donderdag 15 juni 2017
woensdag 14 juni 2017
June, 14 St.Lydwine of Schiedam
Jan Dunselman, 1890:
Lydwine's house
is spared during the burning of Schiedam
St. Lydwine is the
patroness of sickness Lydwine of Schiedam was born at Schiedam, Holland, one of
nine children of a working man. After an injury in her youth, she
became bedridden and suffered the rest of her life from various illnesses and diseases. She experienced
mystical gifts, including supernatural visions of heaven, hell, purgatory, apparitions of Christ, and the stigmata. Thomas a Kempis wrote a
biography of her. She was officially canonized by Pope Leo XIII in 1890.
Lydwine suffered a fall while ice skating in 1396, when a friend collided with her and caused her to break a rib on the right side. From this injury, she never recovered. An abscess formed inside her body which later burst and caused Lydwine extreme suffering. Eventually, she was to suffer a series of mysterious illnesses which in retrospect seemed to be from the hands of God. Lydwine heroically accepted her plight as the will of God and offered up her sufferings for the sins of humanity. Some of the illnesses which affected Lydwine were headaches, vomiting, fever, thirst, bedsores, toothaches, spasms of the muscles, blindness, neuritis and the stigmata. Her feast day is April 14, after Vaticanum II June, 14.
Lydwine suffered a fall while ice skating in 1396, when a friend collided with her and caused her to break a rib on the right side. From this injury, she never recovered. An abscess formed inside her body which later burst and caused Lydwine extreme suffering. Eventually, she was to suffer a series of mysterious illnesses which in retrospect seemed to be from the hands of God. Lydwine heroically accepted her plight as the will of God and offered up her sufferings for the sins of humanity. Some of the illnesses which affected Lydwine were headaches, vomiting, fever, thirst, bedsores, toothaches, spasms of the muscles, blindness, neuritis and the stigmata. Her feast day is April 14, after Vaticanum II June, 14.
dinsdag 13 juni 2017
13 juni H. Antonius van Padua - Een taal is pas echt levend, als de daden spreken.
Antonius werd tegen het einde van de 12e eeuw te Lissabon geboren. Kort
na zijn priesterwijding ging hij van de reguliere kanunniken van Sint
Augustinus, bij wie hij ingetreden was, over naar de minderbroeders, met
de bedoeling het geloof in Noord - Afrika te gaan verkondigen. Maar
zijn werkterrein werd Frankrijk en Italië, waar hij met veel vrucht het
predikambt vervulde, velen die door dwaalleraren waren misleid tot de
kerk terugbracht en als eerste in zijn orde met het theologie-onderwijs
aan zijn medebroeders belast werd. De preken die hij heeft nagelaten
onderscheiden zich door hun leerstellige inhoud. Hij stierf te Padua in
1231.
Wie van de heilige Geest vervuld wordt, spreekt ‘in vreemde talen’ (Hand. 2, 4). De verschillende talen zijn de verschillende manieren waarop wij voor Christus getuigen: nederigheid, armoede, geduld en gehoorzaamheid. Zo’n taal spreken wij, als wij deze deugden in ons leven voor anderen zichtbaar maken.
Uit een preek van de heilige priester Antonius van Padua († 1231)
Een taal is pas echt levend, als de daden spreken.
Wie van de heilige Geest vervuld wordt, spreekt ‘in vreemde talen’ (Hand. 2, 4). De verschillende talen zijn de verschillende manieren waarop wij voor Christus getuigen: nederigheid, armoede, geduld en gehoorzaamheid. Zo’n taal spreken wij, als wij deze deugden in ons leven voor anderen zichtbaar maken.
Een taal is pas echt levend,
als de daden spreken. Wij zijn vol mooie woorden, maar zonder daden, en
daarom door de Heer vervloekt, zoals Hijzelf de vijgeboom heeft
vervloekt, waaraan Hij geen vruchten vond, maar enkel bladeren. ‘Voor
een verkondiger’, zegt Gregorius, ‘is het een grondbeginsel dat hijzelf
doet wat hij verkondigt. Het is zinloos de kennis van de wet te
verspreiden, als men door zijn handelen dit onderricht tenietdoet.’
Maar de apostelen ‘begonnen te spreken naargelang de Geest hun te vertolken gaf’ (Hand. 2, 4).
Gelukkig wie spreekt zoals de Geest hem ingeeft en niet volgens zijn
eigen stemming. Want er zijn mensen die zeggen wat hun eigen geest hun
ingeeft, of die de woorden van anderen stelen en ze als hun eigen
woorden aanbieden en aan zichzelf toeschrijven. Over dergelijke mensen
zegt de Heer bij Jeremia: ‘Ik verzeker u: Ik zal de profeten die mijn
woorden van elkaar stelen - godsspraak van de Heer. Ik zal de profeten
die al wat over hun lippen komt, als orakels beschouwen - godsspraak van
de Heer. Ik zal de profeten die mijn volk misleiden met hun zogenaamde
dromen, met hun leugens en hun woordenvloed - godsspraak van de Heer. Ik
heb hen niet gezonden. Ik heb hun geen opdracht gegeven. Zij zijn voor
dit volk van geen enkel nut - godsspraak van de Heer’ (Jer. 23, 30-32).
Laten
wij dus spreken zoals de heilige Geest het ons ingeeft, en Hem nederig
en toegewijd vragen dat Hij zijn genade in ons stort, zodat wij op
Pinksteren de vijftig dagen vol maken door de volmaakte beheersing van
onze vijf zintuigen te vermenigvuldigen met het onderhouden van de tien
geboden. Mogen wij vervuld worden van een diepe geest van berouw en
ontstoken door vurige tongen van lofprijzing. Dan zullen wij als
brandende toortsen in de heerlijkheid van de heiligen de drieëne God
mogen aanschouwen.
maandag 12 juni 2017
Vanaf 18 juni Gregoriaans Vespers in de basiliek - Hoort zegt het voort!
In de parochie van de
HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus te Sint Odiliënberg worden met ingang van 18
juni op de zondag de gregoriaanse vespers (avondgebed) gevierd in de basiliek.
Er
worden boekjes ter beschikking gesteld met Latijns-Nederlandse teksten en de
gregoriaanse muziek.
14.00 -17.00 uur
Basiliekopenstelling in de maanden mei t/m september
16.40 uur de celebrant
heet belangstellenden welkom in de Mariakapel, geeft een korte inleiding in het
liturgisch moment, wijst op de mogelijkheid om intenties aan te dragen voor de
voorbede en eventueel wordt een van de gezangen geoefend.
16.55 uur verplaatst men
zich naar de basiliek.
17.00-17.30 uur Gregoriaanse
Vespers
Wij hopen velen van U in de komende weken te ontmoeten.
Hebt u vragen, of wilt u bij de voorbereiding of organisatie behulpzaam zijn, dan kunt u contact opnemen met diaken Gerard Sars tel. (0475) 537765
Meer informatie en gebedsintenties ook via inlichtingen@priorijthabor.nl
Hoort, zegt het voort. Media wordt verzocht aan dit bijzondere initiatief aandacht te besteden. Dank!
Liturgia Horarum H. Ignatius van Antiochië - Christen zijn is niet alleen een naam maar een programma
Uit de brief van de heilige martelaar Ignatius, bisschop van Antiochië (†na 107), aan de Romeinen
Niet alleen moet ik de naam dragen van christen, maar ik moet het ook blijken te zijn.
Nooit zijt gij op iemand afgunstig geweest; gij zijt een leermeester geweest voor anderen. Maar ik wil dat wat gij leert en voorschrijft, van kracht blijft. Bidt voor mij slechts om uitwendige en innerlijke kracht om niet alleen te spreken, maar om werkelijk te willen wat ik zeg. Dan draag ik niet alleen de naam van christen, maar blijk ik het ook te zijn. Want pas als ik christen blijk te zijn, zal ik die naam echt kunnen dragen. Dan zal ik werkelijk een gelovige zijn, wanneer ik niet meer zichtbaar ben voor de wereld. Jezus Christus, onze God, openbaart zich immers duidelijker nu Hij bij zijn Vader is. Christendom is niet iets van overredingskunst maar van innerlijke kracht die blijkt, wanneer men door de wereld wordt gehaat.
Ik schrijf aan alle kerken en ik verzeker iedereen dat ik graag voor God wil sterven, maar dan moet gij me dit niet verhinderen. Ik bezweer u: bewijst mij geen dienst die mij niet welkom is. Laat mij een prooi worden van de wilde dieren om bij God te kunnen komen. Ik ben koren voor God en zal vermalen worden tussen de kaken van de wilde dieren om zuiver brood van Christus te worden.
Lokt die beesten liever naar mij toe; dat ze mijn graf worden en niets van mijn lichaam overlaten. Dan zal ik na mijn dood niemand tot last zijn. Pas dan zal ik echt leerling zijn van Christus, als de wereld mijn lichaam niet meer zal zien. Smeekt Christus voor mij dat ik door het werk van de wilde dieren een offer word voor God. Ik kan u geen bevelen geven zoals Petrus en Paulus. Zij waren apostelen, ik ben een veroordeelde; zij waren vrije mensen, maar ik ben tot nu toe een slaaf. Alleen als ik zal lijden, zal ik een vrijgelatene van Jezus Christus worden en als een vrije mens in Hem verrijzen. Op dit ogenblik leren mijn boeien mij naar niets anders te verlangen.
Van Syrië tot Rome vecht ik met wilde beesten, te land en ter zee, dag en nacht gebonden aan tien luipaarden, dat wil zeggen: een afdeling soldaten. Als ik goed voor hen ben, wordt hun gedrag juist slechter. Door hun slechte behandeling leer ik des te meer. Maar daarom ben ik nog niet gerechtvaardigd.
Moge ik vreugde beleven aan de beesten die voor mij gereed staan. Ik hoop dat zij spoedig met mij klaar zullen zijn. Ik zal ze lokken, met de bedoeling dat ze mij snel verslinden en het mij niet vergaat zoals sommigen die zij uit vrees niet durven aan te raken. En als zij onwillig zijn, zal ik ze dwingen. Neemt mij dit niet kwalijk; ik weet wat goed voor mij is. Nu pas word ik echt leerling. Laat niets dat zichtbaar of onzichtbaar is, mij door misplaatste ijver beletten tot Christus te komen. Brandstapel, kruis, gevechten met wilde beesten die mij verscheuren en uiteenrukken, die mijn beenderen breken, mijn ledematen verminken en mijn gehele lichaam verbrijzelen, ja, de ergste martelingen door de duivel mogen mijn lot zijn, als ik maar mag komen tot Jezus Christus.
Niet alleen moet ik de naam dragen van christen, maar ik moet het ook blijken te zijn.
Nooit zijt gij op iemand afgunstig geweest; gij zijt een leermeester geweest voor anderen. Maar ik wil dat wat gij leert en voorschrijft, van kracht blijft. Bidt voor mij slechts om uitwendige en innerlijke kracht om niet alleen te spreken, maar om werkelijk te willen wat ik zeg. Dan draag ik niet alleen de naam van christen, maar blijk ik het ook te zijn. Want pas als ik christen blijk te zijn, zal ik die naam echt kunnen dragen. Dan zal ik werkelijk een gelovige zijn, wanneer ik niet meer zichtbaar ben voor de wereld. Jezus Christus, onze God, openbaart zich immers duidelijker nu Hij bij zijn Vader is. Christendom is niet iets van overredingskunst maar van innerlijke kracht die blijkt, wanneer men door de wereld wordt gehaat.
Ik schrijf aan alle kerken en ik verzeker iedereen dat ik graag voor God wil sterven, maar dan moet gij me dit niet verhinderen. Ik bezweer u: bewijst mij geen dienst die mij niet welkom is. Laat mij een prooi worden van de wilde dieren om bij God te kunnen komen. Ik ben koren voor God en zal vermalen worden tussen de kaken van de wilde dieren om zuiver brood van Christus te worden.
Lokt die beesten liever naar mij toe; dat ze mijn graf worden en niets van mijn lichaam overlaten. Dan zal ik na mijn dood niemand tot last zijn. Pas dan zal ik echt leerling zijn van Christus, als de wereld mijn lichaam niet meer zal zien. Smeekt Christus voor mij dat ik door het werk van de wilde dieren een offer word voor God. Ik kan u geen bevelen geven zoals Petrus en Paulus. Zij waren apostelen, ik ben een veroordeelde; zij waren vrije mensen, maar ik ben tot nu toe een slaaf. Alleen als ik zal lijden, zal ik een vrijgelatene van Jezus Christus worden en als een vrije mens in Hem verrijzen. Op dit ogenblik leren mijn boeien mij naar niets anders te verlangen.
Van Syrië tot Rome vecht ik met wilde beesten, te land en ter zee, dag en nacht gebonden aan tien luipaarden, dat wil zeggen: een afdeling soldaten. Als ik goed voor hen ben, wordt hun gedrag juist slechter. Door hun slechte behandeling leer ik des te meer. Maar daarom ben ik nog niet gerechtvaardigd.
Moge ik vreugde beleven aan de beesten die voor mij gereed staan. Ik hoop dat zij spoedig met mij klaar zullen zijn. Ik zal ze lokken, met de bedoeling dat ze mij snel verslinden en het mij niet vergaat zoals sommigen die zij uit vrees niet durven aan te raken. En als zij onwillig zijn, zal ik ze dwingen. Neemt mij dit niet kwalijk; ik weet wat goed voor mij is. Nu pas word ik echt leerling. Laat niets dat zichtbaar of onzichtbaar is, mij door misplaatste ijver beletten tot Christus te komen. Brandstapel, kruis, gevechten met wilde beesten die mij verscheuren en uiteenrukken, die mijn beenderen breken, mijn ledematen verminken en mijn gehele lichaam verbrijzelen, ja, de ergste martelingen door de duivel mogen mijn lot zijn, als ik maar mag komen tot Jezus Christus.
Abonneren op:
Posts (Atom)




