zaterdag 15 oktober 2016
Liturgia Horarum Teresia van Avila De grote liefde van Christus
Uit de geschriften van de heilige Teresia van Jezus († 1582)
Herinneren wij ons de grote liefde van Christus.
In
aanwezigheid van Jezus Christus, zo’n goede vriend, zo’n goede
kapitein, kun je alles dragen. Hij komt ons te hulp, geeft ons kracht,
laat nooit iemand in de steek. Hij is een echte en goede vriend. Ik zie
het duidelijk en sinds die tijd mocht ik het altijd ervaren: God vindt
er genoegen in zijn grote genadegaven aan ons te laten toekomen door de
handen van de allerheiligste mensheid van zijn Zoon, in wie zijn
goddelijke Majesteit - volgens zijn eigen woorden - welbehagen heeft (vgl. Mt. 3, 17).
Heel dikwijls mocht ik het
ondervinden en het van de Heer horen. Ik zeg dat ik het duidelijk heb
gezien: door die poort moeten we binnentreden, wanneer we willen dat de
allerhoogste Majesteit ons de grote geheimen openbaart.
U hoeft dus geen andere weg
te zoeken, ook al bent u tot de hoogste beschouwing gekomen. Op deze weg
gaat u volkomen veilig. Onze Heer is de bron van alle goeds. Hij zal
ons onderrichten. Zijn leven is het beste voorbeeld; richt u dus naar
dat leven.
Wat willen we nog meer dan
zo’n goede vriend aan onze zijde? Nooit verlaat Hij ons in lijden en
zorgen. Iets dat onze wereldse vrienden wel doen. Gelukkig wie Hem echt
liefheeft en altijd bij zich houdt. Zien we naar de heilige apostel
Paulus. Zou je niet zeggen dat hij de naam Jezus altijd op zijn lippen
had, want die staat in zijn hart gegrift? Sinds ik daar aandacht voor
kreeg, heb ik enkele heiligen, grote contemplatieven, van zeer nabij
beschouwd. Zij volgen geen andere weg. De heilige Franciscus toont het
door de wondtekenen van Christus; de heilige Antonius van Padua door het
Kind; de heilige Bernardus vond zijn vreugde in Jezus’ mensheid; zo ook
Catharina van Siena en zoveel anderen. Deze weg moeten wij vrij
bewandelen en ons geheel overgeven in de handen van God. Wanneer Gods
majesteit ons wil verheffen tot de rang van hoveling en ons zijn geheim
toevertrouwen, nemen we het dan van harte aan.
Herinneren we ons, telkens
wanneer we aan Christus denken, de grote liefde waarmee God ons
begunstigd heeft en hoe groot Hij zich toonde door ons dit onderpand van
zijn liefde te geven. Liefde wekt immers liefde. We moeten trachten dit
altijd voor ogen te hebben, ook al staan we nog aan een pril begin en
zijn we nog te armzalig om de liefde in ons op te wekken. Wordt ze dan
op een zekere dag door de genade van de Heer in ons hart geprent, dan
zal alles ons licht vallen en zullen wij in een korte tijd en met weinig
inspanning veel bereiken.
donderdag 13 oktober 2016
Concilio vitam alere 3 Het geestelijk leven voeden met teksten van het 2e Vaticaanse Concilie
Concilio vitam alere 3
Het
geestelijk leven voeden met teksten van het 2e Vaticaanse Concilie
De
peccato
Peccatum minuit ipsum hominem,
a plenitudine eum repellens
In iustitia a Deo constitutus, homo tamen, suadente
Maligno, inde ab exordio historiae, libertate sua abusus est, seipsum contra
Deum erigens et finem suum extra Deum attingere cupiens. Cum cognovissent Deum,
non sicut Deum glorificaverunt, sed obscuratum est insipiens cor eorum et
servierunt creaturae potius quam Creatori (cf
Rom 1, 21-25). Quod
Revelatione divina nobis innotescit, cum ipsa experientia concordat. Nam homo,
cor suum inspiciens, etiam ad malum inclinatum se comperit et in multiplicibus
malis demersum, quae a bono suo Creatore provenire non possunt. Deum tamquam
principium suum saepe agnoscere renuens, etiam debitum ordinem ad finem suum
ultimum, simul ac totam suam sive erga seipsum sive erga alios homines et omnes
res creatas ordinationem disrupit.
Ideo in
seipso divisus est homo. Quapropter tota vita hominum, sive singularis sive
collectiva, ut luctationem et quidem dramaticam se exhibet inter bonum et
malum, inter lucem et tenebras. Immo incapacem se invenit homo per seipsum mali
impugnationes efficaciter debellandi, ita ut unusquisque se quasi catenis
vinctum sentiat. At ipse Dominus venit ut hominem liberaret et confortaret, eum
interius renovans ac principem huius mundi (cf. Io 12,31) foras eiiciens
qui eum in servitute peccati retinebat (Ibid. 12, 31).
Peccatum autem
minuit ipsum hominem, a plenitudine consequenda eum repellens.
In lumine huius
Revelationis simul sublimis vocatio et profunda miseria, quas homines
experiuntur, rationem suam ultimam inveniunt.
(Gaudium et spes, 13)
Over de zonde
Hoewel door God geplaatst in een staat van
gerechtigheid, heeft de mens, verleid door de Boze reeds in het eerste begin
van de geschiedenis zijn vrijheid misbruikt door op te staan tegen God en door
zijn doel te willen bereiken buiten God. Ofschoon zij God
kenden, hebben zij God niet de Hem toekomende eer gebracht. Maar hun geest, die het inzicht verwierp,
werd geheel verduisterd, en zij hebben het schepsel gediend in plaats van de
Schepper (Cf Rom
1, 21-25).Wat wij uit de goddelijke openbaring weten, stemt overeen met de
ervaring. Want bij een ernstige reflectie op zich zelf ontdekt de
mens ook, dat hij geneigd is tot het kwade en onder de druk ligt van allerlei
ellende, die niet van zijn goede Schepper afkomstig kan zijn. Door zijn
veelvuldig weigeren, God als zijn oorsprong te erkennen, heeft de mens ook de
juiste orde verbroken met betrekking tot zijn laatste doel en daarmee ook heel
de harmonie zowel met betrekking tot zich zelf als tot de andere mensen en al
het geschapene.
Zo is de
mens in zich zelf verdeeld. Daarom vertoont heel het menselijk leven, zowel
individueel als collectief, het beeld van een strijd, een dramatische strijd
tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis. De mens ervaart zelfs zijn
machteloosheid om de aanvallen van het kwaad uit zich zelf afdoend te
overwinnen, zodat iedereen zich als het ware geketend voelt. Maar de Heer zelf is gekomen om de mens te
bevrijden en hem te versterken door hem innerlijk te vernieuwen en door de
‘vorst van deze wereld’ (vgl. Jo 12, 31) , die hem in de slavernij van de zonde
gevangen hield (Ibid. 12, 31), buiten
te werpen. De zonde nu heft het mens-zijn ontluisterd door de mens er van af te
houden de volheid te bereiken.
In het licht van de openbaring vinden tegelijk
de hoge roeping én de diepe ellende die de mensen ervaren hun uiteindelijke
verklaring.
woensdag 12 oktober 2016
Concilio vitam alere 2 Het geestelijk leven voeden met teksten van het 2e Vaticaanse Concilie
De mysterio mortis
Mors vincitur cum
homo
in salute, culpa
sua perditam
a Salvatore restituitur
Coram morte aenigma condicionis humanae maximum
evadit. Non tantum cruciatur homo dolore et corporis dissolutione progrediente,
sed etiam, immo magis, perpetuae extinctionis timore. Recte autem instinctu
cordis sui iudicat, cum totalem ruinam et definitivum exitum suae personae
abhorret et respuit. Semen aeternitatis quod in se gerit, ad solam materiam cum
irreductibile sit, contra mortem insurgit. Omnia technicae artis molimina,
licet perutilia, anxietatem hominis sedare non valent: prorogata enim biologica
longaevitas illi ulterioris vitae desiderio satisfacere nequit, quod cordi eius
ineluctabiliter inest.
Dum coram morte omnis imaginatio deficit, Ecclesia
tamen, Revelatione divina edocta, hominem ad beatum finem, ultra terrestris
miseriae limites, a Deo creatum esse affirmat. Mors insuper corporalis, a qua
homo si non peccasset subtractus fuisset, (Cf. Sap 1, 13; 2, 23-24; Rom
5, 21; 6, 23; Iac 1, 15) fides christiana docet fore ut vincatur, cum
homo in salutem, culpa sua perditam, ab omnipotente et miserante Salvatore
restituetur. Deus enim hominem vocavit et vocat ut Ei in perpetua
incorruptibilis vitae divinae communione tota sua natura adhaereat. Quam
victoriam Christus, hominem a morte per mortem suam liberando, ad vitam
resurgens adeptus est (Cf. 1 Cor 15,
56-57). Cuicumque igitur recogitanti homini, fides, cum solidis argumentis
oblata, in eius anxietate de sorte futura responsum offert; simulque facultatem
praebet cum dilectis fratribus iam morte praereptis in Christo communicandi,
spem conferens eos veram vitam apud Deum adeptos esse.
De dood wordt overwonnen,
wanneer de mens in het heil dat hij door zijn schuld had verloren,
door de Verlosser wordt hersteld.
Nergens
wordt het mysterie van het menselijk bestaan zo groot als in het licht van de
dood. Niet alleen wordt de mens gefolterd door pijn en door de voortgaande
afbraak van het lichaam, maar ook, ja zelfs nog meer door de angst voor een
eeuwige vernietiging. Maar door een innerlijk instinct oordeelt hij juist,
wanneer hij het idee een totale ondergang en een definitief einde van zijn
persoon met afschuw verwerpt. De kiem van de eeuwigheid, die hij tot zich
draagt, en die immers niet te herleiden is tot louter stof, verzet zich tegen
de dood. De reusachtige inspanningen van de techniek, hoe nuttig ook, zijn niet
in staat, de angst van de mens tot rust te brengen. Want de verlenging van zijn
biologische leeftijd kan aan dit onuitroeibaar verlangen van zijn hart naar een
verder leven niet voldoen.
Terwijl tegenover de dood alle verbeelding
te kort schiet, verkondigt de Kerk toch, krachtens de goddelijke openbaring,
dat de mens door God is geschapen voor een gelukkig einddoel, over de grenzen
van de aardse ellende heen. Bovendien zal de lichamelijke dood, waarvoor de
mens gevrijwaard was gebleven, als hij niet gezondigd had (Vgl. Wijsh
1, 13; 2, 23-24; vgl. Rom 5,21; vgl. Rom 6,23; vgl. Jac 1,15) zou
zijn ontkomen, volgens de leer van het christelijke geloof overwonnen worden, daar
de mens door de almachtige en barmhartige Verlosser hersteld zal worden in het
heil, dat hij door zijn schuld verloren had. Want God heeft de mens geroepen en roept hem om met heel zijn natuur Hem
toe te behoren door voor eeuwig deel te hebben aan het onvergankelijk goddelijk
leven. Deze overwinning heeft Christus door zijn verrijzenis tot het leven verworven,
nadat Hij door zijn eigen dood de mens verlost had van de dood (Vgl. 1 Kor
15, 56-57).
Vanwege de degelijke gronden, die het
geloof ieder denkend mens voorhoudt, geeft het hem dus antwoord op zijn
angstige vragen omtrent zijn toekomstig lot. Tevens biedt het hem de mogelijkheid om door Christus in gemeenschap te
treden met zijn dierbare afgestorvenen en vervult het hem met de hoop, dat zij
het ware leven bij God hebben verkregen.
12 oktober Een bladzijde uit het Martyrologium Romanum
1
1. Te Rome aan de Via Laurentius de heilige Hedistus, martelaar.
1. Te Rome aan de Via Laurentius de heilige Hedistus, martelaar.
2. Te Ain-Varza in Cilicië in het huidige Turkije , de heilige Domnina, martelares, die volgens de overlevering onder keizer Diocletianus en landvoogd Lysias veel folteringen had te verduren en in de gevangenis haar leven teruggaf aan God.
3. De gedenkdag van de 4966 heilige martelaren en geloofsbelijders die stierven tijdens de vervolging door de Vandalen in Noord-Afrika. Onder hen bevonden zich bisschoppen,priesters en diakens van Gods Kerk, die op bevel van de ariaanse koning Hunnerik vanwege hun ambt en uit haat tegen de waarheid van het katholieke geloof samen met grote groepen uit de gelovige bevolking werden verbannen naar de verschrikkelijke woestijn, op verschillende wijze werden gefolterd en zo hun martelaarschap vierden. Onder hen waren de bisschoppen Cyprianuas en Felix de voornaamste priesters van de Heer.
4. Te Piacenza in Emilia in Italië de heilige Oplio, diaken.
5. Te Rome de heilige paus Felix IV, die op het Forum Romanum een tweetal tempels ombouwde tot een kerk ter ere van de heilige Cosmas en Damianus, die zich ten zeerste inzette voor het katholieke geloof.
6. In Opper-Oostenrijk de heilige Maximilianus, van wie men aanneemt dat hij bisschop was van Lorch.
7. Te Pavia in Lombardije de heilige Rotobaldus, bisschop, een man van voorbeeldige onthechting, wiens aandacht en toewijding in het bijzonder uitgingen naar de goddelijke eredienst en het vinden van de relieken van heiligen.
8. Te Ascoli in de Marken in Italië de heilige Serafinus van Montegranaro, (Felix) de Nicola, kloosterling uit de Orde van de Minderbroeders Kapucijnen, die echt arm leefde en uitblonk in nederigheid en godsvrucht.
9. Te Londen in Engeland de zalige Thomas Bullaker, priester uit de Orde van de Minderbroeders en martelaar, die onder koning Karel I tijdens het vieren van de Mis gevangen werd genomen en omwille van zijn priesterschap werd opgehangen te Tyburn. Terwijl hij nog leefde, sneed men hem de ingewanden uit. Daarop stierf hij.
10. In het dorp Ribarroja de Turía in het gebied van Valencia in Spanje de zalige Jozef González Huguet, priester en martelaar, die tijdens het woeden van de geloofsvervolging de uitmuntende strijd voor Christus volbracht.
11. In het dorp Massamagrel in hetzelfde gebied van Spanje de zalige Pacificus (Petrus) Salcedo Puchades, kloosterling uit de Orde van de Minderbroeders Kapucijnen en martelaar, die tijdens dezelfde vervolging gelijkvormig werd aan Christus in diens lijden en sterven.
12. In het concentratiekamp Oświęcim of Auschwitz bij Krakau in Polen de zalige Romanus Sitko, priester en martelaar, die in de oorlog tijdens de bezetting van Polen vreselijk werd gefolterd door de vervolgers zonder eerbied voor mens en godsdienst en die overging tot de aanschouwing van de eeuwige zaligheid.
Deum, qui glorificatur in concilio sanctorum, venite,
adoremus.
Komt,
laten wij God, die verheerlijkt wordt in de gemeenschap van alle Heiligen,
aanbidden!
Invitatorium bij het begin van het Getijdengebed op
Allerheiligen
Abonneren op:
Posts (Atom)




