijstand, steun”.
Voluntas betekent voornamelijk “wil, vrije wil, wens, keuze, verlangen, neiging, geneigdheid”. Het is de kracht van onze vrije wil die in samenwerking met ons intellect ons onderscheidt van wilde dieren. Voluntas  kan ook eenvoudig een “intentie” betekenen of iets wat we inwendig willen.
Mortalis: sterfelijk, dodelijk, aards, vergankelijk; peccatum mortale: doodzonde.
Propitius (van pro en peto): genegen, genadig, gunstig
Infirmitas heeft betekenissen als “zwakheid, zwakte”, ook “het zwakke geslacht”, verder “onzelfstandigheid”, “wankelbaarheid”.
Exsequor heeft een scala aan betekenissen: 1. volgen, begeleiden, nalopen, aanhangen 2. doorzetten, uitvoeren, voltrekken 3. vervolgen, straffen, wreken 4. uitvoerig behandelen, beschrijven 5. voortzetten, voleinden 6. uitvorsen, te weten komen 7. dragen, dulden, ondergaan, verduren. Exsequor mandata : opdrachten, bevelen, geboden uitvoeren / volgen / naleven.
Als het collectegebed zegt dat de sterfelijke mens te zwak is, om zonder God tot iets in staat te zijn, dan geldt dat in het algemeen voor het natuurlijke leven. Maar hier is evenwel en vooral het bovennatuurlijke domein bedoeld: “Zonder Mij kunt gij niets doen” (Jo 15,5). De zondeval van de eerste mens verwondde en verzwakte immers de geest en wil van de gehele mensheid tot op de dag van vandaag. Daardoor is het moeilijk voor ons om scherp te onderscheiden wat goed en waar is. Na afweging met ons verstand of op gezag van anderen  blijft het vanwege onze passies en voorkeuren nog steeds moeilijk de juiste keuze te maken. Onze juiste geest- en wilsbesluiten moeten worden gedisciplineerd door herhaling van keuzes en handelingen op de juiste tijd en wijze, zodat we goede gewoonten en deugden ontwikkelen.
In ons gebed van deze zondag staat voluntas (de vrije wil) in tegenstelling tot de actio “actie” (handeling) geplaatst. Wij hebben “neigingen” tot dit of dat. In de acties (handelingen) worden onze neigingen concreet. Sommige acties zijn geheel geestelijk of spiritueel, en zijn in die hoedanigheid acties van de geest. Wij hebben een eerste idee of neiging en vervolgens gebruiken wij onze vrije wil om dat idee te aanvaarden of af te wijzen. Wij kunnen een neiging tot een diepere gedachte brengen en haar beschouwen. Er zijn verstandelijke daden (goed of slecht). Er zijn ook fysieke daden. We krijgen een idee en dan zoeken we met behulp van ons  intellect en wil uit hoe het te doen en een keuze te maken om te handelen (goed of slecht).
Gelet op de moeilijkheid de juiste keuzes te maken als gevolg van de erfzonde is God de enige hoop, die de kracht verlenen kan iets te bewerken wat God welgevallig is. Vervuld van deze overtuiging, smeekt de Kerk in het collectegebed van deze zondag God, haar de hulp van Zijn genade te verlenen, opdat wij daardoor Gods geboden in willen en handelen vervullen.
Het welbehagen van de Vader rustte op zijn eniggeboren, geliefde Zoon. Ook op ons die door water en de Heilige Geest opnieuw geboren en kind van God zijn geworden, rust Gods welbehagen. Wij zijn immers ranken aan de wijnstok van het mystieke Lichaam van Christus en God helpt hen, met zijn genade, vruchten voort te brengen door willen en handelen. Het welbehagen van God is voor de mensen een  levenskwestie, om welke reden het collectegebed van deze zondag een bijzonder aandringend karakter heeft. Dit aandringen blijkt uit de dubbele vraag om Gods bijstand: “invocationibus nostris adesto propitius”- “verhoor genadig onze smeekbeden” en, nog duidelijker: “gratiæ tuæ præsta semper auxilium” – “verleen ons altijd de hulp van uw genade”.

Het gaat niet om het afwenden van de straf, die wij moeten verwachten, als wij de geboden niet onderhouden, en niet om het loon, dat ons de trouw aan de geboden in het vooruitzicht stelt. Het gaat erom, dat wij de Vader, die wij zo liefhebben, behagen. Zo is het collectegebed een gebed van liefde voor God. God begint en voltooit in ons alle verdienstelijke dingen die wij doen. Hij geeft ons de kracht om alle goede daden tot stand te brengen.

Noten”bij de tekst:
(1)   Pelagianen: volgelingen van Pelagius (354-420/440)  (eind 4e eeuw), een asceet, die stelde dat de zondeval de menselijke natuur niet heeft aangetast en dat de sterfelijke wil in staat is te kiezen tussen het goede en kwade, met andere woorden dat de mens alle capaciteiten bezit om door een deugdzaam leven zichzelf waardig te maken voor het eeuwig leven zonder dat hiervoor bijstand van de kant van God nodig is. In zijn anti-pelagiaanse geschriften werkt de H.Augustinus zijn genadeleer uit: de gedachte dat het als gevolg van de erfzonde onmogelijk is om goed te leven zonder Gods voortdurende hulp, een genade-gave die de zondige mensheid eigenlijk niet verdient.
(2)  Van de vele ketterijen waarmee Augustinus als bisschop van Hippo te maken kreeg vormden de donatisten, volgelingen van de afgescheiden bisschop Donatus (4e eeuw) wel een van zijn meest hardnekkige tegenstanders. Deze christelijke fundamentalisten uit Noord-Afrika bepleitten een volledig zuivere Kerk zonder compromissen. Zij wilden geen banden met de Kerk van Rome en de Romeinse overheid.
Augustinus vatte de strijd tegen hen op. Daarbij ging hij ongebruikelijke middelen niet uit de weg. In 393 schilderde hij het conflict met de donatisten in een lang gedicht, de “Psalm tegen de donatisten”. Het is geschreven in heel eenvoudig Latijn, dat bewust is ontdaan van alle klassieke franje: iedereen moest de boodschap kunnen begrijpen. Dit unieke gedicht krijgt ten onrechte meestal weinig aandacht. Klassiek geschoolde geleerden vinden de volkse tekst de erudiete kerkvader haast onwaardig. Augustinus blijkt echter ook hier al zijn talenten als redenaar en schrijver in te zetten voor 'de goede zaak', zoals hij dat ook doet in zijn preken.
De “Psalmus” is van groot belang als historisch, pastoraal en theologisch document. Maar bovenal neemt het gedicht een bijzondere plaats in binnen de geschiedenis van de Europese poëzie. Het is namelijk een uniek getuigenis van de ontwikkeling naar de ritmische Latijnse poëzie van de middeleeuwen

vrijdag 16 juni 2023

 

Kort commentaar bij het 

GEBED OVER DE GAVEN

in het misformulier 

HOOGFEEST H. HART VAN JEZUS




 





Missale Romanum – 1970

Réspice, quæsumus, Dómine, ad ineffábilem Cordis dilecti Fílii tui caritátem,

ut quod offérimus tibi sit munus accéptum

et nostrórum expiátio delictórum.

 

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979

Heer, wij doen een beroep op de mateloze liefde van het Hart van uw beminde Zoon.

Laat deze offergaven voor U aanvaardbaar zijn en onze zonden goedmaken.

 

Werkvertaling

Zie, Heer, vragen wij U, naar de onuitsprekelijke liefde van het Hart van uw beminde Zoon,

opdat de gaven die wij U aanbieden U aangenaam zijn

en een uitboeting voor onze zonden.

 

Commentaar

Het Gebed over de gaven noemt de liefde van Jezus “onuitsprekelijk”. En toch spreekt het gebed het uit: zij is “onuitsprekelijk”. Hoe kan men anders het oneindige en eeuwige formuleren dan een begrenzing te ontkennen? Want op zich is de liefde van de mens geworden Zoon van God noch te begrijpen, noch te formuleren. De liefde van God overstijgt immers alle menselijke begrippen. De groot(s)heid van de goddelijke liefde kan worden benoemd zoals de H. Schrift het doet: “God heeft de wereld immers zozeer liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven” (Jo 3, 16). De grootheid van de liefde wordt hier gemeten aan de grootheid van het geschenk: de Zoon van God. Wie deze grootheid wilt uitzeggen kan dat slechts door overschrijding van alle grenzen van zijn heerlijkheid.

Menselijke woorden kunnen onmogelijk de grootheid van Christus’ liefde uitdrukken, omdat deze “alle kennis te boven gaat” (Ef 3, 19). En toch wenst de apostel Paulus de christenen van Efeze toe: “Moge Christus door het geloof in uw hart zijn intrek nemen en moge gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijven. Moge gij in staat zijn mèt alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot de gehele Volheid Gods“ (Ef 3, 17-19).

Het is wellicht te beperkt wanneer men dit gaven-gebed alleen op de liefde van Christus tot ons betrekt. Want het Offer van Jezus gold in eerste instantie de Vader en door zijn liefde tot de Vader gaf Hij Hem genoegdoening voor alle zonden van de wereld.

Het gebed laat zich vervolgens aldus begrijpen dat onze gaven God aangenaam zijn en onze zonden mogen delgen. Maar slechts enkel en alleen wanneer wij door het Mysterie van de H. Eucharistie in de liefde van Christus tot de Vader ondergedompeld willen worden onze gaven God welgevallig en in staat voor onze zonden eer herstel te bieden.

Zo komt het gebed van de oudtestamentische Abel “respice” hier met de bede voor de consecratio van de gaven overeen, waarin de vereniging met het offer van Christus en met zijn liefde tot stand wordt gebracht en waardoor middels de onuitsprekelijke liefde van Christus de vervulling van de bede wordt bereikt.

 Kort commentaar bij

HET GEBED NA DE COMMUNIE

IN HET

 MISFORMULIER HOOGFEEST H. HART VAN JEZUS











Het Laatste Avondmaal.
Mozaïek in de S. Apollinare Nuovo, Ravenna (vóór 529)

Tekst

Missale Romanum – 1970

Sacraméntum caritátis , Dómine,  sancta nos fáciat dilectióne fervére,

qua, ad Fílium tuum semper attrácti,

ipsum in frátribus agnóscere discámus.

 

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979

Heer, laat het sacrament van uw liefde in ons zo’n grote liefde opwekken,

dat wij altijd tot uw Zoon worden getrokken

en Hem in onze naasten beminnen.

 

Werkvertaling

Heer, laat het sacrament van uw liefde ons [zo] doen gloeien van een heilige liefde,

waardoor wij, te allen tijde tot uw Zoon getrokken,

Hem in onze broeders leren herkennen.

 

Commentaar

De H. Hartverering wordt gekenmerkt door een bijzonder gloedvol taalgebruik. Uit de vertaling van het Altaarmissaal spreekt een drang naar nuchterheid. Deze nieuwe compositie van het Missale Romanum benoemt hier ‘sacrament van de liefde’ echter niet als de heilige Communie. De H. Eucharistie is het sacrament dat op een heel bijzondere manier voortkomt uit de liefde van de Verlosser. Graag betrekt men op dit sacrament de woorden van Jezus, waarmee Johannes in zijn Evangelie het verslag over het Laatste Avondmaal evangelist inleidt: “Beminde Hij de zijnen in de wereld, nu gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe” (Jo 13, 1). Op deze liefde betrekt de postcommunio ook de woorden van Christus: “Wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken” (Jo 12, 32). Bij het ontvangen van de H. Communie komt een vereniging tot stand waarop dit woord van Jezus toepasselijk is.

Met het erkennen van zo’n grote liefde vraagt de oratie voor de gelovigen om het vuur van de liefde. Dat liefde wederliefde opwekt of toch minstens zou moeten opwekken, behoort tot de grondregels van het mens-zijn. Maar de richting van de oratie focust meer op díe wederliefde, die de Verlosser van de mensen verlangt, dat namelijk ieder die Hij bemint, ook zijn naasten bemint. Hij wil - met andere woorden - ook in de naasten worden bemind. Men kan de Heer immers niet met voorbijgaan van de naasten, beminnen. Hij heeft hen immers tot zich getrokken en zij vormen met hem tesamen de mystieke Lichaam van Christus, waarin én Christus én zijn en onze broeders als Wijnstok en als ranken in een levende communio met elkaar zijn verbonden.

De Latijnse tekst vraagt slechts dat wij Christus in onze naasten erkennen. Maar we mogen er aan toevoegen zoals de tekst van het Altaarmissaal doet: en Hem in onze naasten beminnen.

 


Paus Benedictus XVI gaf de Postsynodale Exhortatie over de H. Eucharistie (2007), bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk de als beginwoorden mee: Sacramentum caritatis. Hij presenteerde dit begrip in nr. 1 van de Exhortatie als volgt:

Sacrament van de liefde: de heilige Eucharistie is het geschenk van de zelfgave van Jezus Christus, waardoor Hij ons Gods oneindige liefde voor iedere mens openbaart. In dit wonderbare sacrament toont zich de “grotere” liefde die ertoe aanzet “het eigen leven te geven voor zijn vrienden” (vgl. Joh 15,13). Ja, Jezus heeft de Zijnen “tot het uiterste toe” liefgehad (Joh 13,1). Deze woorden van de evangelist vormen de inleiding op Jezus’ gebaar van oneindige nederigheid: voordat Hij voor ons aan het kruis stierf, waste Hij, omgord met een linnen doek, de voeten van zijn leerlingen. Op dezelfde wijze blijft Jezus ons in het sacrament van de Eucharistie “tot het uiterste toe” liefhebben, tot aan de gave van zijn Lichaam en zijn Bloed. Wat moeten de gebaren en de woorden van de Heer tijdens dat Avondmaal de apostelen hebben verwonderd! Wat moet het mysterie van de Eucharistie ook een verwondering opwekken in ons hart!

KORT COMMENTAAR BIJ HET 

COLLECTAGEBED VAN HET MISFORMULIER 

HOOGFEEST H. HART VAN JEZUS



COLLECTAGEBED

 

Missale Romanum – 1970

Concéde, quæsumus, omnípotens Deus,

ut qui, dilécti Fílii tui Corde gloriántes, eius præcipua in nos benefícia recólimus caritátis,

de illo donórum fonte cælésti supereffluéntem grátiam mereámur accípere.

 

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979

Almachtige God, wij herdenken de wonderen van Jezus’ liefde jegens ons

bij deze viering van het Hart van uw beminde Zoon.

Wij bidden U:

laat ons uit deze bron van genade uw gaven in overvloed ontvangen.

 

Werkvertaling

Verleen, vragen wij U, almachtige God, 

dat wij die, roemend op het Hart van uw geliefde Zoon, 

de uitmuntende weldaden van zijn liefde jegens ons herdenken, 

overvloedige genade uit die hemelse bron, rijk aan gaven, verdienen te ontvangen.

 

Commentaar

De verering van het Heilig Hart van Jezus is de verering van de liefde van Jezus jegens ons, mensen. Deze liefde wordt het duidelijkst uitgedrukt door zijn doorboorde Hart, een heilsfeit dat, zij het ook niet uitsluitend, heel deze cultus beheerst.
Dit laat de tekst van het collectagebed onmiddellijk zien, waar het gaat om “de gaven in overvloed uit deze hemelse bron van genade”. Deze bron is de zijdewonde van de Heer, die al van oudsher  de Vaders in hun vrome overwegingen inspireerde.
Het gebed vraagt om deze meer dan rijkelijke genade. De innerlijke gesteltenis voor deze bede is de hooggestemde vreugde over het Hart van de Heer en zijn in de geopende zijdewonde zichtbare liefde. De bede wordt mede bepaald door de herinnering aan de weldaden van de kant van de Heer, die met name in de H. Eucharistie worden geactualiseerd en gevierd.
De herinnering aan de weldaden van de Heer wekt niet alleen onze liefde, maar ook een nieuw, onverzadigbaar verlangen nog méér de goedheid van God te mogen ervaren. Dit drukt de oratie met aandrang uit.
 

Het Romeins Missaal biedt nog een keuzemogelijkheid aan voor het collectagebed:

Missale Romanum – 1970

Deus, qui nobis in corde Fílii tui, nostris vulneráto peccátis, 

infinítos dilectiónis thesauros misericórditer largíri dignáris,

concéde, quæsumus,

ut illi devótum pietátis nostræ præstántes obséquium,

dignæ quoque satisfactiónis exhibeámus officium.

 

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie – 1979

God, in het Hart van uw Zoon, dat om onze zonden gewond werd, 

schenkt Gij ons genadig de rijkdom van uw liefde.

Geef dat wij Hem onze eerbiedige hulde brengen

en zo onze plicht tot passend eerherstel vervullen.

 

Werkvertaling

God, die U gewaardigt ons in het Hart van uw Zoon, 

dat door onze zonden gewond is, 

de oneindige schatten van uw liefde barmhartig ter beschikking te stellen,

Wij vragen U,

zorg dat wij, die Hem onze liefdevolle en toegewijde onderdanigheid betuigen,

ook onze plicht van waardig eerherstel vervullen.

 

Commentaar

Ook de tweede oratie van het feest van het H. Hart heeft het doorboorde Hart van Jezus voor ogen, maar nu met de bijzondere wending dat het onze zonden zijn die het hebben verwond. Met een bepaalde paradoxie wint de oratie op deze manier aan uitdrukkingskracht, omdat ook dit gebed - zonder de eigenlijke term te gebruiken - het doorboorde Hart als de bron beschouwt, het Hart dat barmhartig mateloze schatten van liefde rijkelijk wegschenkt (largiri).

In de bede gaat het deze keer om de eigen wederkerige liefde uitgedrukt in een toegewijde liefdevolle gehoorzaamheid (devótum obséquium) als consequentie van de liefde die het als haar opdracht ziet het verwonde Hart van de Heer genoegdoening te verschaffen. Het geopende Hart en de gedachte van eerherstel zijn altijd bijzonder karakteristiek geweest bij de verering van het H. Hart van Jezus.




H.Margaretha Alacoque (1647-1690)
heraut van de devotie tot het H. Hart

woensdag 14 juni 2023

 Van de heilige Lidwina van Schiedam is bekend dat zij bijna niets at en nagenoeg alleen leefde van de heilige Communie.







Pater Dries van den Akker s.j. schreef: De heilige Lidwina van Schiedam werd in 1380 te Schiedam uit arme ouders geboren. In 1395 kwam zij bij het schaatsen op het ijs ten val. Dat was het begin van een ongeneeslijk en zeer pijnlijk ziekteproces. Zij at bijna niets en leefde nagenoeg alleen van de heilige Communie die haar regelmatig door de kapelaan van de parochiekerk werd gebracht. Het schijnt dat zij haar pijn heldhaftig droeg en dat zij haar bezoekers vol liefde en aandacht te woord stond. Op die manier was zij een bron van inspiratie voor haar omgeving.

Op haar is van toepassing de volgende tekst van de zalige Jan van Ruusbroec: Een Spieghel der eeuwigher salicheit III

“Want Christus is het levend , hemels Brood, dat de Vader in de hemel gezonden heeft (Jo 6.48 ev) , dat wij met minne eten en verteren in onzen geest, gelijk de engelen en de heiligen doen in de hemel, en gelijk Christus Zelf, door zijn minne, ons allen verteert in Zich. Die aldus teren en worden verteerd, die hebben een eeuwig, zalig leven in Christus, en zij kunnen altijd eten en drinken, als zij met liefde hun Geliefde gedenken.
“En juist zij begeren meer het heilig Sacrament en zijn ook bekwamer en geneigder daartoe dan andere mensen. Want zij houden van doenwijze en geplogenheden der Heilige Kerk, zoals Christus het verordend en vastgelegd heeft tot zijn eer en tot nut van zijn volk. En hierom groeien en wassen zij voortdurend in genade en in alle deugden, zo inwendig als uitwendig. Want al wat zij van binnen bezitten in de geest, dat ontvangen zij ook van buiten in het Heilig Sacrament

maandag 12 juni 2023

 

DE H. “AVONDSMAALDOEK” 

UIT MÖNCHENGLADBACH 

IS EEN ZEER VERBAZINGWEKKENDE  RELIEK.

NOG VERBAZINGWEKKENDER IS 

DE EUCHARISTIE ZELF

 

 Overweging van Pastoor J. L’Ortye op Processiezondag, 11 juni 2023

 

Al eeuwenlang zijn mensen op zoek naar de heilige Graal, naar de beker die Jezus tijdens het Laatste Avondmaal gebruikte. Onlangs mocht ik echter in Mönchengladbach, bij gelegenheid van de Heiligdomsvaart, de zgn. ‘Avondmaalsdoek’ aanschouwen, een stuk linnen dat volgens een in het Latijn opgesteld bijschrift bij het Laatste Avondmaal als tafellaken is gebruikt is  (“de mensali in quo Dominus cum discipulis cenavit”). Dat stuk doek wordt al sinds 1275 in Mönchengladbach bewaard, in de voormalige abdijkerk van de Benedictijnen die er zich in de tiende eeuw vestigden. Ondanks de opheffing van deze abdij in de Franse tijd (1802) is zowel de abdijkerk als het bijbehorende klooster behouden gebleven, ook al liepen de gebouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog ten gevolge van zware bombardementen aanzienlijke schade op. Bij gelegenheid van de 84e Duitse Katholiekendag die er in 1974 werd gehouden werd de abdijkerk tot basilica minor verheven. Dat was ook het jaar dat het 1000-jarig bestaan van het Gladbacher Münster werd gevierd.

Naar de heilige graal is men nog altijd op zoek, maar om de hoek (in Mönchengladbach) ligt de ‘avondmaalsdoek’. Eens in de zeven jaar wordt dit kleinood uit haar schrijn gehaald en ‘aan de volke getoond’ zoals dat heet. Tijdens de Heiligdomsvaart bevindt het zich midden in de basiliek, op een tafel in een lage vitrine. Zo onopvallend dat je er zomaar aan voorbij loopt als niemand je erop wijst. Daarbij is de doek ook helemaal niet zo groot, in ieder geval veel kleiner dan je verwacht: 90 cm lang en 20 cm breed. In ieder geval niet groot genoeg om een tafel te bedekken waaraan je Jezus en zijn twaalf apostelen voor je ziet zitten, zoals op de bekende 15e eeuwse muurschildering van Leonardo da Vinci in Milaan.

Inmiddels heeft wetenschappelijk onderzoek uitgewezen dat de doek uit de eerste eeuw van onze jaartelling dateert en ook dat deze uit Israël komt. Of deze ook daadwerkelijk tijdens het Laatste Avondmaal de tafel bedekt heeft, op de tafel waaraan Jezus voor het laatst met zijn vrienden het Paasmaal vierde en deze maaltijd met het oog op zijn naderend Lijden en Sterven een nieuwe betekenis gaf, is natuurlijk in andere vraag. Dat de doek zo klein is, zou zijn verklaring kunnen vinden dat het maar om een deel van het origineel gaat. Eenzelfde stuk stof wordt in de keizerlijke kroonschat in Wenen bewaard. Het is en blijft hoe dan ook een bijzonder stuk stof dat niet voor niets door de eeuwen door bewaard is gebleven en nog altijd met heel veel zorg en devotie wordt omringd. Tijdens de Heiligdomsvaart wordt de lage vitrine met daarin de Avondsmaalsdoek op het altaar geplaatst als de Mis wordt gevierd, om daarmee de band tussen deze doek met de Eucharistie tot uitdrukking te brengen: het doek brengt ons immers in contact met niemand minder dan Jezus zelf die aan deze tafel (of beter gezegd aan een tafel met deze doek erop) het Laatste Avondmaal hield. Ongelooflijk, toch? Hoe je dankzij dergelijke eerbiedwaardige relieken het verleden bijna op de hielen zit …

Maar hoe verbazingwekkend het ook mogen klinken: nog verbazingwekkender vind ik de Eucharistie zelf, als we er tenminste in zien wat Jezus zelf ons ermee en erin wilde schenken: zijn blijvende aanwezigheid, de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus onder de Eucharistische gedaanten van brood en wijn. Dat is nog iets anders dan een heilige voorwerp, dat gaat veel verder zoals een heilige beker, een heilige doek of heilig brood. In en de Eucharistie gaat het niet om íets dat ons aan Jezus herinnert, maar om Jezus zelf, Jezus zelf die zich onder tekenen van brood en wijn aan ons meedeelt.

Dat Sacrament mogen wij vieren, dat Sacrament mogen wij ontvangen, niet één keer per jaar op Witte Donderdag, of zoals vandaag op Sacramentsdag, maar ieder week (ja zelfs iedere dag ) weer opnieuw. En ons aldus niet zozeer uiterlijk, als wel innerlijk verbonden weten met de Heer die ook ons door het mysterie van zijn Lijden en Sterven heeft willen brengen tot zijn Verrijzenis en hemels leven. Daarvan is de Eucharistie het onderpand. “Wie van dit Brood eet”, zo hoorden we Jezus zojuist nog zeggen, “wie van dit Brood eet, zal in eeuwigheid leven”.


 


    

 


woensdag 7 juni 2023

 

OVERWEGING BIJ HET MEDAILLON 

VAN DE H. EUCHARISTIE

 VAN HET

 MEDITATIETABLEAU VAN DE H. BROEDER KLAUS VAN FLÜE



MEDAILLON VAN DE H. EUCHARISTIE













Overweging bij het medaillon van de H. Eucharistie

Noch kleiner als bei der Geburt im Stalle

und noch geringer

als im Ausgeliefertsein durch den Verräter

ist Gottes Niedrigkeit

im schwachen Brot auf den Altären.

Die Liebe findet immer neue Wege zu den Menschen,

sie wird zu Brot,

sie läßt sich teilen und verteilen

nehmen und verzehren.

Selbst als Verzehrte bleibt sie ungebrochen

und immer neu

und ungemindert.

So wie in einem Brennpunkt sich die Strahlen sammeln,

so bündeln sich in diesem kleinen Brot

des Heils Geheimnisse in Fülle

und unauslotbar.

Der Priester trägt in seinen schwachen Händen

den Herrn der Welt, der alle Welten trägt.

Was im Gehorsam einst began

im schlichten Ja-Wordt der geringe Magd,

was im Gehorsam sich am Kreuz vollendet,

das bleibt als Pilgerbrot

bis an das der Ewigkeit:

für alle Zeit gleich gegenwärtig

für alle Menschen greifbar nah.

Mehr Liebe können Himmelsräume nicht erfassen

als dieses schwache Broot enthält.

Der Menschen Weisheit bricht in tausend Stücken,

wo Gottes Weisheit sich enthüllt - als Torheit,

Torheit der Liebe!

Willst du begreifen, werde selbst ein Tor,

ergreif dat Brot,

es wandelt dich zum Toren!

Dann stehst du an der Wahrheit Schwelle,

die dir den Tod,

als Tür zum Leben offenbart.

Du wirst in jene neue Kraft hineinverwandelt,

die von dem Grab den schweren Stein gewälzt.

Die Totenbahre bleibt dit lediglich ein Gleichnis

für alles, was an dir vergänglich war.

Doch der als Brot des Lebens sich dir schenkt,

der Herr,

er lebt in dir verborgen

als der Gefährte deiner Pilgerschaft,

als Lebensquell, der in der Herzensmitte,

in dir, entspringt - der unversiegbar ist.


 Werkvertaling

Nog geringer dan bij de Geboorte in de stal

en nog onaanzienlijker

dan bij de overlevering door de verrader

is Gods nederigheid

in het schamele Brood des Altaars.

De liefde vindt steeds nieuwe wegen naar de mensen:

zij wordt tot brood,

zij laat zich delen en uitdelen,

nemen en verteren.

Zelfs, verteerd, blijft zij ongebroken

en steeds weer nieuw

en mindert niet.

Zoals in een brandpunt de stralen samenkomen,

zo bundelen zich in dit kleine stukje brood,

de heilsmysteries in volheid

ondoorgrondelijk.

De priester draagt in zwakke handen

de Heer der wereld, die alle werelden draagt.

Wat eens in gehoorzaamheid is aangevangen,

met het bescheiden fiat van de nederige Maagd,

wat in gehoorzaamheid op het kruis volbracht werd

blijft het viaticum (leeftocht) voor de pelgrim onderweg

tot aan de poort der eeuwigheid:

te allen tijde gelijkelijk tegenwoordig

voor alle mensen tastbaar nabij.

Meer liefde kan de hemel niet omvatten

dan dit zo zwakke brood bevat.

‘s Mensen wijsheid breekt in duizend stukken,

waar de wijsheid van God zich als dwaasheid openbaart,

de dwaasheid van de liefde!

Wil je dit begrijpen, word dan zelf een dwaas,

neem het Brood,

in een dwaas het u verandert!

Dan staat u op de drempel van de Waarheid,

die u de dood

als deur ten leven openen zal.

U wordt veranderd in die nieuwe kracht

die van het graf de zware steen wegrolde.

De lijkbaar blijft u slechts gelijkenis,

voor alles wat aan u vergankelijk was.

Maar die als Brood des levens zich schenkt aan u,

de Heer,

Hij leeft in u verborgen,

als Reisgezel op uw pelgrimstocht,

als Levensbron, die diep in uw hart,

in u, ontspringt en onuitputtelijk is.