zaterdag 16 april 2022

Oratio post Communionem – Gebed na de Communie (Postcommunio) Dominica Paschæ in Resurrectione Domini Verrijzenis van de Heer - Paaszondag Breng eens de Kerk tot de heerlijkheid van de Verrijzenis.



Het Laatste Avondmaal.
Mozaïek in de S. Apollinare Nuovo, Ravenna (vóór 529)


Breng eens de Kerk  tot de heerlijkheid van de Verrijzenis

I n l e i d i n g
Telkens opnieuw heeft de Kerk vernieuwing nodig en is ook daartoe ontvankelijk. Zij beleeft haar vernieuwing – ‘ten leven wekking’ zegt de originele Ambrosiaanse tekst – in de veelvoudige facetten  van het Paasmysterie. Uiteraard is hier speciaal aan het Paasfeest en aan de H. Eucharistie op Pasen gedacht. Gods liefdevolle bescherming geleidt de Kerk op haar pelgrimstocht naar de heerlijkheid van de Verrijzenis. Het doel, de heerlijkheid van de Verrijzenis, is de ten leven wekking op de laatste dag, wanneer het Paasmysterie aan de hele mensheid wordt voltrokken.
Op steeds andere wijze vinden we in de teksten van het Romeins Missaal en het Getijdenboek de overwinning van de Verrezen Heer verwoord. De Verrijzenis van Christus schenkt ons vreugde, omdat wij door het deelhebben aan de Paasgeheimen anticiperen op het eeuwige en onvergankelijke leven. De dood is overwonnen, het leven herschapen. Over iedere zondag - dies dominica,  Dag des Heren - ligt de glans van het Paasfeest, het is de dag van triomf over de oude vijand. Iedere zondag is een klein Pasen. “Mors et vita duello conflixere mirando: dux vitæ mortuus regnat vivus! / Dood en leven streden een wonderlijke strijd, de Leidsman ten leven, gestorven, regeert levend!”
Door de Verrijzenis is er een ‘breaking moment’ (keerpunt) in de tijd gekomen. Wie zich door de Verrezen Heer in geloof laat grijpen en in zijn licht leeft, ervaart het heil reeds hier. Nog is de heerlijkheid (claritatem) van de Heer verborgen, maar eens zal deze door allen worden gezien. De kerkvaders formuleren dikwijls het idee dat de wederkomst van de Heer op een zondag zal plaatsvinden, dat de Dag des Heren (ήμέςα τού κυρίου, Act 2, 20) met de dies dominica (ήμέςα Κυριακή, Apoc 1, 10) zal samenvallen. Iedere zondag, als dag van de Heer die zich voor ons heeft overgeleverd en is verrezen, richt onze blik op de wederkomst van de Heer, op het oordeel en de voltooiing van heel de schepping. Ieder zondag is een dag van onmetelijke christelijke hoop, dat eens alle kwaad in het vuur van het goddelijk oordeel te niet gaat en alle brokstukken en onvolkomenheden van ons leven en van de wereld tot volmaaktheid worden gebracht. De goede viering van de zondag behoedt ons voor kleinmoedigheid en onvruchtbare wanhoop. “Uw dood, Heer Jezus, verkondigen wij, en wij belijden uw verrijzenis totdat Gij wederkeert in heerlijkheid”.
Degene die de onmiskenbare, maar vrijblijvende uitnodiging van Jezus met een onvoorwaardelijk ja beantwoordt, ervaart aan Zijn zijde en in Zijn kracht, dat iedere nieuwe dag de last die Hij draagt lichter te dragen is.

T e k s t
Missale Romanum [MR] 1970
Perpetuo, Deus, Ecclesiam tuam pio favore tuere,
ut, paschalibus renovata mysteriis,
ad resurrectionis perveniat claritatem.

Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovncie 1979
God, blijf in uw goedheid uw Kerk beschermen.
Gij hebt haar vernieuwd door de sacramenten van Pasen;
breng haar eens tot de heerlijkheid van de Verrijzenis.

Werkvertaling
God, bescherm uw Kerk voortdurend met uw liefdevolle genade,
op-/zodat zij, hernieuwd door de paasmysteries,
de heerlijkheid van de Verrijzenis mag bereiken.

L i t u r g i s c h e  a n t e c e d e n t e n
De tamelijk korte tekst van de Postcommunio van deze zondag is afkomstig uit het  Sacramentarium Triplex,  Zürich,  Centrale Bibliotheek. C 43, 1e dl., tekst rond 1000 (Uitg. Heiming, 1968 (LQF 49) 1367) en werd in een zestal andere handschriften (Ariberto, Milaan, 11e e., 875; Bergamo 9 e e., 1091; Biasca, Milaan, 10 e e., 528; Metz, Parijs, 9 e e., 75; Milano, Milaan 9 e e., 331; Pamelius A., Sacramentarium Ambrosianum, 9 e-10 e  355, verder verbreid.
Rubrieken: In die Paschæ Domini,  ad primam missam, oratio ad complendum Codex Metz;
Mane die sanctæ Paschæ, missa in ecclesia maiore, oratio ad complendum seu post communionem Overige codices.
(E. Mœller, J.M. Clément en B. Coppieters ’t Wallant, Corpus Orationum, VI, O-P, Brepols, Turnhout 1995, p. 235-236, nr. 4223).
In MR 1970 werd het begrip resuscitata.uit het origineel vervangen door renovate.

G e t u i g e n i s s e n  v a n  d e  V a d e r s
H. Cyrillus van Alexandrië (378-444)
(Commentarium in Ioannis Evangelium IV, 2)

Ik heilig Mij, zegt Hij [Christus] , dat wil zeggen; Ik wijd Mij U toe en offer Mij als een onbevlekte offerande tot aangename geur. Want datgene werd geheiligd of volgens de wet heilig genoemd, wat op het altaar werd geofferd. Christus nu gaf zijn Lichaam voor het leven van allen, en door Hemzelf schonk Hij ons weer het leven; en op welke wijze Hij dit deed, zal ik u naar vermogen uiteenzetten.
Nadat het leven-makende Woord Gods inwoonde in het vlees, heeft Het dit tot zijn eigen goed, dit is tot zijn leven, omgevormd, en nadat Het op een geheel onuitsprekelijke wijze ermee was verenigd, heeft Het dat vlees ook leven-makend gemaakt, niet anders dan Het [Woord] Zelf volgens zijn natuur is.
Derhalve maakt het Lichaam van Christus hen levend, die aan zijn Lichaam deelhebben. Want Het verdrijft de dood, wanneer Het bij hen, die aan de dood onderworpen zijn, is en neemt het bederf weg, omdat Het in zichzelf de reden veroorzaakt, die het verderf volkomen doet verdwijnen.

A n a l y s e  e n  s t i j l f i g u r e n
1. Perpetuo, Deus, Ecclesiam tuam pio favore tuere,
2a. ut, 2b. paschalibus renovata mysteriis,
2a. ad resurrectionis perveniat claritatem.
Een vrij korte, maar welluidende oratie, opgebouwd uit een hoofdzin (openingsregel) met adres en prædicaat in de imperativusvorm van het deponens tueri, waarin direct de bede wordt geformuleerd,  gevolgd door een bijzin in de coniunctivusvorm (perveniat), ingeleid door het voegwoord ut (r. 2a) waarin het verhoopte effect van de bede wordt beschreven (wenskarakter) dat mogelijk wordt gemaakt door een gesteltenis van de biddende Kerk (r. 2b), in de tussenzin (r. 2b) als bijstelling geplaatst.
Ad 1
Tuere, imperativusvorm van het deponens tueri, tuitus sum, 2, : zie om naar, bescherm, behoed.
Deus, God – adres in de vocativusvorm van Deus
Ecclesiam tuam, uw Kerk – object van het prædicaat in twee congruerende accusativusvormen van de a-declinatie.
Pio favore, met liefdevolle goedgunstigheid, bijwoordelijke bepaling in twee congruerende ablativusvormen: ablativus instrumentalis (Van favor is favoriet afgeleid).
Perpetuo, (adverbium/bijwoord) altijd, eeuwig, onafgebroken, voortdurend: een  bijwoordelijke bepaling van tijd. Een andere mogelijkheid is dat perpetuo een ablativusvorm van het adiectivum perpetuus is en in een hyperbaton is geplaatst voorafgaamd aan de bijwoordelijke bepaling tuo favore waarmee het dan één woordgroep vormt. Voor de betekenis maakt het niet uit, maar het is een mogelijke constructie.
Ad 2a
Finale/ doelaanwijzende resp. consecutieve / gevolgaanduidende bijzin met het prædicaat perveniat in de coniunctivusvorm præsentis, ingeleid door het voegwoord ut.
Ad resurrectionis claritatem, bijwoordelijke bepaling, samengesteld uit de accusativusvorm claritatem, bepaald door het voorzetsel ad, vergezeld door de genitivusvorm resurrectionis, genitivus explicativus. Dit zinsdeel is ook te lezen als het object, het doel van de weg van de Kerk.
Ad 2b
paschalibus renovata mysteriis, [Ecclesiam] hernieuwd door de paaasmysteries: tussenzin met bijstelling bij het in regel 1 genoemde antecedent Ecclesiam. Deze bijstelling is opgebouwd uit het participium perfecti passivi renovata en de ablativusvormen pascalibus mysteriis, ablativus instrumentalis. Telkens wanneer wij het Kruisoffer, waardoor ‘ons Paaslam, Christus, is geslacht’( 1 Kor 5, 7), op het altaar vieren, wordt het werk van onze verlossing voltrokken, siert de H. Geest de Kerk, die Hij naar de volle waarheid voert (vgl. Joh 16, 13) met zijn gaven en vruchten, maakt haar steeds weer jong, vernieuwt haar en brengt haar naar de volkomen vereniging met Christus.

S t i j l f i g u r e n
Perpetuo […] pio (regel 1): alliteratie
Ecclesiam tuam (r. 1): eind-/klankrijm op groend van congruentieregel
Paschalibus […] mysteriis (r. 2b): hyperbaton (bij elkaar behorende begrippen zijn uiteen geplaatst).
Resurrectionis […] claritatem (r. 2a); hyperbaton
Overheersende aanwezigheid van de –a klank: in 8 van de 15 woorden
V o c a b u l a r i  u m
We komen in de  Postcommunio van deze Paaszondag oude vrienden tegen die onze aandacht verdienen.
Mysterium - sacramentum
Om te beginnen herinneren we ons zeker dat de vroegere Latijnse Vaders het Latijnse  concept sacramentum invoerden als vertaling van het Griekse begrip mysterion maar zij wisselden deze begrippen ook onderling uit. In de oratie van vandaag heeft de uitdrukking “paasmysteries”  niet alleen betrekking op het Leven, het Lijden,  de Dood en de Verrijzenis van de Heer, maar ook op de wijze waarop deze realiteit wordt opgenomen in onze eigen persoon en heel ons wezen wordt vernieuwd door de deelname aan en het actueel vieren van deze gebeurtenissen in de H. Eucharistie. Het sacramentele teken van de H. Eucharistie bewerkt de realiteit die het aanduidt.

Pius, -a, -um, 1. plichtsgetrouw tegenover God, de verwanten of het vaderland 2. vroom, godvruchtig 3. godgevallig, heilig 4. liefdevol, eerbiedig, kinderlijk 5. bezorgd, goedertieren, vaderlijk 6. vaderlandslievend.
Dit adiectivum toegepast op God heeft gelijkwaardige betekenis als misericors of clemens. Voor Gods genadige toeneiging tot zijn volk vinden we begrippen zoals pio favore, met liefdevolle genade / goedgunstigheid (Postcommunio van Pasen en Postcommunio Pro Sponso et Sponsa); pium auditum, liefdevol gehoor [gevend] (Oratio feria IV post Dom. 1 Pass.); pia miseratione, liefdevol erbarmen (Oratio pro remissione peccatorum).
Wanneer het adiectivum pius niet naar God verwijst zijn er verschillende betekenissen mogelijk.
Wanneer het wordt gebruikt in de uitdrukking: per haec piæ placationis officia - door dit offer van heilige verzoening - lijkt de betekenis afkomstig te zijn uit heidense sacrale riten in de betekenis van “sacraal, heilig” bijvoorbeeld in de secreta-oraties van het misformulier Pro Defunctis nr. 10: en van het misformulier In die Obitus seu depositionis defuncti en in het misformulier Sacerdotes tui.
De heidense herkomst mag ook worden verondersteld bij de combinaties pia munera in de postcommunio Missae Defunctorum nr. 7, pia solemnitas in het collectegebed van 9 september (gedachtenis van de H. Gorgonius), of per hæc piæ devotionis officia in de secreta van feria 3 binnen het paasoctaaf.
Wanneer het begrip devotio een subjectieve houding en gesteltenis tegenover God uitdrukt voegt het begrip pius er een verdere nuance aan toe in de zin van “reverentie” bijvoorbeeld in et gratiam nobis piæ devotionis obtineat   - [en opdat de offergave] …. ons de genade van kinderlijke toewijding doet verkrijgen - in de secreta van zondag onder het kerstoctaaf, in de secreta van 7 augustus (pro S. Donato) en in het collectegebed van zaterdag na passiezondag.
Het gebed van de christen wordt genoemd pia petitio in het collectegebed van maandag binnen het pinksteroctaaf; piæ preces in het collectegebed Dom. XXII post Pentecost.; pia deprecatio in het collectegebed 1a van Sabb. Quat. Temp. Septembris.
Het zedelijk leven van de Christen wordt ook gekarakteriseerd als pius, “heilig” bijvoorbeeld piæ conversationis sequamur exemplo – dat wij het voorbeeld volgen van haar vrome levenswandel - in het collectegebed 28 jan. S. Agnetis secundo en piæ conversationis augmentum  - en vermeerdering van onze vroomheid in onze levenswandel - in het collectegebed feria 3 post Dom. IV Quadragesimæ.
Het bijvoeglijk naamwoord pius wordt ook gebruikt wanneer de voorspraak van heiligen wordt gevraagd waar het dan de betekenis krijgt van liefdevol, vriendelijk, zoals in de combinatie pia intercessio, pia supplicati, pia oratio, pium auxilium. Het beschrijft eveneens onze liefde voor de heiligen, bijvoorbeeld quorum hic reliquias pio amore veneramur in terris  - wier relieken wij hier op aarde met kinderlijke liefde vereren – in de antifoon ad Magnificat, Ie Vespers van het officie van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus, 8 mei.
We kunnen zeggen dat in de oraties pius een meer algemeen betekeniskader heeft dan het substantivum pietas. Het concept pius karakteriseert Gods betrekking tot de mensen en in het bijzonder de relatie van de mensen tot God en jegens zijn naasten.
In [para-]liturgische gezangen die gevoelige devotie van gelovigen uitdrukken wordt Jezus regelmatig met het epitheton ornans pie aangesproken. Enkele voorbeelden: in de sacramentshymne Adoro Te: pie Pellicane Iesu; in het beschouwend gezang O quantum in Cruce: pie Deus; in de sequens Dies iræ: Recordare, Jesu pie en pie Jesu, Domine, maar ook binnen dezelfde strofe die begint met Rex tremendæ maiestatis (koning van huiveringwekkende Majesteit) als fons pietatis, bron van barmhartige liefde.
Het begrip claritas en het synoniem gloria  die in menig vroeg Latijnse tekst en liturgische context voorkomen, refereren aan een goddelijke eigenschap die God in het hiernamaals met ons wil delen. Wanneer en omdat Hij ons in zijn eigen claritas /heerlijkheid  doet delen, transformeert Hij ons in een meer schitterend en beter beeld en gelijkenis met Hem.

Tuere is de imperativusvorm van het deponens tueor.   Het werkwoord betekent  1. bekijken, aanschouwen, zien 2. beschermen, behoeden, bewaren.
“(…) et de Sion tueatur te” (Ps 19 (20), 3: [Jahweh] moge u vanuit Sion beschermen.
Tutamen, - inis, onz. , tutamentum, - i, onz, tutatio, - onis en tuitio, - onis  met betekenis
bescherming, bewaring, zijn verwante substantiva en synonienen.
Op 28 mei 1998 signeerde paus Johannes-Paulus II de Apostolische Brief Motu Proprio , Ad tuendam fidem, waarmee nieuwe normen werden toegevoegd met betrekking tot de Codex van Canoniek Recht voor de Latijnse Kerk en het Wetboek van Canones voor de Oosterse Kerken. De Brief verdedigt de inhoud van het geloof van de Kerk tegen offensieven en uitholling.
Het eerste gedeelte van deze Brief luidt:
Om het geloof van de katholieke Kerk te beschermen tegen dwalingen opkomend van de kant van sommige christengelovigen, vooral van hen die de wetenschappen van de heilige theologie bestuderen, hebben Wij van wie het de eerste taak is de broeders in het geloof te bevestigen (vgl. Lc 22,32), het zeer noodzakelijk geoordeeld, dat in de tekst van het geldend Wetboek van Canoniek Recht (CIC) en van het geldend Wetboek van Canones van de Oosterse Kerken (CCEO) normen worden toegevoegd, waarin uitdrukkelijk de plicht wordt opgelegd om de waarheden te bewaren die door het leergezag van de Kerk definitief voorgehouden zijn, met vermelding tevens van de canonieke sancties die op deze materie betrekking hebben..”
Canon 750 zegt nu: 
§ 1. Met goddelijk en katholiek geloof moet geloofd worden alles wat vervat is in het geschreven of overgeleverde woord van God, namelijk in het ene geloofsgoed dat aan de Kerk toevertrouwd is en dat tegelijk als van Godswege geopenbaard voorgehouden wordt, hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewoon en universeel leergezag, dat zeker ook door het gemeenschappelijk aanvaarden van de christengelovigen onder leiding van het heilig leergezag tot uiting gebracht wordt; derhalve zijn allen verplicht welke leerstellingen dan ook te mijden die hiermee in strijd zijn.
§ 2. Ook moeten vast aanvaard en behouden worden alle uitspraken en elke uitspraak afzonderlijk die met betrekking tot de leer over geloof en zeden door het leergezag van de Kerk definitief worden gedaan, welke namelijk vereist zijn om dit geloofsgoed heilig te bewaren en getrouw uit te leggen; wie deze definitief te houden uitspraken afwijst, gaat derhalve in tegen de leer van de katholieke Kerk.
Pervenire heeft volgens de woordenboeken de volgende betekenissen:
1.ergens komen, belanden, bereiken, ad portam pervenire, de poort bereiken
2.tot iemand of iets komen, verba aures non pervenientia nostras, woorden die onze oren niet bereiken.

C o m m e n t a a r
Juist door tegenstellingen komen we tot de volkomen vreugde van de viering van de plechtigheden van Pasen. Zonder de lange, strenge en tot boete en aalmoezen oproepende Vastentijd zouden we de ware luister en pracht van Pasen minder kunnen onderscheiden. Wij, mensen, moeten vasten voor een feest om des te feestelijker te kunnen vieren. Een oud gezegde onder musici en acteurs is “Alles is niets”. Als de muziek altijd op zijn luidst wordt gespeeld, een schilderij alleen tinten groen heeft, of een toneelspeler voortdurend razend is, maakt dat veel minder indruk dan wanneer er afwisseling is tussen hard en zacht, een palet van kleuren en een genuanceerd karakter. Als alles altijd hetzelfde is, ontbreekt de toegevoegde waarde van de afwisselingen. Daardoor worden de verschillen onderstreept en komen beter tot hun recht. Is er geen afwisseling, dan is er geen verschil.
Ook in de Postcommunio van vandaag zien we de vernieuwing die de Kerk als geheel met het Paasfeest beleeft. Zoals graankorrels in de aarde vallen en sterven in het voorjaar. Ook wij moeten worden gesnoeid tot nieuw leven en dragen  dan vrucht, zoals struiken en bomen na een snoeibeurt uitbotten in volle bloesem en fruit. In de Vastentijd moeten wij onszelf snoeien en laten snoeien – en niet alleen in de Vastentijd maar periodiek het hele jaar door. Iedere vrijdag is een kleine vastentijd, waarop we worden uitgenodigd boete te doen, zoals ook iedere zondag een klein Pasen is, waarop we de Verrijzenis niet alleen gedenken maar ook zelf weer kunnen opstaan. Zo hebben we iedere week de kans om vruchtbaar te zijn in de eeuwig doorgaande cyclus van afsterven en verrijzen. Prefatie IV van Pasen drukt het kernachtig uit: “Quia, vetustate destructa, renovantur universa deiecta, et vitæ nobis in Christo reparatur integritas – Wat oud was is tenietgedaan; wat neerlag is tot nieuw leven opgericht: in Christus is ons leven geheel en al hersteld.”
Als ieder van ons sterft aan zichzelf en opstaat tot nieuw leven bij de H. Biecht, en de levende heilige Geheimen van ons geloof viert met Pasen, is de zege voor Christus Koning en heeft de duivel het nakijken. Het kwaad zal altijd proberen ons aan te vallen, maar met God aan onze zijde, mogen we op Zijn belofte vertrouwen, waarbij Hij steeds opnieuw zijn beloften hernieuwt , in het mysterie van sterven en opstaan, waarbij de mensheid al in Christus gezeten is aan de rechterhand van de Vader.
Paaszondag maakt ons duidelijk dat we steeds dichter bij de Eindoverwinning van Christus komen. Met die gedachte wensen wij U een zalig Pasen.