vrijdag 2 april 2021

TWEE MEDITATIES BIJ DE GRAFLEGGING VAN JEZUS - Het graf van de Heer, een beeld van ons hart.

Heilige rouw
Toen het avond geworden was kwam een rijk man, Jozef van Arimatea, die een leerling was van Jezus, maar in het geheim uit vrees voor de Joden en vroeg aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen. Toen Pilatus dit had toegestaan, ging hij dus heen en nam het lichaam weg. Nicodemus die Hem vroeger ’s nachts bezocht had, kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond. Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het met de welriekende kruiden in zuiver wit linnen en legden Hem in een nieuw graf dat Jozef van Arimatea voor zich in de rots had laten uithouwen (cf Jo 19, 38-41).


Het in linnen gewikkelde lichaam werd zonder grote pracht, eerder wellicht in stilte, maar met grote toewijding naar het graf gebracht. Ongetwijfeld zal de H. Maagd haar Zoon met grote smart hebben begeleid, maar met een gelovig hart dat zich volkomen aan de Wil van de Vader onderwierp. Eens had de Heer tot de weduwe van Naïm gezegd: “Ween niet!” (Lc 7, 13). Dit woord zal ook zijn Moeder op deze zware gang hebben getroost. Haar tranen zouden in vreugde veranderen, in even zoveel parels aan de troon van haar heerlijkheid.

Laten we het geloof en de overgave van de Moeder Gods navolgen. Hoe dikwijls ontvalt ook ons een geliefde persoon en kunnen we slechts troost bij God vinden. We hoeven ons niet te schamen voor onze tranen, maar het is goed daarbij de goddelijke Voorzienigheid te aanbidden die steeds voor ons het beste voor ogen heeft. Zoals wij ons nu reeds verheugen eens Christus in de eeuwigheid van aangezicht tot aangezicht te zien, zo verheugen we ons ook op het weerzien van onze geliefden. Zo leert ons het geloof ons verdriet te matigen en onze tranen te heiligen.
Beminde Moeder Maria, met U wil ik in gedachten de Heer naar het Graf brengen. Uw rouw is onze rouw.
Geef, o Moeder, bron van liefde: dat ik lijd wat U doorgriefde, geef mij dat ik klaag met U.
Ach, ontvlam mijn hart en zinnen, dat ook ik mijn God mag minnen en de Heiland steeds behaag.
Christus, wil bij mijn verscheiden, door uw Moeder mij geleiden, tot de overwinnaarsprijs.
Laat, als het lichaam dan zal sterven, mijne ziel de glorie erven van het hemels paradijs.
(Stabat Mater, strofe 9-10,19-20)

Het Graf van de Heer
“In de nabijheid van de Calvarieberg bevond zich een tuin en in die tuin een nieuw graf, waarin nog niemand was neergelegd. Daarin legden zij het Lichaam van Jezus en rolden een grote steen voor de ingang van het graf (Mt 27, 60)”.



Graflegging, 1495, geschonken door de priester Géraud Vitalis voor het herstel en de wijding van de parochiekerk Saint-Matthieu, Salers, Cantal, FRANCE

Het was een grote vernedering voor de Schepper van alles wat leeft te midden van de doden te worden begraven. Het moet de profeet David inwendig geschokt hebben toen hij schreef: “Gij hebt mij in de diepe grafkuil gestort, in duisternis en in de schaduw van de dood” (Ps 88[87], 7). De Heer had tot deze vernedering besloten, om ons uit de diepste krochten van de hel, uit de duisternis van onzekerheid en de schaduw van de dood, dat is van de zonde, te verlossen. Wij zouden door zijn Dood de kracht ontvangen uit het graf op te staan en om eeuwig te leven. O waarachtig glorierijk Heilig Graf van Jezus Christus! Gij omsloot Degene die de afglans is van de eeuwige Vader, de Heer van de Engelen, de glorie van de wereld en het heil en het leven van de mensen. Verlos mij, Heilig Graf, van de naargeestige hellekuil en van de schaduwen van dood en zonde.  Neem mij in u op, opdat ik sterk word met Hem die op de derde dag is verrezen.
Het Graf van de Heer is echter ook een beeld van ons hart, wanneer wij de Verlosser in de Heilige Communie in ons opnemen. Een hart dat deze eer ten deel valt, moet inderdaad als een nieuw graf worden, door de vernieuwing van de geest en een geheel nieuwe levenswijze. Van het oud bederf mag niets erin overblijven. Het moet in een harde rots zijn uitgehouwen om onwrikbaar en standvastig te kunnen zijn te midden van de beroernissen van ons leven. Het moet dichtbij Calvarië liggen, dat wil zeggen dat de christenen voortdurend het Lijden van Christus voor ogen kunnen hebben. Tenslotte moet dit hart, zodra het de Zoon van God heeft ontvangen, zich afsluiten van al het geschapene en het in diepe aanbidding vergrendelen.
Eeuwige Vader, voor het Graf van uw Zoon droeg U bijzondere zorg,
Maak mijn hart tot een waardig verblijf voor Hem.
Verwijder uit mijn hart alle slechte neigingen en vervul het met de kracht van Hem die zonde en dood heeft overwonnen.
Laat mij de eenzaamheid en de vertrouwelijkheid met U beminnen en geen ongeordende band met de dingen van deze wereld hebben.
Wie dagelijks de Koning te gast heeft, moet zelf een koninklijk leven leiden.
Laat mij het kindschap, als kind van God, steeds waardiger worden.
Laten we die genade voor elkaar vragen.