vrijdag 11 september 2020

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Ad Officium lectionis Hebdomada XXIII per annum feria VI Christus wil niets zonder de Kerk vergeven


Lectio altera

Ex Sermónibus beáti Isaac abbátis monastérii a Stella
(Sermo 11: PL 194, 1728-1729)
  
Tweede lezing

Uit de Preken van de zalige Isaäc, abt van het klooster ‘Stella’
(Sermo 11: PL 194, 1728-1729)
Christus wil niets zonder de Kerk vergeven
Twee dingen zijn er, die alleen God toekomen: de eer van onze belijdenis en zijn macht ons te vergeven. Wij moeten die belijdenis voor Hem afleggen; van zijn kant mogen wij dan de vergeving verwachten. Want het komt God alleen toe zonden te vergeven, daarom moeten wij die ook voor Hem belijden. Maar toen de Almachtige zich met zijn zwakke dienares (die Kerk) had verloofd, de Verhevene met de geringe, maakte Hij haar toe koningin; die voorheen onder de voet gelopen was, hief Hij op naar zijn zijde. Want het was van zijn zijde, vanwaar Hij zich met haar verloofde, dat zij uitging. En zoals alles van de Vader ook van de Zoon is en wat van de Zoon is ook van de Vader is, omdat Zij één zijn van natuur, zo ook schonk de bruidegom al het zijne aan zijn bruid en alles van de bruid werd door de bruidegom tot gemeenschappelijk bezit gemaakt, omdat Hij haar met zichzelf e de Vader eveneens tot een eenheid gemaakt. Opkomend voor zijn bruid spreekt de Zoon tot zijn Vader: Ik wil, dat, zoals Ik en Gij één zijn, ook zij één zij met Ons.
De Bruidegom is derhalve een eenheid met de Vader en een met de Bruid. Wat Hij in de bruid als een vreemd bestanddeel vond, nam Hij weg en sloeg het aan het kruis, waar Hij op het hout haar zonden op zich nam en door het hout wegnam. Wat de bruid van nature bezat en eigen was, nam Hij aan en bekleedde zich ermee. Wat Hemzelf eigen was en goddelijk, deelde Hij haar mee. Want het duivelse nam Hij weg; het menselijke nam Hij aan en schonk het goddelijke, opdat alles, wat van de bruid was, ook van de bruidegom zou zijn. Daarom zou Hij, die geen zonde bedreef en in wiens mond geen bedrog gevonden werd, zeggen: Wees mij genadig, Heer, want ik ben zwak, opdat Hij, die haar zwakheid heeft aangenomen, ook de jammerklacht zou aanvaarden en alles van de bruidegom ook van de bruid zou zijn. Vandaar ontvangt zij ook de eer van de belijdenis en de macht tot vergeving. Daarom kon er gezegd worden: Ga en vertoon u aan de priester.
Zonder Christus kan de Kerk dus niets vergeven; maar Christus wil ook niets vergeven zonder de Kerk. De Kerk kan niets doen dan de boetvaardige, die al door Christus is aangeraakt, vergeven; maar nooit wil Christus iemand als ontslagene beschouwen, die zijn Kerk veracht. Wat God verbonden heeft, dat scheide geen mens. Ik zeg u: Dit geheim heeft een diepe zin, het heeft betrekking op Christus en de Kerk.
Wil dus nooit het hoofd scheiden van het lichaam, zodat dan nergens de gehele Christus zou zijn. Want nergens is de gehele Christus zonder de Kerk, zoals nergens de gehele Kerk is zonder Christus. De gehele en volledige Christus toch is hoofd én lichaam, daarom is er gezegd: Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij de Zoon der mensen, die in de hemel is. Hij is de enige mens die zonden vergeeft.